Infinitief = hele werkwoord
Persoonsvorm TT = stam +(t)en
Gebruik lopen om te kijken welke uitgang erachter komt.
Wie Uitgang Lopen Worden
Ik… Stam Loop Word (jij/je)
Jij/hij/zij/het… Stam + T Loopt Wordt
Wij/jullie/zij… Stam + EN Lopen Worden
Word je moe? = zonder -T, maar wordt je broer moe? met -T omdat je broer hij
is (wordt hij moe?)
Je schrijft de stam als het woord jij/je achter de persoonsvorm staat.
Persoonsvorm VT = gebruik ‘t ex-kofschip of schrijf zo kort mogelijk
Zwakke werkwoorden > kunnen niet veranderen in de VT
1. Neem het hele werkwoord (infinitief) klagen, juichen
2. Haal -EN eraf klag, juich
3. Zit de laatste letter in het ‘t ex-kofschip, dan is het stam + TE(N) juichte
4. Zit de laatste letter niet in het ‘t ex-kofschip, dan is het stam + DE(N) klaagde
Sterke werkwoorden > kunnen wél veranderen in de VT
Je spelt de VT zo kort mogelijk.
Wie Lopen Worden
Ik/jij/hij/zij/het… Liep Werd
Wij/jullie/zij… Liepen werden
Gebiedende wijs = stam
Werkwoord Gebiedende wijs (stam)
Fietsten Fiets eens wat harder man!
Lopen Loop nou eens door!
Worden Word toch eens volwassen!
Met U als onderwerp is het wel stam + T
Voltooid deelwoord = gebruik ‘t ex-kofschip of eindigt op -EN of -N
Zwakke werkwoorden
1. Neem het hele werkwoord (infinitief) lukken, mailen
2. Haal -EN eraf luk, mail
3. Zit de laatste letter in het ‘t ex-kofschip, dan is het GE + stam + T gelukt
4. Zit de laatste letter niet in het ‘t ex-kofschip, dan is het GE + stam + D)
gemaild
Sterke werkwoorden
Eindigen in de voltooide tijd meestal op -EN
Infinitief Voltooid deelwoord
Lopen Gelopen
Worden geworden
Maar kunnen ook op -N eindigen
Infinitief Voltooid deelwoord
Staan Gestaan