100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Grondwettelijke recht en rechten & vrijheden (B2G008)

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Uploaded on
14-12-2025
Written in
2023/2024

Een volledig gestructureerde samenvatting met verwijzing naar alle relevante wetsartikelen. Voor dit examen behaalde ik 19/20

Institution
Course















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 14, 2025
Number of pages
28
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

GRONDWETTELIJK RECHT




2023-2024

,1 - De unitaire of eenheidsstaat _________________________________________________________ 3
2 – De federale of bondsstaat ___________________________________________________________ 3
3 – De confederatie of statenbond _______________________________________________________ 3
1.3.1 Ontstaan van de staat België _______________________________________________________ 4
1.3.2 De Grondwet____________________________________________________________________ 5
Wijziging van de grondwet _____________________________________________________________________ 6
1.4.1 De scheiding der machten _________________________________________________________ 8
1.4.2 Een representatieve en parlementaire democratie _____________________________________ 9
Democratie__________________________________________________________________________________ 9
Representatieve democratie ____________________________________________________________________ 9
Parlementair ________________________________________________________________________________ 9
1.4.3 Een rechtsstaat _________________________________________________________________ 10
1.4.4. Een monarchie _________________________________________________________________ 10
Belgiê is een Constitionele en parlementaire monarchie_____________________________________________ 10
1.5.1 Federalisering __________________________________________________________________ 11
1.5.2 De verzorgingsstaat _____________________________________________________________ 13
1.5.3 De internationale rechtsorde ______________________________________________________ 13
2.1.1 Samenstelling __________________________________________________________________ 14
2.1.1.1 Kamer van Volksvertegenwoordigers ______________________________________________________ 14
2.1.1.2 Senaat ______________________________________________________________________________ 15
2.1.1.3 Legislatuur ___________________________________________________________________________ 16
2.1.1.4 Verkiezingen _________________________________________________________________________ 16
2.1.1.5 Parlementair statuut ___________________________________________________________________ 17
2.1.2 Bevoegdheid ___________________________________________________________________ 18
2.1.2.1 een normerende bevoegdheid ___________________________________________________________ 18
2.1.2.2 Een controlerende bevoegdheid __________________________________________________________ 20
2.1.3 Werkwijze _____________________________________________________________________ 21
2.1.3.1 Het wetgevend proces _________________________________________________________________ 21
2.1.3.2 De alarmbelprocedure Art 54 Gw. ________________________________________________________ 22
2.2.1 Samenstelling __________________________________________________________________ 23
2.1.1.2 De Koning ____________________________________________________________________________ 25
2.2.1.2 De ministers en staatssecretarissen _______________________________________________________ 25
2.2.2 Bevoegdheden _________________________________________________________________ 26
2.2.3 Werkwijze _____________________________________________________________________ 26




1

,p. 1 - 12


1 De Staat België
1.1 Wat is een staat
Staatsrecht is essentieel deel van publiekrecht

Publiekrecht = omvat de rechtsregels die betrekking hebben op
▪ De relatie tussen de burgers en de overheid
▪ De interne organisatie van de overheid
▪ De relatie tussen de overheden en overheidsinstanties onderling.
Dit deel van het recht bepaalt dus hoe de overheid functioneert en bepaalt op welke wijze burger
en overheid zich ten opzichte van elkaar verhouden.



Drie bestanddelen essentieel om van een staat te spreken:
1 – bevolking
2 – grondgebied
3 – een soeverein en georganiseerd gezag
(+ In het kader van volkenrecht:
4 – erkenning door andere bestaande staten)
Bevolking:
➢ De onderdanen, burgers van een staat, ze zijn politiek-juridisch verbonden met die staat.
➢ De verbondenheid blijkt uit het bezitten van het staatsburgerschap of nationaliteit van die
staat.
 Valt soms samen met culturele verbondenheid als volk (volk=natie).
 Natie= een groep mensen die een gemeenschappelijke cultuur, godsdienst,
afstamming en/of geschiedenis delen. We spreken dan van een natiestaat.

Grondgebied:
Het geografische gebied waar een staat zijn gezag kan uitoefenen.

