Oefenvragen Tentamen Verpleegkunde
1. Wat zijn de 7 CanMEDS competentie gebieden?
2. Welke van de volgende 5 elementen staat NIET centraal bij zelfmanagement?
a. Omgaan met de uitdagingen die de ziekte geeft
b. Inpassen in het dagelijkse leven
c. Voeren van eigen regie over het zorgproces
d. Samenwerken met een zorgvrager
e. Streven naar optimale kwaliteit van leven
3. Wat zijn de 4 gebieden van het menselijk functioneren?
4. Wat houdt holistisch in?
a. Er wordt in zijn geheel gekeken naar een persoon.
b. Er wordt naar de achtergrond van een persoon gekeken.
c. Er wordt naar de ziektegeschiedenis gekeken.
5. Hoe wordt het ook wel genoemd als verpleegkundigen, artsen en andere beroepsbeoefenaars samen
werken, waarbij iedereen op een gelijkwaardige wijze bijdrage aan het zorgplan van een zorgvrager?
a. Specialistisch samenwerken
b. Multidisciplinair samenwerken
c. Multi-specialistisch samenwerken
6. Wat houdt het verpleegkundig proces in?
a. Is een methodische aanpak van het zorgproces
b. Is de professional en de handelingen daarbij
c. Is het vak en alle activiteiten die daarbij horen
7. Wat zijn vermogens (strengths)?
a. Het vermogen wat een zorgvrager bezit
b. De verschillende ziektebeelden die een zorgvrager bevat
c. Aspecten die helpen bij het goed functioneren van een zorgvrager
8. Welk diagnose wordt hier beschreven: ‘Is een voorlopige diagnose omdat je nog niet zeker van de
diagnose bent’.
a. Feitelijke / actuele diagnose
b. Dreigende / potentiële / risicodiagnose
c. Mogelijke / hypothetische diagnose
d. Welzijnsdiagnose
9. Welk diagnose wordt hier beschreven: ‘Nu kun je het probleem nog niet vaststellen, maar er is een
kans op een probleem’.
a. Feitelijke / actuele diagnose
b. Dreigende / potentiële / risicodiagnose
c. Mogelijke / hypothetische diagnose
d. Welzijnsdiagnose
1. Wat zijn de 7 CanMEDS competentie gebieden?
2. Welke van de volgende 5 elementen staat NIET centraal bij zelfmanagement?
a. Omgaan met de uitdagingen die de ziekte geeft
b. Inpassen in het dagelijkse leven
c. Voeren van eigen regie over het zorgproces
d. Samenwerken met een zorgvrager
e. Streven naar optimale kwaliteit van leven
3. Wat zijn de 4 gebieden van het menselijk functioneren?
4. Wat houdt holistisch in?
a. Er wordt in zijn geheel gekeken naar een persoon.
b. Er wordt naar de achtergrond van een persoon gekeken.
c. Er wordt naar de ziektegeschiedenis gekeken.
5. Hoe wordt het ook wel genoemd als verpleegkundigen, artsen en andere beroepsbeoefenaars samen
werken, waarbij iedereen op een gelijkwaardige wijze bijdrage aan het zorgplan van een zorgvrager?
a. Specialistisch samenwerken
b. Multidisciplinair samenwerken
c. Multi-specialistisch samenwerken
6. Wat houdt het verpleegkundig proces in?
a. Is een methodische aanpak van het zorgproces
b. Is de professional en de handelingen daarbij
c. Is het vak en alle activiteiten die daarbij horen
7. Wat zijn vermogens (strengths)?
a. Het vermogen wat een zorgvrager bezit
b. De verschillende ziektebeelden die een zorgvrager bevat
c. Aspecten die helpen bij het goed functioneren van een zorgvrager
8. Welk diagnose wordt hier beschreven: ‘Is een voorlopige diagnose omdat je nog niet zeker van de
diagnose bent’.
a. Feitelijke / actuele diagnose
b. Dreigende / potentiële / risicodiagnose
c. Mogelijke / hypothetische diagnose
d. Welzijnsdiagnose
9. Welk diagnose wordt hier beschreven: ‘Nu kun je het probleem nog niet vaststellen, maar er is een
kans op een probleem’.
a. Feitelijke / actuele diagnose
b. Dreigende / potentiële / risicodiagnose
c. Mogelijke / hypothetische diagnose
d. Welzijnsdiagnose