100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Stellingen Overzicht van de historische kritiek

Rating
-
Sold
-
Pages
29
Grade
8-9
Uploaded on
15-02-2021
Written in
2020/2021

Volledige stellingenlijst met antwoord en paginanummering volgens recentste uitgave van het handboek. Geordend per deel.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 15, 2021
Number of pages
29
Written in
2020/2021
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

Content preview

DEEL I De bron, bouwstof voor de kennis van het verleden: FOUTE STELLINGEN


1. Ego-documenten bevatten enkel ‘Dichtung’ en geen ‘Wahrheit’.

[ p. 5 ]

De ‘Dichtung’ is door de auteur van het egodocument ten dele als ‘Dichtung’ ervaren, maar
ten dele ook als ‘Wahrheit’, weliswaar zijn of haar waarheid. Deze ‘Dichtung-Wahrheit’ is hoe
dan ook een historische waarheid, zij het een andere dan die van de ‘harde feiten’.

2. Mondelinge overlevering staat niet gelijk aan willekeur en sociale anarchie, maar kan een
complex sociaal-politiek verkeer impliceren, dit in tegenstelling tot het onderzoek van Jan
Vansina over de Afrikaanse samenleving. Volgens hem beantwoorden de codes van een
‘primitieve’ samenleving aan een statisch wereldbeeld, een vorm van ‘histoire immobile’ dus.

[ p. 23-24 ]

Mondelinge communicatie betekent allerminst willekeur en anarchie, ze kan integendeel een
complex sociaal-politiek verkeer impliceren. Onderzoek van Vansina over de Afrikaanse
samenleving toont structuren en processen die ook aanwezig zijn in de ongeschreven of
geschreven bronnen van het verleden, en worden door Vansina gesitueerd als onderdelen
van de socio-culturele code van een bepaald volk. Primitieve volkeren zijn niet statisch
gebleven door de eeuwen heen. Zelfs vóór de kolonisatie kenden ze vaak al stormachtige
evoluties. Het zou bijgevolg naïef zijn hun socio-culturele codes als ‘eeuwig’ te beschouwen.

3. Nog steeds volgens Vansina is het afdoende om de mondelinge overleveringen te toetsen
aan interne testen van tekstkritische aard (bijvoorbeeld: is de mondelinge getuigenis
conform aan de taalkundige, stilistische en juridische normen van tijd en milieu waaruit ze
beweert te stammen).

[ p. 23-24 ]

Mondelinge communicatie betekent allerminst willekeur en anarchie, ze kan integendeel een
complex sociaal-politiek verkeer impliceren. Doorgaans hechtte men slechts waarde aan een
mondelinge getuigenis indien het bevestigd werd door andere gegevens. Vansina poneerde
dat de orale traditie ook als enige traditie betrouwbaar kan zijn indien men ze aan een aantal
tests onderwerpt. Die tests zijn deels extern en deels intern.

4. Entropie, een hoge graad van voorspelbaarheid en derhalve lage informatiegraad, impliceert
niet dat de boodschap zonder betekenis zou zijn.

[ p. 41 ]

In de communicatiewetenschap onderscheidt men redundantie en entropie, respectievelijk
een hoge en een lage graad van voorspelbaarheid in een boodschap. Bij entropie is de
informatiegraad het hoogst, want de boodschap is weinig voorspelbaar. Bij redundantie is dit
net omgekeerd.




1

,5. Met een tussenarchief wordt verholpen aan de moeilijkheden die ontstaan door het
overdadig produceren van bronnenmateriaal: archivarissen selecteren er archiefdocumenten
in functie van de dominante historische vraagstelling en vernietigen wat overblijft.

[ p. 46 ]

Deskundige vernietiging van bronnenmateriaal verloopt het vlots via de formule van het
tussenarchief. Hierbij worden archieven gezonden naar de archief-producerende
organismen, zowel openbare als private instellingen, om ter plekke een selectie uit te voeren
tussen wat wel en niet moet worden opgeslagen. De formule houdt in dat, zodra een
document zijn directe administratieve functie verliest waardoor het in de levende instelling
moest blijven om efficiënt te zijn maar tegelijk voor die administratie zijn actualiteit nog niet
geheel verloren heeft het kan verhuizen naar een tussendepot. Zodra de actualiteitswaarde
geheel verdwenen is, kan het document naar een klassiek archief worden overgedragen.

6. Hoe dichter bij de eigen tijd waarin de historicus leeft, hoe meer bronnen voorhanden zijn,
hoe groter de kennis van de periode in kwestie.

[ p. 49 ]

De kennis van de eigen tijd of van het zeer recente verleden is, ondanks de aanwezigheid van
een ongewoon groot aantal bronnen, vrij gering door de niet-consulteerbaarheid van die
bronnen. Dit stelt de historicus voor de paradox dat de feitenkennis het geringst is wanneer
de controlemogelijkheid het grootst zou kunnen zijn en dat die kennis groeit wanneer de
ooggetuigen zelfs verdwenen zijn en de historicus niet langer via een interview de getuigenis
kritisch kan toetsen.

7. Een levend archief is een archief dat de bezitter (vorst, handelaar) volgt van verblijf naar
verblijf, van zodra hij/zij overlijdt wordt het een dood of historisch archief.

[ p. 51 ]

Zolang een archief stelselmatig en continu aangroeit met nieuwe documenten omdat de
eigenaar actief is of de instelling werkzaam is, spreekt men van levend archief. Het deel of
het geheel van documenten van een persoon of instelling dat als een afgesloten groep uit de
levende firma of instelling wordt verwijderd, hetzij omdat het als nutteloos geworden
materiaal afgestaan wordt aan een openbare archiefinstelling, hetzij omdat de firma of de
instelling ophoudt te bestaan, noemt men oud of historisch archief. In dit laatste geval heeft
het zijn ambtelijke en juridische betekenis verloren.

8. Een essentiële doorbraak in de uitgavetechniek werd geboekt door de Bollandist dom Jean
Mabillon (De re diplomatica, 1681).

[ p. 57 ]

In Parijs realiseerde de benedictijn Dom Jean Mabillon een essentiële doorbraak in de
kritische uitgaventechniek, door aandacht te eisen voor de diplomatische en paleografische
kenmerken van de bron en door de superioriteit van de originele versie voorop te stellen.



9. De grote reeksen met bronnenuitgaven (zoals de Monumenta Germaniae Historica in
Duitsland) uit de 19e eeuw zijn het resultaat van de toen dominante romantische opvatting

2

, over het verleden en over de nationale grootheid, het positivisme heeft ze nadien
afgezworen.

[ p. 58 ]

De gouden eeuw van de prestigieuze en monumentale reeksen van bronnenuitgaven is de
19e eeuw. De ondernemingen zijn zowel kinderen van de romantiek als van het positivisme.
Romantisch is dat ze bijna allemaal werden opgezet binnen nationale grenzen en zich vaak
onverbloemd aandienen als hulde aan die nationale staat. Deze ondernemingen zijn ook
schatplichtig aan het positivisme, aan zijn eis om elke bewering hard te maken met een
bewijsplaats en de eis voor een solide uitgaventechniek. Deze laatste heeft ervoor gezorgd
dat de uitgaven ‘kritisch’ werden dankzijde inbreng van filologen, classici en germanisten.




3
$7.86
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Bamber78

Get to know the seller

Seller avatar
Bamber78 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions