Hoofdstuk 0: Inleiding
Schema p 20
Holistisch model start vanaf het klassiek model
De kern van het model = klassieke materiële economie
o Invulling van economische behoeften met goederen en diensten
klassie
Gezinnen voorzien die zelf
Gezinnen kopen aan bij producent die produceert
Overheid voorziet (onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur,
…)
o Aangevuld met het gebruik van gemeenschapsbezit
Gemeenschapsbezit = hulpbronnen die toegankelijk zijn voor alle
leden van een groep of samenleving zonder dat er 1 eigenaar is,
maar wel een groep eigenaars of soms niemand Uitbrei
Vormen: model
Beschikbare vrij toegankelijke natuurlijke hulpbronnen (bv. bos,
visgrond,…)
Gecreëerde vrij toegankelijke middelen (bv. voedselbedeling,
opvangtehuizen)
Gedeelde middelen (bv. Wikipedia, open source software,
deeleconomie)
Economische kern is deel van de maatschappij …
o Maatschappelijke verwachtingen omtrent economie (bv. werkdruk,
inkomensverdeling)
o Sociale interacties zonder winstmotief (buiten de “traditionele
marktwending”) (bv. vrijwilligerswerk, hulp binnen
familie/vriendenkring/studentengroep/…)
… binnen het ecosysteem
Holistische voorstelling illustreert:
- Verwevenheid tussen economie, maatschappij en ecologie
- Economie is ingebed in een groter geheel
- Economie is afhankelijk van & heeft impact op het ecosysteem
Economie onttrekt energie & grondstoffen als input uit het
ecosysteem
Economie voegt hitte & afval toe aan ecosysteem als gevolg van
activiteit
- Beperkingen, geïllustreerd door de afgelijnde onderdelen:
Ecosysteem: botst op grenzen van beschikbare grondstoffen,
energie, gezonde lucht, absorptievermogen voor afvalverwerking,…
Maatschappij: nijpende beschikbaarheid van vrijwilligers,
engagement, …
Consumenten & producenten: tijds- en budgetbeperking
Beperkingen zorgen ervoor dat er keuzes moeten gemaakt
worden
Hoe moeten we omgaan met die beperkingen? Hoe moeten
we keuzes maken? duurzame ontwikkeling
,Duurzame ontwikkeling = een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de behoeften
van het heden zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in
het gedrang te brengen.
Donut-economie: (Kate Raworth)
doel: niet langer om economische groei te realiseren maar om binnen de donut
te blijven (duurzame en sociale samenleving)
Binnenste cirkel: waarnaar we minimaal moeten streven
Buitenste cirkel: ecologische plafond van de planeet
DUS:
, Van bepaalde G/D niet te weinig produceren (= tekort aan voedsel, water,
zorg, woningen, onderwijs,…)
Valt in het gat midden in de donut
Niet te veel produceren (= doorheen ecologische plafond van onze
planeet)
Doorbreken van de donut
Welvaart bereiken door op de donut te blijven die begrensd wordt door:
1. Basisvoorzieningen
2. Grenzen van de planeet
, DEEL 1: BASISCONCEPTEN
Hoofdstuk 1: Wat is economie?
Consumenten: aanschaffen van G of D voor eigen gebruik
Producenten: G en D aanbieden op de markt
Schaarste
= wanneer de mogelijke aanwendingen van een middel de beschikbaarheid van
dat middel overstijgen (schaarste ≠ zeldzaam; zeldzame G/D zijn pas schaars als ze
gewild zijn)
= er moeten middelen worden opgeofferd om het middel te bekomen
= wanneer het middel meer gewild is dan het beschikbaar is
Economische wetenschap bestudeert:
- Keuzes inzake consumptie en productie onder voorwaarden van schaarste
- Gevolgen van die keuzes voor de maatschappij
(keuzes = gedrag economie = sociale wetenschap)
Welvaart = mate waarin schaarste wordt vermindert
Economische behoeften = verlangens van de mens waaraan hij/zij slecht kan
voldoen door het inzetten van schaarse middelen
Soorten:
- Primaire behoeften:
Aangeboren
Sterk verbonden met het lichamelijk zijn (overleven)
- Secundaire behoeften:
Niet aangeboren maar aangeleerd
Sterk sociaal georiënteerd
- Tertiaire behoeften:
Behoeften naar luxe