100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting H3 - Methoden in het biomedisch onderzoek 2 (U03D7a)

Rating
-
Sold
-
Pages
35
Uploaded on
09-12-2025
Written in
2024/2025

Dit is een samenvatting van de slides en notities van H3 van methoden in het biomedisch onderzoek 2.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 9, 2025
Number of pages
35
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

3. RNA
3.1 WERKEN MET EN BEWAREN VAN RNA
Verschil tussen RNA en DNA:

a) DNA:
- Deoxy ribose suikers (mist 2’ OH-
groep)
- Dubbelstrengig
- Thymine (in plaats van Uracil)
- Stabiel (door afwezigheid 2’ OH-
groep)
b) RNA:
- Ribose suiker (wel een 2’ OH-groep)
- Enkelstrengig
- Uracil (in plaats van Thymine
- Veel onstabieler dan DNA (omdat RNA wel een 2’ OH-groep heeft  kan
makkelijk worden afgebroken)

Soorten RNA:

- Coderend RNA
o mRNA (coderend RNA)
o tRNA (zorgt voor eiwitproductie) betrokken in translatie
o rRNA (grootste deel)
- niet-coderend RNA
o long non-coding RNA
o small non-coding RNA

Structuur mRNA:

 RNA wordt gecodeerd op het DNA via een
promotor  RNA wordt hiervan afgeschreven
(transcriptie)  2 structuren worden toegevoegd:

 5’ methyl-groep op guanine (cap)
= bescherming van het RNA voor
exonucleases
= startplek voor de ribosomen (voor
translatie)
 3’ poly-A staart
= stabiliteit van het RNA neemt toe

Exonucleases: breken baseparen af vanaf de zijkant
Endonucleases: breken baseparen af vanaf de binnenkant

, pre-mRNA (met intronen en exonen) is heel kort aanwezig  wordt
onmiddellijk gespliced naar mRNA  intronen verdwijnen en exonen worden aan
elkaar geplakt

,Problemen met het werken met RNA:

1. Stabiliteit: RNA is zowel chemisch als enzymatisch instabiel (RNAses
kunnen worden geactiveerd worden en zo is je mRNA niet meer bruikbaar
= degradatie van het RNA)
2. RNA profiel kan veranderen: inductie van bepaalde genen die er normaal
niet zijn (door bijvoorbeeld een verandering in temperatuur)
3. Contaminatie: scheiding van DNA en RNA is moeilijk (dus je kan soms DNA
in het RNA-staal hebben zitten)

Staalname: je wilt dat er niks meer veranderd aan het RNA na de staalname
= snel stabiliseren

- Onmiddellijk invriezen (in vloeibare stikstof)
- RNA-bewaarmiddelen gebruiken (voor bloedstalen)
- RNAlater (ammoniumsulfaat oplossing  precipiteert eiwitten) voor
weefsels en cellen

Staalverwerking: RNAse-vrij werken

- ALTIJD HANDSCHOENEN EN LABOJAS
- Zeer zuiver werken: afgebakende zone waar enkel met RNA gewerkt
wordt en die regelmatig gekuist wordt
o RNAse schoonmaakproduct (bijvoorbeeld: RNAseZAP)
o RNAse vrije filters, pipettips, …
- Buffers moeten RNAse-vrij zijn
o Milli-Q, …
o Behandeling met RNAse inhibitoren
 DEPC: reageert met amines in AZ (vooral met histidine dat
in het katalytisch centrum zit waardoor dit geïnhibeerd
wordt)
 Nieuwere RNAse inhibitoren

Bewaring van de stalen:

- RNAse-vrij water (geen EDTA  inhibiteert DNA)
- Minder lang bewaren dan DNA (1 jaar op -80°C)
- Alcoholprecipitaat (langer bewaren)
- RNA verdelen over meerdere epjes (zodat je het RNA niet telkens moet
ontdooien en terug invriezen)

, DNA-contaminatie:

- Detecteren
o RTmin controle: om te kijken of er DNA-contaminatie is
= als er contaminatie aanwezig is moet je DNAse toevoegen
- Verwijderen: DNAse behandeling
o Toevoegen van DNAse tijdens of na RNA extractie
o DNAse 1 (knipt dsDNA en ssDNA  afhankelijk of je Magnesium
of Mangaan toevoegt)
o Na verwijderen van het DNA moet de DNAse verdwijnen:
inactiveren (hitte) of verwijderen na behandeling
 Nadeel: verlies of degradatie van RNA mogelijk (daarom
doen we dit liever niet)




3.2 RNA EXTRAHEREN
Algemeen: 3 stappen

1. Lysis: cellen afbreken zodat RNA vrijkomt
 Lysaat = vloeistof met inhoud van gelyseerde cellen
2. Isoleren: RNA uit het lysaat halen of opzuiveren (extraheren)
 Zonder eiwitten, eventueel zonder DNA
3. Oplossen: RNA in gewenste type en hoeveelheid vloeistof oplossen
 Concentreren (= meer RNA in kleiner volume aanmaken)

Keuze van methode afhankelijk van:

- Startmateriaal (weefsel, bloed, celcultuur, bacteriecultuur,..)
- Doel (gewenste hoeveelheid, kwaliteit, aantal stalen…)
$5.48
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
leontienpauwels

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
leontienpauwels Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
3 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions