Een brandverzekering dekt meer dan alleen brand alleen. Dit is een containerbegrip. Denk hierbij dan
aan storm, blikseminslag, neerslag en inbraak. Op de Nederlandse brandverzekeringsmarkt zijn er
provinciale als beursverzekeraars actief. De provinciale verzekeraars dekken vaak de
standaardrisico’s (particulier, en midden-en kleinbedrijf). Beursverzekeraars gebeurt vaak via
coassurantie en daarbij gaat het voornamelijk om grote en gecompliceerde risico’s waarbij vaak
maatwerk wordt toegepast. Hierbij is er ook meer sprake van een grondige risico identificatie en
risicoanalyse. Deze vinden plaats tijdens risicomanagement & risicobeoordeling. In deze opleiding zal
voornamelijk het verzekeren van bedrijfsmatige risico’s worden behandeld.
Verzekerbare belangen bij een brandverzekering
In de regel verzekert een schadeverzekering (waaronder brand) alleen de belangen van
verzekeringnemer, tenzij anders is overeengekomen (7:946). In de praktijk worden in de regel meer
dan het belang van uitsluitend verzekeringnemer verzekerd. Dit wordt dan bepaald in de
verzekeringsvoorwaarden. Vaak gaat het dan om een uitdrukking van het begrip verzekerden
(verzekeringnemer, duurzaam gezinsverband, andere aangetekende) én andere (rechts)personen die
een financieel belang hebben. Vooral door deze laatste zinsnede kan er onderscheid gemaakt worden
tussen eigenaar en niet-eigenaar. Niet-eigenaar is het belang van de volgende (rechts)personen:
- Diegene met een zakelijk recht (hypotheek, pand, vruchtgebruik).
- Diegene die voor de verzekerde zaak het risico van behoud/aansprakelijkheid draagt.
- Een zaakgerechtigde die een bepaald recht ten opzichte van de zaak heeft, waardoor hij
belang heeft bij het behoud van de zaak.
In de uitwerking zit dit als volgt;
Hypotheek Dit is een zakelijk recht dat wordt gebruikt bij een lening. Dit geeft de hypotheeknemer
die het recht van hypotheek krijgt het recht van parate executie. Dit is een openbare verkoop als de
geldnemer zijn lening niet kan betalen. Vaak is afgesproken in de financieringsovereenkomst dat de
eigenaar van het gebouw(de koper) het gebouw dient te verzekeren. Het recht van hypotheek geeft de
financieringsinstelling een pandrecht op een eventuele verzekeringsuitkering. Formeel is dit een vorm
van zaaksvervanging, omdat de uitkering in de plaats komt van de waardevermindering van het
gebouw. Verzekeraars en hypotheek financiers hebben met elkaar afspraken gemaakt. Uitkering tot €
25k mogen aan verzekeringnemer worden uitgekeerd, behalve als bijvoorbeeld een bank tijdig
aangeeft dat zij aanspraak maken op de uitkering. Voor bedragen vanaf € 25k geldt dat de bank een
onderzoekplicht heeft of er sprake is van een hypotheekrecht en er dus een pandrecht is gevestigd op
de verzekeringsuitkering. NB: de vordering van de hypotheek is bevoorrecht ten opzichte van
vorderingen van anderen. Bovendien bij meerdere gaat het oudste hypotheekrecht voor.
Hypotheek kan uitsluitend gevestigd worden op onroerende zaken. Echter in 2 gevallen op roerende
zaken;
1. Schepen boven 20 ton die zijn ingeschreven in het scheepsregister.
2. Luchtvaartuigen die zijn ingeschreven in het luchtvaartuigenregister.
Een hypotheekverstrekker kan ook zelf een hypothecairbelangverzekering afsluiten. Dit is een extra
zekerheid als sprake is van verlies van het onderpand hij toch zijn financieel belang uitgekeerd krijgt.
Hij is dan niet uitsluitend afhankelijk van de verzekering die verzekeringnemer afsluit of dat de premie
tijdig is betaald en/of de dekking wel voldoende is. Het belang van deze verzekering is het bedrag van
de hypotheek dat nog niet is afgelost (het verzekerd bedrag) vermeerderd met kosten en rente. De
maximale vergoeding kan dus nooit meer zijn dan de herstelkosten of de herbouwwaarde bij een
totaalverlies. NB: vaak worden deze risico’s (gebouwen) op één collectieve verzekering gesloten.
Pandrecht Dit is ook een zakelijk recht. Dit recht wordt gevestigd op roerende zaken en/of op
vorderingen. Op grond van dit pandrecht komt er ook een pandrecht op bijvoorbeeld de
verzekeringsuitkering als er schade ontstaat op de roerende zaak. Pandrecht wordt in de regel
gesloten op inventaris en machines. In feite dekt de verzekering van verzekeringnemer ook de
belangen van derden.
Vruchtgebruik Dit is ook een zakelijk recht. Dit recht geeft de vruchtgebruiker een recht om gebruik
te maken van zaken van iemand anders en daarvan de vruchten en/of opbrengsten te genieten.
Diegene op wiens zaak een vruchtgebruik is gevestigd wordt aangeduid met bloot eigenaar. Dit vindt
geregeld plaats door toewijzing in testament (langstlevende partner mag dan in woning blijven wonen,
kinderen kunnen pas gebruik maken van woning na overlijden). NB: vroeger kwam dit ook bij leven
voor, dus alvast te schenken. Maar belastingvoordeel van deze constructie is in de loop der jaren erg
afgebouwd. De vruchtgebruiker heeft volgens de wet een verzekeringsplicht. Hiermee is niet alleen
eigen belang verzekerd, maar ook de vermogenspositie van de blote eigenaar.
Risico behoud/aansprakelijkheid Dit is het geval als iemand belang heeft bij behoud van een zaak
zonder dat hij zaaksgerechtigde is. Denk voornamelijk aan de gevallen als diegene zaken van andere
,onder zicht heeft. BV; autohandelaren (verkocht, maar nog niet geleverd) en opslagbedrijven (vaak
zijn deze verzekering wel subsidiair).
Verzekerbare zaken
Brandverzekeringen hebben betrekking op schade aan zaken en de daaruit voortvloeiende
gevolgschade. Dit kunnen onroerende of roerende zaken zijn. NB: een vorderingsrecht, gegevens,
recht op levering zijn dus geen zaken.
Onroerende zaken Het gaat hier kortom om grond, gebouwen, beplantingen en werken die
rechtstreeks of door vereniging met andere gebouwen duurzaam met de grond zijn verenigd. Het
portacabin arrest heeft nog een aanvulling hierop gebracht; je zal ook moeten kijken naar de aard en
inrichting van de bestemming om duurzaam met de grond verenigbaar te blijven. Dan maak het niet uit
of deze snel en efficiënt kan worden losgekoppeld. In dit geval diende deze portacabin als duurzaam
kantoorgebouw. Dus een kennelijke en objectieve bedoeling achterhalen van gevallen. NB: in de regel
wordt dit wel strak uitgeschreven in verzekeringsvoorwaarden wat exact behoort tot het verzekerde
gebouw en wat niet. Zo voorkomen verzekeraars discussie over onroerende zaken.
