Contents
Week 1 .................................................................................................................................. 2
College 1 (centrale bijeenkomst) – 6/11/2023 .................................................................... 2
Bijeenkomst 1 – leeswijzer 1 .......................................................................................... 3
Werkgroep bijeenkomst 1 – 8/11/2023................................................................................... 5
Artikel Dobelli (2010) ...................................................................................................... 6
Week 2 .................................................................................................................................. 8
Kennisclip 1 ....................................................................................................................... 8
Bijeenkomst 2 – leeswijzer 1 .........................................................................................10
Kennisclip 2 ...................................................................................................................... 11
Werkgroep bijeenkomst 2 – 15/11/2023................................................................................14
Artikel Harcup & O’Neill (2017) ......................................................................................14
Week 3 .................................................................................................................................16
Kennisclip 1 ......................................................................................................................16
Bijeenkomst 3 – leeswijzer 1 .........................................................................................21
Kennisclip 2 ......................................................................................................................23
Bijeenkomst 3 – leeswijzer 2 (nog doen) .......................................................................25
Werkgroep bijeenkomst 3 – 22/11/2023................................................................................26
Week 4 .................................................................................................................................27
Kennisclip 1 ......................................................................................................................27
Bijeenkomst 4 – leeswijzer 1 .........................................................................................27
Kennisclip 2 ......................................................................................................................29
Bijeenkomst 4 – leeswijzer 2 .........................................................................................31
Kennisclip 4.3 ...................................................................................................................32
Werkgroep bijeenkomst 4 – 29/11/2023................................................................................34
Week 5 .................................................................................................................................36
Kennisclip 5.1 ...................................................................................................................36
Bijeenkomst 5 – leeswijzer 1 .........................................................................................38
Kennisclip 5.2 ...................................................................................................................40
Bijeenkomst 5 – leeswijzer 2 .........................................................................................41
Werkgroep bijeenkomst week 5 ............................................................................................43
Week 6 .................................................................................................................................44
Kennisclip 6.1 ...................................................................................................................44
,Week 1
College 1 (centrale bijeenkomst) – 6/11/2023
Vraag van de week: heeft informatie geven via media zin?
- Wat is de functie van de informatiemedia? En vervullen ze die functie goed in de 21e
eeuw?
- Wat is de aandachtseconomie?
- Welke functie heeft informatie (of kennis, of feiten) in de aandachtseconomie?
- Hoe gaan ontvangers met informatie om in de aandachtseconomie?
We hebben een verknipt beeld van de werkelijkheid.
Informatie → Kennis & beliefs → attitudes & gedrag
Informatie = prikkels, data, stimuli, mediaboodschappen. Staat los van jou
Daniel Kahneman zegt dat sommige beliefs heel belangrijk zijn en dat veel mensen er super
zeker van zijn, maar we hebben er eigenlijk geen bewijs voor. Het is belachelijk dat we zo
veel vertrouwen hebben in onze eigen beliefs. Maar het is ook belangrijk dat we die beliefs
hebben, waarom komt later in de cursus.
Gemeinschaft: sterke centrale instituties, tradtie, unmittelbare erfahrungsbereich =
abhangigskeit
Gesellschaft: instituties zijn stadsleven, politiek, wetenschap. Conventies/contracten.
Umittelbare erfahrungsbereich # abhangigskeit
Oftewel alles wat invloed heeft op jou is alles wat direct om jou heen gebeurt. Informatie uit
je directe omgeving. (gemeinschaft). Je bent afhankelijk van de tradities, normen, waarden
en gebeurtenissen om je heen. Dus je hebt geen media nodig.
Gesellschaft: de wereld is veel groter. Je kent lang niet iedereen. Het is helemaal niet
duidelijk welke instituties je moet volgen. Het is veel formeler: je hebt contact met mensen
die je helemaal niet kent. Je hebt media nodig, om informatie te kunnen verzamelen over
dingen die we zelf niet kunnen achterhalen, maar wel relevant zijn voor ons.
Media systems dependency theory: instituties als groep hebben hun eigen belangen. Om die
te kunnen bevredigingen, gaan dingen via de media (reclame/informatie). Zo komt het bij het
publiek terecht. Zo kunnen de media de belangen van bedrijven en politiek dienen.
Tegelijkertijd dient het ook het belang van de media, want die hebben inhoud nodig. Als er
niks gebeurt, is er niks om uit te zenden. Wij als publiek hebben ook belang: geïnformeerd
en vermaakt worden. Daar hebben we de media bij nodig. Allemaal eigen doelen en allemaal
via de media die doelen proberen te bereiken. Media systemen zijn allemaal van elkaar
afhankelijk.
Informatie explosie: enorm toegenomen de afgelopen 1,5 eeuw, de hoeveelheid informatie
die in de samenleving aanwezig is voor de gemiddelde ontvanger. O.a. door de
technologieën die er bij zijn gekomen. De hoeveelheid informatie is toegenomen, maar we
weten niet allemaal meer. Dat heeft te maken met aandacht. De hoeveelheid aandacht die
we aan de informatie kunnen besteden is min of meer gelijk gebleven. We houden de
enorme informatie niet bij. In verhouding tot de hoeveelheid informatie is er minder aandacht.
De rijkdom aan informatie zorgt voor een armoede aan aandacht. We hebben de capaciteit
niet om alles te verwerken. Dus we selecteren. Dat is een van de verklaringen waarom we
heel veel dingen niet weten.
,Hoe onzekerder de wereld, des te afhankelijker zijn we van de media om onze wereld te
begrijpen.
Aandachtseconomie = tegenovergestelde van informatiesamenleving. Dit is een probleem
voor producenten van informatie.
Omdat er heel veel informatieverstrekkers zijn, zijn er heel veel concurrenten. Wat
producenten dus doen is sterker concurreren met elkaar. De concurrentie is steeds groter
geworden. Men concurreert om wat aandacht trekt. Aandacht is schaars geworden omdat de
aandacht niet omhoog kan. Je brengt niet per se betere informatie, maar je probeert gewoon
aandacht te trekken. Serieuze media met serieus nieuws doen dit ook. Daardoor is ons
wereldbeeld een beetje vertekend richting dingen die meer aandacht trekken. Vaak zijn dat
negatieve, emotionele dingen.
Je kunt sinds het internet gratis mediaboodschappen de wereld in sturen. Dat is concurrentie
voor alle producenten, maar ook een probleem voor de ontvanger. Want mensen
schreeuwen steeds harder aan daar wordt je knettergek van als ontvanger.
We hebben beperkte capaciteit om informatie te verwerken. Aandacht/nadenken kost
energie. We kunnen vrij weinig vrij kort op informatie concentreren. Het is ook vermoeiend,
dus we doen het liever niet.
Je krijgt dan complottheorieën, polarisatie en fake news. Je weet niet meer wat nou waar is
en wat niet, en dat is natuurlijk een groot probleem.
Mensen worden depressief van nieuws. Dus je moet nieuws gaan mijden als je een beetje
gezond wil blijven. Maar is dat nou de oplossing?
Je wil mensen empoweren. Zodat ze zelf de juiste beslissing nemen op dingen die kloppen.
Lees het artikel als voorbereiding op de eerste werkgroep (met leeswijzer).
Bijeenkomst 1 – leeswijzer 1
Lees:
Bhatti, Y. (2010). What would happen if we were better informed? Simulating increased
knowledge in
European Parliament (EP) elections. Representation, 46(4), 391-410.
...aan de hand van onderstaande vragen. Neem de antwoorden mee naar de werkgroep
De vraag in dit paper is, zoals de titel al zegt: “wat zou er gebeuren met verkiezingsuitslagen
als alle stemmers volledig geïnformeerd waren?”. Als je het antwoord op die vraag weet,
heb je een groot deel van wat we willen dat je leert geleerd.
1. Lees de eerste twee alinea’s van de inleiding
2. Lees de eerste vier alinea’s van de paragraaf: ‘the importance of knowledge’
3. Dit onderzoek gebruikt de ‘counterfactual simulation method’ als de
onderzoeksmethode in dit onderzoek en eerdere onderzoeken. Dat klinkt raar... Wat
moeten we ons daar ongeveer bij voorstellen? Lees daarvoor de paragraaf
‘simulation methodology’
4. Wat kwam uit dit onderzoek? Scan om deze vraag te beantwoorden de
resultatensectie (vooral de figuren) en de conclusieparagraaf
5. Over wat voor soort kennis gaat het hier? Wat hebben ze precies gevraagd aan de
respondenten? (lees daarvoor de paragraaf ‘measuring political knowledge’)? Wat
kun je hieruit concluderen?
, Wat zou er gebeuren met verkiezingsuitslagen als alle stemmers volledig geïnformeerd
waren?
1. Informatie-effecten worden geschat voor Denemarken, Zweden en Finland bij hun
verkiezingen voor het EP in 2004. In dit artikel: analyse van de gevolgen van
verschillende kennisniveaus op de opkomst en stemkeuze in elk van de drie
nationale EP-verkiezingen, schatting van de informatie-effecten als de kennis
geleidelijk en in gelijke mate voor alle lagen van de bevolking toeneemt (of afneemt),
schatting van de stemaandelen wanneer rekening wordt gehouden met het
gelijktijdige effect van kennis op de opkomst.
2. Geïnformeerd publiek is noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerend
democratie, aangezien kennis van het basisfunctioneren van politieke instellingen en
haar actoren kan worden beschouwd als essentiële voorwaarden voor het kunnen
uiten van iemands voorkeur bij de polls bij verkiezingen of een enquête. De
gemiddelde individuele kiezer is relatief onwetend. Dit is een probleem voor het
functioneren van de democratie, omdat niet kan worden verwacht dat collectieve
beslissingen optimaal geïnformeerd zijn.
Kiezers kunnen gebruik maken van heuristische snelkoppelingen of kunnen naar hu
mening rekening houden met informatie die zij hebben verwerkt (en zijn vergeten).
Collectieve keuzes kunnen weloverwogen zijn, maar individuele meningen niet,
vanwege ‘het wonder van aggregatie’. Het idee is hier dat individuele fouten teniet
worden gedaan wanneer collectieve beslissingen worden genomen.
Evaluatie van opinieveranderingen wanneer het informatieniveau stijgt → meten door
volledig geïnformeerde meningen van bepaalde demografische groepen af te leiden
uit de meningen van de best geïnformeerde individuen binnen die groepen.
3. Simulatieaanpak: uitgevoerd in twee stappen:
In de eerste stap wordt een multinomiaal logistiek model geschat voor de stemkeuze,
inclusief de keuze om wel of niet uit te komen. De modellen zijn zodanig gewogen dat
de gemiddelde voorspelde kansen exact overeenkomen met de verkiezingsresultaten
op het gebied van opkomst en stemkeuze.
Idee hier: hoewel bijvoorbeeld partijidentificatie waarschijnlijk zal veranderen
naarmate de kennis toeneemt, wordt er in theorie meestal van uitgegaan dat de
aanleg voortkomt uit de primaire socialisatie van het individu.
In de tweede en laatste stap wordt de daadwerkelijke simulatie uitgevoerd. Dit wordt
gedaan door kansen te voorspellen voor hypothetische respondenten met exacte
demografische kenmerken als de waargenomen kenmerken, maar met een nieuw
kennisniveau. In de praktijk wordt dit gedaan door in de datamatrix de kennis en de
interactievectoren te vervangen door de waarden voor een volledig geïnformeerde
respondent en door waarschijnlijkheden te voorspellen met behulp van het originele
model. Wanneer het publiek echter kenmerken en dus meningen verandert, is het
waarschijnlijk dat sommige partijen strategisch zullen reageren. Met andere woorden:
de simulatieresultaten vertegenwoordigen de uitkomst als kiezers beter geïnformeerd
zouden worden over de huidige standpunten van de partijen.
4. Een substantiële stijging van de opkomst zou het gevolg zijn van beter geïnformeerde
burgers. De opkomsteffecten waren opmerkelijk vergelijkbaar tussen de landen. Een
volledig geïnformeerde burgerij zou resulteren in een opkomstverhoging van
ongeveer 30%. Als alle individuen meer kennis zouden krijgen van hun huidige
niveau, zou 0,25 standaarddeviatie overeenkomen met een opkomststijging van
ongeveer 303,5 procentpunt. Zelfs realistische veranderingen in kennis kunnen de
opkomst merkbaar beïnvloeden.
Week 1 .................................................................................................................................. 2
College 1 (centrale bijeenkomst) – 6/11/2023 .................................................................... 2
Bijeenkomst 1 – leeswijzer 1 .......................................................................................... 3
Werkgroep bijeenkomst 1 – 8/11/2023................................................................................... 5
Artikel Dobelli (2010) ...................................................................................................... 6
Week 2 .................................................................................................................................. 8
Kennisclip 1 ....................................................................................................................... 8
Bijeenkomst 2 – leeswijzer 1 .........................................................................................10
Kennisclip 2 ...................................................................................................................... 11
Werkgroep bijeenkomst 2 – 15/11/2023................................................................................14
Artikel Harcup & O’Neill (2017) ......................................................................................14
Week 3 .................................................................................................................................16
Kennisclip 1 ......................................................................................................................16
Bijeenkomst 3 – leeswijzer 1 .........................................................................................21
Kennisclip 2 ......................................................................................................................23
Bijeenkomst 3 – leeswijzer 2 (nog doen) .......................................................................25
Werkgroep bijeenkomst 3 – 22/11/2023................................................................................26
Week 4 .................................................................................................................................27
Kennisclip 1 ......................................................................................................................27
Bijeenkomst 4 – leeswijzer 1 .........................................................................................27
Kennisclip 2 ......................................................................................................................29
Bijeenkomst 4 – leeswijzer 2 .........................................................................................31
Kennisclip 4.3 ...................................................................................................................32
Werkgroep bijeenkomst 4 – 29/11/2023................................................................................34
Week 5 .................................................................................................................................36
Kennisclip 5.1 ...................................................................................................................36
Bijeenkomst 5 – leeswijzer 1 .........................................................................................38
Kennisclip 5.2 ...................................................................................................................40
Bijeenkomst 5 – leeswijzer 2 .........................................................................................41
Werkgroep bijeenkomst week 5 ............................................................................................43
Week 6 .................................................................................................................................44
Kennisclip 6.1 ...................................................................................................................44
,Week 1
College 1 (centrale bijeenkomst) – 6/11/2023
Vraag van de week: heeft informatie geven via media zin?
- Wat is de functie van de informatiemedia? En vervullen ze die functie goed in de 21e
eeuw?
- Wat is de aandachtseconomie?
- Welke functie heeft informatie (of kennis, of feiten) in de aandachtseconomie?
- Hoe gaan ontvangers met informatie om in de aandachtseconomie?
We hebben een verknipt beeld van de werkelijkheid.
Informatie → Kennis & beliefs → attitudes & gedrag
Informatie = prikkels, data, stimuli, mediaboodschappen. Staat los van jou
Daniel Kahneman zegt dat sommige beliefs heel belangrijk zijn en dat veel mensen er super
zeker van zijn, maar we hebben er eigenlijk geen bewijs voor. Het is belachelijk dat we zo
veel vertrouwen hebben in onze eigen beliefs. Maar het is ook belangrijk dat we die beliefs
hebben, waarom komt later in de cursus.
Gemeinschaft: sterke centrale instituties, tradtie, unmittelbare erfahrungsbereich =
abhangigskeit
Gesellschaft: instituties zijn stadsleven, politiek, wetenschap. Conventies/contracten.
Umittelbare erfahrungsbereich # abhangigskeit
Oftewel alles wat invloed heeft op jou is alles wat direct om jou heen gebeurt. Informatie uit
je directe omgeving. (gemeinschaft). Je bent afhankelijk van de tradities, normen, waarden
en gebeurtenissen om je heen. Dus je hebt geen media nodig.
Gesellschaft: de wereld is veel groter. Je kent lang niet iedereen. Het is helemaal niet
duidelijk welke instituties je moet volgen. Het is veel formeler: je hebt contact met mensen
die je helemaal niet kent. Je hebt media nodig, om informatie te kunnen verzamelen over
dingen die we zelf niet kunnen achterhalen, maar wel relevant zijn voor ons.
Media systems dependency theory: instituties als groep hebben hun eigen belangen. Om die
te kunnen bevredigingen, gaan dingen via de media (reclame/informatie). Zo komt het bij het
publiek terecht. Zo kunnen de media de belangen van bedrijven en politiek dienen.
Tegelijkertijd dient het ook het belang van de media, want die hebben inhoud nodig. Als er
niks gebeurt, is er niks om uit te zenden. Wij als publiek hebben ook belang: geïnformeerd
en vermaakt worden. Daar hebben we de media bij nodig. Allemaal eigen doelen en allemaal
via de media die doelen proberen te bereiken. Media systemen zijn allemaal van elkaar
afhankelijk.
Informatie explosie: enorm toegenomen de afgelopen 1,5 eeuw, de hoeveelheid informatie
die in de samenleving aanwezig is voor de gemiddelde ontvanger. O.a. door de
technologieën die er bij zijn gekomen. De hoeveelheid informatie is toegenomen, maar we
weten niet allemaal meer. Dat heeft te maken met aandacht. De hoeveelheid aandacht die
we aan de informatie kunnen besteden is min of meer gelijk gebleven. We houden de
enorme informatie niet bij. In verhouding tot de hoeveelheid informatie is er minder aandacht.
De rijkdom aan informatie zorgt voor een armoede aan aandacht. We hebben de capaciteit
niet om alles te verwerken. Dus we selecteren. Dat is een van de verklaringen waarom we
heel veel dingen niet weten.
,Hoe onzekerder de wereld, des te afhankelijker zijn we van de media om onze wereld te
begrijpen.
Aandachtseconomie = tegenovergestelde van informatiesamenleving. Dit is een probleem
voor producenten van informatie.
Omdat er heel veel informatieverstrekkers zijn, zijn er heel veel concurrenten. Wat
producenten dus doen is sterker concurreren met elkaar. De concurrentie is steeds groter
geworden. Men concurreert om wat aandacht trekt. Aandacht is schaars geworden omdat de
aandacht niet omhoog kan. Je brengt niet per se betere informatie, maar je probeert gewoon
aandacht te trekken. Serieuze media met serieus nieuws doen dit ook. Daardoor is ons
wereldbeeld een beetje vertekend richting dingen die meer aandacht trekken. Vaak zijn dat
negatieve, emotionele dingen.
Je kunt sinds het internet gratis mediaboodschappen de wereld in sturen. Dat is concurrentie
voor alle producenten, maar ook een probleem voor de ontvanger. Want mensen
schreeuwen steeds harder aan daar wordt je knettergek van als ontvanger.
We hebben beperkte capaciteit om informatie te verwerken. Aandacht/nadenken kost
energie. We kunnen vrij weinig vrij kort op informatie concentreren. Het is ook vermoeiend,
dus we doen het liever niet.
Je krijgt dan complottheorieën, polarisatie en fake news. Je weet niet meer wat nou waar is
en wat niet, en dat is natuurlijk een groot probleem.
Mensen worden depressief van nieuws. Dus je moet nieuws gaan mijden als je een beetje
gezond wil blijven. Maar is dat nou de oplossing?
Je wil mensen empoweren. Zodat ze zelf de juiste beslissing nemen op dingen die kloppen.
Lees het artikel als voorbereiding op de eerste werkgroep (met leeswijzer).
Bijeenkomst 1 – leeswijzer 1
Lees:
Bhatti, Y. (2010). What would happen if we were better informed? Simulating increased
knowledge in
European Parliament (EP) elections. Representation, 46(4), 391-410.
...aan de hand van onderstaande vragen. Neem de antwoorden mee naar de werkgroep
De vraag in dit paper is, zoals de titel al zegt: “wat zou er gebeuren met verkiezingsuitslagen
als alle stemmers volledig geïnformeerd waren?”. Als je het antwoord op die vraag weet,
heb je een groot deel van wat we willen dat je leert geleerd.
1. Lees de eerste twee alinea’s van de inleiding
2. Lees de eerste vier alinea’s van de paragraaf: ‘the importance of knowledge’
3. Dit onderzoek gebruikt de ‘counterfactual simulation method’ als de
onderzoeksmethode in dit onderzoek en eerdere onderzoeken. Dat klinkt raar... Wat
moeten we ons daar ongeveer bij voorstellen? Lees daarvoor de paragraaf
‘simulation methodology’
4. Wat kwam uit dit onderzoek? Scan om deze vraag te beantwoorden de
resultatensectie (vooral de figuren) en de conclusieparagraaf
5. Over wat voor soort kennis gaat het hier? Wat hebben ze precies gevraagd aan de
respondenten? (lees daarvoor de paragraaf ‘measuring political knowledge’)? Wat
kun je hieruit concluderen?
, Wat zou er gebeuren met verkiezingsuitslagen als alle stemmers volledig geïnformeerd
waren?
1. Informatie-effecten worden geschat voor Denemarken, Zweden en Finland bij hun
verkiezingen voor het EP in 2004. In dit artikel: analyse van de gevolgen van
verschillende kennisniveaus op de opkomst en stemkeuze in elk van de drie
nationale EP-verkiezingen, schatting van de informatie-effecten als de kennis
geleidelijk en in gelijke mate voor alle lagen van de bevolking toeneemt (of afneemt),
schatting van de stemaandelen wanneer rekening wordt gehouden met het
gelijktijdige effect van kennis op de opkomst.
2. Geïnformeerd publiek is noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerend
democratie, aangezien kennis van het basisfunctioneren van politieke instellingen en
haar actoren kan worden beschouwd als essentiële voorwaarden voor het kunnen
uiten van iemands voorkeur bij de polls bij verkiezingen of een enquête. De
gemiddelde individuele kiezer is relatief onwetend. Dit is een probleem voor het
functioneren van de democratie, omdat niet kan worden verwacht dat collectieve
beslissingen optimaal geïnformeerd zijn.
Kiezers kunnen gebruik maken van heuristische snelkoppelingen of kunnen naar hu
mening rekening houden met informatie die zij hebben verwerkt (en zijn vergeten).
Collectieve keuzes kunnen weloverwogen zijn, maar individuele meningen niet,
vanwege ‘het wonder van aggregatie’. Het idee is hier dat individuele fouten teniet
worden gedaan wanneer collectieve beslissingen worden genomen.
Evaluatie van opinieveranderingen wanneer het informatieniveau stijgt → meten door
volledig geïnformeerde meningen van bepaalde demografische groepen af te leiden
uit de meningen van de best geïnformeerde individuen binnen die groepen.
3. Simulatieaanpak: uitgevoerd in twee stappen:
In de eerste stap wordt een multinomiaal logistiek model geschat voor de stemkeuze,
inclusief de keuze om wel of niet uit te komen. De modellen zijn zodanig gewogen dat
de gemiddelde voorspelde kansen exact overeenkomen met de verkiezingsresultaten
op het gebied van opkomst en stemkeuze.
Idee hier: hoewel bijvoorbeeld partijidentificatie waarschijnlijk zal veranderen
naarmate de kennis toeneemt, wordt er in theorie meestal van uitgegaan dat de
aanleg voortkomt uit de primaire socialisatie van het individu.
In de tweede en laatste stap wordt de daadwerkelijke simulatie uitgevoerd. Dit wordt
gedaan door kansen te voorspellen voor hypothetische respondenten met exacte
demografische kenmerken als de waargenomen kenmerken, maar met een nieuw
kennisniveau. In de praktijk wordt dit gedaan door in de datamatrix de kennis en de
interactievectoren te vervangen door de waarden voor een volledig geïnformeerde
respondent en door waarschijnlijkheden te voorspellen met behulp van het originele
model. Wanneer het publiek echter kenmerken en dus meningen verandert, is het
waarschijnlijk dat sommige partijen strategisch zullen reageren. Met andere woorden:
de simulatieresultaten vertegenwoordigen de uitkomst als kiezers beter geïnformeerd
zouden worden over de huidige standpunten van de partijen.
4. Een substantiële stijging van de opkomst zou het gevolg zijn van beter geïnformeerde
burgers. De opkomsteffecten waren opmerkelijk vergelijkbaar tussen de landen. Een
volledig geïnformeerde burgerij zou resulteren in een opkomstverhoging van
ongeveer 30%. Als alle individuen meer kennis zouden krijgen van hun huidige
niveau, zou 0,25 standaarddeviatie overeenkomen met een opkomststijging van
ongeveer 303,5 procentpunt. Zelfs realistische veranderingen in kennis kunnen de
opkomst merkbaar beïnvloeden.