Sociale Psychologie
Hoofdstuk 1: What is Social Psychology?
Sociale psychologie: de wetenschappelijke studie van de effecten van sociale en
cognitieve processen op de manier waarop individuen waarnemen, beïnvloeden en zich
verhouden tot anderen.
Sociale processen: de manier waarop andermans gedrag of groepen ons denken, ons
gevoel en ons gedrag beïnvloeden.
Sociale processen beïnvloeden ons zelfs als anderen niet aanwezig zijn; we zijn sociale
wezens, ook als we alleen zijn.
De sociale processen die ons beïnvloeden als er wél anderen aanwezig zijn, hangen af
van hoe wij die anderen en hun acties interpreteren en daarmee van cognitieve
processen.
Cognitieve processen: de manier waarop ons eigen geheugen, perceptie, denken,
emoties en motieven onze interpretatie van sociale realiteit en ons gedrag vormen.
Experimenteel onderzoek over sociaal-psychologische issues begon eind 19e eeuw, toen
onderzoekers systematisch poogden te meten hoe gedrag beïnvloed wordt door de
aanwezigheid van anderen.
Vroeg in de 20e eeuw werd de algemene psychologie gedomineerd door het
behaviorisme. Deze stroming, geleid door Watson en Skinner, ontkende de validiteit
van verklaringen voor gedrag die mentale staten als gedachten, gevoelens en emoties
hadden.
De meeste sociale psychologen, echter, verzetten zich tegen de behavioristische
opvatting dat gedachten en gevoelens geen plek hadden in wetenschappelijke
verklaringen. Zij accepteerden het argument van de behavioristen dat het ultieme doel
van wetenschap het verklaren van gedrag is, maar hun studies lieten zien dat gedrag niet
verklaard kon worden zonder de gevoelens en gedachten van mensen mee te nemen.
De opkomst van het nazisme had een grote invloed op de psychologie. In de eerste plaats
omdat veel mensen, waaronder psychologen, wegvluchtten uit Europa naar Amerika.
Daar bloeide de sociale psychologie op. De meeste Europese psychologen hingen niet het
behaviorisme, maar de Gestalttheorie aan.
Daarnaast deden de gruweldaden van Hitler mensen nadenken over de oorsprong van
vooroordelen. Omstandigheden veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog dwongen
sociaal psychologen ook om tot oplossingen te komen voor de praktische problemen,
zoals burgers overtuigen hun eetpatroon aan te passen in verband met de schaarste van
goederen.
In de jaren 1950 en 1960 bloeide de psychologie op. Universiteiten werden populairder,
de overheid steunde onderzoek en onderzoekers deden onderzoek op veel verschillende
velden van sociaal gedrag.
In de jaren 1970 was de tijd rijp voor zowel interne integratie (het samensmelten van
verschillende vakgebieden tot bredere verklaringen voor gedrag) als externe integratie
(toenemende aandacht voor naastgelegen wetenschapsvlakken).
,De studie naar cognitieve processen werd het framework voor integratie zowel binnen
als buiten de sociale psychologie. Nu het behaviorisme de kop in was gedrukt, begon er
als het ware een cognitieve revolutie. De cognitieve processen zijn echter maar één kant
van de medaille. Sociale psychologen zijn zich er altijd bewust van geweest dat sociale
processen mensen ook beïnvloeden. Natuurlijk, ons gedrag is een uitkomst van onze
waarnemingen, interpretaties, attitudes en overtuigingen, maar die factoren worden op
hun beurt weer fundamenteel geslepen door onze relaties met anderen, onze gedachten
over hun reacties, en het lid zijn van groepen die definiëren wie wij zijn.
De schrijvers van het boek geloven dat de diversiteit en rijkheid van menselijk gedrag
begrepen kan worden in termen van een aantal fundamentele sociaal-psychologische
motivationele principes. Deze processen vloeien voort uit 8 principes: 2 fundamentele
axiomen, 3 motivationele principes en 3 processing principes.
