Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 90 pages
Summary

Overzichtelijke samenvatting: schoolcontext ergotherapie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 90 pages

Een overzichtelijke samenvatting over de schoolcontext binnen de Ergotherapie, met voorbeelden uit de les en boek. het bied een overzicht per hoofdstuk. alles wat je moet kennen voor het examen staat hierin.

Content preview

Samenvatting – schoolcontext

H1: schoolcontext – inleiding
1. M- decreet naar decreet leersteun

o 2014: M-decreet ingezet voor meer inclusief onderwijs door Vlaamse overheid
o 2017-2018: leerling met specifieke onderwijsbehoeften in het regulier onderwijs krijgen
ondersteuning vanuit de ondersteuningsnetwerken
o 2019: M-decreet wordt vervangen door een begeleidingsdecreet genaamd decreet leersteun.
o 2023: goedgekeurd door Vlaams parlement en bekrachtigd door Vlaamse regering.

Wat houdt het decreet leersteun in?
- Binnen dit decreet wordt ingezet op inclusief onderwijs
- Decreet leersteun biedt antwoord op de tekortkomingen uit het M-decreet
- Er wordt ingezet op versterking van het gewoon onderwijs om maximale leerwinst en optimale
ontwikkeling voor alle leerlingen na te streven.
- Focus wordt gelegd op kwaliteit en afstemming tussen gewoon en buitengewoon onderwijs
- Kwaliteitsvolle leersteun

Doelen (informatief P13-14 )

Leersteun Gewoon onderwijs Buitengewoon onderwijs
• Doelstelling 1: Een duidelijk en breed gedragen • Doelstelling 1: Alle scholen realiseren een • Doelstelling 1: Het buitengewoon
referentiekader voor kwaliteitsvolle ondersteuning doeltreffend beleid op leerlingenbegeleiding. Het onderwijs realiseert doelgericht, aangepast
zorgt voor een onderbouwde en gelijkgerichte schoolteam beschikt over de nodige onderwijs met een focus op leerwinst en
benadering in het Vlaamse onderwijsveld. competenties om dit te realiseren. ontwikkeling.
• Doelstelling 2: De onderwijsinspectie monitort • Doelstelling 2: De pedagogische • Doelstelling 2: De PBD en CLB
doeltreffend de kwaliteit van de leersteun via begeleidingsdiensten en centra voor ondersteunen de doelgerichte werking in
doorlichting van de leersteuncentra. leerlingenbegeleiding zetten versterkt in op de scholen en geven verhoogde aandacht
• Doelstelling 3: De ondersteuning komt terecht bij leerlingenbegeleiding met effect op de klasvloer. aan de scholen die achterblijven. De
die leerlingen en hun leerkrachten en schoolteams Ze geven verhoogde aandacht aan scholen die onderwijsinspectie monitort de kwaliteit
die nood hebben aan leersteun voor de uitbreiding achterblijven. en legt bij tekorten een begeleidingstraject
van zorg of een individueel aangepast curriculum. • Doelstelling 3: De onderwijsinspectie focust op.
• Doelstelling 4: De leersteuncentra voeren een tijdens alle doorlichtingen op de kwaliteit van de • Doelstelling 3: De handicapspecifieke
doeltreffend leersteun-, personeels-, leerlingenbegeleiding en legt scholen en CLB die expertise uit het buitengewoon onderwijs
professionaliserings- en financieel beleid. geen performante leerlingenbegeleiding benutten we optimaal in het volledige
• Doelstelling 5: De toeleiding van de leersteun naar realiseren een begeleidingstraject op. Vlaamse onderwijs en voor alle leerlingen.
de scholen voor gewoon onderwijs verloopt via een • Doelstelling 4: De leraren herkennen zeer • Doelstelling 4: De scholen voor gewoon
duidelijk en eenvoudig model. makkelijk lerenden, hoogbegaafden en en buitengewoon onderwijs benutten
• Doelstelling 6: Het team van leerondersteuners uitzonderlijk hoogbegaafden en maken het (samen) maximaal hun
beschikt over voldoende handicapspecifieke-, onderwijs ook voor hen voldoende uitdagend. verantwoordelijkheid in functie van de
onderwijskundige, inclusie- en coachingsexpertise, • Doelstelling 5: De scholen voor gewoon en begeleiding van de individuele leerling, met
die ze laagdrempelig, netoverschrijdend en regionaal buitengewoon onderwijs benutten (samen) bijzondere aandacht voor de mogelijkheid
samen uitbouwen. maximaal hun verantwoordelijkheid in functie tot terugkeer van leerlingen van
• Doelstelling 7: De informatiestroom en de van de begeleiding van de individuele leerling buitengewoon naar gewoon onderwijs.
samenwerking tussen het gewoon onderwijs, het
leersteuncentrum, het centrum voor
leerlingbegeleiding en de ouders staan in functie van
de leersteun



2. Rol van de ergotherapeut bij leren

Bij het leren binnen de schoolcontext kan de ergotherapeut werkzaam zijn op 3 niveaus:
♦ De school als organisatie
♦ De klasgroep
♦ De individuele leerling.

1

, DEEL 2: autisme spectrumstoornis

H2: kennismaking met de doelgroep
Autismespectrumstoornis = een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig patroon van
zowel significante beperkingen in de sociale omgang als beperkte, repetitieve interesses en
gedragingen

 Spectrumstoornis = er zijn verschillende graden van ernst. Sommige kinderen of
volwassenen kunnen zelfstandig functioneren, anderen hebben ondersteuning nodig op één
of meerdere gebieden.
 Er is een variatie in de gedragskenmerken eigen aan ASS, beïnvloedende factoren zoals de
leeftijd en de comorbiditeit met andere problemen (bv. verstandelijke beperking,
taalontwikkelingsstoornissen, hoogbegaafdheid).
 De gedragskenmerken kunnen sterk of minder sterk tot uiting komen, afhankelijk van de
omgeving waarin de persoon met een ASS zich bevindt.


1. Autismespectrumstoornis volgens DSM-5

Een autismespectrumstoornis wordt gesteld door een gedragsdiagnose op basis van geobserveerde
beperkingen in:
A. Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interactie in uiteenlopende
situaties

 Deficiënties in de sociaal-emotionele wederkerigheid, variërend van een abnormale manier
sociaal contact maken en niet in staat zijn tot een normale gespreksinteractie; het
verminderd delen van interesses, emoties of affect; een onvermogen om sociale interacties
te initiëren en te beantwoorden; tot het niet in staat zijn om een sociale interactie te
beginnen of erop in te gaan.

 Deficiënties in het non-verbale communicatieve gedrag dat gebruikt wordt voor sociale
interactie, variërend van bv slecht geïntegreerde verbale en non-verbale communicatie;
abnormaal gedrag bij oogcontact en lichaamstaal of deficiënties in het begrijpen en
gebruiken van gebaren; tot een totaal ontbreken van gezichtsuitdrukkingen en non-verbale
communicatie.

 Deficiënties in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties, variërend van
problemen met het aanpassen van gedrag aan verschillende sociale omstandigheden
o BV: moeite met deelnemen aan fantasiespel of vrienden maken; tot afwezigheid van
belangstelling voor leeftijdgenoten > waarom spreek ik anders tegen vriend dan directeur




2

,B. Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten

 Stereotiep(e) of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak
o BV: eenvoudige motorische stereotypieën > speelgoed in een rij zetten\ voorwerpen
ronddraaien\ echolalie\ diosyncratische uitdrukkingen


 Hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of geritualiseerde
patronen van verbaal of non-verbaal gedrag
o BV: extreem overstuur bij kleine veranderingen, moeite met overgangen, rigide
denkpatronen, rituele wijze van begroeten, de behoefte om steeds dezelfde route te volgen
of elke dag hetzelfde te eten


 Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn
o BV: een sterke gehechtheid aan of preoccupatie met ongebruikelijke voorwerpen, bijzonder
specifieke of hardnekkige interesses


 Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor de
zintuiglijke aspecten van de omgeving
o BV: duidelijk ongevoelig voor pijn en/of temperatuur, een negatieve reactie op specifieke
geluiden of texturen, excessief ruiken aan of aanraken van voorwerpen, visuele fascinatie
met lichten of beweging




C. De symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege ontwikkelingsperiode

 Kunnen soms pas volledig manifest worden wanneer de sociale eisen de begrensde
vermogens overstijgen, of kunnen worden gemaskeerd door op latere leeftijd aangeleerde
strategieën



D. De symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of
beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

/


E. De stoornissen kunnen niet beter worden verklaard door een verstandelijke beperking
(verstandelijke ontwikkelingsstoornis) of een globale ontwikkelingsachterstand.

 Een verstandelijke beperking en de autismespectrumstoornis komen geregeld samen voor.
Om de comorbide classificatie autismespectrumstoornis naast een verstandelijke beperking
toe te kennen moet de sociale communicatie onder het verwachte algemene
ontwikkelingsniveau liggen.




3

, 2. Oorzaak ASS

ASS is een ontwikkelingsstoornis met neurobiologische oorzaken. De oorzaken zouden door
meerdere factoren bepaald worden. Ook erfelijkheid zou een rol spelen.

Steeds meer onderzoekers gaan uit van het neurodiversiteitsperspectief. Vanuit dat perspectief zien
we autisme, maar ook bv ADHD niet als een stoornis van een individu, maar als een uitdrukking van
neurodiversiteit
- Neurodiversiteit = verwijst naar het gegeven dat we allemaal van elkaar verschillen in hoe
we de wereld ervaren, in hoe we denken, leren, voelen, reageren.
- Genetische factoren tot gedragskenmerken




3. Kernbegrippen

= Het neurobiologische aspect van ASS vertaalt zich onder meer in een andere werking van
hersenen.

Het leervermogen bepaalt de mate waarin een persoon informatie kan opnemen, herkennen, terug
oproepen en toepassen. Het leervermogen is niet voor iedereen hetzelfde.
 Zo wordt het verstandelijk niveau waarop een kind functioneert bepaald door de capaciteit
van de hersenen. Bij kinderen met een verstandelijke beperking ligt de capaciteit lager dan
bij een gemiddeld ontwikkeld kind.

Er is sprake van een algeheel ontwikkelingstekort, waardoor er een achterstand ontstaat in de
ontwikkeling op alle gebieden (cognitief, sociaal, adaptief, motorisch, …). De ontwikkeling verloopt
trager, de verstandelijke leeftijd is lager dan de kalenderleeftijd.
 Bij personen met een ASS gaat het over een ontwikkelingsstoornis die leidt tot uitval in
specifieke gebieden. Ten gevolge van een andere bedrading tussen de hersenhelften
verwerken personen met een ASS-informatie op een andere manier.
 Kinderen met een verstandelijke beperking en een ASS hebben een dubbele beperking in het
adaptief functioneren, zowel op sociaal als op communicatief gebied.




4

Document information

Study
Uploaded on
December 8, 2025
File latest updated on
December 8, 2025
Number of pages
90
Written in
2025/2026
Type
Summary
$19.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
9
Followers
2
Items
10
Last sold
3 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions