Samenvatting oftalmologie
Deel 1 – Anatomie
Leerdoelen
- Anatomie van het oog, de orbita, hersenzenuw: II, III, IV VI en VII
- Kennis en begrip vd aandoeningen waarbij deze structuren betrokken zijn
a. Kenmerken van het oog
- Ogen zijn symmetrisch in het aangezicht en kijken bij de mens recht vooruit
Symmetrie - Asymmetrie in principe geen probleem: hersenen compenseren hiervoor
- Wel risico op strabisme + hiermee rekening bij houden bij cataract ingreep
Overlap van - Groot overlap van gezichtsvelden van beide ogen
gezichtsvelden - Dit is de basis van stereopsis = dieptezicht
- De oogbol ligt beschermt in de orbita holte met aan de voorzijde bescherming door de
Bescherming oogleden
door de orbita - Belangrijke trauma’s zijn vooral het gevolge van vwp kleiner dan de orbita bv:
pingpongbal, vuurwerk
- Sensorische innervatie van het aangezicht en de ogen door de n. trigeminus (V)
Sensorische o Relevante ziekten: Herpes
bezenuwing o Resepcteert midline en dermatoom V1 (oftalmicus)
Sluiting van oog - M. orbicularis zorgt voor ooglidsluiting
- Bezenuwd door n. facialis
b. Verschillende structuren van de oogbol – overzicht
, - Gelegen tussen de cornea, de lens en de iris
Voorkamer of - Bevat vitreum = glasvocht
voorste o Dit moet transparant zijn maar is ook
oogkamer stevig, gelachtig, geeft structuur
- De kamerhoek
o Gevormd door: iris en cornea
o Wordt bekleed met laag van cellen en
collageenvezels = trabekelcelsysteem
- Via kanaal van Schlemm: afvoer van kamerwater
naar veneuze systeem
o Indien probleem van drainage → risico op glaucoom
- Ligt achter de iris
Lens - Wordt op zijn plaats gehouden door fijne vezels = zonulavezels
o Deze lopen tussen het corpus ciliare en lens
o Zonulae = accommodatie
- Wanneer het oog focust op een vwp op afstand → afvlakking vd lens door tensie op de
zonulavezel
- Mogelijkheid tot accommodatie verdwijnt met de leeftijd → dit door:
o Verdikking vd lens
o Verzwakking van zonulae vezels
- Lenscellen: zitten ingekapseld maar blijven wel groeien binnen het lenskapsel
- De lens staat niet in contact met het immuunsysteem
o Gevolg: eiwitten afkomstig vd lens worden als lichaamsvreemd aanzien
o Hier rekening bij houden bij scheur in lens → kan massieve infectie geven
- De slijmvliesbekleding van de binnenzijde van de oogleden en de buitenzijden van de
Conjunctiva oogbol
o Ook het slijmvlies of het bindvlies
- Deze ligt op de sclera en loopt via een plooi door over het bovenste en onderste ooglid.
- Bindweefsellaag tussen conjunctiva en sclera
Tenon’s laag - Loopt verder naar achteren tot en met de rechte oogspieren
→ Zit als een kapsel rondom deze spieren
- Loopt van de corneale limbus tot aan de n. opticus
- Bij het corpus ciliare is de aanhechtingsplaats voor de iris en wordt het pupillaire
Corpus ciliare diafragma gevormd = de licht opening van de lens
- Bevat gladde ciliaris spier
o Door contractie: verandering van vorm lens → verandering in focus van het oog
- Epitheel = ciliaire epitheel: secretie van kamervocht = aqueous
o Zorgt op deze manier voor regulatie van intra-oculaire druk
Wand van de oogbol bestaat uit 3 lagen
- Laag 1: cornea – hoornvlies → gaat over in sclera
- Laag 2: choroïdea – vaatvlies
- Laag 3: retina – netvlies
, c. Structuren rond het oog
1. Orbita
- De benige oogkas waarin ogen gelegen zijn
- Heeft vorm van vierzijdige piramide
o In top van piramide/achterste apex: loopt canalis opticus
→ Hierdoor loopt n. opticus naar de hersenen
- Bovenste en onderste orbita fissuur
o Hierdoor lopen de bloedvaten en overige hersenzenuwen
- Lamina papyracea = dunste deel vd orbita
o Gelegen thv os ethmoidale
o Bij een ersntige sinusitis kan hier een doorbraak plaatsvinden
- Fossa lacrimalis
o Ligt aan de mediale voorzijde vd orbita
o Hier bevindt zich de saccus lacrimalis
- De traanklier = lacrimale klier
o Ligt aan de voorzijde, lateraal boven in de orbita
o Bij sarcoïdose: soms granulomen terug te vinden in de traanklieren → vaak makkelijker voor
biopt dan longbiopt
2. De oogleden
Opbouw van de oogleden: lagen van buiten → binnen
- Een oppervlakkige huidlaag
- De m. orbicularis oculi (n. VII): deze is verbonden met de huid
door een dunnen bindweefsellaag
- Een stevige collageen laag/bindweefselplaat = de tarsale plaat
of tarsus
o Verantwoordelijke voor de stevigheid
o In de tarsus zijn kliertjes van Meiboom gelegen
