INLEIDENDE LES
Wat is communicatiewetenschappen?
- Wetenschappelijke studie van relatie tussen media of communicatieprocessen en de
samenleving
- Met een jong veld te maken à vanaf jaren 70 en 2000 dan dit begint te groeien
- Jong maar heel breed en divers veld (fragmentation) + interdisciplinaire invloeden
Doelstellingen van cursus
- Overzicht van en kennismaking met brede en steeds evoluerende veld
o Global box oGice à drastisch in elkaar gevallen door corona à heel veel zaken
verplaatst naar de media
§ Tiktok is ook heel populair geworden door corona omdat jongeren zich
waagde aan het platform – 83 minuten per dag
- Hedendaagse belang van communicatiewetenschappen
o Rol van media in maatschappelijk leven
§ Communicatiewetenschappen, politicologie, sociologie, economie,
psychologie….
1
, HOOFDSTUK 1: BOUWSTENEN
Inleiding
Bij lego krijg je een set van stenen waarmee je verschillende zaken kan bouwen. Je kan bv met
dezelfde blokken 3 verschillende voertuigen maken
Alles kan je vergelijken met lego. In je les krijg je lego blokken mee (concepten) en daarmee kan
je bouwen. We bouwen aan een model, een model om bepaalde representatie te krijgen van wat
communicatie kan zijn. Dat huis of voertuigen zal niet altijd hetzelfde zijn. Sommigen gebruiken
bepaalde blokken, meer prominenter of bepaalde niet.
Teken en betekenisvol communiceren
Kernvraag: hoe ontstaat betekenis? We willen betekenisvol communiceren met elkaar, geen
interactie van losse woorden.
- Bv geboortejaar 1981 à we spreken dat anders uit: duizendhonderdenentachtig of
negentienhonderdenentachtig. Bij het tweede denk je meteen aan een geboortedatum
Signifiant à materiële vorm waarin een teken vorm kan krijgen = uitspraak
Basisconcepten
Semiotiek: overkoepelend veld
Semiotiek mag je zien als de leer van tekens, hoe tekens functioneren met elkaar. Hoe betekenis
gecreëerd wordt
- Drie centrale domeinen
o De tekens zelf en hun indeling in soorten
o De codes of systemen waarbinnen de tekens georganiseerd zijn
o De brede cultuur waarbinnen de tekens en codes opereren
- Bestaat uit verschillende onderdelen/subdisciplines
o Fonologie = mensen kijken naar de allerkleinste eenheden, klanken die je
uitspreekt
o Syntaxis = vooral interesse hoe dat die kleine elementen gestructureerd zijn
o Semantiek!!! = relatie tussen teken en betekenis van het teken naar waar men
verwijst
o Pragmatiek = relatie tussen betekenis en tekengebruiker
- Voorbeeld
o Stel je hebt een tv gids. Hoe kijken verschillende mensen hier naartoe
§ Fonoloog à hoe spreken we bepaalde zaken uit. Bv je spreekt play vier uit
en niet play four
§ Syntax à geïnteresseerd hoe al die tekenen zich verhouden tot elkaar, is
er een patroon. Ja er is een chronologie, patronen
§ Semantiek à je gebruikt 1 en dat is niet naar het cijfer, maar naar de
omroep
2
, § Pragmatiek à is dit gebruiksvriendelijk? Kan je hier makkelijk mee aan de
slag gaan
- Relatie tussen teken en betekenis? Mogelijke lagen
o Intensie ó extensie
§ Intensie = geheel van criteria die van toepassing kan zijn op een
bepaald object. Welke kenmerken moeten er zijn zodat je de term of
teken kan toepassen op de zaken
§ Extensie = klasse van zaken waarop die term correct is toegepast
§ Voorbeeld: romantische teken = term à wat is het geheel van criteria dat
maakt dat je de term correct kan toepassen op het object waarover je
spreekt: romantiek, liefdesverhaal, happy end, komische taferelen.
Extensie verwijst naar de zaken die correct passen
§ è Bron van miscommunicatie: jouw extensie kan al helemaal anders zijn
dan die van je vriend of vriendin. Jij ziet dingen anders dan andere
personen
Teken
Eerste onderscheid (Saussure)
- Betekenaar = signifiant à bv stoel, foto, schrift, uitspraak, tekening…: materiële drager
van betekenis die naar een bepaald object verwijst
- Betekende = signifié à het begrip waar al die verschillende signifiants naar toe verwijzen
o Bv stoel = object bestaat uit vier poten, een rugvlak en zitvlak en je kan er op
zitten
- Relatie tussen die twee is arbitrair à op basis van toeval
o Vijftig km iets verder hier vandaan heb je een andere signifiant voor hetzelfde
object bv chaise
- Voorbeeld:
o Wat is signifiant en de signifie
§ Horizontale lijnen, la, bolletje met een lijntje… à signifiant
§ Muzieknoot La à signifié
Verwijzen naar een fysiek object à referent (niet alle tekens hebben dat)
- We kunnen perfect spreken met elkaar over een stoel of auto zonder dat er een auto of
stoel moet zijn
Nog een laagje dieper dan kunnen we ook spreken over verschillende niveaus van betekenis.
Er kan variantie in betekenis zitten à significantie (Roland Barthes)
- 1ste niveau: primaire niveau à denotatie = universele definitie dat voor iedereen
hetzelfde is = signifié
- 2de niveau: secundaire niveau à connotatie, hangt samen met specifieke (fysieke)
verschijningsvorm van de betekenaar (signifiant), bijbetekenis
o Evaluatie lading à positief of negatief
o Referentiële lading à afhankelijk van persoon tot persoon, context, tijd…
3
, - Voorbeeld: stel je tekent een Jodenster op het bord. De denotatie
verwijst naar het joodse volk. Stel dat de materiële tekenvorm met
een witte achtergrond en blauwe vlag dat de connotatie het land
zelf is. Bij de joodse ster op de slide is de connotatie veel negatiever
- Examenvraag: termen van vegan en vegetarisch worden niet meer
gebruikt door Vlaamse overheid. Ze willen praten over plantaardig
want dat levert positievere connotaties op dan vegan of vegetarisch. Connotatie is hier
correct gebruikt omdat je ziet dat we op het tweede niveau zitten van bijbetekenissen.
Vegetarisch associëren met saai, vegan met hipie. Je ziet dat dit niet de standaard
definitie is.
Beck et al voegen nog een derde betkeenisniveau toe, zijnde het dieperliggende en vaak
verschilen niveau van ideologie. Dit niveau verwijst naar de verschillende manieren waarop de
samenleving – of toch zij die de maatschappij controleren – de betekenis van communicatie
boodschappen en media stuurt en organiseert. Berthes zelf zal dit niveau linken aan het concept
van mythe, wat omgeschreven wordt als pre-existing and value-laden sets of ideas derives from
the culture and transmitted by communication.
Tekensystemen
Gaat kijken naar het systematisch aspect, hoe zijn tekens met elkaar georganiseerd. Wat zijn de
relaties tussen verschillende tekens
Peirce
We starten met een representamen. Kijken naar een relatie tussen teken en object naar waar het
wijst. Dit is het meest determinerend voor de betekenis en dat creëert voor de tekengebruiker
een mentaal concept
- Bv school à typisch gebouw: zal eventueel bepaalde gevoelens bij je oproepen
- Interpretant = extra betekenis die gecreëerd wordt bij de gebruiker van een bepaald
teken. Dat kan dezelfde betekenis hebben zoals de signifié
Voorbeeld: teken = student dus signifiant is student of combinatie van tekens die je ziet staat.
Signifié is iemand die studeert aan een hogere school. Voor Peirce is de relatie heel belangrijk
tussen teken en object (kan student zijn). Dan is het belangrijk om een
tekengebruiker te bekijken. Als je ervaring heel positief zijn dan zal de interpretant
voor u zijn: veel vrienden maken, goede sfeer. Een andere tekengebruiker kan een
oude vrouw zijn die woont bij de overpoot die altijd kots voor haar deur vindt
waardoor zij negatieve gevoelens zal krijgen bij het woord student.
De Saussure
≠ Peirce à de Saussure vindt het irrelevant dat er een object is. Hij gaat er vooral van uit dat we
over vanalles kunnen babbelen zonder dat dat object hier aanwezig moet zijn. Hij zegt dat
betekenis wordt gecreëerd door de onderlinge relatie tussen bepaalde tekens. Een bepaald
teken kan betekenis halen uit het feit dat het iets niet is en wat een ander teken wel is. En die
relatie tussen tekens laat ons toe om de werkelijkheid rondom ons heen in categorieën te duwen
(bv van voertuigen, bananen, appels). Als je weet wat een appel is, dan weet je al ergens wat een
banaan niet is of juist wel is.
4
,Tekengebruiker is belangrijker. Dat zijn wij als mensen. Elk rijtje is een teken en elk teken heeft
een betekenaar en betekende. De betekenaar mag je heel breed zien, drager van betekenis. En
de betekenaar trekt het ruimer naar alles wat betekenis draagt. Betekende, of de definitie van 1
kan betekenaar worden of extra definitie bij teken 2
à Stel teken 1 is een appel. Je kan daar een definitie voor toekennen. Dat is een betekende. De
betekende van appel is een extra signifiant voor banaan. Als je weet wat een appel is dan weet je
al wat een banaan is. Iets heeft een bepaalde betekenis omdat iets anders niet is. Extra laagje
van betekenis wordt gehaald uit het feit dat je weet dat een bepaald object iets niet is.
Relatie tussen tekens kan je op 2 manieren invullen. Je kan categorieën indentificeren
- Verticale relatie à relatie van selectie à paradigma. Kan bv het alfabet zijn. Bestaat uit
26 tekens en daaruit maak je een selectie
- Horizontale relatie à relatie van combinatie à syntagma à
je moet de letters in een bepaalde volgorde plaatsen. Bv KAT
is juist maar ATK niet
Hier in dit voorbeeld kan je bijvoorbeeld verticaal kiezen voor een
huis. Horizontaal is het logisch dat je zegt: de vrouw koopt een huis
en niet een huis koopt een vrouw of koopt een huis de vrouw.
Tekenindelingen
Wat zijn de verschillende soorten tekens, classificatie van tekens die mogelijk zijn
Peirce
Op basis van die relatie tussen teken en object kunnen we spreken over drie soorten tekens
- Icoon = relatie van gelijkenis à bv teken van mannen en vrouwen toilet
o Relatie die je meteen herkent. Iconen zijn vooral visueel of auditief. Een landkaart
is hier ook een voorbeeld, auditief denk aan de onomatopeeën tiktak, koekoek.
Geur kan ook bv ketchupchips.
- Index = natuurlijk verband tussen beide. Ze gelijken niet op elkaar, maar horen welk bij
elkaar. Komen samen voor, het ene verwijst naar het andere
o Bv je hebt een litteken dat is een index dat je geopereerd bent geweest
o Bv je ziet wit poeder buiten in januari dan weet je dat het gesneeuwd heeft
o Belangrijk is, is dat je dit aanleert
5
, - Symbool = heel artificieel verband. Op basis van een afspraak. Bv als we een kruis
tekenen dan associëren we dat met het christendom. Gaat ook over logo’s. Niet meteen
duidelijk wat de link is tussen teken en object.
o Bv logo van olympische spelen, rode kruis
Peters
Start opnieuw met tekens. Heeft de mens er iets mee te maken of niet? Is
het neen, dus een natuurlijk verband dan zitten we in de categorie van index
zoals Peirce. Ja, het is een kunstmatige relatie dus gecreëerd door de mens.
Is dat gebaseerd op toeval? Arbitrair dan spreken we over conventioneel =
symbool zoals bij Peirce. Het kan ook zijn dat het niet op basis van toeval is,
maar dat er een bepaalde reden achter is dan is dat gemotiveerd. De
motivatie kan zijn omdat er een gelijkenis is = icoon, maar het kan ook zijn
dat de reden waarom je een bepaald teken linkt associatie is bv de zee staat voor symbool van
oneindigheid, wit laken voor puurheid en dan spreekt hij over symbolen.
Oude examenvraag:
- Wat is de signifiant en de signifié van dit teken? Vervolgvragen
o Welk soort teken uit de tekenindeling van Peirce past hier het best bij
o Welk soort teken uit de tekenindeling van Peters past hier het best bij
Tekenindeling en memes?
- Humor is heel subjectief, maar als je het lijstje zou afgaan dan kan je ergens
argumenteren dat er een gelijkenis van gelijkenis is. Iconen dus à de meme die je ziet
heeft een grote relatie van gelijkenis met de initiële oGiciële foto’s. Maar memes geven
commentaar en wijzen op iets complexer en gaat dit eerder over symbolen.
Elementen van het communciatieproces
Wat is communicatie
De visie
- Communicator (zender)
- Boodschap (informatie)
- Encoderen/decoderen
- Transmissie, kanaal en medium (overbrengen)
- Ontvanger
De communicator
= actor die boodschap met informatie uitzendt
- Uitzenden maakt het onderscheid mogelijk tussen bron en communicator. Een bron
zoals een bibliotheek bevatten veel informatie, maar die gaan dat niet altijd uitzenden.
- Moet het altijd bedoeld zijn dat je altijd communicatie opstart?
o Bv blozen heb je niet onder controle maar het communiceert wel een boodschap
van schaamte, verlegenheid of ongemak.
6
,Vroeger was het heel gemakkelijk om te kunnen spreken over massacommunicatie: een groep
die spreekt en intercommunicatie door individuen. Maar door media is dit moeilijker want er kan
een hele organisatie achter een individu zitten
Vastgelegde rol? Ben je altijd communicator. Initieel zou het antwoord zijn ja, maar later gaan we
het idee van interactie beklemtonen en kom je in de positie van ontvanger te recht
- Feedback; de manier hoe jij reageert als communicator op de reactie van de ontvanger
op de boodschap
- Feedforward: je gaat dit op voorraad doen, op voorhand anticiperen wat de mogelijke
interacties zijn. Dit gebeurt heel vaak bij slecht nieuws boodschappen.
Communicatieproces is altijd een selectieproces. Je vertelt niet altijd iets. Dit gebeurt ook bij de
ontvanger
Copresence à is de communicator zichtbaar of hoorbaar voor de ontvanger en vice versa. Zijn
ze in dezelfde tijd en ruimte aanwezig. Stel je bent een American football player bent dan zal je
dat opvolgen, maar als de coach voor je staat heeft dat extra eGect.
Boodschap
Bewustzijnsinhoud = boodschap à de zender wil dit kenbaar maken aan de ontvanger(s). Om
dat te bereiken wordt deze bewustzijnsinhoud omgezet of gecodeerd in tekens, de dragers van
betekenis = externaliseren.
Er wordt veel belang gehecht aan de ontvanger, maar is er altijd een ontvanger nodig? Als we
spreken over geslaagde communicatie, is het dan altijd belangrijk dat er een ontvanger aanwezig
is.
- Dagboek is iemand zijn bewustzijn en dit zal vaak gericht zijn naar niemand. Het is vooral
voor jezelf. Dus is dat dan communicatie? Maar het kan altijd wel gebeuren dat je
dagboek, ook al gaat dit over privézaken dat het plots miljoenen ogen bereikt.
Dit was niet de intentie, maar het is wel communicatie want het heeft OOIT de
mogelijkheid om iemand te bereiken. Omgekeerd werkt dit ook: stel je schrijft een boek
en je bestelt 1000 exemplaren maar niemand leest dat, dan wordt het toch gezien als
communicatie.
Als jij iemand afluistert, dan is dat ook niet de bedoeling van de verzender, maar het is
ook een vorm van communicatie
Boodschap bestaat uit laagjes van betekenis.
- Copresence: communicator en ontvanger zijn niet zichtbaar en hoorbaar voor elkaar,
dus er gaat heel veel informatie weg. Dit is helemaal anders dan dat ze in dezelfde ruimte
zouden plaatsvinden
- Emoji’s is een nieuwe vorm van communiceren en is niet per se negatief, maar ze laten
ons wel toe om op een heel verrijkende manier te communiceren. Het helpt wel om
nuances te leggen en om je gevoelens beter te communiceren naar elkaar. Het is een
verrijking van ons vocabularium.
7
,Verschillende aspecten/laagjes volgens het schema van Muylle
- Referentiële of inhoudelijke aspect: gebruik van tekens
o Representationele verwijzingsfunctie: concept die je niet kan materialiseren, dus
van immateriële of abstracte aard
§ Verliefdheid, gevoel…
o Referentiële verwijzingsfunctie: fysieke aspecten. Er is een referent, fysieke
object waar naar men verwijst
§ Je spreekt over een stoel, tv-scherm, laptop…
- Expressieve of vormelijke aspect:
o De vorm van de boodschap heeft immers veel invloed op de verwerking van het
inhoudelijke aspect
§ Je kan je emoties verpakken, bv intonatieverschil, maar denk ook aan de
lay-out van een tekst, de tonaliteit of intonatie van een uitspraak en het
gebruik van kikvors- of vogelperspectief in fotografie en films.
§ Als je voor emoji’s kiest dan kan je feitelijke informatie eventueel
gemaskeerd worden.
- Relationele en appellerende aspect:
o Communicatie is niet zomaar een uitwisseling van tekens dus je kan op een
derde niveau met je boodschap een relationele, appellerende functie opnemen.
Hoe zie je de ontvanger, wat verwacht je hiervan? Als je de persoon aanspreekt
met u is dat anders dan jij. Is het een hiërarchische relatie of een gelijkaardige
relatie.
o Communiceren is ook meer dan alleen maar symbolen uitwisselen met elkaar, je
doet ok iets = appellerende aspect
Voorbeeld verschillende niveaus in Aldi-reclamefolder
- Eerste niveau: alle informatie die je krijgt over de pizza: de prijs, wanneer te
koop, promotie…
o De briefing, wat wil aldi communiceren
- Tweede niveau: gebruik van bepaalde kleuren, grafische elementen
o Creëert ook een betekenis
§ Je creëerde vaak je betekenis door je verpakking: bv als je denkt aan
reclame van hamburgers, dan zal je sneller zin hebben in de hamburger
op de reclame dan die hamburger dat je op je bord krijgt
- Derde niveau: appellerende, actie à die pizza uiteindelijk kopen. Maar dit is de korte
termijn. Op lange termijn willen ze dat je de komende weken ook pizza koopt. Ze bouwen
een lange termijn relatie op, dat aldi tot je normen en waarden blijft behoren.
8
,Encoderen/decoderen
Je gaat bij je communicator je bewustzijnsinhoud in een code gieten = reeks van eenheden, die
in een bepaald patroon zijn geordend om betekenis te creëren. Elke code bestaat uit twee
elementen, enerzijds de eenheden (bv a tot z) en anderzijds de patronen (regels in verband met
de combinatie van de eenheden zoals grammatica).
- Hall splitste het proces van coderen op in twee fases
o Encoderen: door de communicator
o Decoderen: door de ontvanger
è Belang van een gemeenschappelijke code!!
§ De ontvanger krijgt B O O M binnen en die kan dat decoderen en
betekenis geven aan het woord: stam, groene bladeren….
§ Bij de gedecodeerde fase gebeuren de meeste misverstanden. Je moet
als ontvanger een identificatie toekennen. Als je niet dezelfde code
gebruikt dan kan je heel snel tot misverstanden komen. Dat kan taal zijn
of cultureel, generationeel…. De betekenis hangt vast aan de code die
wordt gebruikt en die code is afhankelijk van de sociale context = sociale
linguïstiek = sociale factoren hebben een inpakt op je taalgebruik
Wij als ontvanger gaan decoderen in een dubbel proces:
- Syntactisch proces: ontcijferen, decoderen. Daar sta je niet bij stil.
- Semantisch proces: betekenis toekennen. Je kan het heel vlot ontcijferen, in een
oogwenk, maar je moet daar betekenis aan toekennen. En het is hier in dit proces dat er
veel andere dingen kunnen gebeuren.
Bij humor kunnen we dit mooi zien
- Een man van Turkse afkomst stapt een frituur binnen op de Vrijdagmarkt in gent. Hij
bestelt: twe pak friet me mayonaise. Vraagt de man achter de toog: inpakken of?
Neenee, twee pak
o Sommigen gaan hierbij lachen, anderen gaan hier niet mee lachen, kunnen zelf
geaGronteerd zijn.
Drie mogelijke manieren waarop wij als ontvangers een boodschap kunnen decoderen
- Dominante of hegemonische decodering (preferred reading)
o Voorkeurslezing die jij als ontvanger doet.
o Dezelfde betekenis geven aan de boodschap als de communicator
o Dominante vorm waarop wij met elkaar communiceren
- Aberrante decodering (opposite or counter-hegemonic reading)
o Jij hebt als ontvanger een heel andere betekenis dan dat bedoeld was door de
communicator. Dit kan omwille van je ervaringen, eigen waarden en normen…
9
, - Onderhandelde decodering (negotiated reading)
o Jij gaat als ontvanger niet 100% akkoord gaan met wat de communicator als
betekenis geeft gegeven, maar je gaat het ook niet volledig omdraaien. Bepaalde
aspecten heb je mee en andere aspecten vindt je minder.
Voorbeeld met de twilight series à onderhandelde decodering
- Moest het dominant zijn: betekenis die de schrijver erin wil steken, hij was leider van de
mormoonse kerk en hij wou een boodschap meebrengen dat je je lichaam moest
behouden tot dat je de ware tegenkomt. Weinig mensen zouden dit erin gelezen hebben
- Je gaat mee in het verhaal, je kan er een aantal zaken inhalen. Tegelijkertijd besef je heel
goed dat het fantasy is, niet alles volg je.
Twee nuances of reflecties
- Context (media-logic): het lijkt alsof wij als communicator of ontvanger daar heel vrij in
zijn, maar we merken ook wel dat makers ook al in een bepaalde context werken: geheel
van informele en formele regels en conventies die geldig zijn
o Bv nieuwslezer: iedereen verwacht dat die daar altijd in kostuum zitten, maar wat
maakt dat eigenlijk uit? De boodschap die die persoon overbrengt zou hetzelfde
blijven als die persoon een pet draagt, maar we gaan dat vormelijk aspect mss
wel meenemen in de manier waarop wij daar betekenis aan toekennen als
ontvanger.
- Het delen van dezelfde code is cruciaal.
o Bv de meerderheid van ons heeft geen fractie mee van het Pools, als wij dat
krantenartikel zien dan kunnen wij daar geen betekenis aan toekennen, terwijl er
heel veel informatie opstaat. Het delen van dezelfde code is wel belangrijk.
Belangrijke aspecten
- Gemakkelijkheidsgraad
o Bv fysieke zaken is heel gemakkelijk, maar als het gaat over gevoelens of
gedachten is dit heel moeilijk
- Verschillend vermogen om te kunnen encoderen/decoderen. Sommige mensen hebben
een talenknobbel waardoor ze op een hele rijke manier hun ideeën kunnen verwoorden
- Onderscheid digitale – analoge code
o Digitale code dat leer je: bv je abc moet je leren. We hebben allemaal geleerd dat
M A N in die volgorde man betekend
o Analoge code: beeldende taal. Je heeft iets van gelijkenis met het ding waar naar
het verwijst. Daarbij gaat er ook een betekenisintensiteit achter schuil. Het ene
zal meer betekenis geven dan het andere, bv de manier waarop je een man
tekent (doe je dat met stokventjes of een rijke tekening)
10
Wat is communicatiewetenschappen?
- Wetenschappelijke studie van relatie tussen media of communicatieprocessen en de
samenleving
- Met een jong veld te maken à vanaf jaren 70 en 2000 dan dit begint te groeien
- Jong maar heel breed en divers veld (fragmentation) + interdisciplinaire invloeden
Doelstellingen van cursus
- Overzicht van en kennismaking met brede en steeds evoluerende veld
o Global box oGice à drastisch in elkaar gevallen door corona à heel veel zaken
verplaatst naar de media
§ Tiktok is ook heel populair geworden door corona omdat jongeren zich
waagde aan het platform – 83 minuten per dag
- Hedendaagse belang van communicatiewetenschappen
o Rol van media in maatschappelijk leven
§ Communicatiewetenschappen, politicologie, sociologie, economie,
psychologie….
1
, HOOFDSTUK 1: BOUWSTENEN
Inleiding
Bij lego krijg je een set van stenen waarmee je verschillende zaken kan bouwen. Je kan bv met
dezelfde blokken 3 verschillende voertuigen maken
Alles kan je vergelijken met lego. In je les krijg je lego blokken mee (concepten) en daarmee kan
je bouwen. We bouwen aan een model, een model om bepaalde representatie te krijgen van wat
communicatie kan zijn. Dat huis of voertuigen zal niet altijd hetzelfde zijn. Sommigen gebruiken
bepaalde blokken, meer prominenter of bepaalde niet.
Teken en betekenisvol communiceren
Kernvraag: hoe ontstaat betekenis? We willen betekenisvol communiceren met elkaar, geen
interactie van losse woorden.
- Bv geboortejaar 1981 à we spreken dat anders uit: duizendhonderdenentachtig of
negentienhonderdenentachtig. Bij het tweede denk je meteen aan een geboortedatum
Signifiant à materiële vorm waarin een teken vorm kan krijgen = uitspraak
Basisconcepten
Semiotiek: overkoepelend veld
Semiotiek mag je zien als de leer van tekens, hoe tekens functioneren met elkaar. Hoe betekenis
gecreëerd wordt
- Drie centrale domeinen
o De tekens zelf en hun indeling in soorten
o De codes of systemen waarbinnen de tekens georganiseerd zijn
o De brede cultuur waarbinnen de tekens en codes opereren
- Bestaat uit verschillende onderdelen/subdisciplines
o Fonologie = mensen kijken naar de allerkleinste eenheden, klanken die je
uitspreekt
o Syntaxis = vooral interesse hoe dat die kleine elementen gestructureerd zijn
o Semantiek!!! = relatie tussen teken en betekenis van het teken naar waar men
verwijst
o Pragmatiek = relatie tussen betekenis en tekengebruiker
- Voorbeeld
o Stel je hebt een tv gids. Hoe kijken verschillende mensen hier naartoe
§ Fonoloog à hoe spreken we bepaalde zaken uit. Bv je spreekt play vier uit
en niet play four
§ Syntax à geïnteresseerd hoe al die tekenen zich verhouden tot elkaar, is
er een patroon. Ja er is een chronologie, patronen
§ Semantiek à je gebruikt 1 en dat is niet naar het cijfer, maar naar de
omroep
2
, § Pragmatiek à is dit gebruiksvriendelijk? Kan je hier makkelijk mee aan de
slag gaan
- Relatie tussen teken en betekenis? Mogelijke lagen
o Intensie ó extensie
§ Intensie = geheel van criteria die van toepassing kan zijn op een
bepaald object. Welke kenmerken moeten er zijn zodat je de term of
teken kan toepassen op de zaken
§ Extensie = klasse van zaken waarop die term correct is toegepast
§ Voorbeeld: romantische teken = term à wat is het geheel van criteria dat
maakt dat je de term correct kan toepassen op het object waarover je
spreekt: romantiek, liefdesverhaal, happy end, komische taferelen.
Extensie verwijst naar de zaken die correct passen
§ è Bron van miscommunicatie: jouw extensie kan al helemaal anders zijn
dan die van je vriend of vriendin. Jij ziet dingen anders dan andere
personen
Teken
Eerste onderscheid (Saussure)
- Betekenaar = signifiant à bv stoel, foto, schrift, uitspraak, tekening…: materiële drager
van betekenis die naar een bepaald object verwijst
- Betekende = signifié à het begrip waar al die verschillende signifiants naar toe verwijzen
o Bv stoel = object bestaat uit vier poten, een rugvlak en zitvlak en je kan er op
zitten
- Relatie tussen die twee is arbitrair à op basis van toeval
o Vijftig km iets verder hier vandaan heb je een andere signifiant voor hetzelfde
object bv chaise
- Voorbeeld:
o Wat is signifiant en de signifie
§ Horizontale lijnen, la, bolletje met een lijntje… à signifiant
§ Muzieknoot La à signifié
Verwijzen naar een fysiek object à referent (niet alle tekens hebben dat)
- We kunnen perfect spreken met elkaar over een stoel of auto zonder dat er een auto of
stoel moet zijn
Nog een laagje dieper dan kunnen we ook spreken over verschillende niveaus van betekenis.
Er kan variantie in betekenis zitten à significantie (Roland Barthes)
- 1ste niveau: primaire niveau à denotatie = universele definitie dat voor iedereen
hetzelfde is = signifié
- 2de niveau: secundaire niveau à connotatie, hangt samen met specifieke (fysieke)
verschijningsvorm van de betekenaar (signifiant), bijbetekenis
o Evaluatie lading à positief of negatief
o Referentiële lading à afhankelijk van persoon tot persoon, context, tijd…
3
, - Voorbeeld: stel je tekent een Jodenster op het bord. De denotatie
verwijst naar het joodse volk. Stel dat de materiële tekenvorm met
een witte achtergrond en blauwe vlag dat de connotatie het land
zelf is. Bij de joodse ster op de slide is de connotatie veel negatiever
- Examenvraag: termen van vegan en vegetarisch worden niet meer
gebruikt door Vlaamse overheid. Ze willen praten over plantaardig
want dat levert positievere connotaties op dan vegan of vegetarisch. Connotatie is hier
correct gebruikt omdat je ziet dat we op het tweede niveau zitten van bijbetekenissen.
