CRIMINOLOGIS
CH
ONDERZOEK
SAMENVATTING
,KWALITATIEF ONDERZOEK EN
CRIMINOLOGISCHE THEORIE. OVER DE
RELATIE TUSSEN THEORIE?
ONDERZOEKSVRAGEN EN METHODE
Inleiding
Goed onderzoek
‘De waarheid’
o Onderzoeksdata relateren aan theorie en methodologie
Belangrijk probleem: te meegaand in beheersingscultuur die beleidsdebat
kenmerkt
Nils Christie: a-theoretisch empirisme
o Verzameling van data door overheid en overheidsdiensten vs zelf
data verzamelen
Gevolg
Kracht van kwalitatieve onderzoekers is verborgen fenomenen zichtbaar
maken, door toegang te krijgen tot groepen uit de samenleving die moeilijk
bereikbaar zijn
Intuïtieve conclusie
Verstehen = het inzichtelijk maken van betekenisgeving
o Emic perspectief (= welke betekenis geeft de actor zelf aan zijn
handelen?)
Combinatie kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Kwalitatieve onderzoeksmethoden
o Centraal: sceptische houding ten aanzien van ‘objectieve’
waarnemingen waarop evidence-based voorspellingen kunnen
worden gebaseerd
Meer ruimte voor kwalitatief criminologisch onderzoek
o Veldwerk gaat onherroepelijk samen met ruimte en vrijheid voor
nieuwe vragen vanuit het onderzoeksveld
1
,Waarom er theorie in onze ‘gereedschapskist’ zit
Algemene definitie ‘theorie’
o Gehanteerde defintie theorie
= een systematische en consistente redenering die volgt uit
een generalisering en abstrahering van onderzoeksgegevens,
die een mogelijke verklaring aandraagt en die in zoveel
mogelijk toetsbare termen is gevat.
Nodig om problemen te verklaren
o Zonder blijven resultaten op beschrijvend niveau
Praktisch hulpmiddel
Nodig om tot adequate verklaringen te komen
Belangrijke rol in dataverzamelingsproces
o Bepalen waar we naar kijken en hoe we er naar
kijken
o Belang theoretische noties
o Sociale constructie
o Het ‘niet-zeker-weten’
vs homo economicus
Onderzoeksvraag
Wisselwerking tussen theorie en onderzoek
Het gebruik van kwalitatieve methoden in de
criminologie
Max Weber
o Verstehende of interpretatieve benadering
Etnografische onderzoeksmethoden
o Exploratief onderzoek
Directe observatie en directe interactie
Participeren in de onmiddellijke nabijheid
Systematische vergelijking van gedetailleerde casuïstiek op basis van
theoretische noties
Historische criminologie
o Levensgeschiedenissen
o Narratieve methode
Kritische blik en reflectie op totstandkoming en gebruik van data
o Omstandigheden waarin gegevens werden verzameld
Problematiseren van data en inzichtelijk maken van sociaal
geconstrueerde karakter
Gehanteerde methoden blijven slechts een middel
o Zijn niet het doel op zich
Meer transparantie en duiding van onderzoeksmethoden en data
o Intuïtieve en naturalistische aanpak staat haaks op eis dat
onderzoekers verantwoording hebben af te leggen over wijze
waarop zij data verzamelen
2
, Criminologische epistemologie in een notendop
‘Diagnose en therapie’ model
o = de oorzaken van criminaliteit bestuderen om vervolgens te
bekijken wat meest adequate remedies zouden kunnen zijn
Etiologie vs sociale reactiebenaderingen
o Theorieën die op de oorzaken van criminaliteit gericht zijn vs
theorieën die pogen te verklaren welke functies
criminaliteitsbestrijding heeft en welk bedoeld of onbedoeld effect zij
heeft op de aard en omvang van criminaliteit
Verklaringsniveau
o Macro (= maatschappelijk niveau.)
o Micro (= individueel niveau.)
Niveauprobleem
Belangrijkste moederdisciplines van de criminologie
o Eigen manier van kijken en analyseren
Eigen pre-wetenschappelijke vooronderstellingen
Uitgaan van bepaald mens- en maatschappijbeeld
o Mensbeeld: deterministisch vs voluntaristisch
Vrijheid van handelen van mens is sterk
beperkt door mogelijkheden en
omstandigheden waarin hij verkeert vs
ieder handelen is resultaat van vrije
wilsbeslissing
Uitdrukkelijkere explicitatie van pre-
wetenschappelijke aannames (KWL) vs
positivistische ideaal van
intersubjectiviteit (KWN)
o Maatschappijbeeld
Consensusmodel
= de regels die in maatschappij
gelden zijn vastgesteld in
democratisch proces waarin
iedereen zijn zegje heeft kunnen
doen
o Rousseau
o Marx
Zeer verschillende delictsvormen
o Andere verklaring
Vraag tot keuze voor psychologisch, antropologisch en
sociologisch design
3