,1. JEUGDCRIMINALITEIT: WETENSCHAP, MEDIA EN POLITIEK
(WEIJERS)
Aandacht voor overlast en criminaliteit van jongeren: laatste decennia sterk toegenomen
- Traditionele jeugdrecht, gericht op het opvoedend en resocialiserend karakter van
interventies: onder druk
- Niet enkel criminaliteit: veelplegers, spijbelaars en jeugd die rondhangt of voor
overlast zorgt
- In België: vanaf 14j mogelijk GAS op te leggen aan minderjarigen
PANIEK EN URGENTIE
Merkwaardig verschijnsel: overal neemt de jeugdcriminaliteit af
- Toch een algemene, aanhoudende paniekstemming dat het de verkeerde kant
opgaat met de jeugd in sommige landen
- België: tussenpositie tussen stabiliteit en krachtig ingrijpen door overheid
Voortdurende wisselwerking tussen politiek en media
- Media: rapporteren calamiteiten en meten die breed uit
- Politiek: meteen reageren en met voorstellen komen
Vlaanderen: tamelijk constant beeld (nu zelfs daling) & echt problematisch gedrag van
jongeren blijft beperkt tot een heel kleine groep
MEDIA EN POLITIEK
Afname van jeugdcriminaliteit (maar ook dalende misdaadcijfers in de hele westerse
wereld)
- Maar Nederlandse media vertonen verschillende biases in de berichtgeving over
jeugdcriminaliteit
o Hoeveelheid berichtgeving
§ Neemt zelfs toe, hoewel geregistreerde jeugdcriminaliteit afneemt
o Disproportionele aandacht voor high impact crimes
Zijn juist spectaculair afgenomen
- Associatie tussen Marokkaanse jeugd en ‘straatterreur’
,Jeugdcriminaliteit en overlast van jongeren variëren van karakter, maar zijn van alle tijden
(hooliganisme)
BRONNEN
Ontwikkeling van jeugdcriminaliteit: via politiecijfers, gerechtelijke gegevens,
zelfrapportages en slachtofferenquêtes
POLITIECIJFERS
Cijfers waarop media en politiek zich baseren • Maar zeggen weinig over toename of niet
Beïnvloed door:
- Meldingsbereidheid
- Aard criminaliteit
- Beleidsprioriteiten
Hoog dark number
Meer kans om terecht te komen in politieregistraties:
- Straatcriminaliteit
- Geweldscriminaliteit
- Allochtonen
Veranderingen in de wetgeving beïnvloeden ook de kwalificaties en procedures en dus de
criminaliteitscijfers
Dus: wisselende prioriteit en selectiviteit van de ‘sociale constructie’ van
(jeugd)criminaliteit
ZELFRAPPORTAGES
Zelfrapportages onder jongeren
- Kunnen goed beeld geven van de meest voorkomende en dus typerende
jeugddelicten
- Kenmerkende aspecten van ‘gezonde’ jeugddelinquentie: merendeel samen met
anderen gepleegd & alcohol en drugs minimale rol erbij
- Kijken naar verband tussen jeugdcriminaliteit, etniciteit en cultuur
o Hier nauwelijks verschil tussen autochtone en allochtone jongeren
- Beperkingen:
o Enquête kan slechts beperkt aantal delicten opnemen
, o Sommige daders moeilijker te bereiken
o Geven geen goed beeld van de ernst van de delicten, in termen van schade
en gevolgen voor mogelijke slachtoffers
SLACHTOFFERENQUÊTES
Geven goede indruk van de ontwikkeling van het aantal slachtoffers van misdrijven
Beperkingen:
- Geen uitsluitsel over leeftijd daders
- Stijging/daling voor een deel veroorzaakt door toe-/afname meldingsbereidheid
- Meldingsbereidheid voor een deel veroorzaakt door toe-/afname van de bereidheid
bij de politie om een pv te maken
o ‘Prestatieparadox’: hoe beter de politie haar werk doet, des te meer
criminaliteit er lijkt te zijn
PENDELBEWEGINGEN IN DE CRIMINOLOGIE
Criminologie: meerdere paradigma’s die gelijktijdig naast elkaar bestaan
- Voortdurende evolutie: nieuwe inzichten en nieuwe onderzoeksaccenten of juist
oudere ideeën weer onder de aandacht
- = Pendelbeweging
Pendelbeweging hangt samen met bredere maatschappelijke en politieke veranderingen
- VS: sociologische en sociaalpsychologische benaderingen dominant
o Criminaliteit: verstoord aanpassingsproces aan de heersende waarden en
cultuur
o Vooral lagere klassen
- ‘60/70: kritische/radicale criminologie: kritiek op traditionele etiologische
benadering (zie supra)
- ’80: pleidooi om de ‘geloofwaardigheid’, het afschrikwekkend en beveiligend
karakter van de strafrechtelijke interventie te herstellen
Raad van Europa: interventies met opvoedend karakter voorzien
- 1989: Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
o Rechts- en proceswaarborgen voor kinderen
o Sociale verplichtingen voor staten
,Eind ’80: weer meer aandacht voor de sociale achtergronden van jeugdcriminaliteit
- Bindingstheorie van Hirschi: goede bindingen van jongeren werken remmend ten
aanzien van jeugddelinquentie
Eind ’90: kritiek op werking politie en justitie (waarborgen burgers onvoldoende veiligheid)
- Grote media-aandacht van aantal incidenten
- Politiegegevens wezen op stijging van (gewelds)criminaliteit bij jeugdige daders
- Oververtegenwoordiging van allochtone daders
- In beleidsnota’s: effectievere aanpak van jeugddelinquentie gevraagd
o Risicofactor
LEVENSLOOP
Age-crime curve: snelle toename van delinquent gedrag onder jongeren, daling rond 18
jaar/ halverwege jongvolwassenheid
Jeugdcriminaliteit = criminaliteit van adolescenten (12j-18j)
- In de rijke, westerse samenleving: ingrijpende, ambigue evolutie bij adolescenten
o Langer afhankelijk
o Sneller serieuzer genomen en mening telt zwaarder
- Laatste decennia: verhevigde onderzoeksinteresse voor het verschijnsel
adolescentie (vanuit de psychologie, psychiatrie, neurologie, sociologie, pedagogiek
en genetica)
CONTEXT EN LEVENSSTIJL
Nieuw: accent op de context waarin de ontwikkeling van de adolescent moet worden
gezien & de concentratie op problematische ontwikkelingen
Kritiek op eerdere, ‘klassieke’ ontwikkelingsbenaderingen: gebrek aan oog voor de
omgeving waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt
Gebeurtenissen in de omgeving: belangrijk op macro-, meso- en microniveau
Belang van ‘levensstijl’ van jongeren en de wisselwerking tussen levensstijlen en
individuele karakterkenmerken scherper in beeld
Belang voor de ontwikkeling op langere termijn
- Life-course- of levenslooponderzoek
, o Gevolg: algemene oorzaak voor het ontstaan van criminaliteit en van
criminele carrières verwerpen
Volmaakte screening mogelijk waardoor potentiële jeugdige delinquenten nog voordat ze
ernstige feiten plegen kunnen worden opgespoord en adequaat behandeld à opgegeven
Nieuw specialisme: ontwikkelingspsychopathologie
- Condities waaronder stoornissen in de ontwikkeling kunnen optreden, voortduren
of weer verdwijnen
o Meer oog voor verschillende ontwikkelingstrajecten
o Balans tussen ‘risicofactoren’ en ‘beschermende factoren’
Bestudering van kinderen in moeilijke levensomstandigheden over langere tijd ⇒ beter
inzicht in het samenspel tussen individu en omgeving & de cruciale rol die veerkracht bij
kinderen en adolescenten kan spelen
Opeenstapeling van ingrijpende veranderingen: risicofactoren
- Er is op ten minste één levensdomein continuïteit nodig (‘veilige plaats’)
Ontwikkelingsbenaderingen toch nog steeds een neiging naar determinisme
- Grote complexiteit: interacties tussen en het gewicht van de vele risicofactoren:
moeilijk te voorspellen
o Riskant de interventies richting jongeren en gezinnen daarop afstemmen
Sociologisch georiënteerde onderzoeken: sociaaleconomische context waarin
jeugdcriminaliteit tot stand komt = belangrijk
GEWELD
Geweld = een van de meest besproken onderwerpen in het publieke debat
- Zorgelijke maatschappelijke ontwikkelingen
o Minderjarige geweldplegers: 15-17 jaar, gebrekkige scholing, zwakke
gezinsachtergrond…
- Zorgelijke tendensen wat betreft de criminalisering van kattenkwaad, Dik Trom-
gedrag bij jonge kinderen
,Toegenomen en selectieve gevoeligheid
- Wringt met het inzicht dat grilligheid & nu en dan over de schreef gaan nu
eenmaal horen bij de vroege adolescentie en in principe gewoon overgaan zonder
enige justitiële tussenkomst
DE RELATIE MET HET STRAFRECHT
Maturity gap
- Discrepanties in de zelfstandigheidsontwikkeling van jongeren
- Spanning tussen hun langdurige afhankelijkheid & hun toegenomen inbreng en
autonomie in allerlei zaken
Karakter van jeugdcriminaliteit: jeugdcriminologie aparte plek geven
- Alternatieven voor een strafrechtelijke definitie van criminaliteit want het
strafrechtelijk kader werkt sterk selectief en daarmee blijven allerlei vormen van
maatschappelijk schadelijk gedrag buiten beschouwing
Voor jeugdcriminologie: van belang om zich uitdrukkelijk te richten op gedrag dat valt
onder een strafrechtelijke definitie van criminaliteit
- Traditie om allerlei vormen van ‘overlast’ of als ‘hinderlijk’ of ‘ongepast’ ervaren
gedrag als aanleiding en legitimatie voor overheidsingrijpen te beschouwen met
een beroep op ‘bescherming van de jeugd’
- Jeugdcriminologie dient zich rekenschap te geven van de betrekkelijkheid van de
strafrechtelijke definitie van jeugdcriminaliteit, maar zij dient er vooral niet toe bij
te dragen dat vormen van overlast onder de noemer ‘jeugdcriminaliteit’ komen te
vallen
,2. ADOLESCENTIE EN DELINQUENTIE (DONKER)
INLEIDING
Hoe kan worden verklaard waarom zoveel adolescenten beginnen met het plegen van
delicten?
- Welke persoonlijkheidskenmerken en welke omgevingsfactoren zijn van invloed?
- Relatief onschuldige delicten ó ernstige delicten?
- Tot welke leeftijd?
Implicaties voor wat preventief mogelijk is om jeugdcriminaliteit te voorkomen:
- Meeste criminologische theorieën uit vorige eeuw: leer- en interactieprocessen
centraal in het denken over adolescentie en delinquentie (foute vrienden)
o Sutherland: differentiële associatietheorie: leren in een sociale context
§ Inhoud van datgene wat geleerd wordt
§ Proces waardoor leren plaatsvindt
• → Samenhang tussen delinquent gedrag en het hebben van
delinquente vrienden
§ Beperking: slechts beperkt antwoord op vraag waarom adolescenten
beginnen met criminaliteit
o Hirschi: sociale controletheorie
§ Alle mensen zijn in principe geneigd tot crimineel gedrag ó
Sutherland: enkel bij blootstelling)
§ Beperking: geen verklaring waarom sommige mensen wel en andere
niet in staat zijn bindingen aan te gaan
o Hirschi & Gottfredson: zelfcontroletheorie
§ Tegemoetkoming aan beperking theorie Hirschi
§ Men begint met delicten door een gebrek aan zelfcontrole
o Loeber & Leblanc: pleidooi om voor de verklaring van delinquent gedrag
meer naar ontwikkelingsprocessen te kijken
§ Belang van individuele factoren
o Blumstein: within-individual analyses obv politie- en justitiecijfers
o Loeber: longitudinale studies
§ Beschrijvend model van de ontwikkeling van antisociaal/delinquent
gedrag onder jongeren
• Authorative pathway
• Overt pathway
, • Covert pathway
ACTUELE BENADERINGEN
Theorie voor het verklaren van de frequent voorkomende aanvang van delinquent gedrag
in de adolescentie
- Moffit: dual-taxonomy-theorie
o 1: type delinquent dat al in de vroege kindertijd begint met het vertonen van
problematisch antisociaal gedrag en geleidelijk aan een chronisch criminele
levensstijl ontwikkelt
o 2: type delinquent dat in de adolescentie begint en er voor de
volwassenheid weer mee ophoudt
o Proces waarbij van jongs af aan sprake is van een opeenstapeling van op
elkaar inwerkende negatieve factoren, cumulative risk factors
§ Zowel bij kind als omgeving
- Narrowing options for change: door de combinatie van negatieve factoren ontstaat
een negatieve spiraal, waardoor het antisociale gedrag verergert
- Life-course-persistent delinquent
o Nadelen:
- Term gebruiken voor kinderen/jongeren
- Sprake van statisch gegeven, verandering zogezegd niet mogelijk
o Maturity gap: discrepantie tussen fysiek en maatschappelijk volwassen zijn
§ Het merendeel van de adolescenten blijkt wel eens een delict te
plegen, wordt bijna als normaal beschouwd
o Mimicry: beginnende adolescente delinquenten gaan gedrag van life-course-
persistent delinquenten imiteren (privileges)
o Adolescence-limited delinquenten: degenen die in de adolescentie beginnen
met het plegen van delicten
§ Tijdelijk, alleen gedurende adolescentie
o Adolescence-limited → adolescence-onset
o Life-course-persistent → childhood-onset
o 5 categorieën
§ 51%: unclassified, non-delinquenten
§ 26%: adolescence-onset
§ 10%: childhood-onset
§ 8%: recoveries
§ 5%: abstainers
, o Interactieproces: interactie tussen een jongere en de volwassenen die zijn
maatschappelijke status frustreren
o Theorie voor groot deel gebaseerd op de Dunedin Multidisciplinairy Study of
Health and Behavior
- Warr: delinquent gedragingen door de jeugd worden doorgaans gepleegd in een
groep jongeren, met peers
o Begin van de adolescentie: veranderingen die gepaard gaan met
onzekerheid over de eigen identiteit en de behoefte tot een nieuwe
identiteit te komen
§ Behoefte aan status en identiteit
- Bevestiging van andere peers zoeken
- Jongeren hebben neiging zich te conformeren aan leeftijdgenoten
§ Angst om bespot te worden, fear of ridicule
§ Loyaliteit aan vrienden
o Investigator = jongere die het voortouw neemt
o Interactieproces: interactie tussen jongeren vanuit de behoefte in eigen en
andermans ogen status en daarmee een nieuwe identiteit te verkrijgen
- Sampson & Laub: an aged-graded theory of informal control
o Herontdekking dataset Glueck & Glueck
o Mensen zijn geneigd tot het maximaliseren van het eigenbelang, tenzij er
sprake is van voldoende informele bindingen aan de ouders of de school (~
Hirschi: sociale controletheorie)
o Negatieve labeling
o Factoren die bijdragen aan delinquent gedrag verschillen naargelang de
leeftijd: age-graded
o Theorie is meer gericht op het verklaren waarom de oorspronkelijk
delinquente jongens uiteindelijk gestopt zijn met het plegen van delicten
o Gaan uit van een geïnternaliseerd effect van bindingen (mentale processen)
EMPIRISCHE BEVINDINGEN UIT HET BUITENLAND
Nagin & Land: 4 trajecten onderscheiden
- Niet-delinquenten
- Adolescence-limited
- Low-level chronics
- High-level chronics