13. FYSIOLOGIE EN PATHOFYSIOLOGIE VAN HET RESPIRATIE STELSEL
1. 13.8 Pathofysiologie van het respiratoir stelsel
a. 13.8.1. Onderkennen van respiratoir falen
i. Wanneer faalt het ?
b. 13.8.2. Oorzaak en gevolgen van respiratoir falen
c. 13.8.3. Bloedgasanalyse
i. ZB evenwicht
ii. Alkose/ acidose
iii. Zuurstof/CO2
iv. …
d. 13.8.4. O2 therapie
DOELEN
Connectie tussen fysiologie en interne geneeskunde/anesthesie
1. Begrijpen wat er gebeurt bij respiratoir falen
2. Respiratoir falen bij de patiënt kunnen onderkennen
3. Verschillende types respiratoir falen kunnen onderscheiden + vb. aandoeningen
4. Oorzaken van respiratoir falen begrijpen
5. Zuurstof via een O2concentratorkunnen toedienen
NORMALE FUNCTIES VAN DE LONG
- Oxygenatie= O2opname
- Ventilatie= CO2verwijderen
o Te veel CO2 -> respiratoire acidose
Figuur: Het is belangrijk om te kijken naar het verschil in
zuurstof tussen veneus en arterieel bloed. CO₂ blijft altijd
een beetje hetzelfde (40/46). Arterieel ligt de O₂ tussen
80 en 100 (5× de FiO₂ = de lucht die we inademen) ><
veneus: 40.
RESPIRATOIR FALEN
- Gas uitwisseling functie van de long
o Opname O2--> oxygenatie
o Verwijderen CO2
- Respiratoir falen= syndroom van onvoldoende gasuitwisseling door dysfunctie van 1 of meerdere
essentiële componenten van het respiratoir stelsel
o Spieren, regulatie bij CZS en autonoom,… → als er iets niet functioneert en het ernstig is →
respiratoir falen.
o Respiratoir falen definiëren door te kijken op arterieel bloed naar pO₂ en pCO₂ (zie hieronder).
- Diagnose: Hypoxie (PaO2< 60 mmHg) en/of Hypercapnee(PaCO2> 50 mmHg)
o Wanneer CO₂ sterk gestegen is maar de zuurstof normaal blijft, wijst dit niet op een stoornis van het
respiratoire stelsel. Voor respiratoir falen moet de O₂ verlaagd zijn.
Anamnese : zijn er nog dieren ziek geworden -> infectie? Of is die overreden? …
- Respiratoire insufficiëntie vs. respiratoir falen?
o Insufficiëntie is milder (afwijkende bloedgas, maar
klinisch beperkte abnormaliteit (bv. enkel na
inspanning))
o Falen= steeds met ernstige respiratoire symptomen
,HOE EEN PROBLEEM MET HET RESPIRATOIR STELSEL ONDERKENNEN?
Klinische tekenen (symptomen)
- Ademhalingstype: costo-abdominaal, costaal, abdominaal,…
- Ademhalingsstatus (frequentie-diepte):
o Eupnee= normaal, rustig ademen, geen variatie in diepte en frequentie
o Dyspnee= moeilijke ademhaling, zichtbare moeilijkheid om te ademen
Je ziet dat het dier niet aangenaam ah ademen is, benauwd gevoel : dier kan angstig zijn.
o Hyperpnee= verhoogde diepte, frequentie of beide (bv. na inspanning)
- Stridor= abnormaal ademhalingsgeluid
- Neusvloei -> infectie vaak
- Hoest -> infectie, stofpartikels,…
- Slijmvliezen: stuwing, cyanose, anemie
o Kleur vd slijmvliezen : vertelt iets over oxygenatie Hb
blauwig : zuurstoftekort.
witte: anemie, te weinig rbc
- Abnormale ademgeluiden (auscultatie)
o Beluister je met cytoscoop ( stridor kan je zonder horen ).
KLINISCHE TEKENEN RESPIRATOIR FALEN
Blauwe slijmvliezen: wanneer de saturatie onder 90% zakt, wordt het bloed meer blauw. Je gaat ook
een versnelling zien in de hartfrequentie → bij te weinig O₂ wordt het sneller rondgepompt
(tachycardie).
- Dyspnee
o = bemoeilijkte ademhaling
o Vroeg teken respiratoir falen
o Tachypnee
o Veranderd adh. patroon
o Geaccentueerd gebruik ademhalingsspieren
- Cyanose : blauwverkleuring van huid of slijmvliezen door te weinig zuurstof in het bloed.
o Als saturatie (SaO2<90%)
o Perifeer (stase bloed) of centraal (hypoxie)
- Tachycardie : een te snelle hartslag.
- Uitval andere organen: nier, lever, ….
- Dyspnee: inspiratoir-expiratoir-gemengd
o Je ziet dat dier niet normaal ah ademen is
o Neusgaten w veel meer opengetrokken ( Ru) -> extra inspanning om lucht binnen te krijgen
o Hoesten
o Bij paard en kat : astma – typisch voorbeeld v expiratoire dyspnee : je hebt moeite met verwijderen
vd lucht uit de longen
Meer getrainde buikspieren te zien ( als het chronisch is)
- Inspiratoire dyspneu: bemoeilijkte inademing, vaak veroorzaakt door obstructie in de bovenste luchtwegen.
- Expiratoire dyspneu: bemoeilijkte uitademing, typisch bij obstructie van de lagere luchtwegen (bv. astma, COPD).
OBSTRUCTIE BOVENSTE LUCHTWEGEN
Figuur!!!! : waar het zit bepaalt wat er gaat gebeuren.
- Buiten thorax: tijdens het uitademen gaan de luchtwegen verder
uiteen, en tijdens het inademen collaberen ze (worden
samengeperst).
- Binnen thorax: tijdens het inademen gaan de luchtwegen uiteen, en
tijdens het uitademen worden ze samengeperst.
- → Stridor. Stridor ontstaat door een obstructie van de bovenste luchtwegen,
en de beschreven verschillen (collaps bij inademen of uitademen, afhankelijk van locatie) verklaren waarom je stridor hoort.
, + stridor= abnormaal ademgeluid : stridor w veroorzaakt tussen neus en bifurcatie vd trachea ( de meeste in
bovenste ADH wegen).
In functie van plaats obstructie: snuiven( neus), grollen (,strottenhoofd, stembanden, larynx : keel),
snateren (trachea)
- Laryngeale necrobacillose
o Je hoort stridor
o Heel benauwd
KLINISCHE TEKENEN GEASSOCIEERD MET ONDERLIGGENDE OORZAAK
- Infectieus
o Neusvloei, hoest, sputum-vorming, conjunctivitis, koorts
- Allergisch
o Neusvloei, conjunctivitis, niezen
- Cardiogeen
o Gedilateerde jugularisvenen, oedeem
- Lokalisatie -> stridor aanwezig of niet?
Goede afname ziektegeschiedenis (anamnese) en inspectie leefomgeving kan zeer richtinggevend zijn
- Alimentaire neusvloei -> aspiratiepneumonie?
o Stukjes vezel, groenig : voedsel vloeit terug -> wijst op een slikprobleem
- Etterige neusvloei -> infectieuze bronchopneumonie?
EN HOEST?
- Doel= evacuatie vreemd materiaal/overschot mucus
- Mechanische en/of chemische stimulatie afferente zenuwvezels (n. vagus) t.h.v.
o Larynx en suprapharyngealgebied
o Tracheabronchialeboom (tot terminale bronchiole alveoli)
o Gehoorgang en trommelvlies
o Pleura, pericard en diafragma
o Slokdarm en maag
RESPIRATOIR FALEN- OORZAAK EN GEVOLGEN
INDELEN VAN RESPIRATOIR FALEN
1. Volgens PaCO2 (klinische indeling)
o * Type I (hypoxisch), Type II (hypercapnee), Type III (anesthesie) en Type IV (septische
shock)
2. Volgens pathogenetisch mechanisme
o * Ventilatiestoornis
Obstructieve vs. restrictieve ventilatiestoornis
o * Gasuitwisselings stoornis
Diffusie stoornis vs. ventilatie/perfusie mismatch
3. Volgens primaire site
o * Centraal vs. perifeer respiratoir falen
4. Volgens duur
o * Acuut (min.-uren) vs. chronisch respiratoir falen (dag-maanden)
Respiratoir falen (RF) (klinische indeling)
1. 13.8 Pathofysiologie van het respiratoir stelsel
a. 13.8.1. Onderkennen van respiratoir falen
i. Wanneer faalt het ?
b. 13.8.2. Oorzaak en gevolgen van respiratoir falen
c. 13.8.3. Bloedgasanalyse
i. ZB evenwicht
ii. Alkose/ acidose
iii. Zuurstof/CO2
iv. …
d. 13.8.4. O2 therapie
DOELEN
Connectie tussen fysiologie en interne geneeskunde/anesthesie
1. Begrijpen wat er gebeurt bij respiratoir falen
2. Respiratoir falen bij de patiënt kunnen onderkennen
3. Verschillende types respiratoir falen kunnen onderscheiden + vb. aandoeningen
4. Oorzaken van respiratoir falen begrijpen
5. Zuurstof via een O2concentratorkunnen toedienen
NORMALE FUNCTIES VAN DE LONG
- Oxygenatie= O2opname
- Ventilatie= CO2verwijderen
o Te veel CO2 -> respiratoire acidose
Figuur: Het is belangrijk om te kijken naar het verschil in
zuurstof tussen veneus en arterieel bloed. CO₂ blijft altijd
een beetje hetzelfde (40/46). Arterieel ligt de O₂ tussen
80 en 100 (5× de FiO₂ = de lucht die we inademen) ><
veneus: 40.
RESPIRATOIR FALEN
- Gas uitwisseling functie van de long
o Opname O2--> oxygenatie
o Verwijderen CO2
- Respiratoir falen= syndroom van onvoldoende gasuitwisseling door dysfunctie van 1 of meerdere
essentiële componenten van het respiratoir stelsel
o Spieren, regulatie bij CZS en autonoom,… → als er iets niet functioneert en het ernstig is →
respiratoir falen.
o Respiratoir falen definiëren door te kijken op arterieel bloed naar pO₂ en pCO₂ (zie hieronder).
- Diagnose: Hypoxie (PaO2< 60 mmHg) en/of Hypercapnee(PaCO2> 50 mmHg)
o Wanneer CO₂ sterk gestegen is maar de zuurstof normaal blijft, wijst dit niet op een stoornis van het
respiratoire stelsel. Voor respiratoir falen moet de O₂ verlaagd zijn.
Anamnese : zijn er nog dieren ziek geworden -> infectie? Of is die overreden? …
- Respiratoire insufficiëntie vs. respiratoir falen?
o Insufficiëntie is milder (afwijkende bloedgas, maar
klinisch beperkte abnormaliteit (bv. enkel na
inspanning))
o Falen= steeds met ernstige respiratoire symptomen
,HOE EEN PROBLEEM MET HET RESPIRATOIR STELSEL ONDERKENNEN?
Klinische tekenen (symptomen)
- Ademhalingstype: costo-abdominaal, costaal, abdominaal,…
- Ademhalingsstatus (frequentie-diepte):
o Eupnee= normaal, rustig ademen, geen variatie in diepte en frequentie
o Dyspnee= moeilijke ademhaling, zichtbare moeilijkheid om te ademen
Je ziet dat het dier niet aangenaam ah ademen is, benauwd gevoel : dier kan angstig zijn.
o Hyperpnee= verhoogde diepte, frequentie of beide (bv. na inspanning)
- Stridor= abnormaal ademhalingsgeluid
- Neusvloei -> infectie vaak
- Hoest -> infectie, stofpartikels,…
- Slijmvliezen: stuwing, cyanose, anemie
o Kleur vd slijmvliezen : vertelt iets over oxygenatie Hb
blauwig : zuurstoftekort.
witte: anemie, te weinig rbc
- Abnormale ademgeluiden (auscultatie)
o Beluister je met cytoscoop ( stridor kan je zonder horen ).
KLINISCHE TEKENEN RESPIRATOIR FALEN
Blauwe slijmvliezen: wanneer de saturatie onder 90% zakt, wordt het bloed meer blauw. Je gaat ook
een versnelling zien in de hartfrequentie → bij te weinig O₂ wordt het sneller rondgepompt
(tachycardie).
- Dyspnee
o = bemoeilijkte ademhaling
o Vroeg teken respiratoir falen
o Tachypnee
o Veranderd adh. patroon
o Geaccentueerd gebruik ademhalingsspieren
- Cyanose : blauwverkleuring van huid of slijmvliezen door te weinig zuurstof in het bloed.
o Als saturatie (SaO2<90%)
o Perifeer (stase bloed) of centraal (hypoxie)
- Tachycardie : een te snelle hartslag.
- Uitval andere organen: nier, lever, ….
- Dyspnee: inspiratoir-expiratoir-gemengd
o Je ziet dat dier niet normaal ah ademen is
o Neusgaten w veel meer opengetrokken ( Ru) -> extra inspanning om lucht binnen te krijgen
o Hoesten
o Bij paard en kat : astma – typisch voorbeeld v expiratoire dyspnee : je hebt moeite met verwijderen
vd lucht uit de longen
Meer getrainde buikspieren te zien ( als het chronisch is)
- Inspiratoire dyspneu: bemoeilijkte inademing, vaak veroorzaakt door obstructie in de bovenste luchtwegen.
- Expiratoire dyspneu: bemoeilijkte uitademing, typisch bij obstructie van de lagere luchtwegen (bv. astma, COPD).
OBSTRUCTIE BOVENSTE LUCHTWEGEN
Figuur!!!! : waar het zit bepaalt wat er gaat gebeuren.
- Buiten thorax: tijdens het uitademen gaan de luchtwegen verder
uiteen, en tijdens het inademen collaberen ze (worden
samengeperst).
- Binnen thorax: tijdens het inademen gaan de luchtwegen uiteen, en
tijdens het uitademen worden ze samengeperst.
- → Stridor. Stridor ontstaat door een obstructie van de bovenste luchtwegen,
en de beschreven verschillen (collaps bij inademen of uitademen, afhankelijk van locatie) verklaren waarom je stridor hoort.
, + stridor= abnormaal ademgeluid : stridor w veroorzaakt tussen neus en bifurcatie vd trachea ( de meeste in
bovenste ADH wegen).
In functie van plaats obstructie: snuiven( neus), grollen (,strottenhoofd, stembanden, larynx : keel),
snateren (trachea)
- Laryngeale necrobacillose
o Je hoort stridor
o Heel benauwd
KLINISCHE TEKENEN GEASSOCIEERD MET ONDERLIGGENDE OORZAAK
- Infectieus
o Neusvloei, hoest, sputum-vorming, conjunctivitis, koorts
- Allergisch
o Neusvloei, conjunctivitis, niezen
- Cardiogeen
o Gedilateerde jugularisvenen, oedeem
- Lokalisatie -> stridor aanwezig of niet?
Goede afname ziektegeschiedenis (anamnese) en inspectie leefomgeving kan zeer richtinggevend zijn
- Alimentaire neusvloei -> aspiratiepneumonie?
o Stukjes vezel, groenig : voedsel vloeit terug -> wijst op een slikprobleem
- Etterige neusvloei -> infectieuze bronchopneumonie?
EN HOEST?
- Doel= evacuatie vreemd materiaal/overschot mucus
- Mechanische en/of chemische stimulatie afferente zenuwvezels (n. vagus) t.h.v.
o Larynx en suprapharyngealgebied
o Tracheabronchialeboom (tot terminale bronchiole alveoli)
o Gehoorgang en trommelvlies
o Pleura, pericard en diafragma
o Slokdarm en maag
RESPIRATOIR FALEN- OORZAAK EN GEVOLGEN
INDELEN VAN RESPIRATOIR FALEN
1. Volgens PaCO2 (klinische indeling)
o * Type I (hypoxisch), Type II (hypercapnee), Type III (anesthesie) en Type IV (septische
shock)
2. Volgens pathogenetisch mechanisme
o * Ventilatiestoornis
Obstructieve vs. restrictieve ventilatiestoornis
o * Gasuitwisselings stoornis
Diffusie stoornis vs. ventilatie/perfusie mismatch
3. Volgens primaire site
o * Centraal vs. perifeer respiratoir falen
4. Volgens duur
o * Acuut (min.-uren) vs. chronisch respiratoir falen (dag-maanden)
Respiratoir falen (RF) (klinische indeling)