I. ACETYLCHOLINE EN DE CHOLINERGE RECEPTOREN
Nicotineagonisten:
1) Een kwaternair of sterk basisch N-atoom
2) Een carbonylgroep of zwak basisch N-atoom
3) 2 bindingsplaatsen in de buurt van de bindingsplaatsen van het kwaternair ammonium ion en
de carbonylgroep die toelaten om de binding te optimaliseren
Nicotineantagonisten:
Ganglionblokkers
diethyldiisopropylammonium groep
Neuromusculaire blokkers
o leptocurares
o Pachycurares
© All rights reserved Debaene Aurelie
, Lokale anesthetica:
o Esters
o Amiden
Muscarineagonisten:
Positief geladen groep
Teriaire aminen: rigide ringstructuur
Lipofiele (alkyl)groep en electronrijk centrum (estergroep, driedubbele binding /// )
5-atoom model
Muscarinereceptor:
Anionische bindingsplaats
Plaats voor vorming van H-brug op 3 Å met ring O van muscarine
Bindingsplaats op 5.7 Å voor interactie met OH van muscarine (~ C=O van acetylcholine)
Muscarineantagonisten:
kationisch centrum
aromatische of alicyclische ring
aan elkaar gebonden zijn via een “linker”-groep (vb esterfunctie of polymethyleenketen).
Solanaceae alkaloïden en synthetische analogen
© All rights reserved Debaene Aurelie
, Analogen met een gewijzigde tropaanring
Analogen zonder esterfunctie
De ringen en OH kunnen ≠
Andere muscarine antagonisten
Of met een fenothiazinering of met een thioxantheenring
Achesterase inhibitoren
Fosforzuurderivaten (malathion, parathion)
© All rights reserved Debaene Aurelie