Gezag:
- De mogelijkheid om regels op te leggen, macht uit te oefenen, om dwangmiddelen in te zetten.
- Dit gezag moet soeverein en georganiseerd zijn.
Soeverein -> staatsgezag = hoogste gezag d.i. van geen enkel ander gezag afhankelijk
Georganiseerd-> d.m.v. stabiele instellingen
In westerse democratische rechtsstaten wordt staatsgezag theoretisch opgedeeld in
drie staatsmachten:
➢ De wetgevende macht
-> macht om algemeen geldende en bindende regels uit te vaardigen
➢ De uitvoerende macht
-> macht om die regels ten uitvoer te brengen
➢ De rechterlijke macht
-> macht om bindende beslissingen te nemen ingeval er geschillen ontstaan over de
concrete toepassing van die regels

2

,1.2 Soorten staten
1 - De unitaire of eenheidsstaat
Het gezag gaat uit van één centraal niveau.
Unitair karakter afgezwakt dr vormen van decentralisatie en deconcentratie.
Deconcentratie
➢ Spreiding van staatstaak door deze te laten uitvoeren op een lokaal niveau
➢ Hiërarchisch toezicht door centraal bestuursniveau
➔ kan nog steeds bevelen geven of in de plaats stellen van de ondergeschikte besturen
en hun beslissingen aanpassen. (vb belastingkantoren)
Decentralisatie
➢ Toewijzen van bevoegdheden aan territoriaal of functioneel omschreven autonome organen.
➢ Deze blijven onder bestuurlijk of administratief toezicht.
➢ De toezichthoudende overheid (=voogdijoverheid) kan beslissingen enkel schorsen of
vernietigen (om te beletten dat ze de wet zouden schenden of het algemeen belang zouden
schaden).
➢ Kan geen bevelen geven of in de plaats stellen!
Twee vormen van decentralisatie:
➢ Territoriale decentralisatie (vb gemeente- en provinciebesturen)
 autonomie van ondergeschikt bestuur is in algemene termen beschreven
 autonomie is territoriaal beperkt
 autonomie moet uitgeoefend worden door eigen politiek verkozen organen
➢ Functionele of dienstgewijze decentralisatie (vb RSZ, NMBS)
 autonomie inhoudelijk of functioneel omschreven
 autonomie is territoriaal onbeperkt

2 – De federale of bondsstaat
Soevereiniteit is verdeeld tussen een centraal gezag en de deelstaten van die staat.
Deelstaten
➢ Beschikken over een ruime autonomie
➢ Beschikken over eigen bevoegdheden
➢ Kunnen zelf binnen hun bevoegdheidsdomein de drie staatsmachten uitoefenen en doen
aldus een eigen rechtsordening ontstaan
➢ Beschikken meestal over een eigen grondwet
➢ Beslissen mee over de federale staatsordening
Naar buiten toe blijft de federatie dominant.
➢ Federaties ontstaan op een agregatieve of centripetale manier:
-> afzonderlijke staten beslissen om samen te werken en dragen een stuk van hun
soevereiniteit over aan een nieuw op te richten centraal gezagsniveau, de federatie.

3 – De confederatie of statenbond
➢ Staten komen bij verdrag overeen om een aantal materies gemeenschappelijk te regelen
via een beraadslagend orgaan, bestaande uit diplomatieke vertegenwoordigers.
➢ Elke staat behoudt zijn soevereiniteit.
➢ Is meestal een tussenstap in evolutie naar een federatie.

3

,1.3 België en zijn grondwet
1.3.1 Ontstaan van de staat België
4 oktober 1830
▪ Een voorlopige regering, het Voorlopig Bewind, roept de onafhankelijkheid uit van België
en beslist om een parlement te laten verkiezen dat een grondwet moet opstellen
▪ Provincies behoorden daarvoor tot het Verenigd koninkrijk der Nederlanden (staat die na
de ondergang van Napoleon Bonaparte werd uitgetekend op Congres van Wenen), onder
leiding van Koning Willem I.
▪ Gevolg van het autoritaire beleid en de religieuze en taalpolitiek van Willem I:
o Katholieken en Liberalen sloten een zgn. Monsterverbond tegen de vorst, wat
resulteerde in wat men later de Belgische omwenteling zal noemen.
10 november 1830
Eerste Belgische parlement wordt geïnstalleerd, het Nationaal Congres, dat acht dagen later
nogmaals de Belgische onafhankelijkheid uitvaardigt.
26 december 1830
Internationale erkenning door Conferentie van Londen.
7 februari 1831
Afkondiging Belgische Grondwet
21 juli 1831
Leopold van Saxen Coburg Gotha alias Leopold I legt de grondwettelijke eed af als eerste
Koning der Belgen




België van 1831 is een unitaire staat met beperkte decentralisatie.
Twee volkeren: Vlamingen in het Noorden, Walen in het Zuiden


Na scheidingsverdragen van 1839: verlies van Nederlands Limburg en Groot Hertogdom
Luxemburg.


Na WO I: annexatie van de Oostkantons -> nu ook Duitstalige onderdanen.




4

,1.3.2 De Grondwet
= de belangrijkste en meest fundamentele rechtsnorm van een staat, ze legt de hoofdlijnen van de
staatsstructuur vast.
De grondwet bepaalt
➢ welke de staatsvorm is
➢ Door welke instellingen de staat bestuurd zal worden
 Hoe deze instellingen samengesteld zullen worden
 Welke hun bevoegdheden zijn
➢ Legt ook vast hoe de burgers zich tot deze overheidsinstellingen verhouden.
➢ In liberale democratieën somt de grondwet een aantal fundamentele rechten en vrijheden
op
 Waarover de burger beschikt
 Die door de staat moeten worden gerespecteerd
De grondwet organiseert dus de democratische machtsuitoefening en beperkt deze tegelijk.
➢ Meer moderne grondwetten hebben ook programmatorische functie:
 ze bevatten algemene doelstellingen die de overheid moet nastreven zoals
➢ Materiële gelijkheid
➢ Sociale bescherming
➢ Bescherming van het leefmilieu
➢ België heeft een geschreven grondwet.
➢ Ook ongeschreven grondwettelijke gewoonten en gebruiken.
 Een gebruik is een reeks ononderbroken en overeenstemmende handelingen.
 Als er de overtuiging is dat dit gebruik rechtmatig en wettig is, wordt dit een
gewoonte.
 Grondwettelijke gewoonten zijn slechts aanvullend t.a.v. formele grondwettelijke
regels, maar wél juridisch sanctioneerbaar.
 Grondwettelijke gebruiken zijn enkel politiek sanctioneerbaar.
➢ De regels opgenomen in de grondwet = “rechtsregels”
 juridisch afdwingbaar
 moeten nageleefd worden door overheid en burgers.
 in de nationale hiërarchie van de rechtsnormen bovenaan




5

, WIJZIGING VAN DE GRONDWET
➢ Door het federale parlement en de Koning
➢ Strenge procedureregels

Procedure bestaat uit drie grote fasen:

1 – de herzieningsverklaring
Hiervoor zijn de drie takken van de wetgevende macht (Koning, Kamer en Senaat) bevoegd.
In die hoedanigheid noemen wij hen de preconstituante.
➢ moeten elk een herzieningsverklaring goedkeuren
➢ in die verklaring worden de artikelen aangeduid de men in aanmerking willen laten komen
voor herziening
➢ Voor het aannemen van deze verklaring gelden zelfde voorwaarden als voor aannemen van
een wet: een gewone meerderheid
➢ enkel artikelen die zo voor herziening vatbaar werden verklaard (in àlle drie de
verklaringen) kunnen in aanmerking komen voor een effectieve wijziging

2 - ontbinding parlement + verkiezingen
➢ Bekendmaking herzieningsverklaring in Belgisch Staatsblad
➢ Gevolg: beide kamers worden van rechtswege ontbonden
 nieuwe parlementsverkiezingen binnen de 40 dagen
 Kamers opnieuw bijeengeroepen binnen de 3 maanden

3 – eigenlijke grondwetswijziging
Nieuwe verkozen kamers + de Koning = de constituante (of grondwetgevende vergadering)
hebben bevoegdheid om grondwet te wijzigen, beperkt tot herzieningsverklaring uit eerste fase!
-> enkel wijziging in artikelen die voor herziening vatbaar werden verklaard
MAAR moet inhoudelijk niet overeenstemmen met de oorspronkelijk in het vooruitzicht
gestelde wijziging
BEHALVE als de preconstituante de afschaffing of invoering van een artikel in het vooruitzicht
heeft gesteld - > preconstituante duidt dan ook doel aan van de vooropgestelde invoering.
Grondwettelijke meerderheid:
De wijzigingen worden enkel aangenomen bij een grondwettelijke meerderheid of dubbele
2/3e meerderheid, d.w.z.:
 minstens 2/3 van de leden moet aanwezig zijn (=quorumvereiste)
 minstens 2/3 van de uitgebrachte stemmen moet een ja-stem zijn (=stemvereiste)
Hierna:
▪ Bekrachtiging
▪ Afkondiging
▪ bekendmaking
! Grondwetswijzigingen treden in werking op dag zelf van de publicatie in het BS tenzij
uitdrukkelijk andere datum werd bepaald

Belangrijke en/of omvangrijke wijzigingen in
1893 en 1921: hervorming kiessysteem
1970-1980-1988-1993-2001 en 2014: staatshervorming

6

, Uitzondering op deze procedure = artikel 198 Gw.
Van artikelen die niet voor herziening vatbaar werden verklaard kunnen wel louter vormelijke
aanpassingen gebeuren
 ook grondwettelijke meerderheid vereist
 parlement moet hoedanigheid van constituante bezitten
Pas in 1993 aan grondwet toegevoegd, in 1994 gebruikt om een volledig nieuwe grondwet tot
stand te brengen.
Resultaat = Gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994




7
$9.55
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
LotteDhaene

Get to know the seller

Seller avatar
LotteDhaene Katholieke Hogeschool VIVES
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
13
Last sold
2 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions