Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Propeduese

Rating
-
Sold
-
Pages
39
Grade
A+
Uploaded on
27-11-2025
Written in
2025/2026

Exam of 39 pages for the course Bedrijfskunde at Saxion (Propeduese)

Institution
Course

Content preview

Propeduese
Grammatica

1. Vraag: Wat is het onderwerp in de zin: "Gisteren hebben de kinderen uitgelaten in het park
gespeeld."?

• Antwoord: De kinderen.

2. Vraag: Noem de persoonsvorm en de werkwoordstijd in: "Zij zouden graag willen komen."

• Antwoord: Persoonsvorm: zouden. Tijd: onvoltooid verleden toekomende tijd (OVTT).

3. Vraag: Wat is het lijdend voorwerp in de zin: "De docent corrigeerde de proefwerken
nauwkeurig."?

• Antwoord: De proefwerken.

4. Vraag: Maak de zin passief: "Het bedrijf introduceert een nieuw product."

• Antwoord: Er wordt een nieuw product geïntroduceerd (door het bedrijf).

5. Vraag: Wat is het verschil tussen een betrekkelijke en een onbepaalde voornaamwoord?
Geef een voorbeeld.

• Antwoord: Een betrekkelijk voornaamwoord (die, dat, wat) introduceert een bijzin. Een
onbepaald voornaamwoord (iemand, iets, enkele) verwijst naar niet-specifieke personen
of zaken. Voorbeeld: "De man die daar loopt, heeft iets verloren."

6. Vraag: Verbind de zinnen met een voegwoord: "Het regent. We gaan toch fietsen."

• Antwoord: Hoewel het regent, gaan we toch fietsen.

7. Vraag: Wat is de stellende, vergrotende en overtreffende trap van "mooi"?

• Antwoord: Mooi - mooier - mooist.

8. Vraag: Is 'omdat' een nevenschikkend of onderschikkend voegwoord?

• Antwoord: Onderschikkend.

9. Vraag: Wat is het meewerkend voorwerp in: "Hij gaf zijn vriendin een bos bloemen."?

• Antwoord: Zijn vriendin.

,10. Vraag: Zet de zin in de voltooide tijd: "Hij eet zijn boterham."

• Antwoord: Hij heeft zijn boterham gegeten.

11. Vraag: Wat is het verschil tussen 'hen' en 'hun' als persoonlijk voornaamwoord?

• Antwoord: 'Hen' gebruik je na een voorzetsel of als lijdend voorwerp. 'Hun' gebruik je
als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel. Voorbeeld: "Ik geef hun het boek. / Ik geef
het boek aan hen."

12. Vraag: Wat is een infinitief? Geef een voorbeeld.

• Antwoord: De onvervoegde, hele vorm van een werkwoord. Voorbeeld: lopen, denken,
zijn.

13. Vraag: Noem de oorzakelijke hulpwerkwoorden.

• Antwoord: Laten, doen, en helpen (in sommige contexten).

14. Vraag: Wat is een zelfstandig naamwoord?

• Antwoord: Een woord dat een persoon, dier, ding, begrip of toestand noemt.

15. Vraag: Wat is het verschil tussen een telbaar en een ontelbaar zelfstandig naamwoord?

• Antwoord: Een telbaar naamwoord heeft een meervoud (tafel - tafels). Een ontelbaar
naamwoord heeft dat meestal niet (water, advies).

16. Vraag: Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

• Antwoord: Een woord dat een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord
weergeeft. (Bijv. de rode auto).

17. Vraag: Vervang het bijvoeglijk naamwoord door de verbogen vorm: "Een mooi huis."

• Antwoord: Het mooie huis.

18. Vraag: Wat is een voorzetsel? Geef twee voorbeelden.

• Antwoord: Een woord dat de relatie aangeeft tussen andere woorden. Voorbeelden: in,
op, onder, naast, tijdens.

19. Vraag: Wat is een bijwoord?

• Antwoord: Een woord dat meer informatie geeft over een werkwoord, een bijvoeglijk
naamwoord, een ander bijwoord of een hele zin. (Bijv. Hij loopt snel).

20. Vraag: Wat is een betrekkelijke bijzin?

, • Antwoord: Een bijzin die meer informatie geeft over een woord of woordgroep in de
hoofdzin, vaak ingeleid door een betrekkelijk voornaamwoord.



Spelling

21. Vraag: Schrijf de verleden tijd van 'bakken'.

• Antwoord: Bakte (en niet: bakkte, vanwege de korte klinker).

22. Vraag: Schrijf de verleden tijd van 'reizen'.

• Antwoord: Reisde (lange klinker, dus geen verdubbeling).

23. Vraag: Is het 'pannenkoek' of 'pannekoek'?

• Antwoord: Pannenkoek.

24. Vraag: Schrijf het voltooid deelwoord van 'worden'.

• Antwoord: Geworden.

25. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Hij (vermenigvuldigen) de getallen."

• Antwoord: Vermenigvuldigt.

26. Vraag: Is het 'desalniettemin' of 'desalnietemin'?

• Antwoord: Desalniettemin.

27. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Dat is een (zorgen) ontwikkeling."

• Antwoord: Zorgelijke.

28. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "De (agent) auto."

• Antwoord: Agentenauto.

29. Vraag: Wat is de juiste spelling: 'accommoderen' of 'acommoderen'?

• Antwoord: Accommoderen.

30. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Hij is (proberen) te slagen."

• Antwoord: Hij is proberend te slagen. (Maar beter is: Hij probeert te slagen).

31. Vraag: Is het 'te allen tijde' of 'te allen tijden'?

• Antwoord: Te allen tijde.

, 32. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Het (wees) meisje."

• Antwoord: Weesmeisje.

33. Vraag: Wat is de juiste interpunctie aan het eind van een vragende zin?

• Antwoord: Een vraagteken.

34. Vraag: Wanneer gebruik je een dubbele punt?

• Antwoord: Voor een opsomming, een citaat, een uitleg of een samenvatting.

35. Vraag: Wanneer gebruik je een puntkomma?

• Antwoord: Tussen twee hoofdzinnen die sterk met elkaar samenhangen, of in een
opsomming waar komma's verwarrend zouden zijn.

36. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Hij is (door + lopen) met zijn werk."

• Antwoord: Doorgegaan.

37. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Dat is een (moeilijk + praten) man."

• Antwoord: Moeilijkdoener.

38. Vraag: Is het 'ongeacht' of 'onacht'?

• Antwoord: Ongeacht.

39. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Hij heeft het (na + zeggen)."

• Antwoord: Nagezegd.

40. Vraag: Schrijf de juiste vorm: "Het (CD'tje) is kapot."

• Antwoord: Cd'tje.



Woordenschat (incl. Uitdrukkingen en Gezegdes)

41. Vraag: Wat is een synoniem voor 'onmiddellijk'?

• Antwoord: Direct, meteen, ogenblikkelijk.

42. Vraag: Wat is een antoniem voor 'waarderen'?

• Antwoord: Verachten, minachten.

43. Vraag: Wat betekent de uitdrukking: 'De koe bij de horens vatten'?

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 27, 2025
Number of pages
39
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$11.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
FocusFileExamLibrary
3.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
FocusFileExamLibrary Teachme2-tutor
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
507
Last sold
6 days ago
FocusFile Exam Library – Your Exam Success Hub

Welcome to FocusFile Exam Library, your go-to destination for exam-ready success! Dive into a carefully curated collection of verified answers, study guides, and smart summaries designed to make learning faster, easier, and more effective. Whether you’re prepping for big exams, brushing up on class notes, or mastering challenging topics, FocusFile Exam Library gives you the tools to study smarter, focus sharper, and achieve top results. Every resource is crafted for clarity, simplicity, and maximum impact—helping you unlock your full potential with confidence.

Read more Read less
3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions