Publiekseffect: = invloed van de aanwezigheid van anderen op ons gedrag -> kan in mindere of
eerdere mate zowel positief als negatief zijn
Sociale facilitatie: = positieve invloed van de aanwezigheid van anderen op onze prestatie bij
gemakkelijke taken
Norman Triplett:
- grondlegger van de sociale psychologie
- eerste die daarover een onderzoek publiceerde
- hij stelde in een wielerfanaat vast dat: coureurs sneller reden in groepswedstrijden dan in
individuele tijdritten
verklaring: aanwezigheid van anderen ons aanzet om in competitie te treden, ook al worden we er
niet expliciet toe aangezet -> motivatie om beter te presteren wordt nog wat gestimuleerd
extrinsieke motivatie, want mensen zorgen voor competitie en dus beter prestatie
soorten motivatie:
1) extrinsieke motivatie: factor die ons van buitenaf beïnvloedt
bv. Goed rapport = nieuwe gsm
2) intrinsieke motivatie: motivatie die van ons zelf komt
bv. Lopen om fitter te worden + ik vindt het leuk om te doen
het fenomeen wordt sociale facilitatie genoemd = de aanwezigheid van anderen heeft een
positieve invloed op ons gedrag en onze prestaties
Wanneer we niet gemotiveerd zijn om goed te presteren, doet zich soms zelfs het omgekeerde voor
We presteren minder goed in groep dan alleen: sociaal parasiteren (social loafing): = minder
presteren in groep als het individuele resultaat niet zichtbaar is zoals bij applaudisseren
Omdat individuele inspanning minder opvalt, doen mensen vaak minder hun best in groep
=> dan treed sociale luiheid op
Twee verklaringen:
1) Free-rider effect: je gaat ervan uit dat iemand anders in de groep het vooropgestelde
groepsdoel wel zal behalen. Daardoor zal jij je inspanning beperken
2) Sucker effect: je ben van mening dat iedereen in de groep niets doet, waardoor je zelf ook
geen inspanning levert
Mogelijk om sociaal parasiteren tegen te gaan (onderzoek van Karau en Williams):
1) De individuele motivatie van de groepsleden:
- Elk groepslid moet persoonlijk belang voelen bij het groepsresultaat -> de groepslid zal op
die manier grotere inzet vertonen
Bv. in een groepswerk krijgt iedereen een individuele beoordeling op zijn bijdrage.
- Dreigen met een ongewenste gevolgen als het eindresultaat niet bereikt wordt
Bv. als het project niet op tijd af is, krijgt de hele groep een lagere score.
2) Identificatie met de groep:
- komt minder voor in kleine groepen of wanneer er sterke samenhang is.
Bv. in een hechte sportploeg of kleine projectgroep voelt iedereen zich meer betrokken en
doet dus beter zijn best.
Ook ander factoren beïnvloeden of iemand al dan niet sociaal parasiteert:
Individuele factoren: mensen die geloven dat ze een unieke bijdrage leveren, parasiteren minder.
Geslacht en cultuur: mannen parasiteren vaker dan vrouwen, mogelijk omdat ze
individualistischer zijn.
In collectivistische culturen (zoals in Azië) komt sociaal parasiteren minder voor; daar ontstaat
soms zelfs sociale compensatie: = extra inspanning van groepsleden als blijkt dat sommige
leden minder bijdragen dan nodig is om tot het gemeenschappelijke doel te komen
Bv. In een groepswerk merkt één student dat twee groepsleden weinig doen. Die student gaat dan
extra hard werken zodat het project toch op tijd en goed af is.