Vegetarisch associëren met saai, vegan met hipie. Je ziet dat dit niet de standaard
definitie is.
Beck et al voegen nog een derde betkeenisniveau toe, zijnde het dieperliggende en vaak
verschilen niveau van ideologie. Dit niveau verwijst naar de verschillende manieren waarop de
samenleving – of toch zij die de maatschappij controleren – de betekenis van communicatie
boodschappen en media stuurt en organiseert. Berthes zelf zal dit niveau linken aan het concept
van mythe, wat omgeschreven wordt als pre-existing and value-laden sets of ideas derives from
the culture and transmitted by communication.
Tekensystemen
Gaat kijken naar het systematisch aspect, hoe zijn tekens met elkaar georganiseerd. Wat zijn de
relaties tussen verschillende tekens
Peirce
We starten met een representamen. Kijken naar een relatie tussen teken en object naar waar het
wijst. Dit is het meest determinerend voor de betekenis en dat creëert voor de tekengebruiker
een mentaal concept
- Bv school à typisch gebouw: zal eventueel bepaalde gevoelens bij je oproepen
- Interpretant = extra betekenis die gecreëerd wordt bij de gebruiker van een bepaald
teken. Dat kan dezelfde betekenis hebben zoals de signifié
Voorbeeld: teken = student dus signifiant is student of combinatie van tekens die je ziet staat.
Signifié is iemand die studeert aan een hogere school. Voor Peirce is de relatie heel belangrijk
tussen teken en object (kan student zijn). Dan is het belangrijk om een
tekengebruiker te bekijken. Als je ervaring heel positief zijn dan zal de interpretant
voor u zijn: veel vrienden maken, goede sfeer. Een andere tekengebruiker kan een
oude vrouw zijn die woont bij de overpoot die altijd kots voor haar deur vindt
waardoor zij negatieve gevoelens zal krijgen bij het woord student.
De Saussure
≠ Peirce à de Saussure vindt het irrelevant dat er een object is. Hij gaat er vooral van uit dat we
over vanalles kunnen babbelen zonder dat dat object hier aanwezig moet zijn. Hij zegt dat
betekenis wordt gecreëerd door de onderlinge relatie tussen bepaalde tekens. Een bepaald
teken kan betekenis halen uit het feit dat het iets niet is en wat een ander teken wel is. En die
relatie tussen tekens laat ons toe om de werkelijkheid rondom ons heen in categorieën te duwen
(bv van voertuigen, bananen, appels). Als je weet wat een appel is, dan weet je al ergens wat een
banaan niet is of juist wel is.
4
,Tekengebruiker is belangrijker. Dat zijn wij als mensen. Elk rijtje is een teken en elk teken heeft
een betekenaar en betekende. De betekenaar mag je heel breed zien, drager van betekenis. En
de betekenaar trekt het ruimer naar alles wat betekenis draagt. Betekende, of de definitie van 1
kan betekenaar worden of extra definitie bij teken 2
à Stel teken 1 is een appel. Je kan daar een definitie voor toekennen. Dat is een betekende. De
betekende van appel is een extra signifiant voor banaan. Als je weet wat een appel is dan weet je
al wat een banaan is. Iets heeft een bepaalde betekenis omdat iets anders niet is. Extra laagje
van betekenis wordt gehaald uit het feit dat je weet dat een bepaald object iets niet is.
Relatie tussen tekens kan je op 2 manieren invullen. Je kan categorieën indentificeren
- Verticale relatie à relatie van selectie à paradigma. Kan bv het alfabet zijn. Bestaat uit
26 tekens en daaruit maak je een selectie
- Horizontale relatie à relatie van combinatie à syntagma à
je moet de letters in een bepaalde volgorde plaatsen. Bv KAT
is juist maar ATK niet
Hier in dit voorbeeld kan je bijvoorbeeld verticaal kiezen voor een
huis. Horizontaal is het logisch dat je zegt: de vrouw koopt een huis
en niet een huis koopt een vrouw of koopt een huis de vrouw.
Tekenindelingen
Wat zijn de verschillende soorten tekens, classificatie van tekens die mogelijk zijn
Peirce
Op basis van die relatie tussen teken en object kunnen we spreken over drie soorten tekens
- Icoon = relatie van gelijkenis à bv teken van mannen en vrouwen toilet
o Relatie die je meteen herkent. Iconen zijn vooral visueel of auditief. Een landkaart
is hier ook een voorbeeld, auditief denk aan de onomatopeeën tiktak, koekoek.
Geur kan ook bv ketchupchips.
- Index = natuurlijk verband tussen beide. Ze gelijken niet op elkaar, maar horen welk bij
elkaar. Komen samen voor, het ene verwijst naar het andere
o Bv je hebt een litteken dat is een index dat je geopereerd bent geweest
o Bv je ziet wit poeder buiten in januari dan weet je dat het gesneeuwd heeft
o Belangrijk is, is dat je dit aanleert
5
, - Symbool = heel artificieel verband. Op basis van een afspraak. Bv als we een kruis
tekenen dan associëren we dat met het christendom. Gaat ook over logo’s. Niet meteen
duidelijk wat de link is tussen teken en object.
o Bv logo van olympische spelen, rode kruis
Peters
Start opnieuw met tekens. Heeft de mens er iets mee te maken of niet? Is
het neen, dus een natuurlijk verband dan zitten we in de categorie van index
zoals Peirce. Ja, het is een kunstmatige relatie dus gecreëerd door de mens.
Is dat gebaseerd op toeval? Arbitrair dan spreken we over conventioneel =
symbool zoals bij Peirce. Het kan ook zijn dat het niet op basis van toeval is,
maar dat er een bepaalde reden achter is dan is dat gemotiveerd. De
motivatie kan zijn omdat er een gelijkenis is = icoon, maar het kan ook zijn
dat de reden waarom je een bepaald teken linkt associatie is bv de zee staat voor symbool van
oneindigheid, wit laken voor puurheid en dan spreekt hij over symbolen.
Oude examenvraag:
- Wat is de signifiant en de signifié van dit teken? Vervolgvragen
o Welk soort teken uit de tekenindeling van Peirce past hier het best bij
o Welk soort teken uit de tekenindeling van Peters past hier het best bij
Tekenindeling en memes?
- Humor is heel subjectief, maar als je het lijstje zou afgaan dan kan je ergens
argumenteren dat er een gelijkenis van gelijkenis is. Iconen dus à de meme die je ziet
heeft een grote relatie van gelijkenis met de initiële oGiciële foto’s. Maar memes geven
commentaar en wijzen op iets complexer en gaat dit eerder over symbolen.
Elementen van het communciatieproces
Wat is communicatie
De visie
- Communicator (zender)
- Boodschap (informatie)
- Encoderen/decoderen
- Transmissie, kanaal en medium (overbrengen)
- Ontvanger
De communicator
= actor die boodschap met informatie uitzendt
- Uitzenden maakt het onderscheid mogelijk tussen bron en communicator. Een bron
zoals een bibliotheek bevatten veel informatie, maar die gaan dat niet altijd uitzenden.
- Moet het altijd bedoeld zijn dat je altijd communicatie opstart?
o Bv blozen heb je niet onder controle maar het communiceert wel een boodschap
van schaamte, verlegenheid of ongemak.
6
,Vroeger was het heel gemakkelijk om te kunnen spreken over massacommunicatie: een groep
die spreekt en intercommunicatie door individuen. Maar door media is dit moeilijker want er kan
een hele organisatie achter een individu zitten
Vastgelegde rol? Ben je altijd communicator. Initieel zou het antwoord zijn ja, maar later gaan we
het idee van interactie beklemtonen en kom je in de positie van ontvanger te recht
- Feedback; de manier hoe jij reageert als communicator op de reactie van de ontvanger
op de boodschap
- Feedforward: je gaat dit op voorraad doen, op voorhand anticiperen wat de mogelijke
interacties zijn. Dit gebeurt heel vaak bij slecht nieuws boodschappen.
Communicatieproces is altijd een selectieproces. Je vertelt niet altijd iets. Dit gebeurt ook bij de
ontvanger
Copresence à is de communicator zichtbaar of hoorbaar voor de ontvanger en vice versa. Zijn
ze in dezelfde tijd en ruimte aanwezig. Stel je bent een American football player bent dan zal je
dat opvolgen, maar als de coach voor je staat heeft dat extra eGect.
Boodschap
Bewustzijnsinhoud = boodschap à de zender wil dit kenbaar maken aan de ontvanger(s). Om
dat te bereiken wordt deze bewustzijnsinhoud omgezet of gecodeerd in tekens, de dragers van
betekenis = externaliseren.
Er wordt veel belang gehecht aan de ontvanger, maar is er altijd een ontvanger nodig? Als we
spreken over geslaagde communicatie, is het dan altijd belangrijk dat er een ontvanger aanwezig
is.
- Dagboek is iemand zijn bewustzijn en dit zal vaak gericht zijn naar niemand. Het is vooral
voor jezelf. Dus is dat dan communicatie? Maar het kan altijd wel gebeuren dat je
dagboek, ook al gaat dit over privézaken dat het plots miljoenen ogen bereikt.
Dit was niet de intentie, maar het is wel communicatie want het heeft OOIT de
mogelijkheid om iemand te bereiken. Omgekeerd werkt dit ook: stel je schrijft een boek
en je bestelt 1000 exemplaren maar niemand leest dat, dan wordt het toch gezien als
communicatie.
Als jij iemand afluistert, dan is dat ook niet de bedoeling van de verzender, maar het is
ook een vorm van communicatie
Boodschap bestaat uit laagjes van betekenis.
- Copresence: communicator en ontvanger zijn niet zichtbaar en hoorbaar voor elkaar,
dus er gaat heel veel informatie weg. Dit is helemaal anders dan dat ze in dezelfde ruimte
zouden plaatsvinden
- Emoji’s is een nieuwe vorm van communiceren en is niet per se negatief, maar ze laten
ons wel toe om op een heel verrijkende manier te communiceren. Het helpt wel om
nuances te leggen en om je gevoelens beter te communiceren naar elkaar. Het is een
verrijking van ons vocabularium.
7
,Verschillende aspecten/laagjes volgens het schema van Muylle
- Referentiële of inhoudelijke aspect: gebruik van tekens
o Representationele verwijzingsfunctie: concept die je niet kan materialiseren, dus
van immateriële of abstracte aard
§ Verliefdheid, gevoel…
o Referentiële verwijzingsfunctie: fysieke aspecten. Er is een referent, fysieke
object waar naar men verwijst
§ Je spreekt over een stoel, tv-scherm, laptop…
- Expressieve of vormelijke aspect:
o De vorm van de boodschap heeft immers veel invloed op de verwerking van het
inhoudelijke aspect
§ Je kan je emoties verpakken, bv intonatieverschil, maar denk ook aan de
lay-out van een tekst, de tonaliteit of intonatie van een uitspraak en het
gebruik van kikvors- of vogelperspectief in fotografie en films.
§ Als je voor emoji’s kiest dan kan je feitelijke informatie eventueel
gemaskeerd worden.
- Relationele en appellerende aspect:
o Communicatie is niet zomaar een uitwisseling van tekens dus je kan op een
derde niveau met je boodschap een relationele, appellerende functie opnemen.
