Pancreascarcinoom -
alvleesklierkanker
geschreven door:
SaschaR
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Pancreascarcinoom
Hoe ontstaat de ziekte?
De oorzaak van alvleeskliercarcinoom is niet bekend. Wel spelen een aantal factoren mee die het
risico verhogen op alvleesklierkanker:
- roken
- chronische alvleesklierontsteking
- erfelijkheid speelt in 5 tot 10 % van de gevallen een rol.
Verloop van de ziekte
In en rondom de kop van de alvleesklier kunnen tumoren ontstaan die niet afkomstig zijn van het
alvleesklierweefsel. Zo’n tumor kan bijvoorbeeld zijn ontstaan in het weefsel van de papil van Vater,
van de twaalfvingerige darm of van het onderste deel van de grote galbuis. De naam van deze
tumoren is afhankelijk van het soort weefsel waaruit de tumor oorspronkelijk is ontstaan. Zo
onderscheidt men een tumor van de papil van Vater, een galwegtumor of een dunnedarmtumor.
Soms kan weefselonderzoek niet uitwijzen uit welk type weefsel een tumor in of rond de kop van de
alvleesklier is ontstaan. In dat geval spreekt men van een periampullaire tumor
Uitzaaiingen
Zoals bij de meeste soorten kanker kunnen er ook bij alvleesklierkanker uitzaaiingen (metastasen)
optreden. Uitzaaiingen ontstaan wanneer kankercellen losraken van de tumor en via bloed en/of
lymfe op een andere plaats in het lichaam terechtkomen. Daar kunnen de uitgezaaide cellen
uitgroeien tot tumoren. Rondom de alvleesklier bevindt zich een uitgebreid systeem van
lymfeklieren, waarin uitzaaiingen kunnen ontstaan. Bij verspreiding via het bloed kunnen er
uitzaaiingen ontstaan in bijvoorbeeld de lever, longen of botten.
Onderzoeken
In de eerste instantie wordt er een lichamelijk onderzoek gedaan en een aanvullend bloedonderzoek.
Deze onderzoeken kunnen al een eerste aanwijzing geven voor alvleeskliercarcinoom. Andere
onderzoeken die mogelijk zijn:
- echografie: dit onderzoek is niet belastend en wordt gedaan met behulp van geluidsgolven. Deze
geluidsgolven maken een afbeelding van de alvleesklier met een eventuele tumor of/en uitzaaiingen.
- CT-scan: met dit onderzoek kunnen de alvleesklier en omliggende organen en weefsels zeer
gedetailleerd in beeld worden gebracht. (zie artikel: wat is een CT-scan)
- MRI-scan: dit onderzoek is te vergelijken met een CT-scan. Alleen wordt met dit onderzoek gebruik
gemaakt van een magneetveld i.p.v. röntgenstralen.
- MRCP: een MRCP is een MRI-scan van de galwegen en de alvleesklier. Het is een niet belastend
onderzoek die hiervoor vaak gebruikt wordt.
- Endo – echografie: bij dit onderzoek wordt er gebruik gemaakt van een endoscoop. Aan de
endoscoop zit een echografieapparaatje die geluidsgolven uitzend. Op de afbeeldingen is dan te zien
of de tumor is doorgegroeid in het weefsel dat in de nabijheid van de alvleesklier ligt.
- ERCP (met biobsie): hierbij wordt er met een endoscoop die via de mond, slokdarm en maag in de
dunne darm geschoven wordt een afsluiting van de galgang of van de afvoergang van de alvleesklier
aangetoond. Door contrastmiddel in de endoscoop te spuiten kan er een duidelijke afbeelding van de
tumor gemaakt worden en kan er een hapje (biopt) uit de tumor worden weggehaald voor
onderzoek.
Laparoscopie (kijkoperatie): een kijkoperatie is soms nodig om uitzaaiingen aan te tonen. Hierbij
kunnen er ook stukjes weefsel (biopten) weggenomen worden voor onderzoek.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Postoperatief
A. Pre operatieve zorg
- Vragenlijst laten invullen en zodoende vragen beantwoorden
- Opnamegesprek
- Informeren over de opname en de operatie
- Zonodig een lijst maken van de medicijnen die de patiënt slikt
- Vitale functies controleren
- Injectie om trombose te voorkomen
- Eventueel word operatiegebied geschoren
- Zorgen dat er een dieet word gemaakt voor na de operatie
- Zorgen dat de ademhalingsoefeningen zijn doorgenomen met de fysiotherapeut
Post operatieve zorg
- Verzorgen van het infuus in de hals
- Verzorgen van de epiduraal katheter
- Verzorgen van de sonde die in de neus zit
- Verzorgen van de toediening van voeding, en zorgen dat de darmen weer op gang komt. En dat
degene voldoende voedingstoffen krijgt.
- Ook verzorgen van de sondevoeding
- Verzorgen van de blaaskatheter
- Verzorgen van de wond
- Hechtingen verwijderen naar een 14 dagen
Direct na de operatie bent u via een aantal slangen verbonden met apparaten of zakjes.
Eén of twee infusen voor vochttoediening of voeding
Een slang door uw neus die via uw slokdarm in de maagrest ligt, en er voor zorgt dat de maag-
darm sappen worden afgezogen
Eén of twee dikke slangen in uw buik voor afvoer van wondvocht en bloed
Een voedingsslangetje
Een blaasslang voor afloop van urine
Afhankelijk van uw herstel na de operatie worden deze hulpmiddelen verwijderd. Plus minus een
week na de operatie is er een uitslag van weefselonderzoek. De uitslag kan u dan eventueel in
aanwezigheid van uw familie meegedeeld worden. De uitslag van dit weefselonderzoek zegt iets over
de uitgebreidheid van de aandoening. Het houdt niet in, dat aan de hand daarvan uw vooruitzichten
precies kunnen worden voorspeld.
Anesthesietechnieken
Het word alleen onder volledige verdoving gedaan. Eerst een slangetje in de rug voor pijnstilling,
daarna word via het infuus de narcose toegevoegd. De consequenties van volledige verdoving voor
de verpleegkundige zijn :
- Dat de patiënt slaperig en slapjes kan zijn nog van de narcose en dus niet echt aanspreekbaar
zijn. Ook het verzorgen word iets lastiger.
- Bewaken of de patiënt voldoende zuurstof heeft en op bewustzijn letten, bloeddruk meten
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
alvleesklierkanker
geschreven door:
SaschaR
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Pancreascarcinoom
Hoe ontstaat de ziekte?
De oorzaak van alvleeskliercarcinoom is niet bekend. Wel spelen een aantal factoren mee die het
risico verhogen op alvleesklierkanker:
- roken
- chronische alvleesklierontsteking
- erfelijkheid speelt in 5 tot 10 % van de gevallen een rol.
Verloop van de ziekte
In en rondom de kop van de alvleesklier kunnen tumoren ontstaan die niet afkomstig zijn van het
alvleesklierweefsel. Zo’n tumor kan bijvoorbeeld zijn ontstaan in het weefsel van de papil van Vater,
van de twaalfvingerige darm of van het onderste deel van de grote galbuis. De naam van deze
tumoren is afhankelijk van het soort weefsel waaruit de tumor oorspronkelijk is ontstaan. Zo
onderscheidt men een tumor van de papil van Vater, een galwegtumor of een dunnedarmtumor.
Soms kan weefselonderzoek niet uitwijzen uit welk type weefsel een tumor in of rond de kop van de
alvleesklier is ontstaan. In dat geval spreekt men van een periampullaire tumor
Uitzaaiingen
Zoals bij de meeste soorten kanker kunnen er ook bij alvleesklierkanker uitzaaiingen (metastasen)
optreden. Uitzaaiingen ontstaan wanneer kankercellen losraken van de tumor en via bloed en/of
lymfe op een andere plaats in het lichaam terechtkomen. Daar kunnen de uitgezaaide cellen
uitgroeien tot tumoren. Rondom de alvleesklier bevindt zich een uitgebreid systeem van
lymfeklieren, waarin uitzaaiingen kunnen ontstaan. Bij verspreiding via het bloed kunnen er
uitzaaiingen ontstaan in bijvoorbeeld de lever, longen of botten.
Onderzoeken
In de eerste instantie wordt er een lichamelijk onderzoek gedaan en een aanvullend bloedonderzoek.
Deze onderzoeken kunnen al een eerste aanwijzing geven voor alvleeskliercarcinoom. Andere
onderzoeken die mogelijk zijn:
- echografie: dit onderzoek is niet belastend en wordt gedaan met behulp van geluidsgolven. Deze
geluidsgolven maken een afbeelding van de alvleesklier met een eventuele tumor of/en uitzaaiingen.
- CT-scan: met dit onderzoek kunnen de alvleesklier en omliggende organen en weefsels zeer
gedetailleerd in beeld worden gebracht. (zie artikel: wat is een CT-scan)
- MRI-scan: dit onderzoek is te vergelijken met een CT-scan. Alleen wordt met dit onderzoek gebruik
gemaakt van een magneetveld i.p.v. röntgenstralen.
- MRCP: een MRCP is een MRI-scan van de galwegen en de alvleesklier. Het is een niet belastend
onderzoek die hiervoor vaak gebruikt wordt.
- Endo – echografie: bij dit onderzoek wordt er gebruik gemaakt van een endoscoop. Aan de
endoscoop zit een echografieapparaatje die geluidsgolven uitzend. Op de afbeeldingen is dan te zien
of de tumor is doorgegroeid in het weefsel dat in de nabijheid van de alvleesklier ligt.
- ERCP (met biobsie): hierbij wordt er met een endoscoop die via de mond, slokdarm en maag in de
dunne darm geschoven wordt een afsluiting van de galgang of van de afvoergang van de alvleesklier
aangetoond. Door contrastmiddel in de endoscoop te spuiten kan er een duidelijke afbeelding van de
tumor gemaakt worden en kan er een hapje (biopt) uit de tumor worden weggehaald voor
onderzoek.
Laparoscopie (kijkoperatie): een kijkoperatie is soms nodig om uitzaaiingen aan te tonen. Hierbij
kunnen er ook stukjes weefsel (biopten) weggenomen worden voor onderzoek.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Postoperatief
A. Pre operatieve zorg
- Vragenlijst laten invullen en zodoende vragen beantwoorden
- Opnamegesprek
- Informeren over de opname en de operatie
- Zonodig een lijst maken van de medicijnen die de patiënt slikt
- Vitale functies controleren
- Injectie om trombose te voorkomen
- Eventueel word operatiegebied geschoren
- Zorgen dat er een dieet word gemaakt voor na de operatie
- Zorgen dat de ademhalingsoefeningen zijn doorgenomen met de fysiotherapeut
Post operatieve zorg
- Verzorgen van het infuus in de hals
- Verzorgen van de epiduraal katheter
- Verzorgen van de sonde die in de neus zit
- Verzorgen van de toediening van voeding, en zorgen dat de darmen weer op gang komt. En dat
degene voldoende voedingstoffen krijgt.
- Ook verzorgen van de sondevoeding
- Verzorgen van de blaaskatheter
- Verzorgen van de wond
- Hechtingen verwijderen naar een 14 dagen
Direct na de operatie bent u via een aantal slangen verbonden met apparaten of zakjes.
Eén of twee infusen voor vochttoediening of voeding
Een slang door uw neus die via uw slokdarm in de maagrest ligt, en er voor zorgt dat de maag-
darm sappen worden afgezogen
Eén of twee dikke slangen in uw buik voor afvoer van wondvocht en bloed
Een voedingsslangetje
Een blaasslang voor afloop van urine
Afhankelijk van uw herstel na de operatie worden deze hulpmiddelen verwijderd. Plus minus een
week na de operatie is er een uitslag van weefselonderzoek. De uitslag kan u dan eventueel in
aanwezigheid van uw familie meegedeeld worden. De uitslag van dit weefselonderzoek zegt iets over
de uitgebreidheid van de aandoening. Het houdt niet in, dat aan de hand daarvan uw vooruitzichten
precies kunnen worden voorspeld.
Anesthesietechnieken
Het word alleen onder volledige verdoving gedaan. Eerst een slangetje in de rug voor pijnstilling,
daarna word via het infuus de narcose toegevoegd. De consequenties van volledige verdoving voor
de verpleegkundige zijn :
- Dat de patiënt slaperig en slapjes kan zijn nog van de narcose en dus niet echt aanspreekbaar
zijn. Ook het verzorgen word iets lastiger.
- Bewaken of de patiënt voldoende zuurstof heeft en op bewustzijn letten, bloeddruk meten
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.