Psychologie
Les 1: Hfst 3; Intro, genen & evolutie
Wat is psychologie?
o Psychologie: de wetenschappelijke studie van het brein en de geest om gedrag
te verklaren
Deze wetenschap is nodig omdat common sense vaak ontoereikend is
niet genoeg om menselijk gedrag te begrijpen
o Over de jaren heen waren er verschillende verklaringen voor gedrag, maar nu:
Gedrag: de interactie tussen genen en de omgeving
Genetische basis
o DNA: elk chromosoom bestaat uit 1 groot DNA molecuul die uit 2 strengen
bestaat die om elkaar zijn gewikkeld
o Genen: segmenten van het DNA molecuul die cellulaire functies reguleren en
instructies geven voor de aanmaak van eiwitten
Waar? Wanneer? Welke? Hoeveel?
o Genexpressie: de mate waarin het DNA van een gen vertaald is naar een eiwit
(aminozuursequentie)
De biochemische omgeving binnen een cel bepaalt mee welke genen
tot expressie zijn gekomen en welke niet
De biochemische omgeving binnen de cel wordt gecontroleerd
door: omgeving buiten de cel, moment in ontwikkeling, omgeving,
gedrag en ervaring
o Epigenetica: verandering in genexpressie zonder aanpassing van de genetische
code zelf (verandering in het DNA)
Genotype en fenotype
o Genotype: complete set genen van een organisme
o Fenotype: observeerbare eigenschappen en gedragingen van een organisme
Fenotype bepaald door: genotype + omgeving (ervaringen, omgeving
waarin je opgroeit, sociale omgeving)
Dezelfde genen kunnen op verschillende wijze tot expressie komen
afhankelijk van de omgeving
Eineiige tweelingen: hebben hetzelfde genotype, maar kunnen
verschillen in fenotype door omgevingsinvloeden
Chromosomen en allelen
o Elke menselijke cel bevat 46 chromosomen (23 paar)
De vrouwelijke eicel bevat 23 chromosomen
De mannelijke spermacel bevat 23 chromosomen
Bij bevruchting een embryo met 46 chromosomen
1
, o Ieder gen is gepaard met een ander gen
Genparen zijn gelokaliseerd op corresponderende plaatsen op de
chromosoomparen
Deze plaatsen worden de locus genoemd
o Allel: bepaalde variant van een gen
Allelen kunnen ofwel dominant of recessief zijn
Dominante allelen komen tot uiting in fenotype bij zowel
homozygoot als heterozygoot
Recessieve allelen komen alleen tot uiting als er 2 exemplaren zijn
van dat allel enkel homozygoot
Interacties tussen genen en omgeving
o Een bepaalde eigenschap of gedraging wordt bepaald door de interactie tussen
de omgeving en genen
Sommige kenmerken zijn afhankelijk van 1 genpaar, maar veel
eigenschappen worden door bepaald door meerdere genen tegelijk
polygenetische overerving
Bv. kans dat iemand schizofrenie ontwikkeld hangt niet af van 1
enkel genpaar, maar meerdere genen die een rol spelen bij het
ontwikkelen (samen met de omgeving) van deze stoornis
Evolutie door natuurlijke selectie
Darwin’s evolutietheorie (1859)
o Evolutietheorie: het genoom is over de jaren gevormd door evolutie
Genoom: complete set DNA van een organisme
o Hypothese van Darwin: alle moderne organismen stammen af van een beperkt
aantal voorouders en zijn het product van evolutie over de tijd
Natuurlijke selectie
o Natuurlijke selectie: Darwin benadrukte dat natuurlijke selectie het
mechanisme is achter biologische evolutie
Verschillende fenotypen binnen een populatie leiden ertoe dat sommige
individuen succesvoller zijn in voortplanting en overleving dan anderen
Dit betekent dat de eigenschappen (en dus de genen die deze
eigenschappen bepalen) die deze individuen helpen overleven en
zich voort te planten, vaker worden doorgegeven aan de volgende
generatie
o Darwin’s 3 principes van evolutie:
1. Er is variatie tussen individuen van een populatie (met betrekking tot een
bepaalde eigenschap/meerdere eigenschappen)
2. Sommige eigenschappen voeren tot een hogere reproductiekans dan andere
3. Deze eigenschappen worden doorgegeven van ouders op kinderen
Deze eigenschappen zullen sterker gerepresenteerd zijn in
volgende generaties
o Organismen binnen een populatie verschillen in genotype, de genetische
samenstelling van het DNA
2
, Variaties in genotype worden doorgegeven van generatie op generatie
basis voor natuurlijke selectie
o De focus van evolutie ligt op de overleving van genen (niet overleving van
individuen)
Een individu kan sterven, maar als zijn genen worden doorgegeven via
nakomelingen, blijven deze genen in de populatie
o Sommige organismen vertonen gedrag dat gevaarlijk is voor hun eigen overleving
Bv. het waarschuwen van soortgenoten voor roofdieren
Levert wel voordeel op voor hun genen (kinderen, verdere familie)
Darwin wist NIET hoe verschillen tussen individuen ontstonden en hoe
deze van ouders op nakomelingen werden doorgegeven!!
Evidentie voor evolutietheorie
o Er zijn bronnen voor bewijs van evolutie
Het bewijs komt uit fossielen, genetische overeenkomsten, geografische
verspreiding van soorten, en andere biologische disciplines
Bv. boek “Why Evolution is True” van Jerry A
o Fossielen
In de tijd van Darwin dacht men dat de aarde een paar duizend jaar oud
was Darwin voorspelde dat de aarde tenminste 100 miljoenen jaar oud
was en dit bewezen kon worden door fossielen
Onderzoek toonde aan dat fossielen geleidelijke veranderingen
toonden
o Overeenkomsten in genoom van verschillende soorten
Onderzoek naar genomen van verschillende organismen, toonden veel
overeenkomsten
Bv. Mensen delen veel genetisch materiaal met mensapen, maar
hebben 23 chromosomenparen in plaats van 24 menselijk
chromosoom 2 = de fusie van twee chromosomen bij onze
voorouders. Dit verklaart waarom wij een chromosoompaar minder
hebben dan andere primaten
o Pseudogenen
Dit zijn niet-functionele genen die vroeger wel functioneerden bij
voorouders
Bv. bij voorouders wel functioneel, door toevallige mutatie in
nageslacht niet meer functioneel
o Verspreiding soorten over de aarde
Continentale eilanden versus oceanische eilanden
Bv. continentale eilanden (zoals Japan) hebben een grotere
biodiversiteit dan oceanische eilanden (zoals Hawaï), waar soorten
geïsoleerd zijn geëvolueerd
Scepsis over evolutietheorie
o Scepsis over evolutietheorie buiten de wetenschap: hoewel de
evolutietheorie wordt geaccepteerd binnen de wetenschappelijke gemeenschap,
bestaat er buiten deze gemeenschap nog veel scepsis
geïllustreerd door enquêtes zoals die van het PEW Research Center
(2020), waarin mensen werd gevraagd of ze geloven dat:
3
, Mensen en andere organismen altijd in hun huidige vorm
hebben bestaan
Mensen en andere organismen over tijd zijn geëvolueerd
Evolutietheorie uit onderwijs geschrapt
o In Kansas stemde de Board of Education om evolutie uit het curriculum te
verwijderen (1999) reactie op druk van creationistische groepen
De maatregel betekende dat scholen niet verplicht waren om evolutie te
onderwijzen
Hoewel de maatregel niet verbood om evolutie te onderwijzen,
ontmoedigde het leraren om tijd aan het onderwerp te besteden
Intelligent design en geloof
o Intelligent design (ID): een beweging die stelt dat het leven op aarde het
resultaat is van een "bewust ontwerp" en niet van natuurlijke processen zoals
evolutie
Ze geloofden dat geloof kan helpen bij het beantwoorden van vragen waar
de wetenschap geen directe antwoorden op heeft, zoals de oorsprong van
leven
Wetgeving tegen evolutie
o In de VS zijn verschillende wetten geïntroduceerd die alternatieven voor evolutie
in klaslokalen toestaan, vaak ondersteund door religieuze conservatieven
Zulke wetten proberen evolutie en klimaatverandering te verzwakken als
onderdeel van het onderwijs, ondanks brede wetenschappelijke consensus
Herstel van evolutieles
o In Arizona werden in 2018 aanpassingen gemaakt aan de wetenschappelijke
standaarden, waarin verwijzingen naar evolutie en klimaatverandering werden
hersteld
Dit was een overwinning voor voorstanders van wetenschappelijk
onderwijs
Myhtes over evolutie
o Evolutie betekent niet dat organismen altijd "beter" worden draait om
aanpassing aan specifieke omgevingen
o Gedrag en eigenschappen die voordelig zijn in één omgeving, kunnen nadelig zijn
in een andere
Het vermogen om te leren en zich snel aan te passen aan veranderingen is
zelf een evolutionaire eigenschap
Genen en gedrag
Nature vs Nurture
4
Les 1: Hfst 3; Intro, genen & evolutie
Wat is psychologie?
o Psychologie: de wetenschappelijke studie van het brein en de geest om gedrag
te verklaren
Deze wetenschap is nodig omdat common sense vaak ontoereikend is
niet genoeg om menselijk gedrag te begrijpen
o Over de jaren heen waren er verschillende verklaringen voor gedrag, maar nu:
Gedrag: de interactie tussen genen en de omgeving
Genetische basis
o DNA: elk chromosoom bestaat uit 1 groot DNA molecuul die uit 2 strengen
bestaat die om elkaar zijn gewikkeld
o Genen: segmenten van het DNA molecuul die cellulaire functies reguleren en
instructies geven voor de aanmaak van eiwitten
Waar? Wanneer? Welke? Hoeveel?
o Genexpressie: de mate waarin het DNA van een gen vertaald is naar een eiwit
(aminozuursequentie)
De biochemische omgeving binnen een cel bepaalt mee welke genen
tot expressie zijn gekomen en welke niet
De biochemische omgeving binnen de cel wordt gecontroleerd
door: omgeving buiten de cel, moment in ontwikkeling, omgeving,
gedrag en ervaring
o Epigenetica: verandering in genexpressie zonder aanpassing van de genetische
code zelf (verandering in het DNA)
Genotype en fenotype
o Genotype: complete set genen van een organisme
o Fenotype: observeerbare eigenschappen en gedragingen van een organisme
Fenotype bepaald door: genotype + omgeving (ervaringen, omgeving
waarin je opgroeit, sociale omgeving)
Dezelfde genen kunnen op verschillende wijze tot expressie komen
afhankelijk van de omgeving
Eineiige tweelingen: hebben hetzelfde genotype, maar kunnen
verschillen in fenotype door omgevingsinvloeden
Chromosomen en allelen
o Elke menselijke cel bevat 46 chromosomen (23 paar)
De vrouwelijke eicel bevat 23 chromosomen
De mannelijke spermacel bevat 23 chromosomen
Bij bevruchting een embryo met 46 chromosomen
1
, o Ieder gen is gepaard met een ander gen
Genparen zijn gelokaliseerd op corresponderende plaatsen op de
chromosoomparen
Deze plaatsen worden de locus genoemd
o Allel: bepaalde variant van een gen
Allelen kunnen ofwel dominant of recessief zijn
Dominante allelen komen tot uiting in fenotype bij zowel
homozygoot als heterozygoot
Recessieve allelen komen alleen tot uiting als er 2 exemplaren zijn
van dat allel enkel homozygoot
Interacties tussen genen en omgeving
o Een bepaalde eigenschap of gedraging wordt bepaald door de interactie tussen
de omgeving en genen
Sommige kenmerken zijn afhankelijk van 1 genpaar, maar veel
eigenschappen worden door bepaald door meerdere genen tegelijk
polygenetische overerving
Bv. kans dat iemand schizofrenie ontwikkeld hangt niet af van 1
enkel genpaar, maar meerdere genen die een rol spelen bij het
ontwikkelen (samen met de omgeving) van deze stoornis
Evolutie door natuurlijke selectie
Darwin’s evolutietheorie (1859)
o Evolutietheorie: het genoom is over de jaren gevormd door evolutie
Genoom: complete set DNA van een organisme
o Hypothese van Darwin: alle moderne organismen stammen af van een beperkt
aantal voorouders en zijn het product van evolutie over de tijd
Natuurlijke selectie
o Natuurlijke selectie: Darwin benadrukte dat natuurlijke selectie het
mechanisme is achter biologische evolutie
Verschillende fenotypen binnen een populatie leiden ertoe dat sommige
individuen succesvoller zijn in voortplanting en overleving dan anderen
Dit betekent dat de eigenschappen (en dus de genen die deze
eigenschappen bepalen) die deze individuen helpen overleven en
zich voort te planten, vaker worden doorgegeven aan de volgende
generatie
o Darwin’s 3 principes van evolutie:
1. Er is variatie tussen individuen van een populatie (met betrekking tot een
bepaalde eigenschap/meerdere eigenschappen)
2. Sommige eigenschappen voeren tot een hogere reproductiekans dan andere
3. Deze eigenschappen worden doorgegeven van ouders op kinderen
Deze eigenschappen zullen sterker gerepresenteerd zijn in
volgende generaties
o Organismen binnen een populatie verschillen in genotype, de genetische
samenstelling van het DNA
2
, Variaties in genotype worden doorgegeven van generatie op generatie
basis voor natuurlijke selectie
o De focus van evolutie ligt op de overleving van genen (niet overleving van
individuen)
Een individu kan sterven, maar als zijn genen worden doorgegeven via
nakomelingen, blijven deze genen in de populatie
o Sommige organismen vertonen gedrag dat gevaarlijk is voor hun eigen overleving
Bv. het waarschuwen van soortgenoten voor roofdieren
Levert wel voordeel op voor hun genen (kinderen, verdere familie)
Darwin wist NIET hoe verschillen tussen individuen ontstonden en hoe
deze van ouders op nakomelingen werden doorgegeven!!
Evidentie voor evolutietheorie
o Er zijn bronnen voor bewijs van evolutie
Het bewijs komt uit fossielen, genetische overeenkomsten, geografische
verspreiding van soorten, en andere biologische disciplines
Bv. boek “Why Evolution is True” van Jerry A
o Fossielen
In de tijd van Darwin dacht men dat de aarde een paar duizend jaar oud
was Darwin voorspelde dat de aarde tenminste 100 miljoenen jaar oud
was en dit bewezen kon worden door fossielen
Onderzoek toonde aan dat fossielen geleidelijke veranderingen
toonden
o Overeenkomsten in genoom van verschillende soorten
Onderzoek naar genomen van verschillende organismen, toonden veel
overeenkomsten
Bv. Mensen delen veel genetisch materiaal met mensapen, maar
hebben 23 chromosomenparen in plaats van 24 menselijk
chromosoom 2 = de fusie van twee chromosomen bij onze
voorouders. Dit verklaart waarom wij een chromosoompaar minder
hebben dan andere primaten
o Pseudogenen
Dit zijn niet-functionele genen die vroeger wel functioneerden bij
voorouders
Bv. bij voorouders wel functioneel, door toevallige mutatie in
nageslacht niet meer functioneel
o Verspreiding soorten over de aarde
Continentale eilanden versus oceanische eilanden
Bv. continentale eilanden (zoals Japan) hebben een grotere
biodiversiteit dan oceanische eilanden (zoals Hawaï), waar soorten
geïsoleerd zijn geëvolueerd
Scepsis over evolutietheorie
o Scepsis over evolutietheorie buiten de wetenschap: hoewel de
evolutietheorie wordt geaccepteerd binnen de wetenschappelijke gemeenschap,
bestaat er buiten deze gemeenschap nog veel scepsis
geïllustreerd door enquêtes zoals die van het PEW Research Center
(2020), waarin mensen werd gevraagd of ze geloven dat:
3
, Mensen en andere organismen altijd in hun huidige vorm
hebben bestaan
Mensen en andere organismen over tijd zijn geëvolueerd
Evolutietheorie uit onderwijs geschrapt
o In Kansas stemde de Board of Education om evolutie uit het curriculum te
verwijderen (1999) reactie op druk van creationistische groepen
De maatregel betekende dat scholen niet verplicht waren om evolutie te
onderwijzen
Hoewel de maatregel niet verbood om evolutie te onderwijzen,
ontmoedigde het leraren om tijd aan het onderwerp te besteden
Intelligent design en geloof
o Intelligent design (ID): een beweging die stelt dat het leven op aarde het
resultaat is van een "bewust ontwerp" en niet van natuurlijke processen zoals
evolutie
Ze geloofden dat geloof kan helpen bij het beantwoorden van vragen waar
de wetenschap geen directe antwoorden op heeft, zoals de oorsprong van
leven
Wetgeving tegen evolutie
o In de VS zijn verschillende wetten geïntroduceerd die alternatieven voor evolutie
in klaslokalen toestaan, vaak ondersteund door religieuze conservatieven
Zulke wetten proberen evolutie en klimaatverandering te verzwakken als
onderdeel van het onderwijs, ondanks brede wetenschappelijke consensus
Herstel van evolutieles
o In Arizona werden in 2018 aanpassingen gemaakt aan de wetenschappelijke
standaarden, waarin verwijzingen naar evolutie en klimaatverandering werden
hersteld
Dit was een overwinning voor voorstanders van wetenschappelijk
onderwijs
Myhtes over evolutie
o Evolutie betekent niet dat organismen altijd "beter" worden draait om
aanpassing aan specifieke omgevingen
o Gedrag en eigenschappen die voordelig zijn in één omgeving, kunnen nadelig zijn
in een andere
Het vermogen om te leren en zich snel aan te passen aan veranderingen is
zelf een evolutionaire eigenschap
Genen en gedrag
Nature vs Nurture
4