Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 155 pages
Summary

DUIDELIJKE SAMENVATTING- Stadscriminaliteit en lokaal veiligheidsbeleid

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 155 pages

DUIDELIJKE SAMENVATTING- Stadscriminaliteit en lokaal veiligheidsbeleid. Keuzevak pijler criminaliteit en (on)veiligheid master criminologische wetenschappen KUL.

Content preview

Gerechtelijk recht

Hoofdstuk 1

2 KLEUREN GEBRUIEN IN CODEX VOOR OPENBAAR & NIET OPENBAAR = nummer van het
artikel

INFO

- Alles handboek = te kennen (behalve het laatste hoofdstuk = beginselen van administratief
procesrecht)
- Franse termen
o 1 vraag in het frans
- Examen
o Open vraag = basiskennis
o Meerkeuzenvragen = 3 soorten
 Basiskennis
 Moeilijkere vragen
- Geen opmnamen van de lessen

MATERIEEL VS FORMEEL RECHT


o Formeel recht
 Gaat over procedures
 BV er zetelen 3 rechter
 Een formele wet = kan ook materieel zijn ALS ze algemen bindend is
o Bv begrotingswet = is een formele wet die NIET materieel is omdat het niet algemeen
bindend is
o Materiëel recht
 Gaat over de inhoud van een formele wet (= want het formeel recht beschrijf het proces van
hoe je de regels (wat) uit het materieel recht kan afdwingen)
 Is ALGEMEEN bindend = geldt dus voor iedereen (of voor een hele groep)
 Bv door het rood rijden is verboden


OPENBARE ORDE OF NIET (kleuren geven)
o Openbare orde art 6 BW
o Als je er niet van mag afwijken = dwingend recht
o Dit zie je vaak aan woorden zoals:
 ‘niettegenstaande enig andersluidend geding’ = wilt zeggen dat ook al bestaan er
andere bepalingen die iets anders zeggen = dat deze regel toch geldt
(niettegenstaande = blijft geldig)
 Niettigheid als er van afgeweken wordt / sanctie van niettigheid
o Niet openbare orde
o ‘behoudens anders luidend geding’ (behoudens = tenzij)
o ‘tenzij de wet anders bepaald’


JURISDICTIONELE RECHTSHANDELING

o Is de essentie van het gerechtelijk recht = gaat over wat een rechter doet
 Wat doet een rechter? = een rechtsgeschil beslechten

1

,  Gerechtelijk recht = is formeel recht = regels die aangeven hoe een proces moet verlopen

o Rechterlijke macht – organiek / functioneel
 Onderscheid maken tussen functionele en organieke zin:

 A) Rechterlijke macht in functionele betekenis:
 De functie = beslechten van rechtsgeschillen (de macht die rechters krijgen om recht te
spreken)
 Dus alle instanties die uitspraak doen over rechtsgeschillen
 !!! zijn niet enkel de hoven en rechtbanken in organieke zin
 Ook andere instellingen zoals bv administratieve colleges, raad van staten, …
kunnen een geschil beslechten
 BV raad van staten = is niet norganiek maar wel functioneel
 DUS een jurisdictionele rechtshandeling = is een beslissing waarbij een rechtsgeschil
wordt beslecht
 B) Rechterlijke macht in organieke betekenis:
o Organiek = rechterlijke macht als orgaan van de staatsmachten
 Je hebt dus 3 staatsmachten
 = wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
 En de rechtelijke macht is organiek = zijn dus de instellingen die
verantwoordelijk zijn voor het spreken van recht
 Het gaat dus niet over wat ze doen (recht spreken)
 Maar WEL over WIE het doet/ wie recht spreekt
 En in België zijn dit dus hoven en rechtbanken die beschreven zijn in art 40
GW


o Alle instanties van de rechtelijke macht = zijn de rechtelijke macht in organieke zin
 Staat in art 40 GW
 Piramide = is de rechtleijke macht in organieke zin
 Organiek = is LOS van wat ze doen !!!
 Hoven en rechtbanken doen ook andere zaken dan het beslechten van
rechtsgeschillen
 Wat dan nog?
= oneigelijke/ willige rechtspraak
= dit is een rechtelijke beslissing waarbij er geen geschil beslecht
wordt
 Bv een adoptie
 Hier beslecht de rechtbank geen rechtsgeschil mee
 Dan oefent de rechterlijke macht in organieke betekenis een
administratieve functie uit

o Waar we nu op focussen = is de functionele zin
 Functioneel = zijn hoven en rechtbanken die behoren tot de organieke zin maar ook
andere zaken doen
 En er zijn ook instanties die functioneel zijn MAAR niet behoren tot de organieke zin

2

,o Rechtsmacht – organiek / functioneel  samenvatting
 Rechtsmacht in functionele betekenis:
 De macht van rechters om recht te spreken
 Gaat dus over alle soorten rechters !!! niet alleen over de rechterlijke macht in organieke
zin
 Rechtsmacht in organieke betekenis = is een synoniem van rechterlijke macht in organieke zin

o Jurisdictionele rechtshandeling
 Beslechten van een rechtsgeschil
 De regels hiervan = dat is de kern van het gerechtelijk recht

De 4 criteria om te bepalen of iets wel of geen jurisdictionele rechtshandeling is:

 1) Kennisnemen van een geschil
 Geschil = zijn tegenstrijdige aanspraken van rechtssubjecten
 Aanpraken gaan over het subjectief recht
 Subjecttief recht wordt door iemand anders niet gerespecteert bij een
geschil
 Bv iemand huurt huis en betaalt huur niet
 Is niet hetzelfde als een geding
 Geding = is een procedure die geldt voor de rechter
 En dit behandeld een geschil
 NIET elk geschil zorgt voor een geding!!! (bv ruzie kind ouder zorgt
niet altijd voor een geding)
 Oneigenlijke of willige rechtspraak (= administratief)
 Rechters houden zich soms ook bezig met dingen die niks te maken
hebben met een rechtsgeschil!!
 = dit zijn oneigenlijke of willige rechtspraak
 In een proces zijn er 3 fasen + 2 scharniermomenten
 1e scharniermomenten = eerste hoorzitting
 Rechter bekrachtigt het akkoord van bv de data die de
partijen afspreken
 Maar rechter beslecht hiermee geen rechtsgeschil
 Praktisch gevolg hiervan = hier kan je geen hoger beroep
aantekenen (enkel tegen een beslising van een rechter als die
een geschil beslechtigt)

 Hoe krijgt een rechter kennis van een geschil?
 Een paar regels:
 De kennisname van het geschil = is nooit ambshalve (proprio motu)
 Het zijn de partijen die een geschil bij de rechter aanhangig maken
 Beschikkingsbeginsel!!! art 6 en 1138, 2 Ger.w
 Partijen bepalen de grenzen van het geschil
 Bv: sportveld = heeft grenzen en hiervinnen spelen ze een spel
 Deze grenzen zijn het beschikkingsbeginsel
 En deze worden bepaald door de partijen
 Welke grenzen zijn dit?
 1. Of er een proces is of niet
 2. Tegen wie
 3. Waarover
 Gevolg = rechter doet geen uitspraak ultra petita
 Ultra petita = rechter kan niet meer toekennen/ uitspreken dan dat er
gevorderd is
 Belangrijk artikel = art 1138, 2 Ger.W.
 Infra petita = kan WEL (dus minder uitspreken dan gevorderd)

3

,  Rechter is verplicht om een beslissing te nemen
 WANT wij hebben een verbod op eigenrichting
 Je mag dus niet het recht in eigen handen nemen als je subjectief recht
geschaad is
 Een rechter moet dit doen
 DUS rechter heeft daarom een verbod op rechtsweigering (art. 5 Ger.W – zie ook
art. 1140.4°) = Art 5 Ger.w

 2) Rechtsgeschil

 Er moet een juridische link zijn voordat de rechter zich kan uitspreken over iets
 Je kan bv geen advies vragen aan een rechter = het moet echt gaan over een rechtsgeschil

 DUS wat voor soort geschil? = een rechtsgeschil
 Rechters kijken dus enkel naar geschillen die juridisch relevant zijn
 Juridisch relevant = gaat de toepassing van objectief of subjectief recht
 Subjectief recht = als huiseigenaar heeft die persoon recht op
dat huis = is dus een recht dat iemand heeft
 Objectief recht = is eerder ‘de wet’ in het algemeen (verschil
law en right)

 Rechter = is “Bouche de la loi”
 Rechter past dus enkel de wet toe en niks meer
 Maakt dus zelf geen nieuwe rechten

 Een rechtsgeschil kan gaan over 3 dingen (of de combinatie ervan):
 1) Rechtsfeiten sensu lato
 Een geschil kan gaan over feiten
 MAAR een gewoon feit = is niet genoeg
 Het moet een rechtsfeit sensu lato zijn
= zijn feiten met juridische gevolgen
 Binnen sensu lato zijn er 2 soorten:
 Sensu stricto = zijn feiten/ gebeurtenissen die
juridische gevolgen hebben
 Zijn dus feiten die vanzelf gebeuren zonder
dat iemand daar iets speciaals voor doet
 Bv 18 worden, sterven, geboorte
 Rechtshandelingen = zijn handelingen die
rechtsubjecten bewust doen om een bepaald
rechtsgevolg te krijgen (bv een contract
ondertekenen of trouwen)

 2) Toepasselijke recht
 Hierbij moet eerst gekeken worden of een bepaald artikel van
toepassing is bij die situatie
 Gaat dus over de regels die gelden voor een specifieke situatie
 3) Rechtsgevolgen
 Als er discussie is over een rechtsgevolg
 Dus als er een geschil is over hoe een specifieke wet moet toegepast
worden in die situatie
 Dus discussie over hoe een wet geïnterpreteerd moet worden + wat
de concrete gevolgen hiervan zijn

 Materieelrechtelijke basis


4

Document information

Uploaded on
December 8, 2025
Number of pages
155
Written in
2023/2024
Type
Summary
$19.09

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
2
Last sold
8 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions