Week 1............................................................................................................................... 3
HR Blaauboer/Berlips, p.1............................................................................................... 3
HR Depex/ Curatoren – natrekking door grond, p. 161..................................................3
HR woonark – onroerend zijn & natrekking door grond, p. 351.....................................4
HR havenkranen – onroerend zijn & natrekking door grond, p.381...............................4
HR Portacabin – onroerend zijn & natrekking door grond, p. 231..................................4
HR UTB/Glencore Zalco II – natrekking door grond, p. 675............................................4
HR grensoverschrijdende garage – amotie vorderen.....................................................4
Week 2............................................................................................................................... 5
HR Teixeira de Mattos – oneigenlijke vermenging, p. 63...............................................5
HR Breda/ Antonius – voor wie wordt gevormd bij zaaksvorming?, p. 145...................5
HR Hinck/ Van der Werff – zaaksvorming, p. 169...........................................................5
HR Hollander’s’ kuikenbroederij – zaaksvorming, p. 205...............................................6
HR Zalco I – vermenging soortgelijke zaken & pandrecht bij vermenging, p. 465........6
HR Quin/ Te Poel – bron van verbintenis niet in de wet, p. 19.......................................6
HR Nieuwe Matex............................................................................................................ 6
Week 5............................................................................................................................... 7
HR modehuis Nolly I, p. 77............................................................................................. 7
HR Eelder Woningbouw, p. 263......................................................................................7
HR oryx/ van Eesteren, p. 285........................................................................................ 7
HR kamsteeg/ Lisser, p. 369........................................................................................... 7
HR Mesdag II, p. 385....................................................................................................... 7
HR Coface/ Intergamma, p. 451.....................................................................................8
HR eiseres/ Heijmans, p. 629.......................................................................................... 8
HR Rabobank/ Ten Berge, p. 733...................................................................................8
HR nationaal grondbezit/ kamphuis, p. 69.....................................................................8
Week 6............................................................................................................................... 8
HR Hoogovens/ Matex, p. 101........................................................................................8
HR Sogelease, p. 211...................................................................................................... 9
HR Bouwmeester/ Van Leeuwen.....................................................................................9
Week 7............................................................................................................................. 10
HR Rodewijk/Bouwman, p. 353.....................................................................................10
HR opschietende bomen, p. 225..................................................................................10
HR Balkengat................................................................................................................ 10
HR Heusden/ verweerders, p. 527................................................................................11
Week 8............................................................................................................................. 11
HR Hoogovens/ Matex, p. 101......................................................................................11
, HR Hinck/ Van der Werff – beschikkingsbevoegdheid bij eigendomsvoorbehoud, p.
169................................................................................................................................ 12
HR Rabobank/ Reuser, p. 503.......................................................................................12
Week 9............................................................................................................................. 12
HR WUH/ Emmerig, p. 131............................................................................................ 12
HR Ontvanger/ De Jong, p. 349.....................................................................................13
HR Dix/ ING, p. 413....................................................................................................... 13
HR Rabobank/ Verdonk, p. 489.....................................................................................14
HR Bowi, p. 683............................................................................................................ 14
Week 10........................................................................................................................... 15
HR mulder/ CLBN, p. 197.............................................................................................. 15
HR ING/ Feenstra, p. 447.............................................................................................. 15
HR ING/ Gunning, p. 313............................................................................................... 15
HR Ontvanger/ Eiking................................................................................................... 16
Week 11........................................................................................................................... 16
HR Aerts q.q./ ABN AMRO............................................................................................. 16
2
, Week 1
HR Blaauboer/Berlips, p.1
Twee soorten rechten:
Absolute rechten: rechten die je kunt handhaven tegen eenieder. Het zijn altijd
rechten op goederen (goederenrechtelijke rechten). Je kunt dit recht altijd
inroepen als je een goederenrechtelijk recht hebt.
- Een absoluut recht ontstaat alleen, als is voldaan aan de voorwaarden
die de wet daarvoor geeft. Je kunt buiten de wet om dus geen
absolute rechten creëren (gesloten stelsel).
- Heb je afspraken gemaakt die niet voldoen aan de eisen die de wet
stelt aan een goederenrechtelijk recht, dan is ook geen
goederenrechtelijk recht ontstaan. Je hebt dan slechts een relatief
recht laten ontstaan (Blaauboer/Berlips).
- Eigendomsrechten en beperkte rechten
Relatieve rechten: rechten die je enkel kunt inroepen tegen je wederpartij. De
wederpartij is alleen jegens jou verbonden op grond van contract of
onrechtmatige daad.
De vraag was: had Blaauboer een absoluut recht in te roepen tegen Maks, of een
relatief recht tegen de gebroeders Berlips?
HR: een absoluut recht kan slechts ontstaan, als de wet hiervoor een grondslag legt.
Voldoen partijen niet aan de vereisten die de wet stelt, dan ontstaat geen absoluut
recht. Er ontstaat slechts een relatief recht, dat iemand kan inroepen tegen zijn
wederpartij. In dit geval dus de contractuele tegenpartij.
Het recht van bestrating van Blaauboer voldeed niet aan de goederenrechtelijke
rechten die de wet kende. In het bijzonder was geen sprake van een erfdienstbaarheid.
Dit kan enkel ontstaan indien zij verplichtte tot een dulden of niet doen. Deze afspraak
tussen Blaauboer en broers verplichtte echter tot een doen: bestrating. Aan de
wettelijke vereisten voor erfdienstbaarheid was dus niet voldaan. De erfdienstbaarheid
is dus niet tot stand gekomen.
Ten slotte was van belang dat de verplichting van Berlips niet was ingeschreven in de
openbare registers. In Nederland hanteren we een systeem van registers, waarin alle
absoluuts rechten staan die rusten op een stuk grond. Had de Hoge Raad aangenomen
dat het recht van bestrating van Blaauboer wel absoluut werkte, dan waren deze
registers onvolledig geworden.
De persoonlijke verplichtingen van een goed gaan niet over op degene die dat goed
onder bijzondere titel verkrijgt. Persoonlijke rechten ten aanzien van een goed (in
tegenstelling tot verplichtingen), gaan wel over op de verkrijger van dat goed
onder bijzondere titel. Dit wordt dan ook wel een kwalitatief recht genoemd (zie art.
6:251 BW).
HR Depex/ Curatoren – natrekking door grond, p. 161
Art. 3:4 lid 1 BW (jo. 5:3 BW)
RR: Twee aanwijzingen voor of iets naar verkeersopvattingen een bestanddeel is.
1. Afstemmingscriterium – zaken zijn in constructief opzicht specifiek op elkaar afgestemd
- Hoeft niet altijd zo te zijn dat beide delen op elkaar afgestemd zijn, mag ook alleen
één deel afgestemd zijn op het andere deel.
2. Incompleetheidscriterium – wanneer de zaak onvoltooid is zonder het mogelijke
bestanddeel
- Naar zaak op zichzelf kijken, niet kijken naar de specifieke functie die de zaak
vervult.
3