Hoofdstuk 1: Inleiding 2
Hoofdstuk 2: Cybercriminaliteit in criminologisch perspectief 4
Hoofdstuk 3: Verschijningsvormen van cybercriminaliteit in enge zin 16
Hoofdstuk 4: Verschijningsvormen van gedigitaliseerde criminaliteit 24
Hoofdstuk 5: Daderschap van criminaliteit 37
Hoofdstuk 6: Cybercriminele samenwerkingsverbanden 51
Hoofdstuk 7: Slachtofferschap van cybercriminaliteit 57
Hoofdstuk 8: Criminologische theorieën en cybercriminaliteit 63
Hoofdstuk 10: Interventies voor cyberdaders 77
1
, Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 Cybercriminaliteit als nieuw terrein voor de criminologie
Criminologisch onderzoek naar cybercriminaliteit is de laatste jaren pas op stoom gekomen en
nog sterk in de ontwikkeling. Door de verwevenheid van de offline en online wereld zien we
dat digitalisering steeds meer een rol speelt in de criminologie. Cybercriminaliteit ontwikkelt
zich snel.
1.2 Wat is cybercriminaliteit?
1.2.1 Terminologie
Over het algemeen wordt de term ‘cybercriminaliteit’ gehanteerd, want deze is het meest
gangbaar. Het is de overkoepelende term waar alle cyber-gerelateerde vormen van
criminaliteit onder vallen.
1.2.2 Definiëring
Cybercriminaliteit omvat alle strafbare gedragingen waarbij ICT-systemen van wezenlijk
belang zijn in de uitvoering van het delict.
1.2.3 Classificering
De veelgebruikte classificatie is het onderscheid in cybercriminaliteit in enge zin en in ruime
zin. Het grootste verschil is het doelwit (wel of geen ICT). Een combinatie van beide is ook
mogelijk.
- Enge zin: nieuwe delicten die in het verleden nog niet bestonden en waarbij ICT zowel
het doelwit als het middel is (hacken, DDOS-aanvallen en het verspreiden van
computervirus).
- Ruime zin: traditionele delicten die door middel van ICT worden gepleegd en waarbij
ICT van wezenlijk belang is in de uitvoering van het delict (cyberstalking, grooming,
internetoplichting).
Ruime zin is een synoniem voor het begrip gedigitaliseerde criminaliteit.
Een andere indeling is ook mogelijk: wordt de computer beschouwd als object, instrument of
omgeving voor criminaliteit?
- Object: de dader richt zich op het beïnvloeden of aantasten van de opgeslagen
gegevens in computers, waaronder programma’s.
- Instrument: de dader zet een computersysteem naar zijn hand om een (traditioneel) feit
te plegen.
2
, - Omgeving: het computersysteem is onderdeel van een bredere omgeving waarbinnen
het strafbare feit wordt gepleegd en heeft mogelijk een rol in de bewijsvoering.
Een andere classificatie beschrijft drie opeenvolgende generaties van cybercriminaliteit,
gebaseerd op de mate waarin het delict nieuw of afwijkend is ten opzichte van traditionele
criminaliteit.
- 1e generatie: betreft misdaden waarbij de computer wordt gebruikt om traditionele
misdaden te plegen.
- 2e generatie: traditionele vormen van criminaliteit die door globalisering een globaler
of mondialer karakter hebben gekregen.
Technologie is de force multiplier: het principe dat één persoon op grotere schaal
een misdaad kan plegen.
- 3 generatie: misdaden volledig door netwerktechnologie gegenereerd.
e
3
, Hoofdstuk 2: Cybercriminaliteit in criminologisch perspectief
2.1 Inleiding
Cybercriminaliteit wordt in een historisch perspectief onderzocht en de ontwikkelingen door
de jaren heen worden onder de loep genomen in dit hoofdstuk.
2.2 Cybercriminaliteit in historisch perspectief
2.2.1 De periode van 1970-1990
Het begint met de opkomst van het internet, ontwikkeld als militair netwerk dat verbinding
tussen computers en het sturen van netwerkverkeer mogelijk maakte. Daarnaast ontstond
TCP/IP-protocol waarbij verbonden computers met elkaar konden communiceren en
netwerkverkeer naar elkaar konden doorsturen.
In 1983 werd het internet voornamelijk gebruikt voor wetenschappelijke- en
ontwikkelingsdoeleinden.
Er ontstond ook een eerste generatie hackers. Ook het schrijven van virussen kwam in de
jaren 80 op. Hierdoor kwamen de Amerikanen met de eerste wetgeving voor
computercriminaliteit.
2.2.2 De periode van 1990-2000
Deze periode kenmerkt zich door het wereldwijd toenemende gebruik van het internet door
gewone burgers. Door webbrowsers werd het een stuk makkelijker. Veel mensen maakten
kennis en experimenteerden met het internet. De cybercriminaliteit was nog erg onschuldig
van aard.
2.2.3 De periode van 2000-2010
In deze periode kwamen internetdiensten op die nu vanzelfsprekend zijn (Google, Gmail,
sociale media). Ook staat deze periode voor de verdere ontwikkeling van het internet,
internetbankieren en computercriminaliteit.
Voor cybercriminelen werd het interessant om te proberen om financiële elektronische
transacties af te vangen en het geld naar henzelf over te maken.
De entertainmentindustrie vreesden voor hun omzet, aangezien muziek en films gemakkelijk
via het internet gedeeld werden. Internetgebruikers maakten ook massaal het internet om het
materiaal van seksueel misbruik met kinderen met elkaar uit te wisselen. Daarnaast ontstond
een groei van online marktplaatsen waar cybercriminelen handel met elkaar dreven.
4