Leerdoelen
In week 4 behandelen we de zorgplicht van financiële instellingen, zowel de
toezichtrechtelijke als privaatrechtelijke aspecten.
Het is de bedoeling dat u na deze week:
het toezichtrechtelijk kader betreffende de zorgplicht kunt uitleggen;
de civielrechtelijke normen betreffende de zorgplicht kunt uitleggen;
de grondslagen, strekking en reikwijdte van de privaatrechtelijke bijzondere
zorgplicht kunt uitleggen;
het toezichtrechtelijk en civielrechtelijke kader betreffende de zorgplicht kunt
toepassen op een casus.
Zorgplicht in toezichtrecht en burgerlijk recht
Opdrachten
1. Welke bronnen van zorgplicht zijn er zoal?
Toezichtrechtelijk van aard:
Wft
Privaatrechtelijk van aard:
Burgerlijk Wetboek en overeenkomst
o Opdracht (boek 7)
o Algemene bankvoorwaarden gebruik je altijd in een zaak tegen een
bank
o Bijzondere zorgplicht, uit zich op drie manieren in het BW:
Overeenkomst (redelijkheid & billijkheid)
Onrechtmatige daad (6:162 BW)
Wanprestatie (6:248 BW)
Rechtspraak
o Bijzondere zorgplicht uit contract (R&B) of OD
Pagina 7 jurisprudentie: op grond van wanprestatie, OD of zorgplichtschending.
Rechter is ook niet altijd duidelijk. Zorgplicht geschonden. Wat vult dat dan in?
Welk hokje? Vult hij niet altijd goed in.
2. Waar staan in de wet algemene zorgplichten geformuleerd? Noem drie voorbeelden.
7:401 BW: goed opdrachtnemerschap.
Op al die overeenkomsten heb je ook te maken met goed opdrachtnemerschap. Die
opdrachtnemer moet in ieder geval over bepaalde deskundigheid en professionaliteit
, beschikken. Omstandigheden van het geval, aard van de opdracht, positie van de
opdrachtnemer, etc.
Art. 4:24a Wft:
1. Een financiële dienstverlener neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde
belangen van de consument of begunstigde in acht.
2. Een financiële dienstverlener die adviseert, handelt in het belang van de consument
of begunstigde.
Art. 4:90 Wft:
Een beleggingsonderneming zet zich bij het verlenen van beleggingsdiensten of
nevendiensten op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de belangen van
haar cliënten,
handelt ook bij het verrichten van beleggingsactiviteiten eerlijk, billijk en
professioneel en
onthoudt zich van gedragingen die schadelijk zijn voor de integriteit van de
markt.
Nog een paar bepalingen meer aan het begin:
Art. 4:9 Wft: integriteit. Geldt in algemene zin ook. Equivalent in 3:8.
4:15a Wft: procedures en maatregelen die een en ander moeten waarborgen.
Bankierseed. Equivalent in 3:17b.
3. In de krant stond vorig jaar het onderstaande bericht over verstrekkers van hypothecaire
leningen. Op haar website verwijst de AFM naar het Bgfo, maar zij specificeert niet de
desbetreffende bepaling. Op welke bepaling baseert de AFM dit?
Onderscheid tussen:
Informatie inwinnen
Informatie verstrekken
Informatie toetsen
Helpt om te begrijpen waar je moet kijken. Vaak gaat de vraag alleen over 1 van die 3.
Deze vraag gaat over manier van informatie verstrekken.