Literatuur Forensische Psychiatrie
Inleiding: de relevantie van een psychische stoornis voor het
recht
Van belang omdat:
1. Voor civiele recht: omdat het de handelingsbekwaamheid van
betrokkene om bepaalde beslissingen te nemen, aantast.
a. Arbeidsrecht: (gedeeltelijke) onbekwaamheid om te werken
(arbeidsongeschiktheid) op basis van een psychische stoornis
b. Strafrecht: is betrokkene in staat te beslissen dat hij geen
advocaat nodig heeft?
2. Kan ook relevant zijn voor aansprakelijkheid in verschillende
rechtsgebieden
a. Letselschade kan bestaan uit het ‘oplopen van een psychische
stoornis’
3. Gevaarlijkheid:
a. Op basis daarvan kan gedwongen zorg worden opgelegd in
ggz of jeugdbescherming
b. Vaststelling van gevaarcriterium is nodig voor bepaalde
sancties die naar zorg leiden (zoals tbs).
Gedragsdeskundigen kunnen in dit soort gevallen gevraagd worden
om rechter voor te lichten. op terrein van strafrecht: psychiaters,
psychologen en orthopedagogen.
o In forensisch psychiatrisch veld: Pro Justitia-onderzoek
voornamelijk onderzoek ter behoeve van de strafrechtelijke
berechting dan wel sanctietoemeting.
Historische en internationale context
De geschiedenis van de dialoog tussen recht en gedragskunde kenmerkt
zich door een gedeelde gerichtheid op het individuele geval
Maakt gedragskundige tot graag geziene gasten in rechtszaal
Maar ook: competentiestrijd over wie beslissingen moet nemen.
In de loop va 19e eeuw: eerste Pro Justitia rapportages. hangt samen
met bloei wetenschap en verfijning diagnostiek + opkomst
ontvankelijkheid strafrecht voor gedragskundige inbreng en opkomst
Moderne Richting.
Verfijning diagnostiek: ontwikkelde leer der monomanieën
(pyromanie, kleptomanie en moordmanie)
Vanuit rechtsgeleerdheid met meer scepsis bekeken: ‘de medische
wetenschap komt den misdadiger ten hulp, en springt hem met een
dosis psychische afwijkingen bij’
o Omdat het geen gevallen van algemene razernij betroffen zijn
ze niet makkelijk te stimuleren en minder goed door leek te
herkennen. leidde ertoe dat meer medici bij het recht
werden betrokken
,Tweede helft 19e eeuw: ontwikkeling monomanie ‘psychopathie’ (stond
toen voor grensgevallen tussen normaliteit en krankzinnigheid).
Bloei deterministisch denken maakte weg vrij voor sociologische,
biologische en psychische oorzaken van misdaad. leidde tot opkomst
Moderne Richting in strafrecht en voor bloei van forensische psychiatrie.
Strafrecht nog Klassieke Richting (vrije wil, verantwoordelijkheid en
proportionele schuldvergelding) daarbij juist toerekeningsvatbaar van
belang, dus ontstaan forensisch psychiatrie daaraan te danken.
Nieuwe Richting:
Aandachtspunt naast vergelding: beschermen van maatschappij
tegen delict gevaarlijke individuen.
Aandacht van daad naar dader
Hierdoor wilde rechter voorgelicht worden over dader als individu
leidde tot toename van vraag naar forensisch psychiatrische
rapportages.
1928: invoering Psychopathenwetten de terbeschikkingstelling voor
deze doelgroep werd van kracht, waarbij voor oplegging van deze
maatregel vaak gedragsdeskundig advies werd uitgebracht (pas verplicht
in 1988)
Vanaf de jaren 50: ontwikkeling sociale psychiatrie waarbij naast
individuele ook maatschappelijke factoren rollen krijgen bij ontstaan of
voortduren van psychiatrische stoornis. Vanaf jaren 70: systeemtherapie
toegevoegd (gestoord) gedrag van een individu wordt gerelateerd aan
gedrag van anderen waarmee een gezins- of partnerrelatie bestaat.
