100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Colleges Food Technology for Nutritionists

Beoordeling
5.0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
26
Geüpload op
09-02-2021
Geschreven in
2018/2019

Samenvatting alle colleges Food Technology for Nutritionists. Bevat aantekeningen van de powerpoints, afbeeldingen uit powerpoints en aantekeningen van de docenten.

Instelling
Vak










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 februari 2021
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

College 1 Introductie
Levensmiddelentechnologie= van grond tot mond, ook wel van (ruwe) grondstof naar consumptie.
Tussen deze twee stappen zijn nog een aantal tussen stappen: opslag/vervoer, verwerken,
verpakken/opslaan/vervoer. Bij al deze stappen kunnen er veranderingen optreden en deze
veranderingen kunnen ervoor zorgen dat het product verandert.

Intrinsieke product eigenschappen= kwaliteitskenmerken= specificaties, bijvoorbeeld smaak, geur,
kleur, enz.
Extrinsieke product eigenschappen: alles wat niet met het product zelf meer te maken heeft, denk
aan verpakkingen, prijs

Ingrediënten zijn niet altijd de nutriënten. Ook wordt er wel eens “As” vermeld, dit zijn alle
producten en stoffen die overblijven waarvan je niet weet wat het is.

College 2 Systemen en stabiliteit
Systeem= structuur van een levensmiddel op microscopisch niveau
Stabiliteit: een product moet zo lang mogelijk goed blijven. De stabiliteit kan worden verbeterd door
additieven.
Systemen
Belangrijke levensmiddelensystemen:
Cellulair: bestaan uit cellen
Oplossing: homogeen mengsel van componenten die zijn opgelost
Suspensie: mengsel van vloeibaar en vast. De vaste stof is niet opgelost en het is troebel. Een
voorbeeld hiervan is melk, dit is een colloïd suspensie.
Emulsie: twee vloeistoffen die niet in elkaar oplossen. Er is een emulgator nodig voor deze stoffen
om op te lossen. Deze emulgator komt vaak van nature voor, maar wordt ook wel eens toegevoegd.
Een emulsie wordt zo gemaakt:
1. Je begint met de continue fase
2. Vervolgens voeg je of de emulgator toe of de gedispergeerde fase
3. Als je in de vorige stap nog niet de emulgator hebt toegevoegd, gebeurt dat nu
4. Krachtig mengen, in een fabriek gebeurd dit met een homogenisator.




Gel: 3D structuur in een levensmiddel, gevormd door koolhydraten of eiwitten. Een voorbeeld van
een product is kaas. Er zijn ook gels van hydrocolloïden. Er is interactie tussen hydrocolloïden in een
oplossing en hierbij worden er verbindingszones gevormd. Dit 3D netwerk houdt water vast. Er
kunnen gels worden gevormd met pectine. Er zijn twee typen pectine:

, 1. HM pectine= hoog gemethyleerd pectine: hierbij is er weinig lading. Er wordt een gel
gevormd door de lage pH en door suiker.
2. LM pectine= laag gemethyleerd pectine: veel negatieve lading, dit zou elkaar afstoten en
geen netwerken vormen, daarom worden er calcium ionen toegevoegd zodat er alsnog een
netwerk kan worden gevormd.
Schuimen= gas belletjes ingesloten in een vloeistof of vaste stof. Bijvoorbeeld: bier of brood.
(samengestelde) poeders= droog mengsel van gedroogd emulsie poeder + andere poeders.
 Veel levensmiddelen zijn combinaties van systemen.
Stabiliteit
De stabiliteit is afhankelijk van een aantal type reacties;
 Chemische reacties
 Fysische reactie
o Vorming van levenmiddelensystemen
 Schuimen (meringue)
 Gel vorming (melk stremmen om kaas te maken)
o Sedimentatie
 Uitzakken cacao deeltjes in chocolade melk
o Smelten van ijs
 Microbiologische reacties
o Fermentatie: langer houdbaar maken (conservering) of smaakverbetering
o Bederf
o Smaakafwijking door enzymen uit bacteriën, door bijvoorbeeld eiwithydrolyse of
vethydrolyse.
De negatieve effecten kunnen worden voorkomen door additieven. Additieven:
 Bedoelt om producten te verbeteren
 Verandering tegen te gaan
 EU: Food Additives database
 E-nummers
Er zijn verschillende hulpstoffen door de EFSA goed gekeurd voor gebruik in de
levensmiddelenindustrie:
 Kleurstoffen , E100-199
 Conserveermiddelen en voedingszuren E200-299
 Antioxidanten en voedingszuren E300-399
 Verdikkingsmiddelen/stabilisatoren/emulgatoren, E400-499
 Zuurteregelaars/antiklonteringmiddelen/ rijsmiddelen/ etc., E500-599
 Smaakversterkers, E600-699
 Glansmiddelen/antischuimmiddelen/meelverbeteraars, etc., E900-999
 Verdikkingsmiddelen/glansmiddelen/draagstoffen, E1200-1600.
Technische hulpmiddelen die geen functie meer hebben in het eindproduct staan niet altijd op het
label.

College 3 vetten en vetoxidatie
Cacao
Cacao bestaat voor een groot deel uit vet. Cacao groeit in warme landen rond de evenaar. De cacao
bonen omringd met het witte pulp worden op een hoop gegooid en omdat het zo warm is begint de
fermentatie door enzymen. Het resultaat van de fermentatie is aromavorming en de
kleurverandering, de bonen zijn nu bruin. Na de fermentatie worden de bonen gedroogd totdat het
vochtgehalte nog zo’n 6-7% is. daarna wordt het getransporteerd naar andere landen. Vervolgens
worden de bonen gebrand, zo’n 15 min bij 145 graden en soms wordt het daarna nog een keer
gebrand en dan 30-45 min bij 140 graden. Hierdoor ontstaat er nog meer aroma. Vervolgens worden

, de bonen ontveld en blijven er cacao brokken over. De cacao brokken worden gemaald bij hoge
temperatuur. Hierdoor ontstaat er een soort chocolade olie. Hier kan chocola van worden gemaakt,
maar de olie kan ook nog door een pers worden gehaald en dan ontstaat er cacao boter en cacao
poeder.
Een belangrijk aspect van vetten naast de calorische waarde zijn hun bijdrage aan de fysische en
sensorische eigenschappen van het levensmiddel. Bij fysische aspecten kan je denken aan het
smelten op je tong een de smeuïgheid. Bij sensorisch kan je denken aan de smaak en soms aan de
geur.
Er is zowel gewenst aroma (bijvoorbeeld van blauwe kaas), als ongewenst aroma (zoals ranzig vet). Er
zijn twee typen vet:
1. Triacylglycerols= triglyceriden. Dit zijn grote moleculen die nauwelijks vluchtig zijn en dus ook
geen aroma hebben.
2. Vluchtige vet-componenten. Vet oxidatie producten, vetzuren: dit zijn kleine moleculen die
vluchtig zijn en dus veel aroma hebben. Zowel gewenst als niet gewenst aroma.
Vetten worden vaak verdeelt op basis van oplosbaarheid, bijvoorbeeld of het wel of niet oplost in
organische oplosmiddelen. Maar er zijn ook korte verzuren die beter oplossen in water dan in
organische oplosmiddelen, maar deze worden toch als vet beschouwt. Er zijn ook definities die zich
richten op de aanwezigheid van vetzuren, maar ook dit heeft zijn limitaties en daarom is het beter
om vetten en aanverwante componenten te beschrijven. Vetten kunnen verdeeld worden in twee
groepen: de verzeepbare fractie (het grootste deel, namelijk meer dan 97%) en de niet verzeepbare
fractie (minder dan 3%). Verzepen is het met behulp van een alkalische oplossing de ester-binding in
het vet verbreken.




Een triacylglyceride= triglyceride= een ester van glycerol en drie vetzuren. Een groot deel van de
vetten bestaat uit vetzuren. Vetzuren kunnen worden verdeeld in verzadigd en onverzadigd
vetzuren. De onverzadigde vetzuren kunnen weer worden verdeeld in enkelvoudig of meervoudig
onverzadigd. Vetzuren worden vaak aangegeven op de volgende manier: 18:1 ω9 c dit betekent dat
er 18 C-atomen zijn, er 1 dubbele binding is en dat deze op plek 9 zit vanaf de niet zuurkant en de C
staat voor cis. Als er een t had gestaan in plaats van c had dat trans betekent.
Er zijn drie kenmerken die het smeltpunt beïnvloeden:
 Of het molecuul verzadig is of onverzadigd. Als het molecuul verzadigd is betekent dit dat het
de meest rechte staarten heeft en daarom de meest kristallijne structuur kan vormen. Des te
meer kristallijn de structuur is, des te hoger het smeltpunt.
 De keten lengte, des te langer de keten des te hoger het smeltpunt
 De samenstelling

Fosfolipiden in alle vetten en oliën. Het zijn triglyceride derivaten waarin 1 vetzuur is vervangen door
een fosfaatgroep. Fosfolipiden zijn aanwezig in het celmembraan omdat ze een hydrofiele kop
hebben en een hydrofobe staart. Dit maakt het ook een goede emulgator.

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
6 maanden geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
MaaikeBVG Wageningen University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
20
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
16
Documenten
13
Laatst verkocht
4 maanden geleden

3.7

3 beoordelingen

5
1
4
0
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen