virussen (Prof. Dr. Smits)
1. Inleiding
1.1. Immunotherapie
Elke therapeutische strategie met als doel het remmen of versterken van de
activiteit van het immuunsysteem voor de behandeling van ziekten.
Elke therapeutische strategie met als doel het remmen of versterken van de
activiteit van het immuunsysteem voor de behandeling van ziekten.
Immunotherapie voor auto-immuunziekten houdt doorgaans in dat de
autoreactieve immuunrespons wordt geremd.
1.2. Imuun evasion
Immuuntherapie is gebaseerd op de Hallmarks of Cancer: immunoevasie. Een cel kan
pas een tumorale cel zijn als deze kan ontsnappen aan het immuunsysteem.
A. Cellen transformeren tot een kankercel en wordt herkend door het
immuunsysteem als een cel die ontspoort. Hierdoor treed destructie/eliminatie
van de cel op.
B. Een cel in transformatie verkrijgt meer en meer mutaties waardoor een
evenwicht wordt bereikt. Het immuunsysteem probeert de tumorale cellen te
vernietigen, maar krijgt geen overmacht.
C. Het immuunsysteem is niet meer in staat het onder controle te houden, dus de
kanker zal gaan groeien
D. In gezwellen ziet men dat WBC de kankercel zullen helpen groeien. De WBC
zijn nodig om na een immuun antwoord alles tot rust te brengen, maar de
tumorale cellen zullen de WBC gaan misbruiken om zelf te kunnen groeien
E. We brengen de balans ten minste terug tot de evenwichtsfase waarin de tumor
niet verder zal groeien. Het immuunsysteem zal genoeg gestimuleerd/geactiveerd
worden om de tumor in toom te houden = immunotherapie.
1
, 1.3. Anti-tumor immuunrespons
Cytotoxische T-lymfocyten (CD8+)
geactiveerd en scheiden granzymen
en perforines uit maakt porieën in
membraan van tumorcellen waardoor
deze kan doodgaan
NK cellen kunnen dit ook doen
Bij activatie kunnen ze cytokines (INF-
g) produceren = immuunstimulerend
cytokine = positieve feedbackloop
o Alles nog verder
aangezwengeld voor een
goede anti-tumor respons
DC: communiceren tussen cellen (via
cytokines gebeurt deze
communicatie)
o Als T-cellen nog geen AG zijn
tegengekomen dan hebben ze
instructies nodig wanneer ze
actief moeten worden, NK
cellen worden actief onder
stress dus hebben deze DC niet nodig om de tumorcel te herkennen
1.4. Cancer-immunity cycle
Belangrijk dat dit goed werkt
Kankercel gaat dood opgenomen
door APC (gaan EW processen en
presenteren aan membraan als
antigenen), DC kunnen dit het beste
DC moet T-cel vinden om AG te
tonen DC migreert naar
dichtsbijzijnde lymfeknoop T-cel
moet kankercel vinden door te
migreren doorheen de bloedbaan
kankercel herkennen als iets niet
eigen doden
Consequentie: niet evident om dit in
proefbuizen na te bootsen want dit
gebeurt op verschillende plekken in
ons lichaam
1.5. Kanker immuuntherpie
Het immuunsysteem gebruiken om kanker te beheersen of te elimineren
Verschillende manieren
o Injectie van immuuneffectormoleculen (bijv. antilichamen)
o Injectie van immuuneffectorcellen (bijv. geactiveerde T-cellen of natuurlijke
killercellen)
o Het opwekken van de immuunrespons bij de patiënt (vaccinatie)
Combinatie therapieën: kankercel is slim en ontsnapt aan bepaalde behandeling,
dus nu willen ze inzetten op combinaties van therapieën slimme combinaties
maken
Kankercel in verschillende hoeken aanvallen
2
,3
, 1.6. Cellulaire immunotherapie voor de behandeling van
kanker
Elke therapeutische strategie met als doel de antitumor-immuunresponsen te
versterken door infusie (overdracht) van immuuneffector- of immuunmodulerende
cellen
o Adoptieve celtransfer
o Cellulaire antikankervaccins
Verschillende soorten kankerbehandelingen kunnen gekoppeld worden aan de
verschillende stappen in de cyclus
o Vaccines in fase 2: goede AG presentative zodat veel T-cellen geactiveerd
worden in de lymfeklieren
1.7. Therapeutische vaccins
Vaccin = AG + Adjuvant: als je bepaalde EW of peptiden toont aan het
immuunsysteem en als je dat doet in de aanwezigheid van een
immuunstimulerende stof en zo hoopt dat het immuunsysteem zal reageren
T cellen toevoegen is geen vaccin
Profylatische vaccin: geef je om een ziekte te verhinderen bv griepvaccin
Therapeutisch vaccin: kanker tegen gaan
1.8. Tumor antigenen
2 Belangrijkste categorieën
o Tumor-geassocieerde antigenen:
Antigenen die bij voorkeur of abnormaal tot expressie komen in
tumorcellen, op een bepaald niveau tot expressie in normale cellen
o Tumor-specifieke antigenen:
Antigenen worden alleen door tumorcellen tot expressie gebracht en
niet door andere cellen
Oncovirale antigenen
Tumorneo-antigenen: producten van somatische mutaties
Als je kankervaccin gaat ontwerpen, tegen wat ga je het juist richten?
Shared neoAG: immuunsysteem kan daar erg goed op reageren omdat dat nieuwe
AG zijn voor het immuunsysteem
Cancer testis AG: Goede AG omdat die bij volwassenen normaal niet vookomen
Centrale tolerantie: Wnr een baby geboren wordt zijn de T-cellen vernietigd die u
normale cellen gaat aanvallen
Allemaal zaken om mee rekening te houden
o Je wil dit in veel patiënten laten voorkomen maar ook dat dit op elke
kankercel voorkomt in die patiënt
Producten van gemuteerde oncogenen of tumorsuppressorgenen
o Oncogeenproducten: bijvoorbeeld Ras-mutatie
o Tumorsuppressor genproduct: bijv. p53-mutatie
Ongemuteerde maar overexpressieve producten van oncogenen
o Bijvoorbeeld Her2/neu (borstkanker en andere carcinomen)
Gemuteerde vormen van cellulaire genen die niet betrokken zijn bij tumorigenese
o Bijvoorbeeld verschillende gemuteerde eiwitten in melanoom die worden
herkend door cytotoxisch T Lymfocyten
Producten van genen die stil zijn in de meeste normale weefsels
o Kanker/testis-antigenen die tot expressie komen in melanomen en veel
carcinomen; normaal gesproken vooral in de testikels en placenta
Normale eiwitten overexpressief in tumorcellen
o Bijvoorbeeld tyrosinase, gp100
4