De belangrijke levensprocessen:
• Metabolisme
• Homeostase
• Groei
• Voortplanting
• Aanpassing aan de veranderende omgeving
• Beweging: fysieke beweging, maar dat kan ook beweging binnen een organisme zijn.
Is een virus wel of niet levend? Volgens veel biologen is een virus dood, omdat een virus zichzelf niet kan
voortplanten. Hij kan zich alleen vermenigvuldigen als er een gastheercel is die ervoor zorgt dat het RNA
van het virus gekopieerd wordt. Veel biologen zien een virus dus niet als levend, maar er is veel discussie
over.
Verschillende organisatieniveaus waarin je het menselijk lichaam kunt onderscheiden:
• Chemisch niveau: atomen verbinden zich met elkaar tot moleculen.
• Celniveau: verschillende moleculen vertonen interactie, zodat grotere structuren ontstaan. Elk
type structuur heeft een bepaalde functie in een cel. Cellen zijn de kleinst levende eenheden in
het lichaam.
• Weefselniveau: een weefsel bestaat uit cellen van hetzelfde type die samenwerken om een
specifieke functie uit te voeren. Hartspiercellen vormen bijv. hartspierweefsel.
• Orgaanniveau: een orgaan bestaat uit twee of meer verschillende weefsels die samenwerken om
een specifieke functie uit te voeren.
• Orgaanstelselniveau: organen werken samen in orgaanstelsels. Je hebt bijvoorbeeld het
bloedvatenstelsel wat bestaat uit het hart, bloed en de bloedvaten.
• Organismeniveau: alle orgaanstelsels in het lichaam werken samen om het leven en de
gezondheid in stand te houden.
Het menselijk lichaam is onder te verdelen in drie biologische regelmechanismen.
1. Processen: het hele lichaam bestaat uit drie basisonderdelen:
• Cel
• Interstitium (tussenruimte tussen de cellen gevuld met vloeistof)/ extracellulaire
vloeistof
• Bloedbaan
Het doel van het lichaam is om cellen in leven te houden. Dit doet het lichaam door het interne
milieu in balans te houden, ondanks dat de omgeving van het mechanisme verandert. Dit wordt
homeostase (streven naar intern evenwicht) genoemd. Om homeostase te kunnen handhaven
moet het lichaam stoffen kunnen opnemen en uitscheiden.
o Gassen: bijv. zuurstofopname en uitscheiding van CO2.
o Water & zout: opname uit de darm en uitscheiding via de nieren, ofwel urine. Ook kan
het uitgescheiden worden via de huid middels zweet.
o Bouwstoffen: opgenomen uit de darm (voeding) en uitscheiding via de lever
(ontlasting/feces) of nier.
o Energie: opgenomen uit de darm (voeding) en uitscheiding door verbranding. Dit kan
door warmte te creëren, te bewegen of te groeien.
2. Aansturing wordt geregeld door het zenuwstelsel en het hormoonstelsel.
3. Uitvoering wordt gedaan door de orgaanstelsels (tracti). We hebben naast het zenuwstelsel en
hormoonstelsel nog 9 orgaanstelsels.
• Huid (dermis): beschermt het lichaam tegen gevaren vanuit de omgeving (schokken,
chemische stoffen en infecties). Daarnaast speelt het een rol bij het reguleren van de
lichaamstemperatuur en de vorming (vitamine D3) en opslag van voedingsstoffen (vet).
Tevens speelt het een rol bij zintuigelijke gewaarwording (tast, druk, pijn, temperatuur).
1