, - Een epitheliale bekleding, de conjunctiva, die via een plooi doorloopt over de oogbol
Functies
- Geven mechanische bescherming voor de voorkant van het oog
- Verspreiden de tranen over de cornea en de conjunctiva met elke knipperbeweging
- Bevatten de klieren van Meiboom*
o Scheiden olieachtige deel van de oogtranen afscheiden: belangrijk voor kwaliteit traanvocht
- Voorkomen het uitdrogen van de ogen → belangrijk: droog oog = kwetsbaar oog
- Bevatten de afvoerplaatsen (puncta) voor tranen naar het traanafvoersysteem
Klieren van Meibom *
- 100-tal kleine kliertjes
- Deze bevinden zich thv de overgang van het slijmvlies naar de huid op de margo van de
oogleden, in de tarsale plaat
- Bij knipperen scheiden zijn het vettige gedeelte voor de tranen af
- Geven vaak infecties door occlusie met zwelling → hordeolum
o Zijn ook gevoelig aan hormonen: irritatie kan soms eerste teken zijn van zs, maar ook last in
menopauze
Spieren
- Contractie van de perifere vezels zorgt voor een beschermende, geforceerde
m. orbicularis ooglidsluiting
- Bezenuwing: n. VII
- De levatorspier loopt aan de bovenzijde van het oog naar voren en hecht aan op de
m. levator tarsale plaat van het bovenooglid
palpebrae - Contractie zorgt voor opengaan van ogen/omhoog heffen van ooglid en resulteert in
knipperen
o Beschadiging: van de zenuw of degeneratieve veranderingen van de spier leidt tot
het laaghangen van het ooglid = ptose
- Benzenuwing: n. III
- Gladde spier, loopt vanaf de diepe laag van de levator en insereert ook aan de tarsale
Spier van plaat
Müller - Functie: zorgt in mindere maten voor open gaan van ogen → deel van fight/flight reactie
- Wanneer de sympathische innervatie beschadigd is (zoals bij het syndroom van Horner)
bestaat er daardoor een (geringe) ptosis.
- Bezenuwing: OS vezels
Syndroom van Horner
Oorzaak = aantasting/beschadiging van sypatische vezels → gevolg: wegvallen van fight/flight
effecten:
Deel 1 – Anatomie
Leerdoelen
- Anatomie van het oog, de orbita, hersenzenuw: II, III, IV VI en VII
- Kennis en begrip vd aandoeningen waarbij deze structuren betrokken zijn
a. Kenmerken van het oog
- Ogen zijn symmetrisch in het aangezicht en kijken bij de mens recht vooruit
Symmetrie - Asymmetrie in principe geen probleem: hersenen compenseren hiervoor
- Wel risico op strabisme + hiermee rekening bij houden bij cataract ingreep
Overlap van - Groot overlap van gezichtsvelden van beide ogen
gezichtsvelden - Dit is de basis van stereopsis = dieptezicht
- De oogbol ligt beschermt in de orbita holte met aan de voorzijde bescherming door de
Bescherming oogleden
door de orbita - Belangrijke trauma’s zijn vooral het gevolge van vwp kleiner dan de orbita bv:
pingpongbal, vuurwerk
- Sensorische innervatie van het aangezicht en de ogen door de n. trigeminus (V)
Sensorische o Relevante ziekten: Herpes
bezenuwing o Resepcteert midline en dermatoom V1 (oftalmicus)
Sluiting van oog - M. orbicularis zorgt voor ooglidsluiting
- Bezenuwd door n. facialis
b. Verschillende structuren van de oogbol – overzicht
, - Gelegen tussen de cornea, de lens en de iris
Voorkamer of - Bevat vitreum = glasvocht
voorste o Dit moet transparant zijn maar is ook
oogkamer stevig, gelachtig, geeft structuur
- De kamerhoek
o Gevormd door: iris en cornea
o Wordt bekleed met laag van cellen en
collageenvezels = trabekelcelsysteem
- Via kanaal van Schlemm: afvoer van kamerwater
naar veneuze systeem
o Indien probleem van drainage → risico op glaucoom
- Ligt achter de iris
Lens - Wordt op zijn plaats gehouden door fijne vezels = zonulavezels
o Deze lopen tussen het corpus ciliare en lens
o Zonulae = accommodatie
- Wanneer het oog focust op een vwp op afstand → afvlakking vd lens door tensie op de
zonulavezel
- Mogelijkheid tot accommodatie verdwijnt met de leeftijd → dit door:
o Verdikking vd lens
o Verzwakking van zonulae vezels
- Lenscellen: zitten ingekapseld maar blijven wel groeien binnen het lenskapsel
- De lens staat niet in contact met het immuunsysteem
o Gevolg: eiwitten afkomstig vd lens worden als lichaamsvreemd aanzien
o Hier rekening bij houden bij scheur in lens → kan massieve infectie geven
- De slijmvliesbekleding van de binnenzijde van de oogleden en de buitenzijden van de
Conjunctiva oogbol
o Ook het slijmvlies of het bindvlies
- Deze ligt op de sclera en loopt via een plooi door over het bovenste en onderste ooglid.
- Bindweefsellaag tussen conjunctiva en sclera
Tenon’s laag - Loopt verder naar achteren tot en met de rechte oogspieren
→ Zit als een kapsel rondom deze spieren
- Loopt van de corneale limbus tot aan de n. opticus
- Bij het corpus ciliare is de aanhechtingsplaats voor de iris en wordt het pupillaire
Corpus ciliare diafragma gevormd = de licht opening van de lens
- Bevat gladde ciliaris spier
o Door contractie: verandering van vorm lens → verandering in focus van het oog
- Epitheel = ciliaire epitheel: secretie van kamervocht = aqueous
o Zorgt op deze manier voor regulatie van intra-oculaire druk
Wand van de oogbol bestaat uit 3 lagen
- Laag 1: cornea – hoornvlies → gaat over in sclera
- Laag 2: choroïdea – vaatvlies
- Laag 3: retina – netvlies
, c. Structuren rond het oog
1. Orbita
- De benige oogkas waarin ogen gelegen zijn
- Heeft vorm van vierzijdige piramide
o In top van piramide/achterste apex: loopt canalis opticus
→ Hierdoor loopt n. opticus naar de hersenen
- Bovenste en onderste orbita fissuur
o Hierdoor lopen de bloedvaten en overige hersenzenuwen
- Lamina papyracea = dunste deel vd orbita
o Gelegen thv os ethmoidale
o Bij een ersntige sinusitis kan hier een doorbraak plaatsvinden
- Fossa lacrimalis
o Ligt aan de mediale voorzijde vd orbita
o Hier bevindt zich de saccus lacrimalis
- De traanklier = lacrimale klier
o Ligt aan de voorzijde, lateraal boven in de orbita
o Bij sarcoïdose: soms granulomen terug te vinden in de traanklieren → vaak makkelijker voor
biopt dan longbiopt
2. De oogleden
Opbouw van de oogleden: lagen van buiten → binnen
- Een oppervlakkige huidlaag
- De m. orbicularis oculi (n. VII): deze is verbonden met de huid
door een dunnen bindweefsellaag
- Een stevige collageen laag/bindweefselplaat = de tarsale plaat
of tarsus
o Verantwoordelijke voor de stevigheid
o In de tarsus zijn kliertjes van Meiboom gelegen
, - Een epitheliale bekleding, de conjunctiva, die via een plooi doorloopt over de oogbol
Functies
- Geven mechanische bescherming voor de voorkant van het oog
- Verspreiden de tranen over de cornea en de conjunctiva met elke knipperbeweging
- Bevatten de klieren van Meiboom*
o Scheiden olieachtige deel van de oogtranen afscheiden: belangrijk voor kwaliteit traanvocht
- Voorkomen het uitdrogen van de ogen → belangrijk: droog oog = kwetsbaar oog
- Bevatten de afvoerplaatsen (puncta) voor tranen naar het traanafvoersysteem
Klieren van Meibom *
- 100-tal kleine kliertjes
- Deze bevinden zich thv de overgang van het slijmvlies naar de huid op de margo van de
oogleden, in de tarsale plaat
- Bij knipperen scheiden zijn het vettige gedeelte voor de tranen af
- Geven vaak infecties door occlusie met zwelling → hordeolum
o Zijn ook gevoelig aan hormonen: irritatie kan soms eerste teken zijn van zs, maar ook last in
menopauze
Spieren
- Contractie van de perifere vezels zorgt voor een beschermende, geforceerde
m. orbicularis ooglidsluiting
- Bezenuwing: n. VII
- De levatorspier loopt aan de bovenzijde van het oog naar voren en hecht aan op de
m. levator tarsale plaat van het bovenooglid
palpebrae - Contractie zorgt voor opengaan van ogen/omhoog heffen van ooglid en resulteert in
knipperen
o Beschadiging: van de zenuw of degeneratieve veranderingen van de spier leidt tot
het laaghangen van het ooglid = ptose
- Benzenuwing: n. III
- Gladde spier, loopt vanaf de diepe laag van de levator en insereert ook aan de tarsale
Spier van plaat
Müller - Functie: zorgt in mindere maten voor open gaan van ogen → deel van fight/flight reactie
- Wanneer de sympathische innervatie beschadigd is (zoals bij het syndroom van Horner)
bestaat er daardoor een (geringe) ptosis.
- Bezenuwing: OS vezels
Syndroom van Horner
Oorzaak = aantasting/beschadiging van sypatische vezels → gevolg: wegvallen van fight/flight
effecten: