Tekst 1: Informele zelfregulering van illegaal druggebruik
Inleiding
Via wetten, regelgeving etc worden de import, aanmaak en distributie van legale drugs overzichtelijk gemaakt.
Terwijl het gebruik van deze legale drugs hoofdzakelijk informeel gestuurd worden
o Voor andere (illegale) roesmiddelen bestaan een strenger reguleringsregime en een heel ander
paradigma
Niet alleen de verslaving maar iedere vorm van gebruik worden als afwijkende gewoontes
gezien.
Voor deze middelen treden repressieve wetten en sancties nadrukkelijk op de voorgrond. Alles
is er op gericht om gebruik zoveel mogelijk tegen te gaan.
In onze samenleving wordt er een onderscheid gemaakt tussen legale drugs >< illegale drugs
o Legale drugs: gebruik wordt informeel gereguleerd;
o Illegale drugs: gebruik is onderhevig aan een strenger reguleringsregime.
Visies op (illegaal) druggebruik en -verslaving
Moralistische visie
Druggebruik en -verslaving wordt beschouwd als het gedrag van wilszwakke, karakterzwakke of ronduit slechte
individuen.
Elk illegaal druggebruik is per definitie slecht en onvermijdelijk schadelijk; abstinentie is het enige alternatief.
Aanhangers hiervan keuren het gebruik van roesmiddelen sterk af
Ziekelijke verslaving
De verslaafde wordt voor een chronisch zieke gehouden, voor wie geen genezing mogelijk is, en in wij zijn
conditie als zieke ook nauwelijks verandering kan komen.
o Als verandering mogelijk is, dan alleen door professionele hulpverlening. Abstinentie is ook hier het
enige mogelijke antwoord
Verslaafden zijn eerder zielig en ongelukkig dan slecht
Dominantie van dit model vindt men in het feit dat de meeste v/d informatie die we hebben over druggebruik
afkomstig is van gebruikers in een hulpverleningscontext en die vanuit het standpunt v/d geneeskunde en de
psychologie werden bestudeerd
o Deze kennis is dus gekleurd.
Verslaving als ziekte leeft sterk onder drugsverslaafden en in hulpverleningsinstellingen, net omdat het zo
functioneel is. Het verslavingsconcept helpt mensen hun eigen gedrag te verklaren en voor zichzelf en anderen
er betekenis aan te geven.
o Men spreekt v/e machteloze toestand wat een verklaring is om afkeuring en schuldgevoel te vermijden
De klassieke verslaving-als-ziekte-redenering impliceert de ontkenning van het bestaan van persoonlijkheids
en omgevingsfactoren die controle over het druggebruik mogelijk maken. Op die manier kan het
verslavingsconcept leiden tot een toestand van ‘learned helplessness’: de zgn. farmacologische afhankelijkheid
wordt door een therapeutische vervangen, terwijl de druggebruiker wordt belemmerd in zijn poging om een
actieve en constructieve rol in zijn/haar gezondheidsgerelateerde gedrag op te nemen
Zelfcontrole visie
Verslavingsgedrag is een vorm van aangeleerd en functioneel gedrag.
Gebruikers hebben hier vrijwillig voor gekozen; bewuste reden, omdat ze het leuk vinden.
Beheersing over gedrag gaat nooit volledig verloren, zelf de meest compulsieve gebruiker zal in zekere mate
controle over zijn gebruik behouden
Gebruik van illegale drugs kan wel gecontroleerd verlopen en dat ieders verantwoordelijkheid daarom de
eerste doelstelling van ons drugbeleid zou moeten worden
,Reguleringsregimes
Er bestaan verschillende vormen van sociale regulering van druggebruik.
Deze verschillen tussen roesmiddelen en tussen samenlevingen
Ook is de wijze van sociale regulering binnen een samenleving onderhevig aan veranderingen. De vormen van
dwang die mensen binnen een gemeenschap op elkaar en zichzelf uitoefenen om het gebruik van
roesmiddelen te reguleren zijn erg uiteenlopen
o Via externe regulering door overheidsinstellingen (wetgeving
o Informele types van beperking (regels v/d subcultuur
Dingen die sociaal geregeld worden: de plaats, tijdstip, aard v/h middel, manier van bereiden en consumptie,
personen die daar toe gerechtigd zijn, de hoeveelheid die geconsumeerd wordt
Formele controlemechanismen
BET formele controlemechanismen= de wetgevende initiatieven én de hulpverleningsinitiatieven en georganiseerde
drugpreventie. Ze zijn allemaal specialisten die zich binnen een formeel gestructureerde context bemoeien met de
manier waarop mensen roesmiddelen consumeren.
De huidige benadering van het drugsfenomeen, de huidige formele controlesystemen en de klassieke hulpverlening is
niet effectief maar contraproductief
Kritische bedenkingen:
De Amerikaanse War on Drugs is verloren
o Het systematisch opsporen van individuen die de drugswetten hebben overtreden is niet langer
mogelijk.
Het teveel van de gangbare formele regulering van het druggebruik is gebaseerd op veralgemeningen v/d
slechts denkbare scenario’s: er wordt te weinig aandacht geschonken aan gematigde, succesvolle gebruikers
op lange termijn.
Er wordt vaak geen onderscheid gemaakt tussen gebruik en misbruik
Het homogene beeld dat de media van druggebruikers ophangen, strookt niet met het wetenschappelijke
onderzoek dat de heterogeniteit van druggebruikers; stammende uit vele, sociaal uiteenlopende milieus, juist
aantoont
Politieke en wettelijke reacties hangen vaak samen met de moralistische visie en visie van verslaving. Ze
stimuleren de afhankelijkheid van de gebruiker van externe controlemechanismen:
o Gevolg: op die manier biedt men het individu de mogelijkheid om elke verantwoordelijkheid uit de
weg te gaan en steunt men hen in de overtuiging dat druggebruik niet gecontroleerd kan zijn en geheel
afgeschaft moet worden of met straffen en behandeling ontmoedigd.
o Men moet emanciperend werken, ook in een drugbeleid.
Informele controlemechanismen
BET informele controlemechanismen= een individu frequenteert verschillende milieus die we semi-autonome sociale
velden noemen. Deze velden worden gereguleerd deels door de wetgeving en deels door beperkingen die andere
sociale groepen opleggen
Deze sociale velden scheppen eigen regels en er zijn sancties voor degene die ze niet respecteren.
De dwang die mensen in kleine kring en zonder staatsbemoeienis of interventie van artsen-specialisten op elkaar
uitoefenen, vormt een informele, externe sociale dwang die ze tot zelfdwang aanspoort. Wanneer de regulering van
het gebruik in de persoonlijkheid van mensen is verankerd en ze een tweede natuur is geworden, spreken we van
geïnternaliseerde zelfsturing
,Gecontroleerd gebruik
Lange tijd was er uitsluitend aandacht voor problematisch druggebruik. Halverwege de jaren ’70 wordt de dubbele
mythe ontkracht en gelooft men dus in gecontroleerd gebruik (maar initieel toch nog steeds geloven dat dit maar voor
een korte en voorbijgaande fase was, maar hier kwam verandering in door onderzoek).
Initieel lag de nadruk in onderzoek op het bepalen v/d potentieel gevaarlijke effecten, obv casussen v/d meest
extreme gevallen van misbruik en overconsumptie
Dubbele mythe :
Illegale drugs zijn per definitie gevaarlijk en worden ongecontroleerd gebruikt;
Legale substanties zijn per definitie ongevaarlijk en worden gecontroleerd gebruikt.
Vaststellingen in het onderzoek:
Het gebruik van marihuana was sterk gestegen zonder dat de volksgezondheid schadelijke gevolgen onderging
Het onderzoek naar het druggebruik bij Vietnamveteranen gaven het bewijs dat heroïneconsumptie niet
noodzakelijk tot verslaving of misbruik leidt
Spontaan herstel: maturing out
Spontaan herstel blijkt niet zo zeldzaam te zijn als men denkt en bovendien blijken niet- behandelde verslaafden
evenveel kans te hebben om te herstellen dan wie wel in de hulpverleningsmolen zit.
Maturing out= after some time, drug addicts go through a kind of maturing-proces, and the use of harddrugs ceases
to fulfill the initial functions. Most drug users kick the habit in a natural way: at a certain moment, drugs become
useless in their way of life
Ongeveer 65% v/d gebruikers zou op lange termijn in abstinentie komen zonder hulp
Rituelen en sancties
Iedere druggebruiker legt zich in zekere mate regels op en identificeert zich ook met regels die het gebruik controleren
Dus bij de illegale drugsgebruikers zijn er wel regels maar die komen gwn zelden overeen met de
maatschappelijke wetgeving en normen
Norman ZINBERG : middel, mens, milieu
3M-model: Als je wil snappen waarom in een samenleving een bepaalde groep in problemen komt met dat middel, en
een andere groep niet; waarom sommige op een bepaald moment in de problemen komen en op andere momenten
niet; dan moet je met heel veel factoren rekening houden, die je kunt clusteren in 3 groepen! Het blijft wel een
ontzettend complex fenomeen
De frequentie en kwantiteit van het druggebruik waren niet meer de enige of belangrijkste variabelen om
druggerelateerde problemen mee te meten
De 3 M’s bepalen wie een bepaalde drug gebruikt, op welke manier en wat de effecten zijn
Drug/middel:
o Het effect v/d drug is afhankelijk van welke drug je gebruikt. Mogelijke effecten zijn kalmerend,
stimulerend, hallucinaties etc. Meest verslavende middelen zijn fentanyl, alcohol en nicotine.
Opmerkelijk is dat de laatste 2 legaal zijn. Verder is het effect ook afhankelijk van welke kwaliteit je
drug is. Bijvoorbeeld een pintje is minder sterk dan wodka. Ook de gebruikersmethode heeft een
invloed op de effecten van het middel. Zo zal IV-gebruik een sterker effect hebben dan snuiven.
, Set / gebruiker:
o Hierbij gaat het over de gebruiker. Er zijn verschillen in reactie op de drug. Los van product kunnen er
verschillende factoren een rol spelen zoals BMI-index, geslacht, hoe gebruiker ineenzit qua karakter,
de verwachtingen dat een gebruiker heeft, de emotionele toestand v/e gebruiker. Men ziet vaak dat
mensen die verslaafd zijn vaak zware tegenslagen in het leven hebben gehad. Met andere woorden,
mensen die de meeste miserie hebben gehad hebben een grote kans om verslaafd te zijn aan een
drug.
Setting/context, omgeving, milieu:
o In bepaalde omgevingen gaat men meer aan middelengebruik doen zoals bijvoorbeeld de Vietnam
oorlog. Tijdens deze oorlog was er heroïne beschikbaar. Dit had dan als gevolg dat het heroinegebruik
in die tijd een hoge vlucht nam. Dit omdat het een kalmerend en gelukzalig gevoel gaf in tijden van
miserie. Wanneer deze soldaten terug kwamen, dan zag men dat 10% verslaafd was, terwijl dat in de
oorlogssetting 80-90% was. Dit kan ook verklaren waarom we verslavingen vooral zien in de
bevolkingsgroepen die uitgesloten zijn en die geen plaats vinden op de arbeidsmarkt.
Zowel sociaal als fysisch milieu
Deze drie interageren op elk moment zeer complex met elkaar, en bepalen zo wie een bepaalde drug gebruikt, op
welke manier en wat de effecten ervan zijn
ZINBERG legde vooral de nadruk op de setting, die de schade of de gevaren van het druggebruik minimaliseren: rituelen
en santies. Setting: dat veel verklaart voor wat de effecten (uitkomsten) zijn voor mensen die drugs gebruiken
(problematisch al dan niet). Want eigenlijk is het de politieke context die de kwaliteit en sterkte bepaalt (als het illegaal
is wordt het toch nog gekweekt, maar dan in slechtere toestanden. Dus het heeft invloeden op de drug), het is daar
dat men geïnformeerd wordt of niet geïnformeerd. Met andere woorden, bij alcohol weet je altijd wat je krijgt, hoeveel
alcohol er precies in het drankje zit, we hebben er ook aangepaste glazen voor. Bij drugs weten we dat allemaal niet,
we weten nooit exact bijvoorbeeld hoeveel THC er in cannabis zit.
Zinberg keek ook naar de manieren waarop mensen hun druggebruik controleren. Hij hecht belang aan 2
controlemechanismen die de schade of gevaren van druggebruik minimaliseren: rituelen en sociale sancties
Het gecontroleerd druggebruik van drugs veronderstelt begeleidende normen en waarden (sociale sancties)
en bepaalde gedragspatronen (sociale rituelen) samen vormen ze een informeel-sociale controle
Rituelen betreft de gestileerde, voorgeschreven gedragspatronen i.v.m. het gebruik v/e roesmiddelen
Sociale rituelen beschrijven gebruikspatronen: gebruikstechniek, de keuze v/e goede sociale setting,
methoden om negatieve effecten te voorkomen, activiteiten die wel of niet na druggebruik moeten/mogen
gedaan worden
De sociale rituelen ondersteunen en symboliseren de sociale sancties
Sociale sancties: zijn de normen die bepalen of en hoe een bepaalde drug moet gebruikt worden
o Belangrijker dan wetten en drugsbeleid zijn de informele sociale sancties omdat deze vaak
geïnternaliseerd zijn en dus een grote invloed hebben op het gebruik
De rituelen bepalen wat aanvaardbaar gebruik is en beperken de consumptie van alcohol tot specifieke
gelegenheden