1988: vereiste dat voor het opleggen van tbs-maatregel of een plaatsing in
psychiatrisch ziekenhuis een rapportage van psychiater en andere
gedragsdeskundige is vereist.
Kritiek op kwaliteit van rapportages en eenheid in wijze van rapporteren:
1. Verschillende arrondissementen formuleerden een eigen
vraagstelling
2. Lange tijd geen consensus binnen psychiatrie over criteria waaraan
moest worden voldaan om een specifieke stoornis te kunnen
vaststellen.
a. Lange tijd domineerde het psychoanalytische referentiekader
i. Maar: de subjectieve opvattingen bij opstellen
diagnostische hypothesen spelen grote rol, waardoor de
bevindingen vaak niet gedeeld werden door andere
deskundige
3. Kritiek kwaliteit:
a. Bestond lange tijd geen specifieke opleiding voor
gedragskundige rapporteurs
DSM-III criteria gesteld om specifieke stoornis vast te stellen (nadruk
op observeerbare symptomen)
,Onvrede met kwaliteit en gerechtelijke dwaling leidde tot:
Invoering Wet deskundigen in strafzaken
Doelstelling: verhogen kwaliteit van deskundige in strafzaken om zo
bij te dragen aan de materiele waarheidsvinding daarmee
vertrouwen in rechtspraak versterken.
Internationale context
In Nederland: (gematigd) inquisitoir = rechter treedt op als onderzoeker en
beslisser.
‘Adversair’: partijen in conflict (verdachte plus verdediging versus
openbaar aanklager) zijn leidend in het proces
Rechter meer soort scheidsrechter
Gedragskundige worden ingehuurd door partijen en krijgen te maken
met ‘battle of experts’
o Onafhankelijke positie van deskundige kan onder druk komen
te staan.
Internationaal is er geen vergelijkbaar systeem als NRGD. bestaan in
sommige landen wel register met deskundigen maar beoordeling van
kwaliteit door vakgenoten is geen voorwaarde. oordeel of beoogd
deskundige ook daadwerkelijk deskundig is op het terrein ligt volledig bij
de rechter.
In Nederland wordt er door de HR eisen gesteld aan
deskundigenverklaringen op het terrein van:
1. De kennis en vakkundigheid van de persoon van de deskundige
2. De kwantiteit en kwaliteit van de gegevens waar het onderzoek op is
gebaseerd en de wijze waarop deze is verzameld
3. De betrouwbaarheid en validiteit van de toegepaste methode
4. De wijze waarop de methode door de deskundige op de verkregen
informatie in de voorliggende zaak is toegepast.
Inhoud van de rapportage Pro Justitia
Standaardvraagstelling Pro Justitia:
Was er ten tijde van de tenlastelegging sprake van een psychische
stoornis?
Op welke wijze en in welke mate (van toerekeningsvatbaarheid)
heeft een mogelijk aanwezige stoornis het delicieuze gedrag
beïnvloed?
Wat is het risico op recidive?
Welke behandelinterventies zouden het recidiverisico kunnen
verminderen?
Binnen welke juridisch kader kunnen deze interventies worden
toegepast?
Psychische stoornis in strafrechtelijke zin
, In Wetboek van Strafrecht en BOPZ: ‘een gebrekkige ontwikkeling of
ziekelijke stoornis van de geestesvermogens’.
Juridisch criterium dat niet aansloot bij gedragskundig jargon
o Uitgedrukt dat vaststelling ervan aan de rechter is,
gedragskundige adviseert alleen
o Zo ruim mogelijk: om geen hoge drempel op te werpen in het
geval de bescherming van de samenleving dit vereist.
o Juridisch stoornisconcept is dus breder dan classificaties in
DSM
BOPZ: wetgever heeft definitie zo toegelicht dat het gaat om
aanlegstoornissen met voornamelijk een biologische oorsprong
(gebrekkige ontwikkeling) versus geestesvermogens die na een
kortere of langere periode van ontwikkeling tijdelijk of blijvend
gestoord raken. persoonlijkheidsstoornissen expliciet uitgesloten
terwijl deze juist als specifieke doelgroep voor tbs werden
beschouwd waarvoor dezelfde definitie van stoornis geldt.
Nieboer: definitie in de wet is ‘onduidelijk, psychiatrisch niet hanteerbaar
en juridisch irrelevant, het is een symptoom van gebrekkige ontwikkeling
in de wetstechniek, als geeft het gelukkig geen aanleiding tot storing in de
strafrechtspleging’.
De stoornis hoeft niet te worden aangetoond, maar moet
aannemelijk zijn. het onderzoek dat de gedragsdeskundige doet is
‘vormvrij’.
Verdachte die weigeren mee te werken: door observatie kan een
stoornis is psychische functies ook aan het licht treden. Ook kunnen
beperkingen in sociaal functioneren worden onderzocht aan de hand
van informatie van familie of werkgever. (geen toestemming
verdachte nodig)
o Zo kan soms zonder medewerking een stoornis worden
vastgesteld.
Ten tijde van het delict: retrospectief onderzoek
Uitgangspunt bij beantwoorden van vragen is de tenlastelegging:
Er kan subsidiair iets worden ten laste gelegd (moord subsidiair
doodslag)
o Pleegdatum hetzelfde?
Beantwoording van vragen of sprake is van psychische
stoornis hetzelfde
Bij beantwoording van vragen naar relatie tussen
stoornis en delict gedrag, recidiverisico en
behandelinterventies kan per afzonderlijk ten laste
gelegde feit verschillen.
Het vaststellen van een psychiatrische stoornis ten tijde van het
delict gebeurd retrospectief
o Onderzoek gedragskundige vindt vaak plaats lang na datum
van ten laste gelegde feit
Inleiding: de relevantie van een psychische stoornis voor het
recht
Van belang omdat:
1. Voor civiele recht: omdat het de handelingsbekwaamheid van
betrokkene om bepaalde beslissingen te nemen, aantast.
a. Arbeidsrecht: (gedeeltelijke) onbekwaamheid om te werken
(arbeidsongeschiktheid) op basis van een psychische stoornis
b. Strafrecht: is betrokkene in staat te beslissen dat hij geen
advocaat nodig heeft?
2. Kan ook relevant zijn voor aansprakelijkheid in verschillende
rechtsgebieden
a. Letselschade kan bestaan uit het ‘oplopen van een psychische
stoornis’
3. Gevaarlijkheid:
a. Op basis daarvan kan gedwongen zorg worden opgelegd in
ggz of jeugdbescherming
b. Vaststelling van gevaarcriterium is nodig voor bepaalde
sancties die naar zorg leiden (zoals tbs).
Gedragsdeskundigen kunnen in dit soort gevallen gevraagd worden
om rechter voor te lichten. op terrein van strafrecht: psychiaters,
psychologen en orthopedagogen.
o In forensisch psychiatrisch veld: Pro Justitia-onderzoek
voornamelijk onderzoek ter behoeve van de strafrechtelijke
berechting dan wel sanctietoemeting.
Historische en internationale context
De geschiedenis van de dialoog tussen recht en gedragskunde kenmerkt
zich door een gedeelde gerichtheid op het individuele geval
Maakt gedragskundige tot graag geziene gasten in rechtszaal
Maar ook: competentiestrijd over wie beslissingen moet nemen.
In de loop va 19e eeuw: eerste Pro Justitia rapportages. hangt samen
met bloei wetenschap en verfijning diagnostiek + opkomst
ontvankelijkheid strafrecht voor gedragskundige inbreng en opkomst
Moderne Richting.
Verfijning diagnostiek: ontwikkelde leer der monomanieën
(pyromanie, kleptomanie en moordmanie)
Vanuit rechtsgeleerdheid met meer scepsis bekeken: ‘de medische
wetenschap komt den misdadiger ten hulp, en springt hem met een
dosis psychische afwijkingen bij’
o Omdat het geen gevallen van algemene razernij betroffen zijn
ze niet makkelijk te stimuleren en minder goed door leek te
herkennen. leidde ertoe dat meer medici bij het recht
werden betrokken
,Tweede helft 19e eeuw: ontwikkeling monomanie ‘psychopathie’ (stond
toen voor grensgevallen tussen normaliteit en krankzinnigheid).
Bloei deterministisch denken maakte weg vrij voor sociologische,
biologische en psychische oorzaken van misdaad. leidde tot opkomst
Moderne Richting in strafrecht en voor bloei van forensische psychiatrie.
Strafrecht nog Klassieke Richting (vrije wil, verantwoordelijkheid en
proportionele schuldvergelding) daarbij juist toerekeningsvatbaar van
belang, dus ontstaan forensisch psychiatrie daaraan te danken.
Nieuwe Richting:
Aandachtspunt naast vergelding: beschermen van maatschappij
tegen delict gevaarlijke individuen.
Aandacht van daad naar dader
Hierdoor wilde rechter voorgelicht worden over dader als individu
leidde tot toename van vraag naar forensisch psychiatrische
rapportages.
1928: invoering Psychopathenwetten de terbeschikkingstelling voor
deze doelgroep werd van kracht, waarbij voor oplegging van deze
maatregel vaak gedragsdeskundig advies werd uitgebracht (pas verplicht
in 1988)
Vanaf de jaren 50: ontwikkeling sociale psychiatrie waarbij naast
individuele ook maatschappelijke factoren rollen krijgen bij ontstaan of
voortduren van psychiatrische stoornis. Vanaf jaren 70: systeemtherapie
toegevoegd (gestoord) gedrag van een individu wordt gerelateerd aan
gedrag van anderen waarmee een gezins- of partnerrelatie bestaat.
1988: vereiste dat voor het opleggen van tbs-maatregel of een plaatsing in
psychiatrisch ziekenhuis een rapportage van psychiater en andere
gedragsdeskundige is vereist.
Kritiek op kwaliteit van rapportages en eenheid in wijze van rapporteren:
1. Verschillende arrondissementen formuleerden een eigen
vraagstelling
2. Lange tijd geen consensus binnen psychiatrie over criteria waaraan
moest worden voldaan om een specifieke stoornis te kunnen
vaststellen.
a. Lange tijd domineerde het psychoanalytische referentiekader
i. Maar: de subjectieve opvattingen bij opstellen
diagnostische hypothesen spelen grote rol, waardoor de
bevindingen vaak niet gedeeld werden door andere
deskundige
3. Kritiek kwaliteit:
a. Bestond lange tijd geen specifieke opleiding voor
gedragskundige rapporteurs
DSM-III criteria gesteld om specifieke stoornis vast te stellen (nadruk
op observeerbare symptomen)
,Onvrede met kwaliteit en gerechtelijke dwaling leidde tot:
Invoering Wet deskundigen in strafzaken
Doelstelling: verhogen kwaliteit van deskundige in strafzaken om zo
bij te dragen aan de materiele waarheidsvinding daarmee
vertrouwen in rechtspraak versterken.
Internationale context
In Nederland: (gematigd) inquisitoir = rechter treedt op als onderzoeker en
beslisser.
‘Adversair’: partijen in conflict (verdachte plus verdediging versus
openbaar aanklager) zijn leidend in het proces
Rechter meer soort scheidsrechter
Gedragskundige worden ingehuurd door partijen en krijgen te maken
met ‘battle of experts’
o Onafhankelijke positie van deskundige kan onder druk komen
te staan.
Internationaal is er geen vergelijkbaar systeem als NRGD. bestaan in
sommige landen wel register met deskundigen maar beoordeling van
kwaliteit door vakgenoten is geen voorwaarde. oordeel of beoogd
deskundige ook daadwerkelijk deskundig is op het terrein ligt volledig bij
de rechter.
In Nederland wordt er door de HR eisen gesteld aan
deskundigenverklaringen op het terrein van:
1. De kennis en vakkundigheid van de persoon van de deskundige
2. De kwantiteit en kwaliteit van de gegevens waar het onderzoek op is
gebaseerd en de wijze waarop deze is verzameld
3. De betrouwbaarheid en validiteit van de toegepaste methode
4. De wijze waarop de methode door de deskundige op de verkregen
informatie in de voorliggende zaak is toegepast.
Inhoud van de rapportage Pro Justitia
Standaardvraagstelling Pro Justitia:
Was er ten tijde van de tenlastelegging sprake van een psychische
stoornis?
Op welke wijze en in welke mate (van toerekeningsvatbaarheid)
heeft een mogelijk aanwezige stoornis het delicieuze gedrag
beïnvloed?
Wat is het risico op recidive?
Welke behandelinterventies zouden het recidiverisico kunnen
verminderen?
Binnen welke juridisch kader kunnen deze interventies worden
toegepast?
Psychische stoornis in strafrechtelijke zin
, In Wetboek van Strafrecht en BOPZ: ‘een gebrekkige ontwikkeling of
ziekelijke stoornis van de geestesvermogens’.
Juridisch criterium dat niet aansloot bij gedragskundig jargon
o Uitgedrukt dat vaststelling ervan aan de rechter is,
gedragskundige adviseert alleen
o Zo ruim mogelijk: om geen hoge drempel op te werpen in het
geval de bescherming van de samenleving dit vereist.
o Juridisch stoornisconcept is dus breder dan classificaties in
DSM
BOPZ: wetgever heeft definitie zo toegelicht dat het gaat om
aanlegstoornissen met voornamelijk een biologische oorsprong
(gebrekkige ontwikkeling) versus geestesvermogens die na een
kortere of langere periode van ontwikkeling tijdelijk of blijvend
gestoord raken. persoonlijkheidsstoornissen expliciet uitgesloten
terwijl deze juist als specifieke doelgroep voor tbs werden
beschouwd waarvoor dezelfde definitie van stoornis geldt.
Nieboer: definitie in de wet is ‘onduidelijk, psychiatrisch niet hanteerbaar
en juridisch irrelevant, het is een symptoom van gebrekkige ontwikkeling
in de wetstechniek, als geeft het gelukkig geen aanleiding tot storing in de
strafrechtspleging’.
De stoornis hoeft niet te worden aangetoond, maar moet
aannemelijk zijn. het onderzoek dat de gedragsdeskundige doet is
‘vormvrij’.
Verdachte die weigeren mee te werken: door observatie kan een
stoornis is psychische functies ook aan het licht treden. Ook kunnen
beperkingen in sociaal functioneren worden onderzocht aan de hand
van informatie van familie of werkgever. (geen toestemming
verdachte nodig)
o Zo kan soms zonder medewerking een stoornis worden
vastgesteld.
Ten tijde van het delict: retrospectief onderzoek
Uitgangspunt bij beantwoorden van vragen is de tenlastelegging:
Er kan subsidiair iets worden ten laste gelegd (moord subsidiair
doodslag)
o Pleegdatum hetzelfde?
Beantwoording van vragen of sprake is van psychische
stoornis hetzelfde
Bij beantwoording van vragen naar relatie tussen
stoornis en delict gedrag, recidiverisico en
behandelinterventies kan per afzonderlijk ten laste
gelegde feit verschillen.
Het vaststellen van een psychiatrische stoornis ten tijde van het
delict gebeurd retrospectief
o Onderzoek gedragskundige vindt vaak plaats lang na datum
van ten laste gelegde feit