Kat lichaam
1. Inleiding:
1.1 Waarom communiceren katten zoals ze doen?
Voorouder: Afrikaanse wilde kat
o Solitair en territoriaal
o Zowel jager als prooidier
o Communicatie op afstand: geurmarkeren, duidelijke visuele
signalen
→ Veel afstand-vergrotend gedrag (afstand↑)
→ Conflictvermijdend
Zelfdomesticatie
o Leven dichter bij mensen (door muizen op het veld)
→ meer sociale tolerantie
o Katten in matriarchale groepen → meer sociaal gedrag
o Neotenie = behoud van jeugdig gedrag (speelsheid,
nieuwsgierigheid)
→ Meer afstand-verkleinend gedrag (afstand↓)
Hedendaagse kat
o Leeft met mensen en soortgenoten
o Heeft autonomie én hechting
Autonomie bij katten betekent dat ze graag zelf bepalen
wat ze doen en wanneer ze dat doen
o Territoriaal gedrag, jachtgedrag en patrouilleren blijven
bestaan
o Lichaamstaal = delicaat evenwicht tussen afstand↓ en
afstand↑ gedrag
Jaak Panksepp: 7 primaire emotionele systemen
o Emotie → motivatie → gedrag
Voorbeeld:
Emotie: Angst → veiligheid
zoeken → verstoppen (afstand↑)
= FEAR
Emotie: Speelsheid → sociaal
contact → spelen (afstand↓) =
PLAY
1.2 Hoe communiceren katten via lichaamstaal?
Lichaamstaal= lichaamshouding + gelaatsexpressie
~ vocale signalen
~ bewegingsgedrag
emotionele toestand / gemoedstoestand / stemming
, Vb. angstig, vriendelijk, gefrustreerd, …
intentie (afstand ↑ of afstand↓)
Vb. begroeten, vluchten, aanvallen,
A. Lichaamshouding (trager te veranderen, opvallend)
Lichaamspresentatie (Groot/klein maken, gespannen/ontspannen)
Lichaamsoriëntatie (frontaal, zijdelings)
Stand van kop & schouders (hoog, laag)
Ruglijn (bol / hol / vlak)
Staart (positie & beweging)
Vacht: pilo-erectie (haren rechtop van rug/staart)
B. Gelaatsexpressie (subtiel, snel te wijzigen)
1. Ogen
Pupilgrootte
o Normaal/neutraal: afhankelijk van licht
o Groot/rond (dilatie): angst, opwinding, spel/jacht
o Klein/speetvormig (constrictie): focus (spel/jact),
intimideren
o Vooral afhankelijk van licht en niet echt emotie!
Oogopening
o Halfgesloten/halfopen → ontspannen, vertrouwen,
vermoeid, pijn
o Wijd open gesperde ogen → alert, angst, opwinding
(jacht/spel)
o Vernauwde ogen → intimidatie = actieve dreiging
Oogcontact
o Slow blinking/ traag knipperen → vertrouwen + affectie,
‘geen bedreiging’
+ uitnodiging tot interactie
o Hard stare/ staren
→ dreigend; staren naar ander in conflict
→ angstig; verstijfd kijken naar bron van angst
→ speels/jagend staren; staren naar bewegend
vw/dier + bewegingloos aan voorzijde, maar bewegen
in achterpoten & staart
o Vermijden van blik → geen bedreiging/ongemak,
geen interesse
2. Oren
Normaal/neutraal: lichtjes naar voren, niet plat/opgericht
Naar voren → interesse, alert, tevreden
o Hoe verder oorpunten uit elkaar staan, hoe minder op haar
gemak de kat zich voelt
Naar achteren → frustratie
1. Inleiding:
1.1 Waarom communiceren katten zoals ze doen?
Voorouder: Afrikaanse wilde kat
o Solitair en territoriaal
o Zowel jager als prooidier
o Communicatie op afstand: geurmarkeren, duidelijke visuele
signalen
→ Veel afstand-vergrotend gedrag (afstand↑)
→ Conflictvermijdend
Zelfdomesticatie
o Leven dichter bij mensen (door muizen op het veld)
→ meer sociale tolerantie
o Katten in matriarchale groepen → meer sociaal gedrag
o Neotenie = behoud van jeugdig gedrag (speelsheid,
nieuwsgierigheid)
→ Meer afstand-verkleinend gedrag (afstand↓)
Hedendaagse kat
o Leeft met mensen en soortgenoten
o Heeft autonomie én hechting
Autonomie bij katten betekent dat ze graag zelf bepalen
wat ze doen en wanneer ze dat doen
o Territoriaal gedrag, jachtgedrag en patrouilleren blijven
bestaan
o Lichaamstaal = delicaat evenwicht tussen afstand↓ en
afstand↑ gedrag
Jaak Panksepp: 7 primaire emotionele systemen
o Emotie → motivatie → gedrag
Voorbeeld:
Emotie: Angst → veiligheid
zoeken → verstoppen (afstand↑)
= FEAR
Emotie: Speelsheid → sociaal
contact → spelen (afstand↓) =
PLAY
1.2 Hoe communiceren katten via lichaamstaal?
Lichaamstaal= lichaamshouding + gelaatsexpressie
~ vocale signalen
~ bewegingsgedrag
emotionele toestand / gemoedstoestand / stemming
, Vb. angstig, vriendelijk, gefrustreerd, …
intentie (afstand ↑ of afstand↓)
Vb. begroeten, vluchten, aanvallen,
A. Lichaamshouding (trager te veranderen, opvallend)
Lichaamspresentatie (Groot/klein maken, gespannen/ontspannen)
Lichaamsoriëntatie (frontaal, zijdelings)
Stand van kop & schouders (hoog, laag)
Ruglijn (bol / hol / vlak)
Staart (positie & beweging)
Vacht: pilo-erectie (haren rechtop van rug/staart)
B. Gelaatsexpressie (subtiel, snel te wijzigen)
1. Ogen
Pupilgrootte
o Normaal/neutraal: afhankelijk van licht
o Groot/rond (dilatie): angst, opwinding, spel/jacht
o Klein/speetvormig (constrictie): focus (spel/jact),
intimideren
o Vooral afhankelijk van licht en niet echt emotie!
Oogopening
o Halfgesloten/halfopen → ontspannen, vertrouwen,
vermoeid, pijn
o Wijd open gesperde ogen → alert, angst, opwinding
(jacht/spel)
o Vernauwde ogen → intimidatie = actieve dreiging
Oogcontact
o Slow blinking/ traag knipperen → vertrouwen + affectie,
‘geen bedreiging’
+ uitnodiging tot interactie
o Hard stare/ staren
→ dreigend; staren naar ander in conflict
→ angstig; verstijfd kijken naar bron van angst
→ speels/jagend staren; staren naar bewegend
vw/dier + bewegingloos aan voorzijde, maar bewegen
in achterpoten & staart
o Vermijden van blik → geen bedreiging/ongemak,
geen interesse
2. Oren
Normaal/neutraal: lichtjes naar voren, niet plat/opgericht
Naar voren → interesse, alert, tevreden
o Hoe verder oorpunten uit elkaar staan, hoe minder op haar
gemak de kat zich voelt
Naar achteren → frustratie