Rekendidactiek
Optelsituaties
Bewerking ‘optellen’
- Samenvoegen
- Sprongen vooruit
Aftreksituaties
Bewerking ‘Aftrekken’
- Verschil bepalen (hoeveel meer dan)
Op basisschool De Regenboog zitten 266 meisjes en 232 jongens.
Hoeveel meer meisjes dan jongens zijn er?
- Wegnemen (hoeveel over)
-
Tim heeft 32 stickers. Hij geeft er 9 aan joep.
Hoeveel stickers heeft hij over?
- Aanvullen (Hoeveel moet ik nog)
Mijn boek heeft 8 bladzijden. Ik ben op bladzijde 26.
Hoeveel bladzijdes moet ik nog lezen voordat het boek uit is?
, Leerlijn optellen/ aftrekken tot 20
Oriëntatie op optellen en aftrekken
Kleuters moeten doen met allerlei verschillende
materialen en moeten daar taal aan geven. Dit
zodat ze in groep 3 verder kunnen met de
volgende fase.
Voorbeelden: Betekenis geven aan optellen/
aftrekken via concrete situaties, prentenboeken
(tien olifanten op de weg naar een dansfeest),
Liedjes (7 heksen bij elkaar).
Tellend rekenen bij optellen en aftrekken
- Van situaties naar denkmodel van som (geef een situatie en laat er een soms bij bedenken)
- Van som naar denkmodel naar situatie (geef een som en laat kinderen tot een situatie
komen)
Aanpak: één voor één tellen en verkort tellen (vaak op vingers)
Een voor één tellen: 1,2,3,4,5 en 6, 7, 8
Verkort tellen: beginpunt 5 en vanuit daar verder tellen 6, 7, 8
Optelsituaties
Bewerking ‘optellen’
- Samenvoegen
- Sprongen vooruit
Aftreksituaties
Bewerking ‘Aftrekken’
- Verschil bepalen (hoeveel meer dan)
Op basisschool De Regenboog zitten 266 meisjes en 232 jongens.
Hoeveel meer meisjes dan jongens zijn er?
- Wegnemen (hoeveel over)
-
Tim heeft 32 stickers. Hij geeft er 9 aan joep.
Hoeveel stickers heeft hij over?
- Aanvullen (Hoeveel moet ik nog)
Mijn boek heeft 8 bladzijden. Ik ben op bladzijde 26.
Hoeveel bladzijdes moet ik nog lezen voordat het boek uit is?
, Leerlijn optellen/ aftrekken tot 20
Oriëntatie op optellen en aftrekken
Kleuters moeten doen met allerlei verschillende
materialen en moeten daar taal aan geven. Dit
zodat ze in groep 3 verder kunnen met de
volgende fase.
Voorbeelden: Betekenis geven aan optellen/
aftrekken via concrete situaties, prentenboeken
(tien olifanten op de weg naar een dansfeest),
Liedjes (7 heksen bij elkaar).
Tellend rekenen bij optellen en aftrekken
- Van situaties naar denkmodel van som (geef een situatie en laat er een soms bij bedenken)
- Van som naar denkmodel naar situatie (geef een som en laat kinderen tot een situatie
komen)
Aanpak: één voor één tellen en verkort tellen (vaak op vingers)
Een voor één tellen: 1,2,3,4,5 en 6, 7, 8
Verkort tellen: beginpunt 5 en vanuit daar verder tellen 6, 7, 8