2 axiomen:
1. Construction of reality; hoe iemand de werkelijkheid ziet is afhankelijk van
en geconstrueerd door cognitieve processen (de manier waarop onze geest
werkt) en sociale processen (invloed van anderen).
2. Pervasivenes of social influence (onze gedachten, gevoelens en gedragingen
worden beïnvloed door anderen, of die nu fysiek aanwezig zijn of niet).
- Effecten van woorden, acties en simpelweg de aanwezigheid van anderen
op gedrag, denken en voelen.
- Assimilatie bij bv immigranten
- Stereotypen en verwachtingen
3 motivationele principes:
1. People strive for mastery: mensen willen:
- controle hebben/verkrijgen
- accurate geloven hebben over de wereld
- juiste verwachtingen hebben
- kennis over de wereld verkrijgen
2. People seek connectedness (need to belong)
- reflecteert het feit dat we dieren zijn die in groepen leven
- is noodzakelijk: sociale uitsluiting leidt tot depressie, agressie en laag
zelfbeeld.
3. People value me and mine (we are motivated to see ourselves and anything
or anyone connected to us in a positive light)
- interne attributies construeren bij succes
- externe attributies construeren bij falen
- changing groups in case they are unsuccesful: individual mobility.
3 processing principes:
1. Conservatism: established views are slow to change. We denken dat de
wereld stabiel is en we voelen ons verbonden met dingen die we kennen en
, waaraan we gewend zijn. Het bouwt onze persoonlijkheid; het is de veilige weg; it
impairs learning; het kan leiden tot oneerlijke oordelen en discriminatie.
2. Accessibility: accessible information has the most impact. Informatie die
onze aandacht grijpt of die we al geactiveerd hebben in ons geheugensysteem is
accessible. Het staat snelle beslissingen toe, zelfs onder stress; kan leiden tot
oneerlijke evaluaties (stereotypes), kan leiden tot gebiased perceptie en
informatie zoeken; kan geheugen beïnvloeden.
3. Superficiality vs depth: informatieprocessing is normaal gesproken
oppervlakkig maar mensen kunnen ook diep informatie verwerken. Kan zowel
leiden tot fouten als tot correcte beslissingen; we kunnen werken onder stress
maar als we tijd hebben kunnen we meer informatie verwerken en biases
uitsluiten die onbewust gebeuren; personal relevance usually leads to in-depth
processing.
Onenigheid en afwijzing stelt niet alleen ons gevoel van mastery op scherp maar
ook onze gevoelens van connectedness. Als dit gebeurt, motiveert dat ons om
informatie meer aandachtig in ons op te nemen en goed na te denken over onze
opvattingen en acties.
De twee axiomen linken het individu aan de sociale omgeving. Ieder individu
construeert zijn eigen beeld van de sociale werkelijkheid, die dan alle gedachten,
gevoelens en acties stuurt. Tegelijkertijd heeft de sociale omgeving ook effect op die
gedachten, gevoelens en gedrag. Drie motivationele principes en drie processing
principes bepalen zowel de natuur van de geconstrueerde realiteit als de natuur van de
sociale invloed.
Deze 8 principes zijn verantwoordelijk voor al ons gedrag. Dit is niet alleen goed gedrag.
Onze capaciteit om de wereld te construeren bijvoorbeeld, staat ons toe om de wereld
als een betekenisvolle plaats te zien, maar opent ook de deur naar misinterpretatie en
bias. Sociale invloeden geven ons soms de zekerheid dat er een groep achter ons staat,
maar kan ons ook leiden tot gedragingen die we in ons eentje niet zouden begaan.
Heider: attributie theorie:
- Internal attribution (de reden komt uit de persoon zelf)
- External attribution (de reden is in de situatie).
Festinger
- Social comparison (brons vs zilver)
- Dissonance
Milgram
- Obedience
- Authority
Asch
- Conformity (lijnen)
- Impression formation
Hoofdstuk 1: What is Social Psychology?
Sociale psychologie: de wetenschappelijke studie van de effecten van sociale en
cognitieve processen op de manier waarop individuen waarnemen, beïnvloeden en zich
verhouden tot anderen.
Sociale processen: de manier waarop andermans gedrag of groepen ons denken, ons
gevoel en ons gedrag beïnvloeden.
Sociale processen beïnvloeden ons zelfs als anderen niet aanwezig zijn; we zijn sociale
wezens, ook als we alleen zijn.
De sociale processen die ons beïnvloeden als er wél anderen aanwezig zijn, hangen af
van hoe wij die anderen en hun acties interpreteren en daarmee van cognitieve
processen.
Cognitieve processen: de manier waarop ons eigen geheugen, perceptie, denken,
emoties en motieven onze interpretatie van sociale realiteit en ons gedrag vormen.
Experimenteel onderzoek over sociaal-psychologische issues begon eind 19e eeuw, toen
onderzoekers systematisch poogden te meten hoe gedrag beïnvloed wordt door de
aanwezigheid van anderen.
Vroeg in de 20e eeuw werd de algemene psychologie gedomineerd door het
behaviorisme. Deze stroming, geleid door Watson en Skinner, ontkende de validiteit
van verklaringen voor gedrag die mentale staten als gedachten, gevoelens en emoties
hadden.
De meeste sociale psychologen, echter, verzetten zich tegen de behavioristische
opvatting dat gedachten en gevoelens geen plek hadden in wetenschappelijke
verklaringen. Zij accepteerden het argument van de behavioristen dat het ultieme doel
van wetenschap het verklaren van gedrag is, maar hun studies lieten zien dat gedrag niet
verklaard kon worden zonder de gevoelens en gedachten van mensen mee te nemen.
De opkomst van het nazisme had een grote invloed op de psychologie. In de eerste plaats
omdat veel mensen, waaronder psychologen, wegvluchtten uit Europa naar Amerika.
Daar bloeide de sociale psychologie op. De meeste Europese psychologen hingen niet het
behaviorisme, maar de Gestalttheorie aan.
Daarnaast deden de gruweldaden van Hitler mensen nadenken over de oorsprong van
vooroordelen. Omstandigheden veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog dwongen
sociaal psychologen ook om tot oplossingen te komen voor de praktische problemen,
zoals burgers overtuigen hun eetpatroon aan te passen in verband met de schaarste van
goederen.
In de jaren 1950 en 1960 bloeide de psychologie op. Universiteiten werden populairder,
de overheid steunde onderzoek en onderzoekers deden onderzoek op veel verschillende
velden van sociaal gedrag.
In de jaren 1970 was de tijd rijp voor zowel interne integratie (het samensmelten van
verschillende vakgebieden tot bredere verklaringen voor gedrag) als externe integratie
(toenemende aandacht voor naastgelegen wetenschapsvlakken).
,De studie naar cognitieve processen werd het framework voor integratie zowel binnen
als buiten de sociale psychologie. Nu het behaviorisme de kop in was gedrukt, begon er
als het ware een cognitieve revolutie. De cognitieve processen zijn echter maar één kant
van de medaille. Sociale psychologen zijn zich er altijd bewust van geweest dat sociale
processen mensen ook beïnvloeden. Natuurlijk, ons gedrag is een uitkomst van onze
waarnemingen, interpretaties, attitudes en overtuigingen, maar die factoren worden op
hun beurt weer fundamenteel geslepen door onze relaties met anderen, onze gedachten
over hun reacties, en het lid zijn van groepen die definiëren wie wij zijn.
De schrijvers van het boek geloven dat de diversiteit en rijkheid van menselijk gedrag
begrepen kan worden in termen van een aantal fundamentele sociaal-psychologische
motivationele principes. Deze processen vloeien voort uit 8 principes: 2 fundamentele
axiomen, 3 motivationele principes en 3 processing principes.
2 axiomen:
1. Construction of reality; hoe iemand de werkelijkheid ziet is afhankelijk van
en geconstrueerd door cognitieve processen (de manier waarop onze geest
werkt) en sociale processen (invloed van anderen).
2. Pervasivenes of social influence (onze gedachten, gevoelens en gedragingen
worden beïnvloed door anderen, of die nu fysiek aanwezig zijn of niet).
- Effecten van woorden, acties en simpelweg de aanwezigheid van anderen
op gedrag, denken en voelen.
- Assimilatie bij bv immigranten
- Stereotypen en verwachtingen
3 motivationele principes:
1. People strive for mastery: mensen willen:
- controle hebben/verkrijgen
- accurate geloven hebben over de wereld
- juiste verwachtingen hebben
- kennis over de wereld verkrijgen
2. People seek connectedness (need to belong)
- reflecteert het feit dat we dieren zijn die in groepen leven
- is noodzakelijk: sociale uitsluiting leidt tot depressie, agressie en laag
zelfbeeld.
3. People value me and mine (we are motivated to see ourselves and anything
or anyone connected to us in a positive light)
- interne attributies construeren bij succes
- externe attributies construeren bij falen
- changing groups in case they are unsuccesful: individual mobility.
3 processing principes:
1. Conservatism: established views are slow to change. We denken dat de
wereld stabiel is en we voelen ons verbonden met dingen die we kennen en
, waaraan we gewend zijn. Het bouwt onze persoonlijkheid; het is de veilige weg; it
impairs learning; het kan leiden tot oneerlijke oordelen en discriminatie.
2. Accessibility: accessible information has the most impact. Informatie die
onze aandacht grijpt of die we al geactiveerd hebben in ons geheugensysteem is
accessible. Het staat snelle beslissingen toe, zelfs onder stress; kan leiden tot
oneerlijke evaluaties (stereotypes), kan leiden tot gebiased perceptie en
informatie zoeken; kan geheugen beïnvloeden.
3. Superficiality vs depth: informatieprocessing is normaal gesproken
oppervlakkig maar mensen kunnen ook diep informatie verwerken. Kan zowel
leiden tot fouten als tot correcte beslissingen; we kunnen werken onder stress
maar als we tijd hebben kunnen we meer informatie verwerken en biases
uitsluiten die onbewust gebeuren; personal relevance usually leads to in-depth
processing.
Onenigheid en afwijzing stelt niet alleen ons gevoel van mastery op scherp maar
ook onze gevoelens van connectedness. Als dit gebeurt, motiveert dat ons om
informatie meer aandachtig in ons op te nemen en goed na te denken over onze
opvattingen en acties.
De twee axiomen linken het individu aan de sociale omgeving. Ieder individu
construeert zijn eigen beeld van de sociale werkelijkheid, die dan alle gedachten,
gevoelens en acties stuurt. Tegelijkertijd heeft de sociale omgeving ook effect op die
gedachten, gevoelens en gedrag. Drie motivationele principes en drie processing
principes bepalen zowel de natuur van de geconstrueerde realiteit als de natuur van de
sociale invloed.
Deze 8 principes zijn verantwoordelijk voor al ons gedrag. Dit is niet alleen goed gedrag.
Onze capaciteit om de wereld te construeren bijvoorbeeld, staat ons toe om de wereld
als een betekenisvolle plaats te zien, maar opent ook de deur naar misinterpretatie en
bias. Sociale invloeden geven ons soms de zekerheid dat er een groep achter ons staat,
maar kan ons ook leiden tot gedragingen die we in ons eentje niet zouden begaan.
Heider: attributie theorie:
- Internal attribution (de reden komt uit de persoon zelf)
- External attribution (de reden is in de situatie).
Festinger
- Social comparison (brons vs zilver)
- Dissonance
Milgram
- Obedience
- Authority
Asch
- Conformity (lijnen)
- Impression formation