1. DNA: deoxyribonucleic acid
1.1 Inleiding
1.1.1. Biochemische de nities van leven
1.1.2. Waaruit bestaat een levende cel?
1.2 Mijlpalen uit de geschiedenis van de erfelijkheidsleer
1.2.1. Eigenschappen zijn erfelijk: de genen
1.2.2. Link tussen genen en biochemische processen door Garrod
1.2.3. Welke sto en bevatten de genetische informatie?
1.2.3.1. Principe van di erentiële (ultra)centrifugatie
1.2.3.2. Principes van de densiteitscentrifugatie
1.2.3.3. Het experiment van Gri th (1941)
1.2.3.4. Het Hershey-Chase experiment (1952)
1.3 De structuur van het deoxyribonucleic acid
1.3.1. DNA = suiker + fosfaat + basen
1.3.1.1. Andere belangrijke basen en nucleotiden
1.3.2. Eigenschappen van DNA
1.3.2.1. Het model van de B-helix
1.3.2.2. Hoe wordt een basenvolgorde in DNA genoteerd?
1.3.2.3. Wat is een palindromische sequentie?
1.3.2.4. Hyperchromiciteit en hybridisatie
1.3.2.5. DNA electroforese
1
 ff fi ff ffi
, inleiding
biochemische de nitie v leven
- combinatie v kenmerken (7)
- afgescheiden
- afgescheiden v leefomgeving door celmembranen/celwanden
- samenstelling inhoud is sterk verschillend/complexer dan omgeving
- energieopname en -verbruik
- via eten en drinken bij dieren/mensen
- via fotosynthese (zonlicht) bij planten
- groei
- meercellige organismen nemen toe in complexiteit tot een volwassen stadium
- op lang termijn zal elk organisme afsterven: ouderdom of deling in dochterorganismen
- voortplanting
- vermeerderen door (a)-sexuele voortplanting
- sexueel: ontwikkeling v bevruchte of onbevruchte eicellen
- asexueel: afsplitsing
- verschillende levensvormen kunnen evolueren v 1 oercel
- zonder voortplanting zou elke soort uitsterven
- interpretatie v prikkels
- gegevens uit omgeving verzamelen
- reageren op bepaalde condities: voedselbron, licht, gevaar, ..
- beweging
- bewegen zelfstandig naar bv voedsel- of energiebron
- vb: planten richten zich naar de zon met wortels in de bodem zoekend naar water en
mineralen
- communicatie
- mbv moleculaire signalen
- communicatie tussen cellen + levende organismen
- noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan v alle leven (=biodiversiteit)
moleculaire biologie
studie v chemische processen zoals ze zich voordoen in levende wezens: alle kenmerken v
levende organismen kunnen beschreven w adhv biochemisch proces
→ leven is een opeenvolging v chemische, complexe reacties
waaruit bestaat een levende cel
- cel = eenheid v leven = kleinste deel v levende organismen dat autonoom kan ‘overleven’
- afgescheiden v omgeving
- georganiseerde opbouw: wisselwerkingen tussen biomoleculen
- biomoleculen: proteïnen (eiwitten), lipiden (vetten), carbohydraten (koolwatersto en),
nucleïnezuren → verschillende functies en activiteiten
- informatie v opbouw celcomponenten is aanwezig in elke cel → komt op zeer
gecontroleerde wijze tot expressie → geeft info door aan dochtercellen
- 2 basistypen: prokaryote en eukaryote celtypen
- verschillen/gelijkenissen belangrijk in veel biomedische disciplines: microbiologie, gastro-
enterologie, DNA technologische technieken,..
- grootste verschillen: aanwezigheid celkern in eukaryoten + compartmentalisatie
mijlpalen uit de geschiedenis van de erfelijkheidsleer
eigenschappen zijn erfelijk: genen
- genen = informatie-bevattende elementen die karakteristieken ve individu + soort waartoe het
individu behoort bevat → genen coderen voor erfelijke eigenschappen
- voor het eerst gede nieerd in studies v Mendel (1866) als overerfbare kenmerken
- experiment kruising lange erwten x korte erwten
- resultaat 1e generatie: uitsluitend lange
- resultaat 2e generatie: 25% kort 75% lang
→ waarneembare eigenschappen kunnen tot overerfbare eenheden w teruggebracht
→ elk individu (=cel) bevat 2 gekoppelde genen, waarbij meerdere allelen mogelijk zijn
→ genen zijn dominant, recessief of intermediair
2

fifi ff
1.1 Inleiding
1.1.1. Biochemische de nities van leven
1.1.2. Waaruit bestaat een levende cel?
1.2 Mijlpalen uit de geschiedenis van de erfelijkheidsleer
1.2.1. Eigenschappen zijn erfelijk: de genen
1.2.2. Link tussen genen en biochemische processen door Garrod
1.2.3. Welke sto en bevatten de genetische informatie?
1.2.3.1. Principe van di erentiële (ultra)centrifugatie
1.2.3.2. Principes van de densiteitscentrifugatie
1.2.3.3. Het experiment van Gri th (1941)
1.2.3.4. Het Hershey-Chase experiment (1952)
1.3 De structuur van het deoxyribonucleic acid
1.3.1. DNA = suiker + fosfaat + basen
1.3.1.1. Andere belangrijke basen en nucleotiden
1.3.2. Eigenschappen van DNA
1.3.2.1. Het model van de B-helix
1.3.2.2. Hoe wordt een basenvolgorde in DNA genoteerd?
1.3.2.3. Wat is een palindromische sequentie?
1.3.2.4. Hyperchromiciteit en hybridisatie
1.3.2.5. DNA electroforese
1
 ff fi ff ffi
, inleiding
biochemische de nitie v leven
- combinatie v kenmerken (7)
- afgescheiden
- afgescheiden v leefomgeving door celmembranen/celwanden
- samenstelling inhoud is sterk verschillend/complexer dan omgeving
- energieopname en -verbruik
- via eten en drinken bij dieren/mensen
- via fotosynthese (zonlicht) bij planten
- groei
- meercellige organismen nemen toe in complexiteit tot een volwassen stadium
- op lang termijn zal elk organisme afsterven: ouderdom of deling in dochterorganismen
- voortplanting
- vermeerderen door (a)-sexuele voortplanting
- sexueel: ontwikkeling v bevruchte of onbevruchte eicellen
- asexueel: afsplitsing
- verschillende levensvormen kunnen evolueren v 1 oercel
- zonder voortplanting zou elke soort uitsterven
- interpretatie v prikkels
- gegevens uit omgeving verzamelen
- reageren op bepaalde condities: voedselbron, licht, gevaar, ..
- beweging
- bewegen zelfstandig naar bv voedsel- of energiebron
- vb: planten richten zich naar de zon met wortels in de bodem zoekend naar water en
mineralen
- communicatie
- mbv moleculaire signalen
- communicatie tussen cellen + levende organismen
- noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan v alle leven (=biodiversiteit)
moleculaire biologie
studie v chemische processen zoals ze zich voordoen in levende wezens: alle kenmerken v
levende organismen kunnen beschreven w adhv biochemisch proces
→ leven is een opeenvolging v chemische, complexe reacties
waaruit bestaat een levende cel
- cel = eenheid v leven = kleinste deel v levende organismen dat autonoom kan ‘overleven’
- afgescheiden v omgeving
- georganiseerde opbouw: wisselwerkingen tussen biomoleculen
- biomoleculen: proteïnen (eiwitten), lipiden (vetten), carbohydraten (koolwatersto en),
nucleïnezuren → verschillende functies en activiteiten
- informatie v opbouw celcomponenten is aanwezig in elke cel → komt op zeer
gecontroleerde wijze tot expressie → geeft info door aan dochtercellen
- 2 basistypen: prokaryote en eukaryote celtypen
- verschillen/gelijkenissen belangrijk in veel biomedische disciplines: microbiologie, gastro-
enterologie, DNA technologische technieken,..
- grootste verschillen: aanwezigheid celkern in eukaryoten + compartmentalisatie
mijlpalen uit de geschiedenis van de erfelijkheidsleer
eigenschappen zijn erfelijk: genen
- genen = informatie-bevattende elementen die karakteristieken ve individu + soort waartoe het
individu behoort bevat → genen coderen voor erfelijke eigenschappen
- voor het eerst gede nieerd in studies v Mendel (1866) als overerfbare kenmerken
- experiment kruising lange erwten x korte erwten
- resultaat 1e generatie: uitsluitend lange
- resultaat 2e generatie: 25% kort 75% lang
→ waarneembare eigenschappen kunnen tot overerfbare eenheden w teruggebracht
→ elk individu (=cel) bevat 2 gekoppelde genen, waarbij meerdere allelen mogelijk zijn
→ genen zijn dominant, recessief of intermediair
2

fifi ff