Ethische dilemma’s rond voortplanting,
erfelijkheidsleer en de medische zorg bij
conceptie. Leren over genetische risico’s,
anatomie van het voortplantingsstelsel en
begeleiding bij fertiliteitsvragen.
KINDERWENS
samenvatting van Hanne Smits
1
, voortplantingsstelsel (hoofdstuk 19)
vrouwelijk voorplantingsstelsel
vrouwelijk voorplantingsstelsel
(sagittale doorsneden)
ovaria (= eierstokken)
• geslachtsklieren (zijn amandelvormig/eivormig)
• gelegen naast de tuba uterina (= eileiders)
• functies
- vorming van oöcyten → proces = oogenese
- afgifte oestrogeen & progesteron
- afgifte inhibine: remt de FSH productie (= follikelstimulerend hormoon)
oöcyt (= eicel)
• bij geboorte heeft een vrouw 2.000.000 primaire oöcyten ↔ in puberteit 400.000 oöcyten
• primaire oöcyten = eerste ontwikkelingsfase van eicellen
- ontstaan tijdens 3de – 7de maand van de embryonale ontwikkeling
- meiose: stopt na profase meiose I
• oögenese → niet in detail kennen
2
,follikelrijping → verschillende fases kunnen benoemen
• fases vóór de eisprong (ovulatie) eindigt met de vorming van het gele lichaam
→ blijft over tot bij een bevruchting
• menopauze: geen follikelrijping meer
- hormoonproductie die hierbij betrokken is, valt stil
tuba uterina (= eileider)
• bevruchting in de eileider
• daarna naar de baarmoeder
cilia tuba uterina
• binnenzijde van tuba uterina
• verplaatsing van eicel naar baarmoeder
uterus
• beetje naar voor gekanteld
• baarmoeder ter plaatsen houden
• fundus = bovenkant baarmoeder
• istmus = versmalling naar de eileider
3
, wanddelen baarmoeder
• endometrium: functionele laag → laag waar bevruchte eicel
zich gaat innestelen
• myometrium: spier in baarmoeder → geeft ritmische
contracties
• perimetrium: buitenste laag van baarmoederwand
vagina
• 7,5 tot 9 cm → rekbaar
• functie
- afvoer menstruatiebloed
- ontvangen penis (= coïtus) & vasthouden sperma na ejaculatie
- doorgang foetus bij geboorte
• vaginaal milieu
- vaginale pH 3,8 – 4,5 (zeer zuur)
- zuur milieu zorgt voor bescherming tegen infectie
- infecties hebben een negatieve invloed op conceptiekans
• hymen (= maagdenvlies): dun, flexibel vliesje van slijmvliesweefsel
dat zich bij de meeste meisjes bevindt aan de ingang van de vagina
• perineum: zone tussen vagina en anus
• afbeelding
- 9: blaas
- 8: baarmoeder
- 7: baarmoederhals
- 6: vagina
- 5: urinebuis
- 4 en 3: zwellichaam
- 1: clitoris
4
erfelijkheidsleer en de medische zorg bij
conceptie. Leren over genetische risico’s,
anatomie van het voortplantingsstelsel en
begeleiding bij fertiliteitsvragen.
KINDERWENS
samenvatting van Hanne Smits
1
, voortplantingsstelsel (hoofdstuk 19)
vrouwelijk voorplantingsstelsel
vrouwelijk voorplantingsstelsel
(sagittale doorsneden)
ovaria (= eierstokken)
• geslachtsklieren (zijn amandelvormig/eivormig)
• gelegen naast de tuba uterina (= eileiders)
• functies
- vorming van oöcyten → proces = oogenese
- afgifte oestrogeen & progesteron
- afgifte inhibine: remt de FSH productie (= follikelstimulerend hormoon)
oöcyt (= eicel)
• bij geboorte heeft een vrouw 2.000.000 primaire oöcyten ↔ in puberteit 400.000 oöcyten
• primaire oöcyten = eerste ontwikkelingsfase van eicellen
- ontstaan tijdens 3de – 7de maand van de embryonale ontwikkeling
- meiose: stopt na profase meiose I
• oögenese → niet in detail kennen
2
,follikelrijping → verschillende fases kunnen benoemen
• fases vóór de eisprong (ovulatie) eindigt met de vorming van het gele lichaam
→ blijft over tot bij een bevruchting
• menopauze: geen follikelrijping meer
- hormoonproductie die hierbij betrokken is, valt stil
tuba uterina (= eileider)
• bevruchting in de eileider
• daarna naar de baarmoeder
cilia tuba uterina
• binnenzijde van tuba uterina
• verplaatsing van eicel naar baarmoeder
uterus
• beetje naar voor gekanteld
• baarmoeder ter plaatsen houden
• fundus = bovenkant baarmoeder
• istmus = versmalling naar de eileider
3
, wanddelen baarmoeder
• endometrium: functionele laag → laag waar bevruchte eicel
zich gaat innestelen
• myometrium: spier in baarmoeder → geeft ritmische
contracties
• perimetrium: buitenste laag van baarmoederwand
vagina
• 7,5 tot 9 cm → rekbaar
• functie
- afvoer menstruatiebloed
- ontvangen penis (= coïtus) & vasthouden sperma na ejaculatie
- doorgang foetus bij geboorte
• vaginaal milieu
- vaginale pH 3,8 – 4,5 (zeer zuur)
- zuur milieu zorgt voor bescherming tegen infectie
- infecties hebben een negatieve invloed op conceptiekans
• hymen (= maagdenvlies): dun, flexibel vliesje van slijmvliesweefsel
dat zich bij de meeste meisjes bevindt aan de ingang van de vagina
• perineum: zone tussen vagina en anus
• afbeelding
- 9: blaas
- 8: baarmoeder
- 7: baarmoederhals
- 6: vagina
- 5: urinebuis
- 4 en 3: zwellichaam
- 1: clitoris
4