100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Geschiedenis van Nederland DT2 + Tijdlijn

Rating
-
Sold
2
Pages
43
Uploaded on
04-12-2025
Written in
2025/2026

Een samenvatting van hoofdstuk 5 en 6 van De Geschiedenis van Nederland van Friso Wielinga voor deel tentamen 2 van het vak Nederlandse Geschiedenis. Samenvatting is gebasseerd op het boek en aangevuld met aantekeningen uit hoorcolleges. Daarnaast is er ook een complete tijdlijn toegevoegd

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 4, 2025
Number of pages
43
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 5: Van Restauratie naar het liberale tijdperk (1813-1917)
Inleiding
1813: Nederland heeft zelfstandigheid herwonnen.
Congres van Wenen (1814-1815): het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De
vroegere Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden werden samengevoegd tot een
koninkrijk onder Willem I, hij werd ook groothertog van Luxemburg.
In 1830 scheurde het koninkrijk na de Belgische Opstand. Pas in 1839 accepteerde
Nederland de Belgische afscheiding.
Nederland ontwikkelde zich tot een liberale staat. Vanaf 1870 werden politieke
partijen opgericht waarbij de belangrijkste thema’s kiesrechtuitbreiding, sociale
wetgeving, gelijkgerechtigde overheidsfinanciering van het neutraal en het christelijk
lager onderwijs (schoolstrijd) waren. Ontwikkeling mondde uit in de
grondwetswijziging van 1917:
- Algemeen en geheime kiesrecht werd ingevoerd. Nederland werd daardoor een
moderne parlementaire democratie.
- De schoolstrijd werd opgelost.
- Gelijkgerechtigde overheidsfinanciering van lager onderwijs werd geregeld.
Dankzij deze grondwet ontstond een kader voor verdere politieke ontwikkelingen in
de twintigste eeuw.
Economische ontwikkeling in 19e eeuw: relatief late en trage industrialisatie. Vanaf
1870 kwam Nederland in een fase van moderne economische groei met structurele
veranderingen:
- Beroepsbevolking in landbouw nam af, die in handel, industrie en diensten groeide.
- Trek van platteland naar de stad.
- Groei van steden nam toe.
- Ook de economische expansie van late 19e eeuw sterk verbonden met
economische ontwikkelingen in Duitsland.
Ontstaan van economische verwevenheid tussen beide landen die ook vandaag de
dag nog kenmerkend is.
- Internationale betrekkingen: Nederland na mislukte experiment van Verenigd
koninkrijk weer een klein land geworden met bescheiden positie op het Europese
continent. Om als handelsnatie en koloniale mogendheid belangen maximaal te
behartigen voerde Nederland een neutrale koers in de buitenlandse politiek die ook
voor de Europese grote mogendheden van belang was. Mede daardoor kon
Nederland neutraal blijven in de Eerste Wereldoorlog. Grote politieke schokken
bleven uit.
Grondwetswijziging van 1917 zorgde op vreedzame wijze voor politieke
hervormingen.
- 19e eeuw: voortschrijdend proces van nationale eenwording. Na het ten onder gaan
van de federale republiek in 1795 en de totstandkoming van de eenheidsstaat kwam

,er een politiek en economisch moderniseringsproces op gang dat ook natievorming
versnelde. Vooral in de tweede helft van de 19e eeuw werd dit zichtbaar.
- De 19e eeuw was in Nederland een tijdperk van voortgaande eenwording op
velerlei gebied, een ontwikkeling die hand in hand ging met politieke en economische
modernisering.
Het mislukte experiment: het Verenigd Koninkrijk (1815-1830)
De Restauratie begon na de Napoleontische tijd. In de Restauratie werd
teruggekeken op de periode van vóór de Franse Revolutie. Democratische principes
bleken slechts een kortstondige onderbreking; in vrijwel heel Europa domineerden
autocratische politieke structuren het toneel
Het begrip ‘Restauratie’ wekt de indruk dat de revolutie was uitgewist en de oude
orde hersteld, een beeld dat de politieke elite na 1813 zelf actief uitdroeg.
Gijsbert Karel van Hogendorp: kijkt terug op de tijd van de Republiek der Verenigde
Nederlanden. Hij wilde een hernieuwd Oranjegezag.
De vorming van het nieuwe staatsbestel verschilde fundamenteel met vroegere
politieke structuren;
- Tot de Bataafse Tijd was er een federale republiek geweest van soevereine
provincies en steden, nu werd het een eenheidsstaat.
- In de Staten-Generaal zaten nu volksvertegenwoordigers i.p.v. afgevaardigden uit
de provincies
- In de Bataafs-Franse Tijd waren voor het eerst grondwetten gekomen, hierop werd
nu verder gebouwd
Van Hogendorp had aan een grondwet gewerkt waarin de Oranjes zouden leiden. Op
30 november 1813 landde de Prins van Oranje, Willem I, op het strand van
Scheveningen. Van Hogendorp droeg het Algemeen Bestuur over aan Willem I.
1814: Nederland diende een constitutionele monarchie te worden waarin de vorst de
beschikking kreeg over grote bevoegdheden: de ministers voerden zijn beleid uit en
waren verantwoording verschuldigd aan de koning. De Staten-Generaal werd
gekozen door de Provinciale Staten.
Eind maart 1814 ging de grondwet in werking.
Willem I streefde naar gebiedsuitbreiding op het continent. Op het Congres van
Wenen (1814-1815) werd het Verenigd Koninkrijk na het helpen bij het verslaan van
Napoleon (1815) erkent, het omvatte: de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en
Willem I werd groothertog van Luxemburg.
Op verzoek van vertegenwoordigers uit het Zuiden werd een tweekamerstelsel
ingevoerd. De Staten-Generaal bestond nu uit:
- De Eerste Kamer, leden hiervan werden direct benoemt door de koning
- De Tweede Kamer, werd gekozen door de Provinciale Staten

,Beide delen van Nederland kregen evenveel afgevaardigden, terwijl het Zuiden meer
inwoners had. De vergaderingen van de Tweede Kamer werden openbaar en het
volk kon petities aanbieden.
Door het samenvoegen van de staatsschuld, leed het Zuiden ineens onder de grote
schulden die het Noorden had gemaakt. Ook was er katholiek verzet tegen de
gelijkstelling van alle godsdiensten en Willem I pogingen om invloed te krijgen op de
kerkelijke organisaties.
In de begin jaren van het Verenigd Koninkrijk was er na de Bataafs-Franse tijd
behoefte aan stabiliteit. Het experiment van het Verenigd Koninkrijk kwam in 1830
ten einde door de Belgische Opstand.
De eenwording van Noord en Zuid onder Willem I:
- Taalbeleid: Nederlands werd de officiële voertaal. In 1819 werd besloten dat vanaf
1823 in de Vlaamse provincies bestuur en rechtspraak in het Nederlands zou moeten
plaatsvinden.
- Onderwijsbeleid: Staat wilt controle hebben over onderwijs (voornamelijk
middelbaar), het middelbaar onderwijs in Zuiden verzorgd door katholieke kerk
- Religieus beleid: De kerk belangrijkste middel voor volksopvoeding, Willem I wilt
toezicht op alle kerkelijke instanties
- Noorden: Invloed protestante en joodse instanties onder bestuursreglement
- Zuiden: Priesteropleiding buiten de kerk volgen: universiteit Leuven
In 1827 sluit Willem I een gesloten concordaat met de paus om katholieke
spanningen op te lossen, maar dit helpt niet.
Er was geen sprake van een monolithische staatstructuur:
- Staten-Generaal mocht de 10-jarige begroting aannemen of afwijzen
In de grondwet van 1815 was vastgelegd dat de regering vanaf 1819 steeds een 10-
jarige begroting aan het parlement moest voorleggen. Goedkeuring hiervan zette de
Tweede Kamer tot 1829 buitenspel. De eerste keer werd deze begroting afgekeurd.
De opgaven waarvoor het Verenigd Koninkrijk stond waren enorm:
- Noorden was economisch verzwakt en had hoge schulden
De staatsschuld werd samengevoegd en er kwam eenheid in het belastingstelsel
tussen Noord en Zuid, waarin het Zuiden eerder bevoordeeld werd. In de jaren 1820
was er geen sprake van gelijkwaardigheid tussen Noord en Zuid: de staatsuitgaven
gingen maar voor 20% naar het Zuiden.
Gedurende het koningschap van Willem I liep de staatsschuld alleen maar op.
Willem I had als enige volledige controle over de financiën van het Verenigd
Koninkrijk. Het beleid kreeg het Amortisatiesyndicaat (=een financiële instelling die in
1822 werd opgericht met het doel de staatsschuld te verminderen en projecten van
algemeen nut, zoals infrastructuur, te financieren). Uiteindelijk werd dit een financieel
labyrint waar niemand wat van begreep.

, De financiële politiek van Willem I was geen succes. Met grote daadkracht probeerde
hij wél handel en industrie te stimuleren:
- Verbetering infrastructuur ‘kanalenkoning’, Noord-Hollands kanaal 1820-1824
- Industrialisatiepolitiek: Lopen achter op Engeland
- Industrie vooral in het Zuiden (Wallonië, steenkool)
- Actieve handelspolitiek ‘koopmankoning’
- Het Zuiden industrialiseert, Noorden drijft handel, Oost-Indië wordt leverancier voor
grondstoffen + afzetmarkt goedkope industrieproducten
- Nederlandsche Handels Maatschappij (NHM), versterken van de Nederlandse
handel ten opzichte van de Engelse concurrent
- Fonds van Nationale Nijverheid ter bevordering industrie
Ook de landbouw ontwikkelde zich in de jaren 1820 en was een belangrijke factoor
van economische groei, samen met de dienstensector. Na 1819 was er een periode
van economische dynamiek en structurele groei.
Op het Congres van Wenen had Engeland beloofd om Nederlandse kolonies die
tijdens de Franse Tijd onder Engels bestuur gekomen waren terug te geven. Er
waren veel interne wrijvingen en Nederland beschikte niet over de middelen om
koloniaal gezag uit te voeren  Java-oorlog (1825-1830), die Nederland uiteindelijk
won. Inlandse boeren werden verplicht tot het verbouwen van gewassen als koffie,
suiker en indigo.
De NHM bereikte winsten die uiteindelijk in de koning zijn zak verdwenen en terug
kwamen als subsidiestroom, dat uiteindelijk niks ander was dan een vorm van
protectionisme voor de eigen handel en nijverheid.
De Nederlandse industrie liep achter op andere Europese mogendheden en zou pas
vanaf 1860 gaan groeien.
Enerzijds leidde de daadkracht van de koning tot successen en stijgende welvaart,
anderzijds legde zijn financiële systeem geen sterke basis voor economische
modernisering.
Het einde van het Verenigd Koninkrijk in 1830 kwam redelijk onverwacht. In beide
delen van het land begon een liberale pers kritiek te leveren op de regering. In het
Zuiden sloten de katholieken en liberalen een monsterverbond, die elkaar vonden in
gezamenlijk kritiek op de koning.
In 1828 en 1829 vormde er, vooral in het Zuiden, een petitiebeweging waarin de
bevolking op verschillende terreinen wensen aan het parlement voorlegde:
- Macht moest (deels) verschuiven naar parlement en kabinet
- Transparantie en verantwoording financiën  Begroting wordt afgewezen 1829
- Specifieke wensen van het Zuiden
- Liberalen: geen taaldwang (Franse elite)
- Katholieken: geen overheidstoezicht op kerk (ondersteunen scheiding kerk en
$10.42
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
marithendriks2005

Get to know the seller

Seller avatar
marithendriks2005 Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
2 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions