METHODEN BEGRIPPENLIJST
HS 1: inleiding
TERM OMSCHRIJVING
niet- methoden gebruikt om in het dagelijks leven vragen te beantwoorden
wetenschappelijke
methoden
methode van informatie wordt als waar geaccepteerd omdat het altijd al zo geweest is of
vasthoudendheid omdat bijgeloof de informatie ondersteunt; gebaseerd op gewoonte of
(“tenacity”) bijgeloof
methode van informatie wordt als waar geaccepteerd omdat het juist aanvoelt; gebaseerd
intuïtie op buikgevoel, voorgevoel of instinct
methode van informatie wordt als waar geaccepteerd omdat het afkomstig is van een
autoriteit expert rond dat onderwerp; gebaseerd op vertrouwen in een autoriteit, expert
methode van geloof blind vertrouwen in een autoriteitsfiguur; de informatie van de
autoriteitsfiguur wordt geaccepteerd zonder twijfel of toetsing
rationele methode antwoorden zoeken door logisch redeneren; vertrekken van premissen en
logica gebruiken om tot een conclusie te komen
empirische antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische ervaring;
methode informatie door waarneming en interpretatie van de wereld
wetenschappelijke manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd
methode worden en er vervolgens systematisch naar antwoorden gezocht wordt;
bestaat uit verschillende stappen in circulair proces; combinatie van
verschillende elementen van de niet-wetenschappelijke methoden om hun
beperkingen te vermijden; doel is zo accuraat mogelijke antwoorden
bekomen
inductieve uit specifieke observaties een algemene conclusie afleiden;
redenering logisch proces obv de rationele methode
(generalisatie)
deductieve uit een algemene stelling conclusies over specifieke observaties afleiden;
redenering logisch proces obv de rationele methode
variabelen kenmerken of condities die variëren binnen en/of tussen verschillende
individuen en/of situaties
hypothese gebaseerd op onderzoeksvraag en relevante wetenschappelijke literatuur;
(algemeen) één van de mogelijke verklaringen voor de observatie; bevat een beschrijving
en/of verklaring van een relatie tussen variabelen; geen definitieve verklaring
maar een mogelijk en voorlopig antwoord op onderzoeksvraag dat nog getest
en kritisch geëvalueerd moet worden; geeft aanleiding tot predicties
predictie gebaseerd op hypothese; hypothese toegepast op specifieke en
(specifiek) observeerbare situatie; verwijst naar specifieke situatie die gemeten en
geobserveerd kan worden; is toetsbaar en kan ondersteund of weerlegd
worden via observaties
empirische antwoorden worden gezocht obs gestructureerde en systematische
wetenschap observaties
gestructureerde observaties bieden duidelijke ondersteuning of weerlegging van de
observaties hypothese
systematische observaties worden uitgevoerd in een set van condities zodat de
observaties onderzoeksvraag accuraat beantwoord kan worden
openbare observaties zijn beschikbaar voor de evaluaties van anderen; laat toe om
wetenschap observaties te repliceren en bevindingen te bevestigen of weerleggen
replicatie anderen kunnen exact hetzelfde proces stap-voor-stap herhalen
1
, peer review kritische beoordeling van onderzoek door collega’s als kwaliteitstoetsing
verifieerbaarheid de mate waarin de uitkomst van onderzoek controleerbaar is
objectieve overtuigingen en biases van onderzoeker mogen geen invloed hebben op
wetenschap resultaten van studie; geloof in bep. theorie of verwachtingen over resultaat
van studie moeten geneutraliseerd worden
blinde procedure onderzoekers die observaties verzamelen zijn “blind” voor details van studie
en weten niet wat de onderzochte hypothese is
pseudowetenschap tegenovergestelde van echte wetenschap; gebrek aan empirische evidentie;
geen toetsbare en weerlegbare hypotheses; gebaseerd op subjectief bewijs;
blijft onveranderd door jaren heen; niet gegrond in vorig onderzoek
kwantitatief onderzoekt variabelen die variëren in kwantiteit; data zijn vnl. numerieke
onderzoek scores die samengevat, geanalyseerd, geïnterpreteerd kunnen worden mbv
statistische procedures
kwalitatief onderzoekt variabelen die variëren in kwaliteit; data zijn vnl. narratief van
onderzoek aard
empirische cyclus onderzoeksproces; manier waarop de wetenschappelijke methode
toegepast wordt om interessante vragen te beantwoorden; bevat
verschillende stappen waarbij onderzoeker telkens beslissingen moet
nemen
onderzoeksstrategie algemene aanpak om hypothese te evalueren bepaald door type
onderzoeksvraag, ethische overwegingen en andere beperkingen
onderzoeksdesign specifieke methodes en procedures; afhankelijk van predicties
HS 2: hypothesen formuleren
TERM OMSCHRIJVING
logische hypothese de hypothese is een logische conclusie van een logisch argument
toetsbare alle variabelen, gebeurtenissen, individuen betrokken in de hypothese zijn
hypothese observeerbaar en meetbaar; hypothese heeft geen betrekking op imaginaire
of hypothetische situaties; hypothese verwijst enkel naar echte situaties,
echte gebeurtenissen, echte individuen
weerlegbare de hypothese maakt het mogelijk om onderzoeksresultaten te bekomen die
(falsifieerbare) omgekeerd zijn aan de hypothese; het is mogelijk om aan te tonen dat de
hypothese hypothese foutief is
positieve hypothese de hypothese is positief geformuleerd; de hypothese bevat een stelling over
het bestaan / de aanwezigheid van iets; de hypothese bevat geen stelling over
de afwezigheid van iets
HS 3: variabelen definiëren en meten
TERM OMSCHRIJVING
onafhankelijke variabelen die de afhankelijke variabelen voorspellen / verklaren;
variabele (predictor) de verwachte oorzaak; variabele die in experimenten gemanipuleerd wordt
afhankelijke variabelen die voorspeld / verklaard worden door de onafhankelijke
variabele (outcome) variabelen; het verwachte eYect; variabele die in experimenten gemeten
wordt
concrete variabele makkelijk te definiëren; direct observeerbaar; eenvoudig te meten
abstracte variabele moeilijk te definiëren; niet direct observeerbaar; complexer te meten;
hypothetische entiteiten gecreëerd obv theorie en speculatie
theorie set stellingen over mechanismen onderliggend aan een bepaald gedrag;
organiseert en integreert verschillende observaties rond dit gedrag en de
2
, relatie met andere variabelen; een goede theorie genereert predicties over
het gedrag
construct hypothetische entiteit die het gedrag in een theorie helpt verklaren en
voorspellen; niet direct observeerbaar; indirect meetbaar via factoren die
construct beïnvloeden (externe stimuli) en gedrag dat door construct wordt
beïnvloed (extern gedrag) (vb: beloning -> motivatie -> prestatie)
operationele definitie procedure om indirect variabelen te meten en definiëren die niet direct
meetbaar zijn; specifieert een manier om extern, observeerbaar gedrag te
meten en gebruikt vervolgens dit gedrag als definitie en meting van het
hypothetisch construct
consistentie het met elkaar in overeenstemming zijn, de logische interne samenhang van
de relatie tussen twee metingen; nagaan via scatter plot en
correlatiecoëYiciënt
scatter plot maat voor consistentie tussen twee metingen; plot relaties tussen
metingen / variabelen; plot de score van elk individu op één meting /
variabele tov diens score op de andere meting / variabele
correlatie- maat voor consistentie tussen twee metingen; waarde varieert tussen -1
coëBiciënt (perfect negatieve relatie) en +1 (perfect positieve relatie) met 0 voor geen
relatie
validiteit meet onze meting wat het beoogt te meten?; manier om kwaliteit van
meting te beoordelen
indruksvaliditeit lijkt het erop dat de meting meet wat het beoogt te meten?; oppervlakkig;
(“face validity”) subjectieve beoordeling obv buikgevoel
concurrente validiteit zijn de scores die we bekomen met de nieuwe meting direct gerelateerd aan
de scores doe we bekomen met een gekende, reeds gevalideerde
methode?;
vaak gebruikt voor nieuwe meettechnieken
predictieve validiteit kan de meting voorspellen wat het volgens de theorie moet kunnen
voorspellen?; aangetoond wanneer de metingen van een construct
accuraat het gedrag voorspellen (op basis van een theorie); gaat altijd tijd
over
construct validiteit gedraagt onze meting zich zoals we verwachten dat het construct zich
gedraagt (op basis van wetenschappelijke literatuur)?; nooit absoluut
convergente verschillende metingen van hetzelfde construct convergeren, produceren
validiteit sterk gerelateerde scores
divergente validiteit metingen van verschillende constructen zijn weinig of niet gerelateerd aan
elkaar; meting moet kunnen discrimineren tussen verschillende
constructen; het construct dat we meten overlapt niet met andere
constructen
betrouwbaarheid een meetprocedure is betrouwbaar wanneer ze (bijna) identieke resultaten
oplevert wanneer ze herhaaldelijk gebruikt wordt om hetzelfde individu
onder dezelfde condities / omstandigheden te meten; indien fout
component klein en scores over verschillende metingen vrij consistent, zijn
metingen betrouwbaar
proefleider de verwachtingen en het menselijk oordeel van de proefleider kunnen
foutcomponent meetresultaten beïnvloeden
omgeving omstandigheden waarin individu gemeten wordt zijn nooit identiek en
foutcomponent kunnen meetresultaten beïnvloeden
participant participanten veranderen doorheen metingen en kunnen zo meetresultaten
foutcomponent beïnvloeden
test-hertest in hoeverre geeft dezelfde meetprocedure dezelfde resultaten bij dezelfde
betrouwbaarheid groep participanten op verschillende tijdstippen?
3
, interbeoordeelaars- in hoeverre geeft dezelfde meetprocedure dezelfde resultaten bij dezelfde
overeenstemming groep participanten gemeten door verschillende beoordelaars /
proefleiders?
interne consistentie in hoeverre is er consistentie tussen vragen/items die samen 1 construct
meten?
split-half items in twee delen splitsen en correlatie tussen scores op beide helften
betrouwbaarheid berekenen
accuraatheid meting kan gedefinieerd worden als er standaard meeteenheden zijn voor een
variabele; de mate waarin de meting voldoet aan de standaard; vaak niet
van toepassing in psychologie
meten procedure om individuen toe te wijzen aan categorieën
meetschaal set van categorieën waarin individuen geclassificeerd worden; type
meetschaal afhankelijk van relatie die bestaat tussen de categorieën
waaruit de meetschaal bestaat en de informatie die elke meting oplevert;
keuze van meetschaal afhankelijk van hypothese
nominale categorieën zijn kwalitatieve verschillen binnen variabele; categorieën
meetschaal hebben verschillende namen, maar er is geen systematische samenhang
tussen de categorieën; laat toe om na te gaan of individuen gelijk of
verschillend zijn
ordinale meetschaal categorieën hebben verschillende namen en zijn georganiseerd in een
geordende reeks; er bestaat een directionele relatie tussen de categorieën;
laat toe om de richting van verschillen tussen individuen na te gaan
interval meetschaal categorieën zijn sequentieel georganiseerd en alle categorieën hebben
dezelfde grootte; meetschaal bestaat uit een serie van identieke intervallen;
bevat een arbitrair nulpunt dat niet wijst op de afwezigheid van de variabele;
laat toe om de grootte van de verschillen tussen individuen na te gaan
ratio meetschaal categorieën zijn sequentieel georganiseerd en alle categorieën hebben
dezelfde grootte; meetschaal bestaat uit een serie van identieke intervallen;
bevat een absoluut nulpunt dat wijst op de afwezigheid van de variabele;
laat toe om metingen te vergelijken in ratio’s
meetmodaliteiten manieren om construct te meten; externe expressies die gebruikt worden
om construct te definiëren en meten
modaliteit van beschrijving van individu zelf als manifestaties van construct
zelfrapportage
modaliteit van reacties van lichaam als manifestaties van construct
fysiologie
modaliteit van gedrag gedragingen als manifestaties van construct
multipele metingen meerdere metingen om een construct te meten; combinatie van
verschillende meetmodaliteiten; manier om validiteit te verhogen
sensitiviteit metingen moeten sensitief genoeg zijn om het type en de grootte van de
verwachte veranderingen op te pikken; zeker indien de verwachte
veranderingen klein / subtiel zijn; meetschaal moet voldoende categorieën
hebben om verschillen tussen individuen te onderscheiden; meetschaal
moet aangepast zijn aan publiek
range eBecten scores zijn geclusterd aan één uiteinde van de meting; weinig ruimte om
verschillende eYecten te detecteren; schaal is niet hoog genoeg (ceiling
eBecten) of schaal is niet laag genoeg (floor eBecten) om verschillen aan
dat uiteinde te meten
pilootstudie studie op voorhand uittesten op kleinere steekproef
artefacten externe factoren die metingen per ongeluk kunnen beïnvloeden en
vertekenen; bedreigen validiteit en betrouwbaarheid van metingen
proefleider bias verwachtingen van proefleider tov resultaten kunnen metingen intentioneel
(“observer / of niet-intentioneel beïnvloeden
experimenter bias”)
4
HS 1: inleiding
TERM OMSCHRIJVING
niet- methoden gebruikt om in het dagelijks leven vragen te beantwoorden
wetenschappelijke
methoden
methode van informatie wordt als waar geaccepteerd omdat het altijd al zo geweest is of
vasthoudendheid omdat bijgeloof de informatie ondersteunt; gebaseerd op gewoonte of
(“tenacity”) bijgeloof
methode van informatie wordt als waar geaccepteerd omdat het juist aanvoelt; gebaseerd
intuïtie op buikgevoel, voorgevoel of instinct
methode van informatie wordt als waar geaccepteerd omdat het afkomstig is van een
autoriteit expert rond dat onderwerp; gebaseerd op vertrouwen in een autoriteit, expert
methode van geloof blind vertrouwen in een autoriteitsfiguur; de informatie van de
autoriteitsfiguur wordt geaccepteerd zonder twijfel of toetsing
rationele methode antwoorden zoeken door logisch redeneren; vertrekken van premissen en
logica gebruiken om tot een conclusie te komen
empirische antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische ervaring;
methode informatie door waarneming en interpretatie van de wereld
wetenschappelijke manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd
methode worden en er vervolgens systematisch naar antwoorden gezocht wordt;
bestaat uit verschillende stappen in circulair proces; combinatie van
verschillende elementen van de niet-wetenschappelijke methoden om hun
beperkingen te vermijden; doel is zo accuraat mogelijke antwoorden
bekomen
inductieve uit specifieke observaties een algemene conclusie afleiden;
redenering logisch proces obv de rationele methode
(generalisatie)
deductieve uit een algemene stelling conclusies over specifieke observaties afleiden;
redenering logisch proces obv de rationele methode
variabelen kenmerken of condities die variëren binnen en/of tussen verschillende
individuen en/of situaties
hypothese gebaseerd op onderzoeksvraag en relevante wetenschappelijke literatuur;
(algemeen) één van de mogelijke verklaringen voor de observatie; bevat een beschrijving
en/of verklaring van een relatie tussen variabelen; geen definitieve verklaring
maar een mogelijk en voorlopig antwoord op onderzoeksvraag dat nog getest
en kritisch geëvalueerd moet worden; geeft aanleiding tot predicties
predictie gebaseerd op hypothese; hypothese toegepast op specifieke en
(specifiek) observeerbare situatie; verwijst naar specifieke situatie die gemeten en
geobserveerd kan worden; is toetsbaar en kan ondersteund of weerlegd
worden via observaties
empirische antwoorden worden gezocht obs gestructureerde en systematische
wetenschap observaties
gestructureerde observaties bieden duidelijke ondersteuning of weerlegging van de
observaties hypothese
systematische observaties worden uitgevoerd in een set van condities zodat de
observaties onderzoeksvraag accuraat beantwoord kan worden
openbare observaties zijn beschikbaar voor de evaluaties van anderen; laat toe om
wetenschap observaties te repliceren en bevindingen te bevestigen of weerleggen
replicatie anderen kunnen exact hetzelfde proces stap-voor-stap herhalen
1
, peer review kritische beoordeling van onderzoek door collega’s als kwaliteitstoetsing
verifieerbaarheid de mate waarin de uitkomst van onderzoek controleerbaar is
objectieve overtuigingen en biases van onderzoeker mogen geen invloed hebben op
wetenschap resultaten van studie; geloof in bep. theorie of verwachtingen over resultaat
van studie moeten geneutraliseerd worden
blinde procedure onderzoekers die observaties verzamelen zijn “blind” voor details van studie
en weten niet wat de onderzochte hypothese is
pseudowetenschap tegenovergestelde van echte wetenschap; gebrek aan empirische evidentie;
geen toetsbare en weerlegbare hypotheses; gebaseerd op subjectief bewijs;
blijft onveranderd door jaren heen; niet gegrond in vorig onderzoek
kwantitatief onderzoekt variabelen die variëren in kwantiteit; data zijn vnl. numerieke
onderzoek scores die samengevat, geanalyseerd, geïnterpreteerd kunnen worden mbv
statistische procedures
kwalitatief onderzoekt variabelen die variëren in kwaliteit; data zijn vnl. narratief van
onderzoek aard
empirische cyclus onderzoeksproces; manier waarop de wetenschappelijke methode
toegepast wordt om interessante vragen te beantwoorden; bevat
verschillende stappen waarbij onderzoeker telkens beslissingen moet
nemen
onderzoeksstrategie algemene aanpak om hypothese te evalueren bepaald door type
onderzoeksvraag, ethische overwegingen en andere beperkingen
onderzoeksdesign specifieke methodes en procedures; afhankelijk van predicties
HS 2: hypothesen formuleren
TERM OMSCHRIJVING
logische hypothese de hypothese is een logische conclusie van een logisch argument
toetsbare alle variabelen, gebeurtenissen, individuen betrokken in de hypothese zijn
hypothese observeerbaar en meetbaar; hypothese heeft geen betrekking op imaginaire
of hypothetische situaties; hypothese verwijst enkel naar echte situaties,
echte gebeurtenissen, echte individuen
weerlegbare de hypothese maakt het mogelijk om onderzoeksresultaten te bekomen die
(falsifieerbare) omgekeerd zijn aan de hypothese; het is mogelijk om aan te tonen dat de
hypothese hypothese foutief is
positieve hypothese de hypothese is positief geformuleerd; de hypothese bevat een stelling over
het bestaan / de aanwezigheid van iets; de hypothese bevat geen stelling over
de afwezigheid van iets
HS 3: variabelen definiëren en meten
TERM OMSCHRIJVING
onafhankelijke variabelen die de afhankelijke variabelen voorspellen / verklaren;
variabele (predictor) de verwachte oorzaak; variabele die in experimenten gemanipuleerd wordt
afhankelijke variabelen die voorspeld / verklaard worden door de onafhankelijke
variabele (outcome) variabelen; het verwachte eYect; variabele die in experimenten gemeten
wordt
concrete variabele makkelijk te definiëren; direct observeerbaar; eenvoudig te meten
abstracte variabele moeilijk te definiëren; niet direct observeerbaar; complexer te meten;
hypothetische entiteiten gecreëerd obv theorie en speculatie
theorie set stellingen over mechanismen onderliggend aan een bepaald gedrag;
organiseert en integreert verschillende observaties rond dit gedrag en de
2
, relatie met andere variabelen; een goede theorie genereert predicties over
het gedrag
construct hypothetische entiteit die het gedrag in een theorie helpt verklaren en
voorspellen; niet direct observeerbaar; indirect meetbaar via factoren die
construct beïnvloeden (externe stimuli) en gedrag dat door construct wordt
beïnvloed (extern gedrag) (vb: beloning -> motivatie -> prestatie)
operationele definitie procedure om indirect variabelen te meten en definiëren die niet direct
meetbaar zijn; specifieert een manier om extern, observeerbaar gedrag te
meten en gebruikt vervolgens dit gedrag als definitie en meting van het
hypothetisch construct
consistentie het met elkaar in overeenstemming zijn, de logische interne samenhang van
de relatie tussen twee metingen; nagaan via scatter plot en
correlatiecoëYiciënt
scatter plot maat voor consistentie tussen twee metingen; plot relaties tussen
metingen / variabelen; plot de score van elk individu op één meting /
variabele tov diens score op de andere meting / variabele
correlatie- maat voor consistentie tussen twee metingen; waarde varieert tussen -1
coëBiciënt (perfect negatieve relatie) en +1 (perfect positieve relatie) met 0 voor geen
relatie
validiteit meet onze meting wat het beoogt te meten?; manier om kwaliteit van
meting te beoordelen
indruksvaliditeit lijkt het erop dat de meting meet wat het beoogt te meten?; oppervlakkig;
(“face validity”) subjectieve beoordeling obv buikgevoel
concurrente validiteit zijn de scores die we bekomen met de nieuwe meting direct gerelateerd aan
de scores doe we bekomen met een gekende, reeds gevalideerde
methode?;
vaak gebruikt voor nieuwe meettechnieken
predictieve validiteit kan de meting voorspellen wat het volgens de theorie moet kunnen
voorspellen?; aangetoond wanneer de metingen van een construct
accuraat het gedrag voorspellen (op basis van een theorie); gaat altijd tijd
over
construct validiteit gedraagt onze meting zich zoals we verwachten dat het construct zich
gedraagt (op basis van wetenschappelijke literatuur)?; nooit absoluut
convergente verschillende metingen van hetzelfde construct convergeren, produceren
validiteit sterk gerelateerde scores
divergente validiteit metingen van verschillende constructen zijn weinig of niet gerelateerd aan
elkaar; meting moet kunnen discrimineren tussen verschillende
constructen; het construct dat we meten overlapt niet met andere
constructen
betrouwbaarheid een meetprocedure is betrouwbaar wanneer ze (bijna) identieke resultaten
oplevert wanneer ze herhaaldelijk gebruikt wordt om hetzelfde individu
onder dezelfde condities / omstandigheden te meten; indien fout
component klein en scores over verschillende metingen vrij consistent, zijn
metingen betrouwbaar
proefleider de verwachtingen en het menselijk oordeel van de proefleider kunnen
foutcomponent meetresultaten beïnvloeden
omgeving omstandigheden waarin individu gemeten wordt zijn nooit identiek en
foutcomponent kunnen meetresultaten beïnvloeden
participant participanten veranderen doorheen metingen en kunnen zo meetresultaten
foutcomponent beïnvloeden
test-hertest in hoeverre geeft dezelfde meetprocedure dezelfde resultaten bij dezelfde
betrouwbaarheid groep participanten op verschillende tijdstippen?
3
, interbeoordeelaars- in hoeverre geeft dezelfde meetprocedure dezelfde resultaten bij dezelfde
overeenstemming groep participanten gemeten door verschillende beoordelaars /
proefleiders?
interne consistentie in hoeverre is er consistentie tussen vragen/items die samen 1 construct
meten?
split-half items in twee delen splitsen en correlatie tussen scores op beide helften
betrouwbaarheid berekenen
accuraatheid meting kan gedefinieerd worden als er standaard meeteenheden zijn voor een
variabele; de mate waarin de meting voldoet aan de standaard; vaak niet
van toepassing in psychologie
meten procedure om individuen toe te wijzen aan categorieën
meetschaal set van categorieën waarin individuen geclassificeerd worden; type
meetschaal afhankelijk van relatie die bestaat tussen de categorieën
waaruit de meetschaal bestaat en de informatie die elke meting oplevert;
keuze van meetschaal afhankelijk van hypothese
nominale categorieën zijn kwalitatieve verschillen binnen variabele; categorieën
meetschaal hebben verschillende namen, maar er is geen systematische samenhang
tussen de categorieën; laat toe om na te gaan of individuen gelijk of
verschillend zijn
ordinale meetschaal categorieën hebben verschillende namen en zijn georganiseerd in een
geordende reeks; er bestaat een directionele relatie tussen de categorieën;
laat toe om de richting van verschillen tussen individuen na te gaan
interval meetschaal categorieën zijn sequentieel georganiseerd en alle categorieën hebben
dezelfde grootte; meetschaal bestaat uit een serie van identieke intervallen;
bevat een arbitrair nulpunt dat niet wijst op de afwezigheid van de variabele;
laat toe om de grootte van de verschillen tussen individuen na te gaan
ratio meetschaal categorieën zijn sequentieel georganiseerd en alle categorieën hebben
dezelfde grootte; meetschaal bestaat uit een serie van identieke intervallen;
bevat een absoluut nulpunt dat wijst op de afwezigheid van de variabele;
laat toe om metingen te vergelijken in ratio’s
meetmodaliteiten manieren om construct te meten; externe expressies die gebruikt worden
om construct te definiëren en meten
modaliteit van beschrijving van individu zelf als manifestaties van construct
zelfrapportage
modaliteit van reacties van lichaam als manifestaties van construct
fysiologie
modaliteit van gedrag gedragingen als manifestaties van construct
multipele metingen meerdere metingen om een construct te meten; combinatie van
verschillende meetmodaliteiten; manier om validiteit te verhogen
sensitiviteit metingen moeten sensitief genoeg zijn om het type en de grootte van de
verwachte veranderingen op te pikken; zeker indien de verwachte
veranderingen klein / subtiel zijn; meetschaal moet voldoende categorieën
hebben om verschillen tussen individuen te onderscheiden; meetschaal
moet aangepast zijn aan publiek
range eBecten scores zijn geclusterd aan één uiteinde van de meting; weinig ruimte om
verschillende eYecten te detecteren; schaal is niet hoog genoeg (ceiling
eBecten) of schaal is niet laag genoeg (floor eBecten) om verschillen aan
dat uiteinde te meten
pilootstudie studie op voorhand uittesten op kleinere steekproef
artefacten externe factoren die metingen per ongeluk kunnen beïnvloeden en
vertekenen; bedreigen validiteit en betrouwbaarheid van metingen
proefleider bias verwachtingen van proefleider tov resultaten kunnen metingen intentioneel
(“observer / of niet-intentioneel beïnvloeden
experimenter bias”)
4