100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Voeding en mondgezondheid, ISBN: 9789081864923 Voeding

Rating
-
Sold
-
Pages
18
Uploaded on
08-02-2021
Written in
2020/2021

Dit document is een samenvatting van het boek Voeding en Mondgezondheid. Het behoort bij de hoorcolleges van Voeding.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 4, 5, 9, 10, 11, 12, 26,
Uploaded on
February 8, 2021
Number of pages
18
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

H4 Voedingsstoffen
Een tekort of teveel aan bepaalde voedingsstoffen heeft invloed op de mond- en algehele
gezondheid. Voedingsmiddelen bestaan uit meerdere voedingsstoffen en voedingsstoffen zijn
opgebouwd uit macro- en micronutriënten.
 Macronutriënten: opbouw en herstel van weefsel, hormonen en enzymen. Ze leveren
energie àeiwitten, vetten, koolhydraten, vezels
Vet
Zijn opgebouwd uit verschillende soorten vetzuren:
 Verzadigd vetzuur: alle bindingen hebben een H-atoom. Vaste vorm
 Onverzadigd vetzuur: C-atomen delen een H-atoom dus je krijgt dubbele bindingen. Vloeibare
vorm.
o Enkelvoudig onverzadigde vetzuren (EOV)
 Omega-9-vetzuren (oliezuur)
o Meervoudig onverzadigde vetzuren (MOV)
 Omega-3-vetzuren (alfalinoleenzuur) remmen ontstekingen
 Omega-6-vetzuren (linolzuur)
Functies van vet:
 Vet is een energie leverancier en zorgt dat lichaamsfuncties in stand worden gehouden.
 Essentiële vetzuren kan het lichaam niet zelf maken dus moeten we door voeding naar
binnen krijgen.
 Vet draagt ook oplosbare vitamines A,D,E,K.
 Zorgen ook voor de natuurlijke reiniging van de mond.
Een teveel aan vetzuren verhoogt het LDL-cholesterol en zorgt voor hart-en vaatziekten of oxidatieve
stress. Bladzijde 28: in welk voedsel zitten de vetzuren in?

Eiwitten
Functies van eiwitten:
 Bouwstof van weefsels dus ook van het orale weefsel
 Onderdeel van enzymen en hormonen
 Zijn nodig bij de afweer omdat antilichamen en immunoglobulinen hieruit zijn gebouwd
Eiwitten zijn lange ketens van verschillende aminozuren.
 Fenylalanine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, threonine, tryptofaan en valine zijn
essentiële aminozuren.
Een eiwit tekort verhoogt de vatbaarheid voor orale infecties, vooral vegetariërs zijn hier gevoelig
voor.

Koolhydraten
Functies van koolhydraten:
 Nodig bij energievoorziening van de hersenen en rode bloedcellen
Ze zijn opgebouwd uit C, H, O-atomen en kunnen in 3 groepen worden verdeeld:
Mono- en disachariden (suikers)
Glucose en fructose: groenten, fruit
Maltose: graanstroop àintrinsieke suikers
Lactose: melkproducten (bestaat uit galactose en glucose)
Bij suiker spreekt met van lege calorieën: het levert wel energie maar geen micronutriënten, de
voedingsstoffen waar we dagelijks een hoeveelheid van nodig hebben.
Toegevoegde suikers: suikers die smaak verbeteren àextrinsieke/toegevoegde suikers
De gezondheidsraad adviseert alleen personen met overgewicht de inname van producten met
toegevoegde suikers te beperken.
Bij een suikerinname van meer dan 15kg per persoon per jaar neemt cariës toe.

Oligosachariden

,Bestaan uit een keten van 3-10 monosachariden
Worden prebiotica genoemd omdat ze bacteriën in de darmen als voedingsbron gebruiken.
Zitten in: gedroogd fruit, knollen, granen, noten, zaden en peulvruchten.

Polysachariden (zetmeel en voedingsvezels)
Bestaan uit een keten >10 monosachariden.
Voedingsvezels: aardappelen, groenten, fruit, granen, peulvruchten, noten, volkorenboord,
zilvervliesrijst. Ze geven ons eten volume zodat er langere verzadiging is.
Vezelrijke voeding moet gekauwd worden want dat verbetert de natuurlijke reiniging van de mond.

Glykemische index: maat voor de snelheid waarmee koolhydraten de bloedglucosespiegel laten
stijgen.
 Producten met mono-en disachariden hebben een hogere GI dan polysachariden en
voedingsvezels.
 Vuistregels voor een lage glykemische lading: vezelrijke producten, koolhydraten beperken,
eiwitten gebruiken zodat de koolhydraten vertraagd worden opgenomen in het bloed.

Micronutriënten
Dit zijn vitamines, mineralen, sporenelementen, bioactieve stoffen.
Vitamines: zijn nodig om lichaamsweefsels, hormonen en enzymen te maken
Mineralen: regelprocessen bloeddruk, energieproductie, geven stevigheid aan botten.
 Vitamine D en B3 kan het lichaam zelf maken, de rest moet je innemen.
 Zwangere vrouwen, ouderen, kinderen, lacterende vrouwen hebben een hogere aanbeveling
voor vitamines en mineralen.
 Tekorten van vitamines en mineralen beïnvloeden het orale weefsel.

Bioactieve stoffen
Hebben gezondheid bevorderende eigenschappen maar hier is geen behoefte voor vastgesteld.
Bioflavonoïden in: groenten, fruit, rode kleurstof in groenten en fruit.

Antioxidanten
Zitten in speeksel, plasma en weefsel, dus ook in het pocketepitheel.
 Glutathionperoxidase selenium afhankelijk
 Superoxidedismutase zink en koper afhankelijk
 Vitamine A, vitamine E, selenium, zink en mangaan komen ook voor in het orale weefsel
Vitamine A (retinol)
 Zit in lever, vis, eieren.
 Onderhoudt het epitheelweefsel. Een tekort zorgt voor een mindere immuunreactie door
minder IgA en IgG.
 Is een antioxidant: draagt bij aan algemene gezondheid.
 Zorgt voor wondgenezing na een dentale ingreep

Vitamine B-complex
 Zitten in enzymen die bij celstofwisseling betrokken zijn
 B1, B2, B3, B5, B6, B12 en foliumzuur
 Zitten in: volkorenproducten, peulvruchten, zuivel, vlees
 Vitamine B2 tekort vermindert de barriérefunctie van het slijmvlies tegen pathogene
bacteriën.


Vitamine B12

,  Zit in: vlees, vis, zuivel en ei
 Rode bloedcellen en zenuwcellen zijn afhankelijk van vitamine B12. Zorgt voor aanmaak van
DNA.
 Als het in het lichaam opgenomen wordt, is er een intrinsic factor nodig. Dit is een eiwit wat
in de maag wordt gemaakt.
 Een tekort heb je bij <150 pmol/L en tekenen van een tekort zijn:
o stomatitis, afwijkende groei van het epitheel, tintelingen in vingers, geheugenverlies,
spierzwakte, coördinatiestoornissen..
 Risicogroepen voor tekort aan vitamine B12 zijn:
o Medicatie voor bloedglucose, malabsorptie, pancreasdysfunctie en ziekte aan maag-
darm kanaal. Bij ouderen zou er een gebrek kunnen zijn in die intrinsic factor.
o Tekort kan optreden bij vegetariërs of bij mensen die geen zuivel eten.
 Hoge dosering van vitamine B12 kan een tekort aan foliumzuur geven. Dit wordt er meestal
bijgegeven.

Foliumzuur
 Groenten en fruit , foliumzuur is vitamine B11. Belangrijk om groenten niet te lang te
verhitten
 Foliumzuur is betrokken bij de vorming van eiwit en rode bloedcellen en zwangere vrouwen
kunnen een tekort hiervan krijgen. Hierdoor bestaat er een kans dat het kind een open ruggetje
krijgt of een gehemelte spleet.
 Het epitheel is gevoelig voor een tekort aan vitamine omdat het een snelle turnover heeft.
Een tekort verhoogt de doorlaatbaarheid van het mondslijmvlies en het verzwakt de fagocytose.
Hoe meer foliumzuur hoe meer fagocytose dus hoe beter je afweer werkt.
 Risicogroepen voor foliumzuurtekort zijn: ouderen, zware drinkers, zwangere vrouwen
 Hoe krijg je een foliumzuurtekort: weinig groente en fruit, te weinig voeding en veel
medicatie.
 Homocysteïne is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Een verhoogd gehalte in het
bloed kan erfelijk zijn of veroorzaakt worden door een tekort aan vitamine B6, foliumzuur en
vitamine B12.

Vitamine C
 Zit in aardappelen, groenten en citrusfruit
 Zorgt ervoor dat het bindweefsel een gesloten en vaste structuur heeft en is nodig bij
de wondgenezig.
 Bij tekort aan vitamine C verandert het losmazig bindweefsel en hierdoor krijgen bacteriën
meer de kans om een infectie te veroorzaken.
 Vitamine C stimuleert de fagocytose en als je te weinig binnenkrijgt wordt de
doorlaatbaarheid in het sulcus epitheel hoger.
 Vitamine C daalt bij een infectie of een trauma. Roken zorgt ervoor dat het verbruik van
vitamine C stijgt en moeten dus meer vitamine C innemen als dagelijkse hoeveelheid.
 Symptomen van scheurbuik zijn: paarse laesies op benen, verstoorde aanmaak van
collageen, scheurtjes in bloedvaten, gezwollen tandvlees, bloedend tandvlees na licht aanraken,
vertraagde wondgenezing, vermoeidheid, spierpijn, gewrichtsklachten, veranderingen in
de tandpulpa.
 Symptomen van scheurbuik op de gingiva zijn: bloedingen in de submucosa, hyperplasie van
het tandvlees en hypermobiliteit van gebitselementen.



Vitamine D
 Helpt bij de opname van calcium en je krijgt botontkalking als je er een tekort van hebt.
$5.54
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
mdmzk
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
mdmzk Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
6 year
Number of followers
5
Documents
11
Last sold
2 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions