HOOFDSTUK 15 – ÉÉNWEG-ANOVA (ONE-WAY ANOVA)
15.1 VOORBEELD
We vermoeden dat de ADL-score (Activities of Daily Living) na een operatie niet enkel wordt beïnvloed door
operatiegerelateerde factoren, maar ook door de woonsituatie van de patiënt vóór de ingreep.
Daarom onderzoeken we het verband tussen de ADL-score en de woonomstandigheden voorafgaand aan de operatie.
We onderscheiden de volgende groepen:
• Alleenwonend
• Wonen met partner / familie / religieuze gemeenschap
• Rusthuis (RH) of rust- en verzorgingstehuis (RCH)
• Overige
De vierde groep bevat slechts één deelnemer en wordt daarom niet meegenomen in de analyse.
Uit de grafieken blijkt dat patiënten uit een RH/RCH gemiddeld een hogere ADL-score hebben dan de andere groepen.
De vraag is: is dit verschil statistisch significant?
Zelfs als er in de populatie géén verschil zou zijn, kunnen we in de steekproef toch variaties zien door toeval.
De centrale vraag wordt dus:
Hoe groot is de kans dat we zulke verschillen waarnemen puur door toeval?
Om dit te onderzoeken gebruiken we de ANOVA-methode.
, Wiskundig gezien zijn de gemiddelden verschillend, maar gezien de variabiliteit in de data lijken ze niet “zo verschillend”
te zijn.
Dit is natuurlijk een vage uitspraak.
We willen dit formaliseren door een juiste test te gebruiken, in dit geval voor de nulhypothese:
𝐻0 : 𝜇1 = 𝜇2 = 𝜇3
tegen de alternatieve hypothese dat minstens twee van de gemiddelden van elkaar verschillen.