Milieusociologie
Inleiding: duurzaamheidtransities
Formele doelstellingen: kennis en inzicht in sociale theorievorming, actuele wetenschappelijk onderzoek
en maatschappelijke debatten over duurzaamheidstransities
Duurzaamheidstransities = grote uitdagingen van deze en komende tijd
Vb. klimaatverandering, eindigheid fossiele brandstofvoorraden (piekolie, prijzen, ...),
bevolkingsgroei, sociaal kapitaal, economische crisissen, ...
Duurzaamheid, transities en samenleving:
- Structurele systematische veranderingen
- Veranderingsprocessen bestuderen en teweegbrengen
➢ Sociologisch: transitiestudies van sociale, co-productieve hoek technische hoek
➢ Interdisciplinair: sociologie, psychologie, technologie, wetenschappelijk, milieu, ...
Duurzame ontwikkeling
18e – 19e eeuw
Duurzame ontwikkeling = vooruitgang = verlichting
- Vooruitgang en vrijheid door rede (wetenschap en technologie)
- 2e helft 18e – 19e eeuw: popularisering van wetenschappelijke revolutie
➢ Begin denken van richting verlichting (Voltaire, Montesqieu, ...)
➢ Begin wetenschappelijke revolutie: tegen traditie, religie, ...
- Echte kennis = gebaseerd op feitelijkheden en wetenschappelijke methode
- Vb. Auguste Comte’s wet van de drie stadia (founding father)
➢ Theologie (bovennatuurlijk) – metafysisch (abstracties) – positieve (feiten)
➢ = basis voor rangschikking van wetenschap → sociologie = overkoepelende wetenschap
De industriële revolutie = idee van menselijke vooruitgang wordt gekoppeld aan economische groei
- 2e belangrijke periode voor ontwikkeling van duurzame ontwikkelingen
➢ Menselijke vooruitgang ≈ economische groei (vb. Ford, Taylorisme, ...)
- Optimistische zijde: beeld tegenover eindeloze vooruitgang
➢ Wetenschap en technologie → economisch en moreel perfecte mensheid
- Pessimistische zijde:
➢ Voordelen van kapitalistische systeem = elitaire kringen → groei kloof arm-rijk
➢ Bewustwording uitputting natuurlijke hulpbronnen (hout, steenkool, ...)
- + stijgend besef van intergenerationele verantwoordelijkheden → belang duurzaamheid stijgt
20e eeuw
Afwisseling tussen pessimistische en optimistische vooruitzichten over mensheid
1. Begin: vooruitgangsdenken en optimisme
2. WOI en ’30: the great depression → pessimistisch beeld
3. WOII en ’50-60: economische bloei → idealen van de verlichting
4. ’70: recessie, oliecrisis, ngo’s, ... → opkomst kritische massa (tegenculturen)
➢ ’73: recessie en oliecrisis = bewustwording gevolgen bronnenschaarste
,Beleidsdocumenten:
1. Limits to growth (1972) – groeirapport
➢ = big bang van duurzaamheidsdiscours – Club van Rome (toekomstdenkers)
➢ Scenario’s: aantonen hoe huidige bevolkingsgroei, verbruik, productie, industrialisering,
vervuiling, ... = onmogelijk → planeet zal limieten bereiken binnen 100 jaar
➢ 2 tegengestelde visies: wereldbeelden en levensstijl technologie
2. Het Brundtland-rapport (1987)
➢ Volgende stap: popularisering duurzaamheid en duurzame ontwikkeling
➢ World commision on environment and development (WCED) – VN
➢ Definiëring duurzame ontwikkeling: tegemoet aan behoeften huidige generatie zonder
het vermogen van toekomstige in hun behoeften in gevaar te brengen
➢ 3 pijlers van duurzame ontwikkeling: milieu, economie en samenleving
Kritieken:
➢ Positieven: aandacht verdelingskwesties, armoedevraagstuk en duurzaamheid = samen
➢ Conservatieven: overbodig → werking vrije markt = neveneffecten uitvlakken (zelf)
• Modernization: ontwikkelingslanden → liberale politiek van Westen overnemen
• Dependency: ontwikkeling van Westen ≈ uitbuiting ontwikkelingslanden
➢ Progressieven: weinig nadruk op intragenerationele solidariteit
• Algemene definiëring = compromis → verschillende interpretaties mogeliijk
• Gevolg1: uitbuiting van brede definitie door organisaties
• Gevolg2: duurzaamheid = buzzword → strategisch inzetten
• Gevolg3: ontstaan ‘liberal environmentalism’: geen tegenstellingen tussen
handel en milieubescherming (vb. greenwashing)
3. Rio-conferentie (1992)
➢ United nations conference on environment and development (UNCED)
➢ Integrale aanpak van armoedeproblematiek en het milieuvraagstuk = centraal
➢ Verwijzing naar belang voorzorgsprincipe
Kritieken:
➢ Positieven: samenbrengen 178 regeringsleiders voor tekenen documenten
➢ Herhalende kritieken:
• Overheersing modernisatiedenken (≠ economische race ter discussie)
• Liberal environmentalisme = verder → behoefte economische groei
• Transnationale ondernemingen: neoliberale denken in duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling: wat wel en wat niet?
2 vormen:
1. Kwalitatieve ontwikkeling: kwalitatieve verbetering van sociaal-economisch leven
2. Kwantitatieve groei: ontwikkeling gekwantificeerd in termen van BNP (= tekort) → kritieken!
➢ BNP: geen onderscheid positieve en negatieve economie
➢ Activiteiten ter stimulatie van welvaart ≠ meegerekend
➢ BNP = onvoldoende rekening met verdeling van nationale inkomens
Gevolg: nieuwe index voor duurzame economische welvaart (ISEW: index sustainable economic welfare)
Wel rekening houdend met bovenstaande kritieken op metingen groei via BNP
Vergelijking BNP en ISEW: grote verschillen → BNP stijgt ISEW stagneert (! ISEW daalt ’80)
,Risicosamenleving en ecologische modernisatie
= theorie van de risicosamenleving = alternatieve visies voor post-industriële naties:
- Beck: the risk society + Giddens: the consequences of modernity (structuratietheorie)
- Typisch kenmerk van de samenleving:
➢ 1e moderniteit: kenmerk = creatie van welvaart
➢ 2e moderniteit: kenmerk = risicoverdeling → risicosamenleving
• Verschuiving: klassenbewustzijn → risicobewustzijn
• Nieuwe sociologische verbeelding/perspectief (nieuwe instituties, concepten, ...)
Kenmerken risicosamenleving:
1. Alomtegenwoordigheid van risico’s: low-probability + high consequence risks
➢ Milieu en technologisch → kleine kansen met grote impact
2. Sociale verschuivingen:
➢ End of tradition (Giddens): afname belang traditie = meer vrijheid
➢ Risky freedom (beck): relatief vrij (paradoxaal) → meer eigen beslissingen = meer risico
3. Kritiek op wetenschappelijke rationaliteit en techonologisch determinisme
➢ Vooruitgang/veranderingen ≈ technologie + technologie > samenleving (autonoom)
➢ Beck: technologie = niet loskoppelen van sociale controle
➢ Banksky: vertaling maatschappijkritiek in zijn werk
4. Paradox van de kennis: nieuwe risico’s en problemen ≈ nieuwe wetenschap en technologie
➢ Stijgende rol van wetenschap in het identificeren van risico’s
➢ Delegitimatie van wetenschap door institutioneel falen om risico’s te beheersen
➢ Vb. Corona
5. Stijging van risico’s = stijging in de bewustwording van risico’s
➢ Toenemende pogingen om controle te krijgen = centraal in risicosamenleving
➢ Vb. verzekeringssector, ...
6. Verschuiving in aard van risico’s: technologisch/manufactured, hybride en onzichtbare risico’s
➢ Aandacht op onbedoelde gevolgen van menselijk ingrijpen (+ progressie wetenschap)
• Kolonisering van de natuur: weinig aspecten in natuur zonder menselijk ingrijpen
➢ Hybride risico’s: niet enkel natuurlijk/technologisch (vb. opwarming aarde)
➢ Nieuwe gevaren = globaal en niet zichtbaar tot komende generaties
7. Toenemend belang reflexiviteit (bewust en onbewust)
➢ Giddens: reflexiviteit = bewust proces van individuele bijsturing door nieuwe kennis
• Bewuste sociale vaardigheid, flexibiliteit en plasticiteit ( tradities)
➢ Beck: reflexiviteit = onbewust omgaan met het onverwachte
• Onze kennis = limieten → onwetendheid uit tekortkoming expertise
8. Toenemend belang vertrouwen + relatie risico’s en vertrouwen in abstracte expert-systemen
➢ Omgekeerde relatie vertrouwen-risico: laag vertrouwen = hoge risicoperceptie
• Giddens: toevoeging 3e variabele = kennis
➢ Vertrouwen = mechanisme ter reductie van complexiteit → funtionele functie
• 2 soorten: facework (directe interacties) + faceless (indirect en abstract)
Kritieken:
- Overschatting nieuwe risico’s onderschatting oude risico’s (armoede) en verdeling risico’s
- Risicosamenleving = angstsamenleving + enkel nadruk op ‘dark side’ technologie
, H2: Het multi-level perspectief en strategische niche management
Herhaling
Historische context en ontwikkeling van het duurzaamheidsdiscours, DO, en ontwikkeling:
- De verlichting, de industriële revolutie
- Evoluties in de tweede helft van de 20ste eeuw:
➢ Ontwikkeling: kwantitatief (BNP-groei)= meting sociale ongelijkheid, onderscheid tussen
positieve en negatieve economische activiteiten, opname van activiteiten die wel van
belang zijn, ...
Vragen:
- Is ontwikkeling in de vorm van ecologisch moderniseren voldoende duurzaam?
- Is het niet meer plausibel dat we in een risicosamenleving terecht (zullen) komen?
- Waar ligt de grens tussen liberaal milieudenken en greenwashing, etc?
Context: opkomst transitiedenken
Klimaatconsensus en het IPCC
- Toenemende consensus over klimaatverandering
- IPCC: onderzoek klimaat in kaart brengen → meta-analyse van bestaand onderzoek
Van klimaatprobleem → koolstofarme innovatieve oplossingen
- 2000: noodzaak = nieuw discours → duurzaamheid creëren in oplossingen
- Evolutie: erkenning van probleem + stappen ondernemen (sense of urgency)
Ontstaan van sense of urgency:
- IPCC: mitigation en adaptation = veranderingsstrategieën → rol van het IPCC
➢ Mitigatie = aanpak oorzaken, voorkomen van, acties ondernemen
➢ Adaptie = problemen reduceren → onvermijdelijke effecten aanvaarden
➢ Conclusie: noodzaak denken + collectief doen veranderen
- Het Stern-review: schade (in business-as-usual scenario) > transitiekosten
➢ Stern: rapport over impact van klimaatverandering op economie
➢ Conclusie:
• Kosten aanpakken verandering (KT) < Kosten van niets doen
• Kosten van niets te doen > kosten van poging tot reductie
• Voordelen actie > nadelen niets doen
Andere signalen die wijzen op noodzaak: (sense of urgency!)
- Politieke uitspraken:
➢ Barroso: “will take a historic step towards the transition to a low-carbon world economy.”
➢ Obama: “the transition to a green and low-carbon economy is essential”
➢ Cameron: “we need to make the transition to a low carbon economy urgently”
- Doelstellingen in beleidsagenda’s:
➢ Vlaanderen: pact 2020 = Vlaams regeerakkoord (2009-2014)
• Innovatieve samenleving op sociaal, economisch, ... vlak
• Verbetering van meer dan 25%
➢ Concreet: armoededrempel, fijn stof dalen, alternatieve bronnen, sociaal kapitaal, ...
- Kritieken: veel kritieken + niet gerealiseerde doelstellingen
➢ Maatschappelijke ontwikkelingen → sociologie
Inleiding: duurzaamheidtransities
Formele doelstellingen: kennis en inzicht in sociale theorievorming, actuele wetenschappelijk onderzoek
en maatschappelijke debatten over duurzaamheidstransities
Duurzaamheidstransities = grote uitdagingen van deze en komende tijd
Vb. klimaatverandering, eindigheid fossiele brandstofvoorraden (piekolie, prijzen, ...),
bevolkingsgroei, sociaal kapitaal, economische crisissen, ...
Duurzaamheid, transities en samenleving:
- Structurele systematische veranderingen
- Veranderingsprocessen bestuderen en teweegbrengen
➢ Sociologisch: transitiestudies van sociale, co-productieve hoek technische hoek
➢ Interdisciplinair: sociologie, psychologie, technologie, wetenschappelijk, milieu, ...
Duurzame ontwikkeling
18e – 19e eeuw
Duurzame ontwikkeling = vooruitgang = verlichting
- Vooruitgang en vrijheid door rede (wetenschap en technologie)
- 2e helft 18e – 19e eeuw: popularisering van wetenschappelijke revolutie
➢ Begin denken van richting verlichting (Voltaire, Montesqieu, ...)
➢ Begin wetenschappelijke revolutie: tegen traditie, religie, ...
- Echte kennis = gebaseerd op feitelijkheden en wetenschappelijke methode
- Vb. Auguste Comte’s wet van de drie stadia (founding father)
➢ Theologie (bovennatuurlijk) – metafysisch (abstracties) – positieve (feiten)
➢ = basis voor rangschikking van wetenschap → sociologie = overkoepelende wetenschap
De industriële revolutie = idee van menselijke vooruitgang wordt gekoppeld aan economische groei
- 2e belangrijke periode voor ontwikkeling van duurzame ontwikkelingen
➢ Menselijke vooruitgang ≈ economische groei (vb. Ford, Taylorisme, ...)
- Optimistische zijde: beeld tegenover eindeloze vooruitgang
➢ Wetenschap en technologie → economisch en moreel perfecte mensheid
- Pessimistische zijde:
➢ Voordelen van kapitalistische systeem = elitaire kringen → groei kloof arm-rijk
➢ Bewustwording uitputting natuurlijke hulpbronnen (hout, steenkool, ...)
- + stijgend besef van intergenerationele verantwoordelijkheden → belang duurzaamheid stijgt
20e eeuw
Afwisseling tussen pessimistische en optimistische vooruitzichten over mensheid
1. Begin: vooruitgangsdenken en optimisme
2. WOI en ’30: the great depression → pessimistisch beeld
3. WOII en ’50-60: economische bloei → idealen van de verlichting
4. ’70: recessie, oliecrisis, ngo’s, ... → opkomst kritische massa (tegenculturen)
➢ ’73: recessie en oliecrisis = bewustwording gevolgen bronnenschaarste
,Beleidsdocumenten:
1. Limits to growth (1972) – groeirapport
➢ = big bang van duurzaamheidsdiscours – Club van Rome (toekomstdenkers)
➢ Scenario’s: aantonen hoe huidige bevolkingsgroei, verbruik, productie, industrialisering,
vervuiling, ... = onmogelijk → planeet zal limieten bereiken binnen 100 jaar
➢ 2 tegengestelde visies: wereldbeelden en levensstijl technologie
2. Het Brundtland-rapport (1987)
➢ Volgende stap: popularisering duurzaamheid en duurzame ontwikkeling
➢ World commision on environment and development (WCED) – VN
➢ Definiëring duurzame ontwikkeling: tegemoet aan behoeften huidige generatie zonder
het vermogen van toekomstige in hun behoeften in gevaar te brengen
➢ 3 pijlers van duurzame ontwikkeling: milieu, economie en samenleving
Kritieken:
➢ Positieven: aandacht verdelingskwesties, armoedevraagstuk en duurzaamheid = samen
➢ Conservatieven: overbodig → werking vrije markt = neveneffecten uitvlakken (zelf)
• Modernization: ontwikkelingslanden → liberale politiek van Westen overnemen
• Dependency: ontwikkeling van Westen ≈ uitbuiting ontwikkelingslanden
➢ Progressieven: weinig nadruk op intragenerationele solidariteit
• Algemene definiëring = compromis → verschillende interpretaties mogeliijk
• Gevolg1: uitbuiting van brede definitie door organisaties
• Gevolg2: duurzaamheid = buzzword → strategisch inzetten
• Gevolg3: ontstaan ‘liberal environmentalism’: geen tegenstellingen tussen
handel en milieubescherming (vb. greenwashing)
3. Rio-conferentie (1992)
➢ United nations conference on environment and development (UNCED)
➢ Integrale aanpak van armoedeproblematiek en het milieuvraagstuk = centraal
➢ Verwijzing naar belang voorzorgsprincipe
Kritieken:
➢ Positieven: samenbrengen 178 regeringsleiders voor tekenen documenten
➢ Herhalende kritieken:
• Overheersing modernisatiedenken (≠ economische race ter discussie)
• Liberal environmentalisme = verder → behoefte economische groei
• Transnationale ondernemingen: neoliberale denken in duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling: wat wel en wat niet?
2 vormen:
1. Kwalitatieve ontwikkeling: kwalitatieve verbetering van sociaal-economisch leven
2. Kwantitatieve groei: ontwikkeling gekwantificeerd in termen van BNP (= tekort) → kritieken!
➢ BNP: geen onderscheid positieve en negatieve economie
➢ Activiteiten ter stimulatie van welvaart ≠ meegerekend
➢ BNP = onvoldoende rekening met verdeling van nationale inkomens
Gevolg: nieuwe index voor duurzame economische welvaart (ISEW: index sustainable economic welfare)
Wel rekening houdend met bovenstaande kritieken op metingen groei via BNP
Vergelijking BNP en ISEW: grote verschillen → BNP stijgt ISEW stagneert (! ISEW daalt ’80)
,Risicosamenleving en ecologische modernisatie
= theorie van de risicosamenleving = alternatieve visies voor post-industriële naties:
- Beck: the risk society + Giddens: the consequences of modernity (structuratietheorie)
- Typisch kenmerk van de samenleving:
➢ 1e moderniteit: kenmerk = creatie van welvaart
➢ 2e moderniteit: kenmerk = risicoverdeling → risicosamenleving
• Verschuiving: klassenbewustzijn → risicobewustzijn
• Nieuwe sociologische verbeelding/perspectief (nieuwe instituties, concepten, ...)
Kenmerken risicosamenleving:
1. Alomtegenwoordigheid van risico’s: low-probability + high consequence risks
➢ Milieu en technologisch → kleine kansen met grote impact
2. Sociale verschuivingen:
➢ End of tradition (Giddens): afname belang traditie = meer vrijheid
➢ Risky freedom (beck): relatief vrij (paradoxaal) → meer eigen beslissingen = meer risico
3. Kritiek op wetenschappelijke rationaliteit en techonologisch determinisme
➢ Vooruitgang/veranderingen ≈ technologie + technologie > samenleving (autonoom)
➢ Beck: technologie = niet loskoppelen van sociale controle
➢ Banksky: vertaling maatschappijkritiek in zijn werk
4. Paradox van de kennis: nieuwe risico’s en problemen ≈ nieuwe wetenschap en technologie
➢ Stijgende rol van wetenschap in het identificeren van risico’s
➢ Delegitimatie van wetenschap door institutioneel falen om risico’s te beheersen
➢ Vb. Corona
5. Stijging van risico’s = stijging in de bewustwording van risico’s
➢ Toenemende pogingen om controle te krijgen = centraal in risicosamenleving
➢ Vb. verzekeringssector, ...
6. Verschuiving in aard van risico’s: technologisch/manufactured, hybride en onzichtbare risico’s
➢ Aandacht op onbedoelde gevolgen van menselijk ingrijpen (+ progressie wetenschap)
• Kolonisering van de natuur: weinig aspecten in natuur zonder menselijk ingrijpen
➢ Hybride risico’s: niet enkel natuurlijk/technologisch (vb. opwarming aarde)
➢ Nieuwe gevaren = globaal en niet zichtbaar tot komende generaties
7. Toenemend belang reflexiviteit (bewust en onbewust)
➢ Giddens: reflexiviteit = bewust proces van individuele bijsturing door nieuwe kennis
• Bewuste sociale vaardigheid, flexibiliteit en plasticiteit ( tradities)
➢ Beck: reflexiviteit = onbewust omgaan met het onverwachte
• Onze kennis = limieten → onwetendheid uit tekortkoming expertise
8. Toenemend belang vertrouwen + relatie risico’s en vertrouwen in abstracte expert-systemen
➢ Omgekeerde relatie vertrouwen-risico: laag vertrouwen = hoge risicoperceptie
• Giddens: toevoeging 3e variabele = kennis
➢ Vertrouwen = mechanisme ter reductie van complexiteit → funtionele functie
• 2 soorten: facework (directe interacties) + faceless (indirect en abstract)
Kritieken:
- Overschatting nieuwe risico’s onderschatting oude risico’s (armoede) en verdeling risico’s
- Risicosamenleving = angstsamenleving + enkel nadruk op ‘dark side’ technologie
, H2: Het multi-level perspectief en strategische niche management
Herhaling
Historische context en ontwikkeling van het duurzaamheidsdiscours, DO, en ontwikkeling:
- De verlichting, de industriële revolutie
- Evoluties in de tweede helft van de 20ste eeuw:
➢ Ontwikkeling: kwantitatief (BNP-groei)= meting sociale ongelijkheid, onderscheid tussen
positieve en negatieve economische activiteiten, opname van activiteiten die wel van
belang zijn, ...
Vragen:
- Is ontwikkeling in de vorm van ecologisch moderniseren voldoende duurzaam?
- Is het niet meer plausibel dat we in een risicosamenleving terecht (zullen) komen?
- Waar ligt de grens tussen liberaal milieudenken en greenwashing, etc?
Context: opkomst transitiedenken
Klimaatconsensus en het IPCC
- Toenemende consensus over klimaatverandering
- IPCC: onderzoek klimaat in kaart brengen → meta-analyse van bestaand onderzoek
Van klimaatprobleem → koolstofarme innovatieve oplossingen
- 2000: noodzaak = nieuw discours → duurzaamheid creëren in oplossingen
- Evolutie: erkenning van probleem + stappen ondernemen (sense of urgency)
Ontstaan van sense of urgency:
- IPCC: mitigation en adaptation = veranderingsstrategieën → rol van het IPCC
➢ Mitigatie = aanpak oorzaken, voorkomen van, acties ondernemen
➢ Adaptie = problemen reduceren → onvermijdelijke effecten aanvaarden
➢ Conclusie: noodzaak denken + collectief doen veranderen
- Het Stern-review: schade (in business-as-usual scenario) > transitiekosten
➢ Stern: rapport over impact van klimaatverandering op economie
➢ Conclusie:
• Kosten aanpakken verandering (KT) < Kosten van niets doen
• Kosten van niets te doen > kosten van poging tot reductie
• Voordelen actie > nadelen niets doen
Andere signalen die wijzen op noodzaak: (sense of urgency!)
- Politieke uitspraken:
➢ Barroso: “will take a historic step towards the transition to a low-carbon world economy.”
➢ Obama: “the transition to a green and low-carbon economy is essential”
➢ Cameron: “we need to make the transition to a low carbon economy urgently”
- Doelstellingen in beleidsagenda’s:
➢ Vlaanderen: pact 2020 = Vlaams regeerakkoord (2009-2014)
• Innovatieve samenleving op sociaal, economisch, ... vlak
• Verbetering van meer dan 25%
➢ Concreet: armoededrempel, fijn stof dalen, alternatieve bronnen, sociaal kapitaal, ...
- Kritieken: veel kritieken + niet gerealiseerde doelstellingen
➢ Maatschappelijke ontwikkelingen → sociologie