1. Prenatale opvolging
1.1 Doel en uitgangspunten
Prenatale zorg is gericht op:
Medisch doel
• Opsporen van risico’s voor moeder en kind
• Tijdig behandelen of doorverwijzen
• Bewaken van het fysiologisch verloop
Psychosociaal doel
• Ondersteuning bij emoties, ouderschap, relatie, angst
• Educatie en gezondheidsvoorlichting
KCE-richtlijnen
• Gericht op laag-risico zwangerschappen (60–80% van alle zwangeren).
• Zo weinig mogelijk interventies, zoveel mogelijk natuurlijke processen.
• Minimum 7 consulten bij multigravidae en 10 bij primigravidae.
• Combinatie van vroedvrouw – gynaecoloog – huisarts.
• Minimum 3 consultaties bij de arts = echografische opvolging
• 12 prenatale raadplegingen VOLLEDIG terugbetaald door het RIZIV, als de
vroedvrouw volledig geconventioneerd is
1.2 Organisatie van perinatale zorg
1.2.1 Medisch-verloskundige opvolging
• Vroedvrouw: primair voor normale zwangerschap, arbeid, bevalling, postpartum.
• Huisarts: basisopvolging, medische ondersteuning.
, • Gynaecoloog: medische expert, echografieën, risicozwangerschappen.
1.2.2 Kinesitherapie (pré- en postnataal)
• Oefeningen bekkenbodem, ademhaling, houding.
• Prenatale oefeningen om zich voor te bereiden
• Postnataal herstel (buik-, rugspieren).
• Medische terugbetaling: 9 sessies met voorschrift.
1.2.3 Kind & Gezin
• Infosessies zwangerschap.
• Eerste contact kort voor/na bevalling.
• Gehoortest baby 2–4 weken.
• Oogtest baby tussen 12-30 maanden
• Vaccinaties vanaf 8 weken
• Groei- en ontwikkelingsopvolging
1.2.4 Lactatiekundige
• Gespecialiseerd in borstvoeding.
• Indiende hulp van andere zorgverleners niet helpt
• Inschakelen bij moeilijke aanhap, pijn, ontstekingen, prematuren.
1.2.5 Kraamzorg
• Helpen bij de verzorging van moeder en baby
- Helpen met het huishouden
- Opvang voor de andere kinderen
- Geven van praktische informatie
• Ondersteuning bij voeding, zorg, rust.
1.2.6 Osteopaat
• Behandelt spanningen en blokkades bij moeder of baby.
• Mama helpen ontlasten van spanning/pijn rond de bekken, thorax en wervelzuil
• Indicaties: stuitligging, reflux baby, asymmetrie, geboortetrauma.
,1.2.7 Babytherapeut
• Werkt met de emotionele beleving van de baby (stress, trauma).
• Geen duidelijke medische reden nodig
• Niet terugbetaald
1.2.8 Doula
• Geen medische opleiding
• Helpt ouders vooral op emotioneel en praktisch vlak tijdens de arbeid en bevalling
• Niet terugbetaald
1.2.9 Expertisecentra Kraamzorg
• Info, vorming, ondersteuning rond zwangerschap (bv. De Wieg).
1.2.10 Borstvoedingsverenigingen
• La Leche League, Vereniging Begeleiding en Bevordering van Borstvoeding:
vrijwilligersorganisatie → info en ondersteuning.
1.2.11 Zwangerschapscursussen
• Thema’s: bevalling, ademhaling, borstvoeding, postpartum.
1.3 Prenatale begeleiding door de vroedvrouw
1.3.1 Rol en taken
Volgens wet van 10 mei 2015:
Autonoom bevoegd voor:
• Diagnose zwangerschap
• Zorg tijdens zwangerschap, bevalling en postpartum
• Uitvoeren van normale bevallingen
, • Eerste zorg pasgeborene
• Preventie en opsporen van risico’s
• GVO (gezondheidsvoorlichting en -opvoeding)
• Prenatale voorbereiding en ouderschapseducatie
Onder verantwoordelijkheid van arts:
• Risicozwangerschappen
• Vruchtbaarheidsproblemen
• Medische complicaties
1.4 Richtlijnen die vroedvrouwen volgen
• KCE, federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (België)
- Ondersteund en begeleid vrouwen en hun partner bij het voorbereiden en
doormaken van de zwangerschap, geboorte en ouderschap
- Bied aan alle vrouwen teogankelijke, wetenschappelijke onderbouwde informatie
- Noteer een verlsag van de gesprekken en beslissingen
- Laat het eerste prenataal bezoek langer duren dan normaal
• Domus Medica (huisartsen)
• KNOV, koninklijke Nederlandse organisatie voor verloskundigen (Nederlandse
vroedvrouwenorganisatie)
- Persoonlijke benadering en toegankelijkheid
- Streef naar continuïteit van de zorg
- Stem timing en inhoud af
- Informeer over de lichamelijke, psychische, foetale ontwikkelingen
- Informeer over diverse aspecten van de baring
• VIL, verloskundige indicatielijst, risicostratificatie
1.5 Patiëntgerichtheid
= afstemmen van de begeleiding op de unieke noden, wensen en waarden van de patiënt.
1.1 Doel en uitgangspunten
Prenatale zorg is gericht op:
Medisch doel
• Opsporen van risico’s voor moeder en kind
• Tijdig behandelen of doorverwijzen
• Bewaken van het fysiologisch verloop
Psychosociaal doel
• Ondersteuning bij emoties, ouderschap, relatie, angst
• Educatie en gezondheidsvoorlichting
KCE-richtlijnen
• Gericht op laag-risico zwangerschappen (60–80% van alle zwangeren).
• Zo weinig mogelijk interventies, zoveel mogelijk natuurlijke processen.
• Minimum 7 consulten bij multigravidae en 10 bij primigravidae.
• Combinatie van vroedvrouw – gynaecoloog – huisarts.
• Minimum 3 consultaties bij de arts = echografische opvolging
• 12 prenatale raadplegingen VOLLEDIG terugbetaald door het RIZIV, als de
vroedvrouw volledig geconventioneerd is
1.2 Organisatie van perinatale zorg
1.2.1 Medisch-verloskundige opvolging
• Vroedvrouw: primair voor normale zwangerschap, arbeid, bevalling, postpartum.
• Huisarts: basisopvolging, medische ondersteuning.
, • Gynaecoloog: medische expert, echografieën, risicozwangerschappen.
1.2.2 Kinesitherapie (pré- en postnataal)
• Oefeningen bekkenbodem, ademhaling, houding.
• Prenatale oefeningen om zich voor te bereiden
• Postnataal herstel (buik-, rugspieren).
• Medische terugbetaling: 9 sessies met voorschrift.
1.2.3 Kind & Gezin
• Infosessies zwangerschap.
• Eerste contact kort voor/na bevalling.
• Gehoortest baby 2–4 weken.
• Oogtest baby tussen 12-30 maanden
• Vaccinaties vanaf 8 weken
• Groei- en ontwikkelingsopvolging
1.2.4 Lactatiekundige
• Gespecialiseerd in borstvoeding.
• Indiende hulp van andere zorgverleners niet helpt
• Inschakelen bij moeilijke aanhap, pijn, ontstekingen, prematuren.
1.2.5 Kraamzorg
• Helpen bij de verzorging van moeder en baby
- Helpen met het huishouden
- Opvang voor de andere kinderen
- Geven van praktische informatie
• Ondersteuning bij voeding, zorg, rust.
1.2.6 Osteopaat
• Behandelt spanningen en blokkades bij moeder of baby.
• Mama helpen ontlasten van spanning/pijn rond de bekken, thorax en wervelzuil
• Indicaties: stuitligging, reflux baby, asymmetrie, geboortetrauma.
,1.2.7 Babytherapeut
• Werkt met de emotionele beleving van de baby (stress, trauma).
• Geen duidelijke medische reden nodig
• Niet terugbetaald
1.2.8 Doula
• Geen medische opleiding
• Helpt ouders vooral op emotioneel en praktisch vlak tijdens de arbeid en bevalling
• Niet terugbetaald
1.2.9 Expertisecentra Kraamzorg
• Info, vorming, ondersteuning rond zwangerschap (bv. De Wieg).
1.2.10 Borstvoedingsverenigingen
• La Leche League, Vereniging Begeleiding en Bevordering van Borstvoeding:
vrijwilligersorganisatie → info en ondersteuning.
1.2.11 Zwangerschapscursussen
• Thema’s: bevalling, ademhaling, borstvoeding, postpartum.
1.3 Prenatale begeleiding door de vroedvrouw
1.3.1 Rol en taken
Volgens wet van 10 mei 2015:
Autonoom bevoegd voor:
• Diagnose zwangerschap
• Zorg tijdens zwangerschap, bevalling en postpartum
• Uitvoeren van normale bevallingen
, • Eerste zorg pasgeborene
• Preventie en opsporen van risico’s
• GVO (gezondheidsvoorlichting en -opvoeding)
• Prenatale voorbereiding en ouderschapseducatie
Onder verantwoordelijkheid van arts:
• Risicozwangerschappen
• Vruchtbaarheidsproblemen
• Medische complicaties
1.4 Richtlijnen die vroedvrouwen volgen
• KCE, federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (België)
- Ondersteund en begeleid vrouwen en hun partner bij het voorbereiden en
doormaken van de zwangerschap, geboorte en ouderschap
- Bied aan alle vrouwen teogankelijke, wetenschappelijke onderbouwde informatie
- Noteer een verlsag van de gesprekken en beslissingen
- Laat het eerste prenataal bezoek langer duren dan normaal
• Domus Medica (huisartsen)
• KNOV, koninklijke Nederlandse organisatie voor verloskundigen (Nederlandse
vroedvrouwenorganisatie)
- Persoonlijke benadering en toegankelijkheid
- Streef naar continuïteit van de zorg
- Stem timing en inhoud af
- Informeer over de lichamelijke, psychische, foetale ontwikkelingen
- Informeer over diverse aspecten van de baring
• VIL, verloskundige indicatielijst, risicostratificatie
1.5 Patiëntgerichtheid
= afstemmen van de begeleiding op de unieke noden, wensen en waarden van de patiënt.