HC2: groepsprocessen en kenmerken van een effectieve groep + samenwerking en
besluitvorming.
Belang van doelen
Als wij een effectieve groep zouden zijn is het belangrijk om een doel te hebben. Een doel is
een ideaal om naartoe te werken en iets wat je belangrijk vind.
1. Geven richting aan gedrag (hoog cijfer halen, daardoor harder werken)
2. Motiveren (inspireren) ons gedrag (harder of minder hard werken)
3. Zonder doelen kan het functioneren van een groep niet beoordeeld en geëvalueerd
worden (zonder doel ga je niks doen)
4. Doelen vormen de basis voor het oplossen van conflicten (het conflict moet opgelost
worden, anders haal je je doel niet).
Sociale interdependentie
Interdependentie betekent afhankelijkheid van een ander.
‘Individuen hebben gemeenschappelijke doelen en de resultaten van ieder individu worden
beïnvloed door het gedrag van anderen.’ Als je alleen werkt kun je doen wat je wil, maar als
je in een groep werkt moet je iets met de ander.
● Positieve interdependentie: samenwerking (ik zie dat ik mijn doel behaald heb als
de ander ook zijn doel behaalt).
● Negatieve interdependentie: competitie (als ik mijn doel behaal, haal jij je doel niet).
● Geen interdependentie: individualistisch (ik zie in dat mijn doel bereikbaar is, maar
het maakt niet uit of anderen hun doel wel/niet halen → hoorcollege).
Sociale vaardigheden om te kunnen samenwerken
Je moet kunnen samenwerken voor het vormen van een effectieve groep.
● Elkaar leren kennen
● Elkaar leren vertrouwen → kwetsbaar, het vertrouwen kan beschaamd worden.
● Duidelijk communiceren
● Elkaar accepteren
● Elkaar steunen en waarderen
● Op een constructieve manier omgaan met conflicten
○ Conflicten binnen een samenwerking zijn belangrijk. De manier waarop je met
conflicten omgaat is nog belangrijker. Er zijn verschillende meningen over
conflicten en daar moet je goed mee omgaan.
● Feedback geven en ontvangen
● Assertiviteit
● Informatie vragen en geven
● Hulp vragen en geven
, Bouwstenen van een effectieve samenwerking
Wanneer wordt een samenwerking effectief?
1. Positieve interdependentie
2. Eenheid binnen een groep
3. Aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid (mensen zijn evenredig aansprakelijk,
iedereen heeft dezelfde verantwoordelijkheid. Zodra dit niet zo is zorgt dit voor
wantrouwen).
a. Groepsaansprakelijkheid
b. Individuele aansprakelijkheid
4. Positieve interactie
5. Sociale vaardigheden
6. Groepsreflectie (hoe doen wij het als groep?)
Belonen van groepsleden
3 vormen van beloning:
Rechtvaardigheid: beloning wordt aan de geleverde bijdragen gekoppeld
● voordeel: iedereen gaat harder werken, ze willen graag de beste zijn
● negatief: negatieve interdependentie,
Gelijkheid: iedereen dezelfde beloning
● voordeel: positieve interdependentie, mensen hebben elkaar nodig en willen gaan
samenwerken
● nadeel: mensen kunnen meeliften, ze krijgen toch wel dezelfde beloning
Behoefte: voorbeeld: groepslid met persoonlijke problemen hoeft minder te doen
● voordeel: er is meer voordeel voor de persoon, dan dat het negatief uitwerkt voor de
groep.
Vertrouwen
Groepsleden delen met elkaar hun:
● Gedachten
● Gevoelens
● Kennis en ideeën
● Opinies
Vertrouwen is geen persoonlijkheidseigenschap maar ontstaat in interactie
Wantrouwen
● Inzet voor groepsdoelen neemt af
● Sociale passiviteit neemt toe
● Competitiedrang neemt toe
● Destructieve conflicten (conflicten die niet netjes/goed kunnen opgelost worden)
Elkaar accepteren
● Angst en wantrouwen blokkeren het functioneren in een groep.
● Het accepteren van anderen begint vaak met het accepteren van jezelf.
● Kwetsbaar, risico’s nemen.
● Een ander accepteren hoeft niet te betekenen dat je het inhoudelijk eens bent met
elkaar.
besluitvorming.
Belang van doelen
Als wij een effectieve groep zouden zijn is het belangrijk om een doel te hebben. Een doel is
een ideaal om naartoe te werken en iets wat je belangrijk vind.
1. Geven richting aan gedrag (hoog cijfer halen, daardoor harder werken)
2. Motiveren (inspireren) ons gedrag (harder of minder hard werken)
3. Zonder doelen kan het functioneren van een groep niet beoordeeld en geëvalueerd
worden (zonder doel ga je niks doen)
4. Doelen vormen de basis voor het oplossen van conflicten (het conflict moet opgelost
worden, anders haal je je doel niet).
Sociale interdependentie
Interdependentie betekent afhankelijkheid van een ander.
‘Individuen hebben gemeenschappelijke doelen en de resultaten van ieder individu worden
beïnvloed door het gedrag van anderen.’ Als je alleen werkt kun je doen wat je wil, maar als
je in een groep werkt moet je iets met de ander.
● Positieve interdependentie: samenwerking (ik zie dat ik mijn doel behaald heb als
de ander ook zijn doel behaalt).
● Negatieve interdependentie: competitie (als ik mijn doel behaal, haal jij je doel niet).
● Geen interdependentie: individualistisch (ik zie in dat mijn doel bereikbaar is, maar
het maakt niet uit of anderen hun doel wel/niet halen → hoorcollege).
Sociale vaardigheden om te kunnen samenwerken
Je moet kunnen samenwerken voor het vormen van een effectieve groep.
● Elkaar leren kennen
● Elkaar leren vertrouwen → kwetsbaar, het vertrouwen kan beschaamd worden.
● Duidelijk communiceren
● Elkaar accepteren
● Elkaar steunen en waarderen
● Op een constructieve manier omgaan met conflicten
○ Conflicten binnen een samenwerking zijn belangrijk. De manier waarop je met
conflicten omgaat is nog belangrijker. Er zijn verschillende meningen over
conflicten en daar moet je goed mee omgaan.
● Feedback geven en ontvangen
● Assertiviteit
● Informatie vragen en geven
● Hulp vragen en geven
, Bouwstenen van een effectieve samenwerking
Wanneer wordt een samenwerking effectief?
1. Positieve interdependentie
2. Eenheid binnen een groep
3. Aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid (mensen zijn evenredig aansprakelijk,
iedereen heeft dezelfde verantwoordelijkheid. Zodra dit niet zo is zorgt dit voor
wantrouwen).
a. Groepsaansprakelijkheid
b. Individuele aansprakelijkheid
4. Positieve interactie
5. Sociale vaardigheden
6. Groepsreflectie (hoe doen wij het als groep?)
Belonen van groepsleden
3 vormen van beloning:
Rechtvaardigheid: beloning wordt aan de geleverde bijdragen gekoppeld
● voordeel: iedereen gaat harder werken, ze willen graag de beste zijn
● negatief: negatieve interdependentie,
Gelijkheid: iedereen dezelfde beloning
● voordeel: positieve interdependentie, mensen hebben elkaar nodig en willen gaan
samenwerken
● nadeel: mensen kunnen meeliften, ze krijgen toch wel dezelfde beloning
Behoefte: voorbeeld: groepslid met persoonlijke problemen hoeft minder te doen
● voordeel: er is meer voordeel voor de persoon, dan dat het negatief uitwerkt voor de
groep.
Vertrouwen
Groepsleden delen met elkaar hun:
● Gedachten
● Gevoelens
● Kennis en ideeën
● Opinies
Vertrouwen is geen persoonlijkheidseigenschap maar ontstaat in interactie
Wantrouwen
● Inzet voor groepsdoelen neemt af
● Sociale passiviteit neemt toe
● Competitiedrang neemt toe
● Destructieve conflicten (conflicten die niet netjes/goed kunnen opgelost worden)
Elkaar accepteren
● Angst en wantrouwen blokkeren het functioneren in een groep.
● Het accepteren van anderen begint vaak met het accepteren van jezelf.
● Kwetsbaar, risico’s nemen.
● Een ander accepteren hoeft niet te betekenen dat je het inhoudelijk eens bent met
elkaar.