H1. Transport, mechanismen en homeostase
H1 Homeostasis
Physiologie → gaat over hoe levende organismen werken.
Pathophysiologie → de werking van levende organismen bij ziekte. (Belangrijk voor ontwikkeling
van medicijnen.)
De simpelste bouwstenen waaruit een ingewikkeld meercellig organisme ontstaan, die nog steeds alles
kunnen doen wat bij leven hoort, zijn de cellen. Als cellen zich ontwikkelen in verschillende soorten
cellen heet dat celdifferentiatie. Er zijn ruim 200 soorten cellen in een lichaam, maar deze zijn
opgedeeld in 4 hoofdcategorieën;
★ Spiercellen
○ cellen die kunnen samentrekken om beweging
mogelijk te maken, zoals bij lopen, ademen of
het kloppen van het hart.
★ Neuronen
○ cellen die informatie doorgeven in het
zenuwstelsel, door elektrische en chemische
signalen te versturen.
★ Epitheelcellen
○ cellen die de buitenkant van het lichaam en de
binnenkant van organen en holtes bekleden,
zoals de huid en de bekleding van de darmen.
■ Deze cellen nemen stoffen op of geven
ze af en beschermen het lichaam of
organen.
★ Bindweefselcellen
○ cellen die weefsels en organen ondersteunen,
verbinden of stevigheid geven, zoals in pezen,
kraakbeen en bot.
Cellen met dezelfde soort functies kunnen samenwerken om
weefsel te vormen. Er zijn 4 hoofdcategorieën van weefsels;
★ Spierweefsel
○ weefsel dat beweging mogelijk maakt door samentrekking van spiercellen.
★ Zenuwweefsel
○ weefsel dat informatie ontvangt, verwerkt en doorgeeft via neuronen.
★ Epitheelweefsel
○ weefsel dat het lichaam bedekt en organen en holtes bekleedt, zoals het huis en de
binnenkant van de darmen.
★ Bindweefsel
○ weefsel dat andere weefsels ondersteunt, verbindt of stevigheid geeft, bijvoorbeeld in
botten, pezen en vet.
De functies van de 4 groepen;
★ Spier
○ skelet → zitten aan botten vast en laten armen, benen en het lichaam bewegen.
○ hart → zitten alleen in het hart en zorgen dat het bloed door het lichaam wordt
gepompt.
, ○ gladde → zitten in de wanden van organen en buizen, zoals de darmen en bloedvaten.
★ Zenuw
○ cellen sturen signalen door het lichaam om informatie te versturen en te coördineren.
★ Epitheel
○ Deze cellen nemen stoffen op of geven ze af en beschermen het lichaam of organen.
liggen op een speciale eiwitlaag die ze ondersteunt.
★ Bindweefsel
○ houd lichaamsdelen bij elkaar en geef stevigheid.
○ Een belangrijke functie van sommige bindweefsels is het vormen van de
extracellulaire matrix rondom de cellen.
■ vormt raamwerk voor cellen
■ geeft informatie aan cellen om hun activiteit, verplaatsing, groei en
differentiatie te regelen
Organen zijn gemaakt uit 2 of meer weefsels, in een speciaal patroon en verhouding, zoals buisjes,
lagen, bundels en lijnen. Organen zijn opgebouwd uit kleine onderdelen die elk hun werk doen
(functionele eenheden). Alle organen samen vormen het orgaan systeem, die allemaal samen een
functie hebben.
Systeem Belangrijkste organen Primaire functies
Circulation (bloedvatenstelsel) Hart, bloedvaten, bloed Transport van bloed
Spijsverteringsstelsel Mond, keelholte, slokdarm, Vertering en opname van
maag, dunne en dikke darm, voedingsstoffen en water
lever, alvleesklier
Endocrien stelsel Alle klieren of organen die Regulatie en coördinatie van
(hormoonstelsel) hormonen produceren; vele lichaamsactiviteiten
hypofyse, schildklier, inclusief metabolisme,
bijschildklieren, bijnieren, reproductie, bloeddruk,
alvleesklier, eierstokken, testes, water-en elektrolytenbalans, en
en endocriene cellen in andere andere functies
organen
Immuunsysteem Witte bloedcellen en hun Bescherming tegen infectie en
organen zoals milt, thymus, ziekte, verdediging tegen
lymfeklieren ziekteverwekkers,regulatie van
lichaamstemperatuur
Integumentair stelsel (huid Huid Bescherming tegen
stelsel) verwonding en uitdroging,
regulatie van
lichaamstemperatuur
Lymfestelsel lymfevaten, lymfeklieren Verzameling van
extracellulaire vloeistoffen van
weefsels, afvoer naar blouse,
verdediging tegen infectie,
opname van vetten uit het
spijsverteringskanaal
, Zenuwstelsel Hersenen, ruggenmerg, Regulatie en coördinatie van
perifere zenuwen en veel activiteiten van het
zintuigorganen lichaam; detectie van
veranderingen in omgeving en
reactie daarop; vorming van
bewuste gedachten en
herringener
Voortplantingsstelsel Mannelijk: testes, penis en Mannelijk: productie van
bijhorende klieren en kanalen sperma, overdracht naar
Vrouwen: eierstokken, vrouwelijk
eileiders, baarmoeder, vagina, voortplantingskanaal
melkklieren Vrouwelijk: productie van
eicellen, voeding van
embryo/fetus tot geboorte,
melkproductie
Ademhalingsstelsel Neus, keelholte, strottenhoofd, Uitwisseling van
luchtpijp, bronchiën en, longen koolstofdioxide en zuurstof,
regulatie van zuurgraad in het
bloed
Urinaire stelsel (urinewegen) Nieren, urineleiders, blaas, Regulatie van plasma
urethra compositie door controleerde
uitscheiding van ionen, water
en organische afvalstoffen
Het lichaam bestaat voor een deel aan lichaamsvloeistoffen. Deze vloeistof is aanwezig in en rondom
de cellen. Dit heet de interne omgeving. Deze vloeistof bestaat uit 2 onderdelen;
★ Intracellulaire vloeistof
○ is de vloeistof die zich binnen alle cellen van het lichaam bevindt en ongeveer 67%
van al het water in het lichaam uitmaakt.
★ Plasma
○ is het vloeibare deel van het bloed waarin de bloedcellen zweven en het maakt
ongeveer 7% van het totale lichaamswater uit.
★ Interstitiële vloeistof
○ is de vloeistof die rondom en tussen de cellen ligt en ongeveer 26% van het totale
lichaamswater uitmaakt.
De plasma en interstitiële vloeistof zijn samen de extracellulaire vloeistof. Water is ongeveer 55 tot 60
procent van het lichaams gewicht. Het verschil in vloeistof rond en in de cellen laat zien hoe goed de
scheidende lagen werken.
Homeostasis is het behouden van de stabiele interne omgeving van het lichaam, zonder de
veranderingen buiten het lichaam. Dit idee is bedacht door Claude Bernard en werdt uitgevoerd door
Walter Cannon. De interne omgeving bestaat uit de extrecellulaire vloeistoffen. Hemeostasis is een
bewegend proces, er is sprake van een dynamisch evenwicht: waarden in het lichaam. De
schommelingen van die waardes vormen dynamische constancy. Wanneer een variabele verstoord
raakt kunnen andere variabelen compenseren om het evenwicht te herstellen, als dit niet lukt wordt
iemand ziek.
H1 Homeostasis
Physiologie → gaat over hoe levende organismen werken.
Pathophysiologie → de werking van levende organismen bij ziekte. (Belangrijk voor ontwikkeling
van medicijnen.)
De simpelste bouwstenen waaruit een ingewikkeld meercellig organisme ontstaan, die nog steeds alles
kunnen doen wat bij leven hoort, zijn de cellen. Als cellen zich ontwikkelen in verschillende soorten
cellen heet dat celdifferentiatie. Er zijn ruim 200 soorten cellen in een lichaam, maar deze zijn
opgedeeld in 4 hoofdcategorieën;
★ Spiercellen
○ cellen die kunnen samentrekken om beweging
mogelijk te maken, zoals bij lopen, ademen of
het kloppen van het hart.
★ Neuronen
○ cellen die informatie doorgeven in het
zenuwstelsel, door elektrische en chemische
signalen te versturen.
★ Epitheelcellen
○ cellen die de buitenkant van het lichaam en de
binnenkant van organen en holtes bekleden,
zoals de huid en de bekleding van de darmen.
■ Deze cellen nemen stoffen op of geven
ze af en beschermen het lichaam of
organen.
★ Bindweefselcellen
○ cellen die weefsels en organen ondersteunen,
verbinden of stevigheid geven, zoals in pezen,
kraakbeen en bot.
Cellen met dezelfde soort functies kunnen samenwerken om
weefsel te vormen. Er zijn 4 hoofdcategorieën van weefsels;
★ Spierweefsel
○ weefsel dat beweging mogelijk maakt door samentrekking van spiercellen.
★ Zenuwweefsel
○ weefsel dat informatie ontvangt, verwerkt en doorgeeft via neuronen.
★ Epitheelweefsel
○ weefsel dat het lichaam bedekt en organen en holtes bekleedt, zoals het huis en de
binnenkant van de darmen.
★ Bindweefsel
○ weefsel dat andere weefsels ondersteunt, verbindt of stevigheid geeft, bijvoorbeeld in
botten, pezen en vet.
De functies van de 4 groepen;
★ Spier
○ skelet → zitten aan botten vast en laten armen, benen en het lichaam bewegen.
○ hart → zitten alleen in het hart en zorgen dat het bloed door het lichaam wordt
gepompt.
, ○ gladde → zitten in de wanden van organen en buizen, zoals de darmen en bloedvaten.
★ Zenuw
○ cellen sturen signalen door het lichaam om informatie te versturen en te coördineren.
★ Epitheel
○ Deze cellen nemen stoffen op of geven ze af en beschermen het lichaam of organen.
liggen op een speciale eiwitlaag die ze ondersteunt.
★ Bindweefsel
○ houd lichaamsdelen bij elkaar en geef stevigheid.
○ Een belangrijke functie van sommige bindweefsels is het vormen van de
extracellulaire matrix rondom de cellen.
■ vormt raamwerk voor cellen
■ geeft informatie aan cellen om hun activiteit, verplaatsing, groei en
differentiatie te regelen
Organen zijn gemaakt uit 2 of meer weefsels, in een speciaal patroon en verhouding, zoals buisjes,
lagen, bundels en lijnen. Organen zijn opgebouwd uit kleine onderdelen die elk hun werk doen
(functionele eenheden). Alle organen samen vormen het orgaan systeem, die allemaal samen een
functie hebben.
Systeem Belangrijkste organen Primaire functies
Circulation (bloedvatenstelsel) Hart, bloedvaten, bloed Transport van bloed
Spijsverteringsstelsel Mond, keelholte, slokdarm, Vertering en opname van
maag, dunne en dikke darm, voedingsstoffen en water
lever, alvleesklier
Endocrien stelsel Alle klieren of organen die Regulatie en coördinatie van
(hormoonstelsel) hormonen produceren; vele lichaamsactiviteiten
hypofyse, schildklier, inclusief metabolisme,
bijschildklieren, bijnieren, reproductie, bloeddruk,
alvleesklier, eierstokken, testes, water-en elektrolytenbalans, en
en endocriene cellen in andere andere functies
organen
Immuunsysteem Witte bloedcellen en hun Bescherming tegen infectie en
organen zoals milt, thymus, ziekte, verdediging tegen
lymfeklieren ziekteverwekkers,regulatie van
lichaamstemperatuur
Integumentair stelsel (huid Huid Bescherming tegen
stelsel) verwonding en uitdroging,
regulatie van
lichaamstemperatuur
Lymfestelsel lymfevaten, lymfeklieren Verzameling van
extracellulaire vloeistoffen van
weefsels, afvoer naar blouse,
verdediging tegen infectie,
opname van vetten uit het
spijsverteringskanaal
, Zenuwstelsel Hersenen, ruggenmerg, Regulatie en coördinatie van
perifere zenuwen en veel activiteiten van het
zintuigorganen lichaam; detectie van
veranderingen in omgeving en
reactie daarop; vorming van
bewuste gedachten en
herringener
Voortplantingsstelsel Mannelijk: testes, penis en Mannelijk: productie van
bijhorende klieren en kanalen sperma, overdracht naar
Vrouwen: eierstokken, vrouwelijk
eileiders, baarmoeder, vagina, voortplantingskanaal
melkklieren Vrouwelijk: productie van
eicellen, voeding van
embryo/fetus tot geboorte,
melkproductie
Ademhalingsstelsel Neus, keelholte, strottenhoofd, Uitwisseling van
luchtpijp, bronchiën en, longen koolstofdioxide en zuurstof,
regulatie van zuurgraad in het
bloed
Urinaire stelsel (urinewegen) Nieren, urineleiders, blaas, Regulatie van plasma
urethra compositie door controleerde
uitscheiding van ionen, water
en organische afvalstoffen
Het lichaam bestaat voor een deel aan lichaamsvloeistoffen. Deze vloeistof is aanwezig in en rondom
de cellen. Dit heet de interne omgeving. Deze vloeistof bestaat uit 2 onderdelen;
★ Intracellulaire vloeistof
○ is de vloeistof die zich binnen alle cellen van het lichaam bevindt en ongeveer 67%
van al het water in het lichaam uitmaakt.
★ Plasma
○ is het vloeibare deel van het bloed waarin de bloedcellen zweven en het maakt
ongeveer 7% van het totale lichaamswater uit.
★ Interstitiële vloeistof
○ is de vloeistof die rondom en tussen de cellen ligt en ongeveer 26% van het totale
lichaamswater uitmaakt.
De plasma en interstitiële vloeistof zijn samen de extracellulaire vloeistof. Water is ongeveer 55 tot 60
procent van het lichaams gewicht. Het verschil in vloeistof rond en in de cellen laat zien hoe goed de
scheidende lagen werken.
Homeostasis is het behouden van de stabiele interne omgeving van het lichaam, zonder de
veranderingen buiten het lichaam. Dit idee is bedacht door Claude Bernard en werdt uitgevoerd door
Walter Cannon. De interne omgeving bestaat uit de extrecellulaire vloeistoffen. Hemeostasis is een
bewegend proces, er is sprake van een dynamisch evenwicht: waarden in het lichaam. De
schommelingen van die waardes vormen dynamische constancy. Wanneer een variabele verstoord
raakt kunnen andere variabelen compenseren om het evenwicht te herstellen, als dit niet lukt wordt
iemand ziek.