Rechtsvinding
= Juridische methodologie pur sang, een manier om naar het recht te
kijken
Gaat over de vraag: “Wat doen juristen, hoe doe je dat goed & hoe kan je
het beter doen?” => Cursus geeft een antwoord op hoe juristen hierop
antwoorden
Probleem: klassieke vakken beperken zich tot de ingrediënten; maar hoe
maak je hier een ‘pannenkoek van het recht’ van? => Rechtsvinding: het
JUISTE recept vh R, want met de juiste ingrediënten & vaardigheden kan je
nog steeds een mislukte pannenkoeken bekomen als je het verkeerde
recept gebruikt
Positieve R: vergankelijk, Juridische methode/rechtsvinding: niet zo
vergankelijk
Inleiding
3 soorten vakken
Je kan een goede pannenkoek maar maken door een combinatie van
materiële benodigdheden & een recept
o Positiefrechtelijke vakken maken je vertrouwd met die ‘materiële
bevoegdheden’
o Verbintenissenrecht, staatsrecht,… rechtsregels
o AI kan het belang van deze vakken niet vervangen: dat geeft
je basis, maar voor verdieping is expertise vereist + je moet
kennis hebben om te weten of AI gelijk heeft
o ‘Het recept’ is geen ingrediënt, maar bepaalt hoe we met die
ingrediënten moeten omgaan, waarom, en wnr de door jou
samengestelde rechtsnorm een ‘goede’ rechtsnorm is
o Die soort vragen hebben niets te maken met de juridische
inhoud (de materiële bevoegdheden, het ‘wat?’), maar wel
met de juridische methode (het ‘hoe?’)
Beide cruciale elementen, maar daarnaast moet het ook nog id praktijk
worden gebracht (het ‘uitvoeren’)
o Vb: een professionele fotograaf kan goed foto’s nemen door veel
methodische kennis, maar ook die fotograaf moet nog die
methodische kennis koppelen aan praktische vaardigheden (od
juiste knopjes duwen, etc)
1
,o kwalitatief goed werk verrichten vergt een combinatie van
enerzijds regels vd kunst (‘methodisch kennen’) & het id praktijk
brengen van die kennis (‘praktisch kunnen’)
o Methodische kennis: vaak impliciet
o Bv tijdens je studie krijg je steeds moeilijkere casussen,, maar
de benadering van die casus blijft gedomineerd door
impliciete kennis
o Zolang die impliciete kennis niet in vraag wordt gesteld, moet
ze niet geëxpliciteerd worden
o Wel een probleem doordat we die methodische kennis
impliciet laten:
1) Kwaliteit: iets kunnen & iets goed kunnen zijn 2
aparte zaken (een pannenkoek bakken is goed, een
goede pannenkoek nog beter)
Willen we kwaliteit, dan moeten we de regels vd
kunst (de ‘juridische methode’) volgen & te
expliciteren hoe we zo’n zaken doen
‘Het beste recept’ bestaat niet, je kan niet 1 ding
voor altijd het beste maken: alles afh van tijd, p &
moment
Over kwaliteit nadenken is belangrijk, Alumni &
illusie van eenduidigheid: “Juristen komen na
studie id praktijk & herkennen niets, omdat ze zijn
aangeleerd dat R eenduidig is”
o R is niet eenduidig door pedagogie: als je
vanaf dag 1 wordt overspoeld met de
complexiteit vh R, is deze studie
onbegonnen werk: Je krijgt basispunten mee
om structuur te ontwikkelen
2) Verantwoordelijkheid & (gebrek aan) alg
aanvaarding vd juridische methode: er is geen
consensus over een juridische methode om tot
aanvaardbare uitspraken over het R te komen
R is ook Pol, maar met andere middelen: Pol
impasse belet niet dat andere maatsch actoren
(vaak juristen) situatie per situatie aanpakken &
ad hoc regelen
o Maar juristen kunnen pas bewust keuzes
maken door zich bewust te zijn vh feit dat ze
keuzes maken => moeten
verantwoordelijkheid opnemen
o Ze moet Pol keuzes kunnen benoemen &
kritisch evalueren
2
, o Er kunnen veel keuzes gemaakt worden ‘de
beste keuze’ bestaat niet
Overzicht vd 3
soorten vakken:
Vb² van rechtsvinding:
o 1) Resolutie gestemd in Dtsl dat organisaties niet meer financieel
gesteund konden worden (subsidies) wnr ze te kritisch waren
tegenover Israël
o Stel je vindt dit essentieel voor je fundamentele R van vrije
meningsuiting, je vindt dat je kritisch mag zijn zonder hiervoor
gesanctioneerd te worden
Dit is een interpretatie vd Duitse rechtscolleges, maar er
is ook nog een EHRM: die vatten regels anders op &
kunnen evengoed zeggen dat deze resolutie een inbreuk
is op je fundamentele R op vrije meningsuiting
Botsing tussen GW & EVRM: hoe los je dit op? =>
Rechtsvinding
o 2) Voltaire eiste dat alle wetten duidelijk te interpreteren zijn:
wetgevers maken de wet & interpretatie overgelaten ad burgers
o Gevaarlijk: ied interpreteert de wet anders, ook de overheid:
die gaan de wet omdraaien naar iets gunstig voor hun plannen
& misbruiken
o 3) Lord Reid zei id House of Lords (voorganger UK Supreme Court)
dat enkel de rechters de wet mogen interpreteren (<-> 2)
Wat is rechtsvinding?
AR + RV = tweeluik dat de juridische methode (het ‘hoe?’) centraal plaatst
o AR: ontologische vraag (‘wat is R?’), functionele vraag (‘wat zijn de f²
& finaliteiten van R?’) & structurele vraag (‘wat zijn de bouwstenen
van R?’)
o RV: epistemologische vraag (‘hoe kan ik de inhoud vh R kennen?’)
Rechtsvinding gaat over ‘juridische hermeneutiek’: het onderzoeksgebied
dat kijkt hoe we interpreteren/uitleggen ih R
3
, o Gaat niet over ‘de’ opl (wat), maar over hoe je komt ae
aanvaardbare weg om een antwoord oe rechtsvraag te bekomen
(hoe)
Verhouding tot andere
vakken:
o (3 vakken links:
positiefrechtelijke basis)
o RV is geen eindpunt
Structuur
2 vormen van RV, ervaren spanning:
o 1) Heteronome RV: mechanische rechtstoepassing waarbij de
uitlegger zelf geen keuze hoeft te maken & de inhoud vh R neutraal
kan worden bepaald
Alle keuzes gemaakt door anderen dan de uitlegger, kijken
naar wat anderen beslissen & ih verlengde daarvan uitleggen
Verhullen van keuzes
o 2) Autonome RV: creatieve rechtsvorming waarbij de uitlegger zelf
(al dan niet bewust V expliciet) meerdere keuzes maakt die de
inhoud vh R bepalen
Alle keuzes gemaakt door de uitlegger zelf
Onthullen van keuzes
2 rode draden:
o 1) RV gaat over juridische uitlegging, interpretatie & inhoud vh R
Uitlegging is een spel tussen het verhullen (‘heteronome
rechtsvinding’) & onthullen (‘autonome rechtsvinding’) van
keuzes
Interpretators & uitleggers maken altijd keuzes
o 2) Als uitlegger/jurist moet je keuzes maken die je kan integreren ih
rechtssysteem & zoveel mogelijk aansluiten bij het rechtssysteem +
die beargumenteren
4
= Juridische methodologie pur sang, een manier om naar het recht te
kijken
Gaat over de vraag: “Wat doen juristen, hoe doe je dat goed & hoe kan je
het beter doen?” => Cursus geeft een antwoord op hoe juristen hierop
antwoorden
Probleem: klassieke vakken beperken zich tot de ingrediënten; maar hoe
maak je hier een ‘pannenkoek van het recht’ van? => Rechtsvinding: het
JUISTE recept vh R, want met de juiste ingrediënten & vaardigheden kan je
nog steeds een mislukte pannenkoeken bekomen als je het verkeerde
recept gebruikt
Positieve R: vergankelijk, Juridische methode/rechtsvinding: niet zo
vergankelijk
Inleiding
3 soorten vakken
Je kan een goede pannenkoek maar maken door een combinatie van
materiële benodigdheden & een recept
o Positiefrechtelijke vakken maken je vertrouwd met die ‘materiële
bevoegdheden’
o Verbintenissenrecht, staatsrecht,… rechtsregels
o AI kan het belang van deze vakken niet vervangen: dat geeft
je basis, maar voor verdieping is expertise vereist + je moet
kennis hebben om te weten of AI gelijk heeft
o ‘Het recept’ is geen ingrediënt, maar bepaalt hoe we met die
ingrediënten moeten omgaan, waarom, en wnr de door jou
samengestelde rechtsnorm een ‘goede’ rechtsnorm is
o Die soort vragen hebben niets te maken met de juridische
inhoud (de materiële bevoegdheden, het ‘wat?’), maar wel
met de juridische methode (het ‘hoe?’)
Beide cruciale elementen, maar daarnaast moet het ook nog id praktijk
worden gebracht (het ‘uitvoeren’)
o Vb: een professionele fotograaf kan goed foto’s nemen door veel
methodische kennis, maar ook die fotograaf moet nog die
methodische kennis koppelen aan praktische vaardigheden (od
juiste knopjes duwen, etc)
1
,o kwalitatief goed werk verrichten vergt een combinatie van
enerzijds regels vd kunst (‘methodisch kennen’) & het id praktijk
brengen van die kennis (‘praktisch kunnen’)
o Methodische kennis: vaak impliciet
o Bv tijdens je studie krijg je steeds moeilijkere casussen,, maar
de benadering van die casus blijft gedomineerd door
impliciete kennis
o Zolang die impliciete kennis niet in vraag wordt gesteld, moet
ze niet geëxpliciteerd worden
o Wel een probleem doordat we die methodische kennis
impliciet laten:
1) Kwaliteit: iets kunnen & iets goed kunnen zijn 2
aparte zaken (een pannenkoek bakken is goed, een
goede pannenkoek nog beter)
Willen we kwaliteit, dan moeten we de regels vd
kunst (de ‘juridische methode’) volgen & te
expliciteren hoe we zo’n zaken doen
‘Het beste recept’ bestaat niet, je kan niet 1 ding
voor altijd het beste maken: alles afh van tijd, p &
moment
Over kwaliteit nadenken is belangrijk, Alumni &
illusie van eenduidigheid: “Juristen komen na
studie id praktijk & herkennen niets, omdat ze zijn
aangeleerd dat R eenduidig is”
o R is niet eenduidig door pedagogie: als je
vanaf dag 1 wordt overspoeld met de
complexiteit vh R, is deze studie
onbegonnen werk: Je krijgt basispunten mee
om structuur te ontwikkelen
2) Verantwoordelijkheid & (gebrek aan) alg
aanvaarding vd juridische methode: er is geen
consensus over een juridische methode om tot
aanvaardbare uitspraken over het R te komen
R is ook Pol, maar met andere middelen: Pol
impasse belet niet dat andere maatsch actoren
(vaak juristen) situatie per situatie aanpakken &
ad hoc regelen
o Maar juristen kunnen pas bewust keuzes
maken door zich bewust te zijn vh feit dat ze
keuzes maken => moeten
verantwoordelijkheid opnemen
o Ze moet Pol keuzes kunnen benoemen &
kritisch evalueren
2
, o Er kunnen veel keuzes gemaakt worden ‘de
beste keuze’ bestaat niet
Overzicht vd 3
soorten vakken:
Vb² van rechtsvinding:
o 1) Resolutie gestemd in Dtsl dat organisaties niet meer financieel
gesteund konden worden (subsidies) wnr ze te kritisch waren
tegenover Israël
o Stel je vindt dit essentieel voor je fundamentele R van vrije
meningsuiting, je vindt dat je kritisch mag zijn zonder hiervoor
gesanctioneerd te worden
Dit is een interpretatie vd Duitse rechtscolleges, maar er
is ook nog een EHRM: die vatten regels anders op &
kunnen evengoed zeggen dat deze resolutie een inbreuk
is op je fundamentele R op vrije meningsuiting
Botsing tussen GW & EVRM: hoe los je dit op? =>
Rechtsvinding
o 2) Voltaire eiste dat alle wetten duidelijk te interpreteren zijn:
wetgevers maken de wet & interpretatie overgelaten ad burgers
o Gevaarlijk: ied interpreteert de wet anders, ook de overheid:
die gaan de wet omdraaien naar iets gunstig voor hun plannen
& misbruiken
o 3) Lord Reid zei id House of Lords (voorganger UK Supreme Court)
dat enkel de rechters de wet mogen interpreteren (<-> 2)
Wat is rechtsvinding?
AR + RV = tweeluik dat de juridische methode (het ‘hoe?’) centraal plaatst
o AR: ontologische vraag (‘wat is R?’), functionele vraag (‘wat zijn de f²
& finaliteiten van R?’) & structurele vraag (‘wat zijn de bouwstenen
van R?’)
o RV: epistemologische vraag (‘hoe kan ik de inhoud vh R kennen?’)
Rechtsvinding gaat over ‘juridische hermeneutiek’: het onderzoeksgebied
dat kijkt hoe we interpreteren/uitleggen ih R
3
, o Gaat niet over ‘de’ opl (wat), maar over hoe je komt ae
aanvaardbare weg om een antwoord oe rechtsvraag te bekomen
(hoe)
Verhouding tot andere
vakken:
o (3 vakken links:
positiefrechtelijke basis)
o RV is geen eindpunt
Structuur
2 vormen van RV, ervaren spanning:
o 1) Heteronome RV: mechanische rechtstoepassing waarbij de
uitlegger zelf geen keuze hoeft te maken & de inhoud vh R neutraal
kan worden bepaald
Alle keuzes gemaakt door anderen dan de uitlegger, kijken
naar wat anderen beslissen & ih verlengde daarvan uitleggen
Verhullen van keuzes
o 2) Autonome RV: creatieve rechtsvorming waarbij de uitlegger zelf
(al dan niet bewust V expliciet) meerdere keuzes maakt die de
inhoud vh R bepalen
Alle keuzes gemaakt door de uitlegger zelf
Onthullen van keuzes
2 rode draden:
o 1) RV gaat over juridische uitlegging, interpretatie & inhoud vh R
Uitlegging is een spel tussen het verhullen (‘heteronome
rechtsvinding’) & onthullen (‘autonome rechtsvinding’) van
keuzes
Interpretators & uitleggers maken altijd keuzes
o 2) Als uitlegger/jurist moet je keuzes maken die je kan integreren ih
rechtssysteem & zoveel mogelijk aansluiten bij het rechtssysteem +
die beargumenteren
4