LEER- EN ONTWIKKELINGSMOEILIJKHEDEN
INLEIDING EN OPFRISSING..............................................................................2
DYSLEXIE............................................................................................................................ 2
DYSCALCULIE....................................................................................................................... 4
AUTISMESPECTRUMSTOORNIS.................................................................................................. 6
DEVELOPMENTAL COORDINATION DISORDER (DCD)...................................................................8
EXECUTIEVE FUNCTIES...................................................................................9
HERKENNEN VAN (ZWAKKE) EXECUTIEVE FUNCTIES......................................................................9
INTERVENTIES: ONDERSTEUNEN VAN EF OP VERSCHILLENDE NIVEAUS.............................................14
AGRESSIE..................................................................................................... 17
ALGEMEEN........................................................................................................................ 17
CIRKEL (PREVENTIE-INTERVENTIE-HERSTEL)..............................................................................21
PSYCHOSOCIALE VAARDIGHEDEN..................................................................34
HERKENNEN VAN (ZWAKKE) PSYCHOSOCIALE VAARDIGHEDEN.......................................................35
INTERVENTIES: ONDERSTEUNEN VAN PSYCHOSOCIALE VAARDIGHEDEN OP VERSCHILLENDE NIVEAUS.....38
SCREENEN VAN BRUIKBAAR MATERIAAL....................................................................................39
TOEPASSINGEN................................................................................................................... 40
HANDELINGSGERICHTE ADVIEZEN DYSLEXIE EN DYSCALCULIE........................42
ADVIES GEVEN................................................................................................................... 42
FASE 0: BREDE BASISZORG................................................................................................... 42
FASE 1 (EN 2): VERHOOGDE ZORG........................................................................................45
FASE (2 EN) 3: IAC............................................................................................................ 50
AFRONDING....................................................................................................................... 51
HANDELINGSGERICHTE ADVIEZEN VANUIT CHC..............................................52
CHC-MODEL....................................................................................................................... 52
CHC EN HGA...................................................................................................................... 54
CASUSSEN......................................................................................................................... 59
BEGELEIDING PERSONEN MET ASS – HET RASTER...........................................60
WAT DOET HET RASTER........................................................................................................ 60
ASS................................................................................................................................. 62
BASISHOUDING................................................................................................................... 63
WAT IS PSYCHO-EDUCATIE.................................................................................................... 63
INTERVENTIES BIJ ASS.......................................................................................................... 67
INTERVENTIES ADHD....................................................................................67
OPFRISSING ADHD............................................................................................................... 67
INTERVENTIES.................................................................................................................... 69
NIET AANBEVOLEN INTERVENTIES........................................................................................... 77
BESLISSINGSBOOM.............................................................................................................. 78
1
,INLEIDING EN OPFRISSING.
DYSLEXIE
Casus Lotte
L. is een 15-jarige leerling uit het derde jaar van het secundair onderwijs. Ze is sociaal, creatief en
mondeling sterk, maar heeft al sinds de lagere school moeite met lezen en schrijven. Ze leest
graag, maar wel trager dan haar klasgenoten. Ze maakt veel spelfouten, vooral bij vreemde
talen. Bij begrijpend lezen verliest ze de draad wanneer de tekst lang of complex is. Ondanks haar
inzet blijven haar resultaten voor taalvakken achter. Haar leerkrachten merken ook dat L. snel
afgeleid is in de klas. Ze kan bij praktische opdrachten of discussies wel goed meedoen en toont
veel inzicht
Hulpvraag dyslexie?
WAT IS DYSLEXIE?
Geen typische fouten, wel frequenter en hardnekkiger
NIET:
Dansende lettertjes
Het omdraaien van letters (bv. b & d)
Schrijven in spiegelschrift
Achterstevoren lezen van woorden
WEL:
Traag lezen en/of veel fouten lezen
EN/OF
Veel spellingsfouten maken (frequent & hardnekkig)
DEFINITIE :
Specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door hardnekkig probleem in het
aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet
het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of
algemene verstandelijke beperking.
ANDERE MOEILIJKHEDEN:
Problemen met lezen en/of spellen
Traag lezen en/of veel fouten lezen
Veel spellingfouten maken
Zelfde problemen in vreemde talen
Hardnekkige problemen
ONTWIKKELING LEZEN:
Problemen met begrijpend lezen liggen niet aan de basis, maar kunnen gevolg
zijn.
Niet alle dyslectici hebben het moeilijk met begrijpend lezen.
BIJKOMENDE MOEILIJKHEDEN:
2
, Problemen met begrijpend lezen
Problemen met lange en meervoudige instructies
Moeilijkheden om te lezen/schrijven in een lawaaierige omgeving
Secundaire gedrags- en emotionele problemen (bv. faalangst)
Uit het hoofd leren van feiten, namen, data
Strategiebepaling uitwerken
Vreemde talen
PREVALENTIE DYSLEXIE:
Prevalentie: 5-10%
Verhouding jongens meisjes: 1,5/1 Meer? Neen, zichtbaarder
3 CRITERIA:
1. ACHTERSTANDCRITERIUM
We verdelen de bevolking en de 10% slechtste lezers hebben dyslexie.
2. HARDNEKKIGHEIDSCRITERIUM
Niet voorbijgaand (meerdere keren meten!)
Iedere lezer blijft vooruit gaan (bv. door therapie) maar de goede
lezers gaan meer vooruit dus ze blijven bij de 10% slechtste.
Didactisch resistent
Kanttekingen
Response to instruction (RTI)
Degene die extra begeleiding blijven
nodig hebben (5% zwaktste) die het
minst goed op instructie reageren ten
opzichte van anderen deze hebben
hoogstwaarschijnlijk dyslexie.
3. EXCLUSIECRITERIUM
3
, Problemen niet volledig toe te schrijven aan andere problemen (bv.
zintuiglijk tekort, onderwijs, ziekte, …)
Betekent niet dat er geen andere stoornis kan zijn (het ene mag gewoon
niet de oorzaak zijn voor het andere).
DYSLEXIE APARTE CATEGORIE?
Dyslexie is geen ‘aparte
categorie’
Wel uiteinde continuüm
DYSCALCULIE
Casus Senn
S. is 9j, zit in het vierde leerjaar. Hij is een vriendelijke en behulpzame leerling, die graag naar
school gaat. Zijn lkr merkt op dat S moeite heeft met het automatiseren vd tafels, optellen en
aftrekken over het tiental en begrijpen van eenvoudige wiskundige begrippen zoals "meer dan",
"minder dan" of "helft van". Hij telt vaak nog op zijn vingers en raakt in de war bij het overschrijden
van tientallen. Getalbegrip lijkt onvoldoende ontwikkeld. Ondanks herhaald oefenen, blijft zijn
vooruitgang beperkt. Lezen en spellen verloopt gemiddeld. Hij had in het verleden wel wat moeite
met rijmen. Hij schrijft traag en slordig, met onregelmatige letters en moeite met het tussen de
lijnen schrijven. Hij heeft moeite met knippen, veters strikken en het vasthouden van zijn pen op de
juiste manier. Zijn ouders geven aan dat S thuis veel moeite heeft met alledaagse motorische taken
zoals aankleden, zijn boekentas organiseren of bestek gebruiken. Dit alles heeft een impact op zijn
zelfvertrouwen; hij vergelijkt zichzelf vaak met klasgenoten en zegt dingen als: “Ik ben dom” of “Ik
kan het toch niet.”
Moeite met motorische taken
Hulpvraag dyscalculie?
Dyscalculie is niet het omwisselen van getallen.
Dyscalculie kan vastgesteld worden bij kinderen met een verstandelijke beperking.
Kan samen gaan, maar wel IQ-test afnemen
DEFINITIE :
Stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met
vlot/accuraat oproepen van rekenfeiten en/of het leren en vlot/accuraat
toepassen van rekenprocedures.
Uit zich op minstens één van volgende gebieden (meestal uitval op 2 of 3 gebieden):
Problemen met getallenkennis (bv. getallenrij, wat is de grootste gemene deler,
…)
Problemen met automatiseren rekenfeiten.
Problemen met onthouden en accuraat uitvoeren van rekenprocedures.
SPECIFIEKE REKENVAARDIGHEDEN :
4
INLEIDING EN OPFRISSING..............................................................................2
DYSLEXIE............................................................................................................................ 2
DYSCALCULIE....................................................................................................................... 4
AUTISMESPECTRUMSTOORNIS.................................................................................................. 6
DEVELOPMENTAL COORDINATION DISORDER (DCD)...................................................................8
EXECUTIEVE FUNCTIES...................................................................................9
HERKENNEN VAN (ZWAKKE) EXECUTIEVE FUNCTIES......................................................................9
INTERVENTIES: ONDERSTEUNEN VAN EF OP VERSCHILLENDE NIVEAUS.............................................14
AGRESSIE..................................................................................................... 17
ALGEMEEN........................................................................................................................ 17
CIRKEL (PREVENTIE-INTERVENTIE-HERSTEL)..............................................................................21
PSYCHOSOCIALE VAARDIGHEDEN..................................................................34
HERKENNEN VAN (ZWAKKE) PSYCHOSOCIALE VAARDIGHEDEN.......................................................35
INTERVENTIES: ONDERSTEUNEN VAN PSYCHOSOCIALE VAARDIGHEDEN OP VERSCHILLENDE NIVEAUS.....38
SCREENEN VAN BRUIKBAAR MATERIAAL....................................................................................39
TOEPASSINGEN................................................................................................................... 40
HANDELINGSGERICHTE ADVIEZEN DYSLEXIE EN DYSCALCULIE........................42
ADVIES GEVEN................................................................................................................... 42
FASE 0: BREDE BASISZORG................................................................................................... 42
FASE 1 (EN 2): VERHOOGDE ZORG........................................................................................45
FASE (2 EN) 3: IAC............................................................................................................ 50
AFRONDING....................................................................................................................... 51
HANDELINGSGERICHTE ADVIEZEN VANUIT CHC..............................................52
CHC-MODEL....................................................................................................................... 52
CHC EN HGA...................................................................................................................... 54
CASUSSEN......................................................................................................................... 59
BEGELEIDING PERSONEN MET ASS – HET RASTER...........................................60
WAT DOET HET RASTER........................................................................................................ 60
ASS................................................................................................................................. 62
BASISHOUDING................................................................................................................... 63
WAT IS PSYCHO-EDUCATIE.................................................................................................... 63
INTERVENTIES BIJ ASS.......................................................................................................... 67
INTERVENTIES ADHD....................................................................................67
OPFRISSING ADHD............................................................................................................... 67
INTERVENTIES.................................................................................................................... 69
NIET AANBEVOLEN INTERVENTIES........................................................................................... 77
BESLISSINGSBOOM.............................................................................................................. 78
1
,INLEIDING EN OPFRISSING.
DYSLEXIE
Casus Lotte
L. is een 15-jarige leerling uit het derde jaar van het secundair onderwijs. Ze is sociaal, creatief en
mondeling sterk, maar heeft al sinds de lagere school moeite met lezen en schrijven. Ze leest
graag, maar wel trager dan haar klasgenoten. Ze maakt veel spelfouten, vooral bij vreemde
talen. Bij begrijpend lezen verliest ze de draad wanneer de tekst lang of complex is. Ondanks haar
inzet blijven haar resultaten voor taalvakken achter. Haar leerkrachten merken ook dat L. snel
afgeleid is in de klas. Ze kan bij praktische opdrachten of discussies wel goed meedoen en toont
veel inzicht
Hulpvraag dyslexie?
WAT IS DYSLEXIE?
Geen typische fouten, wel frequenter en hardnekkiger
NIET:
Dansende lettertjes
Het omdraaien van letters (bv. b & d)
Schrijven in spiegelschrift
Achterstevoren lezen van woorden
WEL:
Traag lezen en/of veel fouten lezen
EN/OF
Veel spellingsfouten maken (frequent & hardnekkig)
DEFINITIE :
Specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door hardnekkig probleem in het
aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet
het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of
algemene verstandelijke beperking.
ANDERE MOEILIJKHEDEN:
Problemen met lezen en/of spellen
Traag lezen en/of veel fouten lezen
Veel spellingfouten maken
Zelfde problemen in vreemde talen
Hardnekkige problemen
ONTWIKKELING LEZEN:
Problemen met begrijpend lezen liggen niet aan de basis, maar kunnen gevolg
zijn.
Niet alle dyslectici hebben het moeilijk met begrijpend lezen.
BIJKOMENDE MOEILIJKHEDEN:
2
, Problemen met begrijpend lezen
Problemen met lange en meervoudige instructies
Moeilijkheden om te lezen/schrijven in een lawaaierige omgeving
Secundaire gedrags- en emotionele problemen (bv. faalangst)
Uit het hoofd leren van feiten, namen, data
Strategiebepaling uitwerken
Vreemde talen
PREVALENTIE DYSLEXIE:
Prevalentie: 5-10%
Verhouding jongens meisjes: 1,5/1 Meer? Neen, zichtbaarder
3 CRITERIA:
1. ACHTERSTANDCRITERIUM
We verdelen de bevolking en de 10% slechtste lezers hebben dyslexie.
2. HARDNEKKIGHEIDSCRITERIUM
Niet voorbijgaand (meerdere keren meten!)
Iedere lezer blijft vooruit gaan (bv. door therapie) maar de goede
lezers gaan meer vooruit dus ze blijven bij de 10% slechtste.
Didactisch resistent
Kanttekingen
Response to instruction (RTI)
Degene die extra begeleiding blijven
nodig hebben (5% zwaktste) die het
minst goed op instructie reageren ten
opzichte van anderen deze hebben
hoogstwaarschijnlijk dyslexie.
3. EXCLUSIECRITERIUM
3
, Problemen niet volledig toe te schrijven aan andere problemen (bv.
zintuiglijk tekort, onderwijs, ziekte, …)
Betekent niet dat er geen andere stoornis kan zijn (het ene mag gewoon
niet de oorzaak zijn voor het andere).
DYSLEXIE APARTE CATEGORIE?
Dyslexie is geen ‘aparte
categorie’
Wel uiteinde continuüm
DYSCALCULIE
Casus Senn
S. is 9j, zit in het vierde leerjaar. Hij is een vriendelijke en behulpzame leerling, die graag naar
school gaat. Zijn lkr merkt op dat S moeite heeft met het automatiseren vd tafels, optellen en
aftrekken over het tiental en begrijpen van eenvoudige wiskundige begrippen zoals "meer dan",
"minder dan" of "helft van". Hij telt vaak nog op zijn vingers en raakt in de war bij het overschrijden
van tientallen. Getalbegrip lijkt onvoldoende ontwikkeld. Ondanks herhaald oefenen, blijft zijn
vooruitgang beperkt. Lezen en spellen verloopt gemiddeld. Hij had in het verleden wel wat moeite
met rijmen. Hij schrijft traag en slordig, met onregelmatige letters en moeite met het tussen de
lijnen schrijven. Hij heeft moeite met knippen, veters strikken en het vasthouden van zijn pen op de
juiste manier. Zijn ouders geven aan dat S thuis veel moeite heeft met alledaagse motorische taken
zoals aankleden, zijn boekentas organiseren of bestek gebruiken. Dit alles heeft een impact op zijn
zelfvertrouwen; hij vergelijkt zichzelf vaak met klasgenoten en zegt dingen als: “Ik ben dom” of “Ik
kan het toch niet.”
Moeite met motorische taken
Hulpvraag dyscalculie?
Dyscalculie is niet het omwisselen van getallen.
Dyscalculie kan vastgesteld worden bij kinderen met een verstandelijke beperking.
Kan samen gaan, maar wel IQ-test afnemen
DEFINITIE :
Stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met
vlot/accuraat oproepen van rekenfeiten en/of het leren en vlot/accuraat
toepassen van rekenprocedures.
Uit zich op minstens één van volgende gebieden (meestal uitval op 2 of 3 gebieden):
Problemen met getallenkennis (bv. getallenrij, wat is de grootste gemene deler,
…)
Problemen met automatiseren rekenfeiten.
Problemen met onthouden en accuraat uitvoeren van rekenprocedures.
SPECIFIEKE REKENVAARDIGHEDEN :
4