Glas Glas neemt een bijzondere positie in. Je zou zeggen dat dit primair toebehoort tot de
onroerende zaak, maar dit is wat complexer. Glas dat zich in de gevels bevindt is onderdeel
van het gebouw. Als er glasbreuk ontstaat door een op de polis gedekt event dan bestaat er
dekking. Vaak worden gebouwen gehuurd. Als huurder zal je dan zelf de gebroken ruiten
moeten laten vervangen. Een inboedelverzekeraar kan dan een oplossing zijn. Dit zal dan wel
aanvullend dienen te worden meeverzekerd. Glas dat geen constructief onderdeel uitmaakt
van het gebouw zal apart moeten worden verzekerd. Een huurder/eigenaar kan deze
aanvullend meeverzekeren (als huurdersbelang) op een inventarisverzekering. Alleen een
inventarisverzekering biedt alleen dekking voor verzekerde evenementen en er is dus veel niet
verzekerd. Een aparte glasverzekering biedt in deze gevallen uitkomst. Vaak zijn dit polissen
met een naturadekking. NB: schade door productiefouten of thermische breuken (hitteverschil)
zaak vaan uitgesloten van dekking. In het tweede geval kunnen geharde glazen handig zijn.
Fundamenten Dit zijn bouwdelen die zich onder het laagst begaanbare deel van het
gebouw bevinden. Op beurspolissen zijn deze standaard uitgesloten en zullen dus apart
moeten worden meeverzekerd (10% van waarde gebouw). Op maatschappijpolissen zijn deze
wel standaard meeverzekerd. De kans is klein dat schade ontstaat, maar niet uitgesloten. Een
fundament moet het gewicht van het gebouw overbrengen naar de ondergrond, zodat het
gebouw niet verzakt of scheurt. Het type fundering is afhankelijk van de ondergrond én het
type gebouw.
Roerende zaken Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn. Aan inboedel wordt in de
wet ook nog een apart artikel besteed. Dit zijn alle roerende zaken van een huisraad met uitzondering
van boeken en kunst. Dit betekent niet dat ze helemaal niet op een inboedelverzekering verzekerd
zijn. In de verzekeringsvoorwaarden kan een verzekeraar zelf aangeven wat wel of niet verzekerd is
op de inboedelverzekering.
Als het aankomt op roerende en onroerende zaken moet er ook nog rekening worden gehouden met
bestanddelen van zaken én natrekking (én huurdersbelang). Dit maakt wat uit voor welke verzekering
dekking biedt en voor eventuele verzekerde evenement en verzekeringsdekking (gebouwen-
verzekering vs. inventarisverzekering). Criteria hiervoor is of dit bestanddeel volgens de
verkeersopvatting deel uitmaakt van die andere zaak en/of deze niet zonder beschadiging van
betekenis kan worden afgescheiden. Dan is de zaak deel gaan uitmaken van de andere zaak.
Natrekking Als bouwsels onderdeel zijn geworden van een gebouw is er sprake van natrekking. De
roerende zaken zijn onroerend geworden (denk aan hiervoor portacabin). Voor huurders is het goed
om hiermee rekening te houden, zeker als er investeringen worden gedaan aan het gebouw. Formeel
zijn deze onderdeel geworden van het gebouw en is de verhuurder hier eigenaar van geworden.
Alleen dat betekent niet automatisch dat deze ook goed verzekerd zijn (het verzekerd bedrag moet
hierop aangepast worden en moet er voor zorgen dat dit na schade ook weer hersteld wordt). Dit kan
de huurder zelf verzekeren als huurdersbelang. Dit zelfde geldt voor de grotere stellages,
zonnepanelen e.d. Het is dan net als eerder van belang of deze demontabel zijn en zonder
beschadiging van betekenis verwijderd kunnen worden. Dan blijven dit roerende zaken en blijven dus
eigendom van de huurder. De huurder zal deze dienen mee te verzekeren op de
inventarisverzekering. Als dit niet het geval is zijn zij door natrekking onderdeel geworden van de
onroerende zaak en dan is het voor de huurder het meest voor de hand liggend om het
huurdersbelang mee te verzekeren. NB: als sprake is van één verzekeringnemer is het aan te raden
om de gebouwenverzekering én inventarisverzekering bij één verzekeraar of 1 polis te verzekeren.
Toekomst Een schadegebeurtenis leidt ook tot toekomstig nadeel. Denk aan; waardevermindering,
bedrijfsschade en kosten. Hiervoor kunnen ook verzekeringen voor worden afgesloten. Zie boek. Denk
dan aan een bedrijfsschadeverzekering, een exploitatiekostenverzekering, een extra
kostenverzekering of een CAR-verzekering (delay in startup optioneel). Deze schade erg specifiek.
,Hoofdstuk 2: Brandverzekering en de wet
De plaats in het verzekeringsrecht
Een brandverzekering is een schadeverzekering en wordt gekenmerkt als een niet-
persoonsverzekering. Aan de andere kant heb je sommenverzekeringen. Ook heb je
schadeverzekeringen die persoonsverzekeringen zijn (AOV en zorg). Deze bepalingen staan in het
BW bij verzekeringsrecht. In de slotbepalingen staat of sprake is van dwingend of semidwingend
recht. Artikelen die niet worden genoemd zijn regelend recht en daarvan mag worden afgeweken. Dit
wordt renunciatie genoemd.
Over de inhoud van de feitelijke verzekeringsdekking (uitzonderingen hierna) wordt in principe niets
geregeld. Dit dienen partijen zelf overeen te komen. In feite gaat het om een af te sluiten
overeenkomst. Wel zijn in het verzekeringsrecht een aantal bepalingen opgenomen om het
verzekeringsrecht nader vorm te geven.
1. De mededelingsplicht een overeenkomst is gebaseerd op het vertrouwensbeginsel en
informatie. De wet regelt welke informatie de verzekeringnemer moet verstrekken bij het sluiten
van de overeenkomst en wat de gevolgen zijn als dit niet correct gebeurd. Dit is een
precontractuele verplichting van verzekeringnemer en reikt ook over derden (tenzij
persoonsverzekering en jonger dan 16 jaar) voor zover diens belangen ook zijn verzekerd. De
mededelingsplicht wordt vormgegeven door een;
a. Kennisvereiste; verplicht om feiten mee te delen die hij kent of behoort te kennen en
b. Kenbaarheidsvereiste; waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat deze feiten van belang
zijn voor de acceptatie van de verzekering.
Voor de beoordeling van de schending van de mededelingsplicht wordt het relevantievereiste en
verschoonbaarheidsvereiste meegewogen. Het komt erop neer dat de feiten moeten wel relevant
moeten zijn voor de aanvraag én verzekeraar kan zich niet beroepen op feiten die bij hem al
bekend zijn, tenzij hij dit expliciet aan verzekeringnemer heeft gesteld.
In de provinciale markt wordt in de praktijk gewerkt met aanvraagformulieren. Dit betekent dat de
hierboven genoemde criteria worden omgezet in een vraagplicht van verzekeraar. Er is dan weinig
tot geen ruimte meer voor een spontane mededelingsplicht. Vragen die niet worden gesteld kan
de verzekeraar later geen beroep meer op doen. Tenzij sprake is van bedrog (fraude). Dan kan de
verzekering achteraf worden vernietigd. In de beursmarkt is een grote rol weggelegd voor de
beursmakelaars, omdat in de regel niet wordt gewerkt met aanvraagformulieren. Hier spelen de
hierboven genoemde criteria een grotere rol. Dit zelfde geldt voor het toekennen van voorlopige
dekkingen als de vragenlijst nog niet is ingevuld. De spontane mededelingsplicht en de vereiste
van hierboven spelen dan weer een rol. NB: naar een strafrechtelijk verleden (max 8 jaar) moet
expliciet naar gevraagd worden en goed geformuleerd. Dit geldt ook voor de personen van
rechtspersonen. NB: de ‘open’ slotvraag heeft vrijwel geen betekenis, dan moet je maar concreet
naar vragen. Zeker bij particulieren. Dit geldt in mindere mate voor bedrijfsverzekeringen, maar
ook hier niet veel van betekenis. Tenzij weer sprake is van bedrog.
Gevolgen (binnen 2 maanden ná ontdekking inroepen door verzekeraar):
- Situatie vóór schade:
o Verzekering direct beëindigen als sprake is van bedrog (opzet misleiding)
o Verzekering direct beëindigen als sprake is als de verzekeraar op basis van volledige
informatie de verzekering niet had geaccepteerd
o In andere gevallen wijzen op de gevolgen voor de verzekering. Verzekeringnemer
heeft zelf ook 2 maanden te tijd om de verzekering dan te beëindigen/ op te zeggen
als hij niet akkoord gaat met de gevolgen (=voorstel verzekeraar).
- Situatie na schade:
o Niet uitkeren als sprake is van bedrag
o Niet uitkeren als verzekering op basis van volledige informatie niet tot stand zou zijn
gekomen (wel goede trouw).
o Wel uitkering, maar rekening houdend met causaal verband én proportionaliteit. Eerst
causaal verband. Een volledige uitkering dient te worden gedaan als er geen causaal
verband is tussen de schending en de schade-oorzaak. Als dit er wel is dan kom je in
de pro rato/toepassing van de wijzigingen (evt. garanties e.d.) terecht. Vb. Boek.
Bij de totstandkoming (toepassing schending mededelingsplicht of afwijkend acceptatiebeleid) moet
de verzekeraar zich opstellen als een ‘redelijk handelend verzekeraar’. In het laatste geval goed kijken
wat in de markt gebruikelijk is en/of dit voldoende is gecommuniceerd naar verzekeringnemer. Als
sprake is van bemiddeling valt dit ook onder de zorgplicht van de bemiddelaar.
, 2. Regels met betrekking tot betalingen en verrekeningen De premie is de prijs voor een
verzekering. Over de premie + kosten is assurantiebelasting verschuldigd. In Nederland is dat
21%. Als in Nederland een buitenlands risico wordt verzekerd dan dient de assurantiebelasting
van dat betreffende land te worden geïnd en/of gealloceerd (internationale verzekeringscontracten
of masterpolissen).
Het verzekeringsrecht heeft wel bepalingen over de vervolgpremie. Dit is de prolongatiepremie en
betreft dus niet de eerste premie. In dat geval mogen verzekeraars zelf bepalen wat de
betalingstermijn is en welke gevolgen zij in het leven roepen als de deze premie niet wordt
betaald. De bepalingen omtrent de vervolgpremie zijn van dwingend recht voor particulieren. Het
komt er in feite op neer dat als je de gevolgen in het leven wilt roepen van het niet betalen je altijd
– na in intreden van verzuim – je een wettelijke aanmaningstermijn van 14 dagen dient te
hanteren. Dit dient schriftelijk te gebeuren, zodat verzekeringnemer goed gewaarschuwd is én op
de hoogte is van de gevolgen van het uitblijven van betaling. Het is gebruikelijk dat er een
respijttermijn wordt gegeven voor de vervolgpremie waarbinnen deze vervolgpremie voldaan dient
te worden. Pas na het vestrijken van deze datum is verzekeringnemer in verzuim. Pas vanaf deze
datum kan verzekeraar de wettelijke aanmaning versturen. De gevolgen kunnen intreden na
verloop van deze 14 dagen. De respijttermijn is niet wettelijk vastgelegd. Dit kan 30 dagen zijn,
korter of er niet zijn. Dit is afhankelijk van de voorwaarden.
Verrekening van premie Hiervoor is een algemene bepaling in het overeenkomstenrecht
(vordering/schulden) én een specifieke bepaling in het verzekeringsrecht waarin deze grondslag nader
wordt ingekleurd. Kort gezegd komt het neer op het volgende:
- Er mag worden verrekend – zelfs bij verschillende verzekeringen – als de premieplichtige
dezelfde is als de uitkeringsgerechtigde.
- Als premieplichtige niet de uitkeringsgerechtigde is mag er alleen worden verrekend als dit
voortvloeit uit dezelfde verzekering (denk aan zakelijk zekerheidsrecht; het recht op de
verzekeringsuitkering van de bank bij hypotheek).
- Verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen (WAM) is verrekening niet toegestaan.
- Onverplichte aansprakelijkheidsverzekering is alleen verrekening toegestaan bij deze zelfde
verzekering.
Omdat beurspolissen via een beursmakelaar worden gesloten en de makelaar een rekening-courant
aanhoudt voor premies en schade-uitkeringen mag hij de makelaar verrekenen (e-ABS). Dit mag zelfs
met meerdere polissen bij meerdere risicodragers. Dezelfde voorwaarden/beperkingen gelden ook
hier. Vaak is een delcrederebeding afgesproken. Dit betekent dat een verzekeraar als deze direct een
schade wilt uitbetalen aan de makelaar moet voorleggen of er nog een verrekening dient plaats te
vinden. De makelaar dient daar binnen 10 dagen op te reageren. Als hij reageert dient de verzekeraar
de schade-uitkering te verrekenen met de achterstallige premie. NB: de verzekeraar is pas van zijn
uitkering kwijtgescholden als daadwerkelijke betaling (plus evt verrekening) plaatsvindt. Dit is vooral
van belang voor het geval de makelaar failliet wordt verklaard. Dan dient verzekeraar alsnog te
betalen. Anders werkt dit niet zo. Omdat de makelaar geen contractspartij is en zo lang er nog geen
premie is betaald kan dit gezien worden als het geven van zakelijk krediet aan verzekeringnemer
(zeker als het lang duurt door bijvoorbeeld onderhandelingen voordat er een betalingsverzoek wordt
gedaan). Hij kan de premie in rechte vorderen, maar kan geen dekking beëindigen en/of opschorten.
Dit is dus een risico voor de makelaar. In die gevallen is er vaak een bepaling in de
verzekeringsvoorwaarden opgenomen dat de premie-incasso verschuift naar de verzekeraar.
Restitutie van premie Voor particulieren is er een dwingende bepaling opgenomen die regelt dat
‘geen risico = geen premie’. Voor bedrijfsmatige verzekeringen is dit regelend recht, er moet dus wel
expliciet van de wettelijke bepaling worden afgeweken, anders geldt deze. Dit geldt in de gevallen:
- Kortlopende verzekering: als verzekering korter dan 1 jaar duurt en de verzekeraar heeft geen
risico gelopen. Denk aan annulering van een reis en de reisverzekering.
- Langlopende verzekering: Als verzekeraar een vol verzekeringsjaar geen risico heeft gelopen.
Er kan wel een redelijke kostenvergoeding worden verlangd. Denk aan
machinebreukverzekering en machines zijn al geruime tijd afgevoerd.
- Deel verzekerde risico: over een bepaald gedeelte (kwantiteit) is geen risico gelopen. Denk
hierbij aan transportverzekeringen. Ook hier kan een redelijke kostenvergoeding worden
verlangd.
Bij een tussentijdse beëindiging van de verzekering dient altijd een restitutie plaats te vinden
(dwingend). Dit geldt voor zowel bedrijfsmatige als particulieren verzekeringen. Dit wordt pro rato
bepaald. Dit geldt niet als sprake is van bedrog (opzettelijke misleiding).
3. Regels met betrekking tot samenloop Hier gaat het om de situatie dat eenzelfde belang is
gedekt onder meer dan één verzekering. Voor hetzelfde belang is een belangrijk criterium. Als het
wel gaat om een verzekeringsdekking bij 2 verschillende verzekeringen die niet hetzelfde belang
hebben dan spreek je van oneigenlijk samenloop. Denk aan een aansprakelijkheidsverzekering