Hoe zie je de ontvanger, wat verwacht je hiervan? Als je de persoon aanspreekt
met u is dat anders dan jij. Is het een hiërarchische relatie of een gelijkaardige
relatie.
o Communiceren is ook meer dan alleen maar symbolen uitwisselen met elkaar, je
doet ok iets = appellerende aspect
Voorbeeld verschillende niveaus in Aldi-reclamefolder
- Eerste niveau: alle informatie die je krijgt over de pizza: de prijs, wanneer te
koop, promotie…
o De briefing, wat wil aldi communiceren
- Tweede niveau: gebruik van bepaalde kleuren, grafische elementen
o Creëert ook een betekenis
§ Je creëerde vaak je betekenis door je verpakking: bv als je denkt aan
reclame van hamburgers, dan zal je sneller zin hebben in de hamburger
op de reclame dan die hamburger dat je op je bord krijgt
- Derde niveau: appellerende, actie à die pizza uiteindelijk kopen. Maar dit is de korte
termijn. Op lange termijn willen ze dat je de komende weken ook pizza koopt. Ze bouwen
een lange termijn relatie op, dat aldi tot je normen en waarden blijft behoren.
8
,Encoderen/decoderen
Je gaat bij je communicator je bewustzijnsinhoud in een code gieten = reeks van eenheden, die
in een bepaald patroon zijn geordend om betekenis te creëren. Elke code bestaat uit twee
elementen, enerzijds de eenheden (bv a tot z) en anderzijds de patronen (regels in verband met
de combinatie van de eenheden zoals grammatica).
- Hall splitste het proces van coderen op in twee fases
o Encoderen: door de communicator
o Decoderen: door de ontvanger
è Belang van een gemeenschappelijke code!!
§ De ontvanger krijgt B O O M binnen en die kan dat decoderen en
betekenis geven aan het woord: stam, groene bladeren….
§ Bij de gedecodeerde fase gebeuren de meeste misverstanden. Je moet
als ontvanger een identificatie toekennen. Als je niet dezelfde code
gebruikt dan kan je heel snel tot misverstanden komen. Dat kan taal zijn
of cultureel, generationeel…. De betekenis hangt vast aan de code die
wordt gebruikt en die code is afhankelijk van de sociale context = sociale
linguïstiek = sociale factoren hebben een inpakt op je taalgebruik
Wij als ontvanger gaan decoderen in een dubbel proces:
- Syntactisch proces: ontcijferen, decoderen. Daar sta je niet bij stil.
- Semantisch proces: betekenis toekennen. Je kan het heel vlot ontcijferen, in een
oogwenk, maar je moet daar betekenis aan toekennen. En het is hier in dit proces dat er
veel andere dingen kunnen gebeuren.
Bij humor kunnen we dit mooi zien
- Een man van Turkse afkomst stapt een frituur binnen op de Vrijdagmarkt in gent. Hij
bestelt: twe pak friet me mayonaise. Vraagt de man achter de toog: inpakken of?
Neenee, twee pak
o Sommigen gaan hierbij lachen, anderen gaan hier niet mee lachen, kunnen zelf
geaGronteerd zijn.
Drie mogelijke manieren waarop wij als ontvangers een boodschap kunnen decoderen
- Dominante of hegemonische decodering (preferred reading)
o Voorkeurslezing die jij als ontvanger doet.
o Dezelfde betekenis geven aan de boodschap als de communicator
o Dominante vorm waarop wij met elkaar communiceren
- Aberrante decodering (opposite or counter-hegemonic reading)
o Jij hebt als ontvanger een heel andere betekenis dan dat bedoeld was door de
communicator. Dit kan omwille van je ervaringen, eigen waarden en normen…
9
, - Onderhandelde decodering (negotiated reading)
o Jij gaat als ontvanger niet 100% akkoord gaan met wat de communicator als
betekenis geeft gegeven, maar je gaat het ook niet volledig omdraaien. Bepaalde
aspecten heb je mee en andere aspecten vindt je minder.
Voorbeeld met de twilight series à onderhandelde decodering
- Moest het dominant zijn: betekenis die de schrijver erin wil steken, hij was leider van de
mormoonse kerk en hij wou een boodschap meebrengen dat je je lichaam moest
behouden tot dat je de ware tegenkomt. Weinig mensen zouden dit erin gelezen hebben
- Je gaat mee in het verhaal, je kan er een aantal zaken inhalen. Tegelijkertijd besef je heel
goed dat het fantasy is, niet alles volg je.
Twee nuances of reflecties
- Context (media-logic): het lijkt alsof wij als communicator of ontvanger daar heel vrij in
zijn, maar we merken ook wel dat makers ook al in een bepaalde context werken: geheel
van informele en formele regels en conventies die geldig zijn
o Bv nieuwslezer: iedereen verwacht dat die daar altijd in kostuum zitten, maar wat
maakt dat eigenlijk uit? De boodschap die die persoon overbrengt zou hetzelfde
blijven als die persoon een pet draagt, maar we gaan dat vormelijk aspect mss
wel meenemen in de manier waarop wij daar betekenis aan toekennen als
ontvanger.
- Het delen van dezelfde code is cruciaal.
o Bv de meerderheid van ons heeft geen fractie mee van het Pools, als wij dat
krantenartikel zien dan kunnen wij daar geen betekenis aan toekennen, terwijl er
heel veel informatie opstaat. Het delen van dezelfde code is wel belangrijk.
Belangrijke aspecten
- Gemakkelijkheidsgraad
o Bv fysieke zaken is heel gemakkelijk, maar als het gaat over gevoelens of
gedachten is dit heel moeilijk
- Verschillend vermogen om te kunnen encoderen/decoderen. Sommige mensen hebben
een talenknobbel waardoor ze op een hele rijke manier hun ideeën kunnen verwoorden
- Onderscheid digitale – analoge code
o Digitale code dat leer je: bv je abc moet je leren. We hebben allemaal geleerd dat
M A N in die volgorde man betekend
o Analoge code: beeldende taal. Je heeft iets van gelijkenis met het ding waar naar
het verwijst. Daarbij gaat er ook een betekenisintensiteit achter schuil. Het ene
zal meer betekenis geven dan het andere, bv de manier waarop je een man
tekent (doe je dat met stokventjes of een rijke tekening)
10