100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Nederlands Samenvatting Leestoets

Rating
-
Sold
-
Pages
3
Uploaded on
08-02-2021
Written in
2018/2019

Deze samenvatting voor het Vak Nederlands is van . Hier staan een aantal punten en theorie in die je bij het oefenen/leren van je leestoets kan gebruiken.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Uploaded on
February 8, 2021
Number of pages
3
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

Nederlands samenvatting Leestoets

Schrijfdoelen
 Informeren: de auteur wil kennis overbrengen op zijn lezers door middel van uitleg en
beantwoording van vragen. Uiteenzetting
 Opiniëren: de auteur geeft lezers de gelegenheid zich een mening te vormen over een bepaald
onderwerp door middel van meningen van deskundigen en betrokkenen en voor- en nadelen.
Beschouwing
 Overtuigen: de auteur wil dat de lezers zijn mening/standpunt over een bepaalde kwestie
overnemen, door middel van argumenten en weerleggingen. Betoog

Tekstopbouw:
 Inleiding bestaat meestal uit de eerste 2 of 3 alinea’s en geeft aan wat het onderwerp van de
tekst is en trekt de aandacht met behulp van de actualiteit (nu), de geschiedenis (verleden), een
anekdote (verhaal), een voorbeeld of het belang voor de lezer (bijvoorbeeld info voor studie als je
je examen gehaald hebt)
 Middenstuk behandelt de deelonderwerpen, gevolgen, voordelen of oplossingen
 Slot gevormd door de laatste alinea(‘s), vaak bevat het slot de conclusie en dus ook de
hoofdgedachte.

Tekststructuren:
 Argumentatiestructuur: inleiding=stelling, standpunt(vraag) , middenstuk= argumenten en
tegenargumenten voor stelling , slot= herhaling stelling/beantwoording vraag
 Aspectenstructuur: inleiding= onderwerp , middenstuk= diverse aspecten van onderwerp , slot=
samenvatting
 Probleem/oplossingsstructuur: inleiding= probleem , middenstuk= gevolgen, oorzaken,
oplossingen , slot= de beste oplossing/samenvatting/aanbeveling
 Verklaringsstructuur: inleiding= bepaald verschijnsel , middenstuk= kenmerken/voorbeelden,
verklaring/oorzaak/reden , slot= samenvatting
 Verleden/heden/toekomststructuur: inleiding= onderwerp , middenstuk= situatie nu, vroeger ,
slot= conclusie of situatie in de toekomst
 Voor- en nadelenstructuur: inleiding= vraag of stelling , middenstuk= voor- nadelen ,
slot=afweging, conclusie
 Vraag/antwoordstructuur: inleiding= vraag , middenstuk= antwoord(en) , slot= samenvatting of
conclusie

Tekstverbanden
 Opsommend: ook, tevens, bovendien, daarnaast, vervolgens, verder, om te beginnen
 Tegenstellend: maar, echter, niettemin, toch, daar, daar staat tegenover, desondanks,
daarentegen, aan de ene kant
 Chronologisch: eerst, dan, daarna, uiteindelijk, eens, toen, vroeger, nu, later, voordat, nadat
 Oorzakelijk: doordat, daardoor, als gevolg van, het gevolg is, het komt door, waardoor, zodat
 Toelichtend: zo, bijvoorbeeld, zoals, neem nou
 Voorwaardelijk: als, indien, wanneer, in het geval dat, tenzij, mits
 Vergelijkend: zoals, net (zo) … als, evenals, (meer/beter) … dan
 Redengevend: daarom, omdat, derhalve, dus, want, immers, dat blijkt uit, namelijk, aangezien, de
reden hiervoor is
 Doel-middel: om te…, met de bedoeling, opdat, zodat, daarvoor, waarvoor, voor, door … te
 Toegevend: ook al, zij het, weliswaar, hoewel, ofschoon
 Samenvattend: kortom, samengevat, met andere woorden, al met al
 Concluderend verband: dus, daarom, dat houdt in, concluderend, ik kom tot de slotsom at,
kortom, al met al

Mengvormen van tekstsoorten

,  VB van een beschouwende tekst met betogende elementen: de auteur wil zijn lezen laten
nadenken over een bepaald onderwerp en hen ervan overtuigen dat het onderwerp anders/beter
moet zijn(=betogen)
 VB van een betogende tekst met activerende elementen: de auteur wil zijn lezers ervan
overtuigen dat er over een onderwerp iets fout aan is en daarbij roept hij de lezers op tot een
andere houding ten aanzien van dat onderwerp (=activeren)
 Bepalen van mengvorm van tekstsoort:
1. Stel eerst het hoofddoel(tekstsoort) vast. Wat wil de schrijver aan de lezers bereiken?
Vermaken hoofddoel amuseren
Uitleggen uiteenzetten/informeren
Nadenken beschouwen/opiniëren
Mening overnemen betogen/overtuigen
Aanzetting tot iets activeren
2. Kijk ook naar de hoofdgedachte van de tekst. Zo heeft een betoog altijd een mening als
hoofdgedachte, bij uiteenzetting is de hoofdgedachte een constatering, bij beschouwing
is de hoofdgedachte meestal dat er meer oplossingen/antwoorden etc over het
onderwerp zijn
3. Stel vast welke middelen de schrijver gebruikt om de hoofdgedachte te ondersteunen.
Let op de functie van de tekstgedeelten

Argumentatiestructuren
 Enkelvoudig: als bij een standpunt maar 1 argument gegeven wordt.
 Meervoudig: als er bij een standpunt twee of meer argumenten gegeven worden die los van
elkaar staan.
 Nevenschikkend: twee argumenten worden samen gebruikt om een standpunt te ondersteunen
en werken alleen in combinatie met elkaar.
 Onderschikkend: een gebruikt argument wordt door een ander argument ondersteunt

Drogredenen
 Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie: 2 zaken die tegelijkertijd gebeuren een oorzaak-gevolgrelatie
gelegd, terwijl die relatie er niet is.
 Verkeerde vergelijking: 2 dingen worden met elkaar vergeleken en van die vergelijk kun je je
afvragen of die wel terecht is.
 Overhaaste generalisatie: wordt op basis van 1/enkele gevallen een conclusie getrokken voor een
hele grote groep.
 Cirkelredenering: standpunt wordt ondersteund door het herhalen van dezelfde standpunt, maar
anders geformuleerd
 Persoonlijke aanval: er wordt op een man gespeeld, persoon wordt aangevallen
 Ontduiken van de bewijslast: iemand beweert iets om vervolgens van de andere partij ‘bewijs’
voor het tegendeel te vragen.
 Vertekenen van het standpunt: de andere partij worden de woorden in de mond gelegd en de
uitspraken zijn niet zo makkelijk te verdedigen.
 Bespelen van het publiek: iemand formuleert zijn standpunt zo moeilijk dat het moeilijker wordt
om ertegen in te gaan, en probeert om een afwijkende mening te voorkomen.
 Onjuist beroep op autoriteit: zich beroepen op een autoriteit om een standpunt te ondersteunen,
maar is niet betrouwbaar of geen autoriteit op dat gebied

Teksten beoordelen
 Auteur: wie is het, geeft de tekst informatie over zijn opleiding/werkkring, kun je daaruit afleiden
of hij een autoriteit is op het gebied waarover hij schrijft.
 Publicatieplaats(bron): in welk blad/tijdschrift/website is de tekst verschenen, op welk publiek is
de bron gericht, welke conclusie kun je daaraan verbinden.
 Actualiteit: wanneer is het geschreven, is de informatie in de tekst nog actueel of achterhaald
doordat er inmiddels nieuwe gegevens zijn.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
fleurv1 Het Rijnlands Lyceum (Den Haag)
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
136
Member since
7 year
Number of followers
121
Documents
33
Last sold
9 months ago

3.7

23 reviews

5
5
4
8
3
8
2
2
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions