Samenvatting
, 1. Wetenschappelijk onderzoek op basis van de impirische
cyclus
1.1 De empirische cyclus: grondschema
- Statistiek is belangrijk voor wetenschappelijk onderzoek
- Om dat te kunnen begrijpen over hoe wetenschappelijk onderzoek werkt?
- Empirische cyclus = manier/leidraad die je kan helpen om een solide manier
aankennisverwerving te gaan doen (bestaat uit 5 stappen, bouwt altijd voort op de
vorige stap)
Wij vertrekken vanuit de empirische cyclus:
1) Observatie: waarnemen/verzamelen van empirisch feitenmateriaal
2) Inductie: hypotheses formuleren op basis van de observatie (op basis van stap 1, wat
je waargenomen hebt, zal je een hypothese gaan formuleren)
3) Deductie: opstellen van voorspellingen op basis van de hypotheses (op basis van de
algemene theorie voorspellingen maken)
4) Toetsing: aftoetsen van de voorspelling op basis van nieuw empirisch feitenmateriaal
(nieuwe gegevens, zal de gegevens vergelijken met stap 3)
5) Evaluatie: resultaat van de toetsing kritisch beoordelen
dit doorloop je meerdere keren, het is een cyclus zo gradueel kennis gaan
verwerven
1.2 De empirische cyclus: een voorbeeld
1) Observatie: ik zie mijn fiets niet staan tegen de boom
2) Inductie: mijn fiets staat niet meer op haar plaats, ze is
waarschijnlijk gestolen (hypothese vooropstellen)
3) Deductie: als mijn fiets gestolen is, zal ze niet meer
aan het stationsplein staan (voorspelling opstellen op
basis van de hypothese)
4) Toetsing: na wat zoeken vind ik mijn fiets terug in een
fietsrek (de voorspelling op basis van de hypothese
gaan toetsen met het nieuw empirisch feitenmateriaal)
5) Evaluatie: mijn fiets is niet gestolen, maar iemand heeft ze verplaatst (voorspelling is
niet juist, dus de hypothese is ook niet juist)
je doorloopt in een fractie de empirische cyclus
Onderzoek naar de relatie tussen digitaal schermgebruik en mentaal welzijn bij jongeren:
1) Observatie: Schermgebruik: positieve of negatieve invloed?
- Observaties gaan maken, sommigen zeggen negatief en sommige positief
- Willen het verder onderzoeken
2) Inductie: Goudlokje-principe (hypothese)
- Goudlokje-principe = Een beetje is goed, te veel is niet goed
- Beperkt schermgebruik: OK
- Overmatig schermgebruik: niet OK
3) Deductie: Mentaal welzijn zal niet dalen bij een beperkt schermgebruik
Mentaal welzijn zal wel dalen bij een overmatig schermgebruik
- Eerst een stijging bij beperkt schermgebruik, maar als het teveel
is zal het mentaal welzijn gaan dalen
4) Toetsen
- Nieuwe gegevens gaan verzamelen, nieuw empirisch feitenmateriaal
- Gegevens van 120 115 Engelse scholieren Gemiddeld genomen in lijn met de
deductie
5) Evaluatie
- Goudlokje-principe kunnen we niet verwerpen (maar ook niet bewijzen)
- Moeilijk om in de wetenschap iets te bewijzen we hebben het niet kunnen
ontkrachten
- Wijziging in mentaal welzijn eerder beperkt
, - Geen causaal besluit
- Vervolgonderzoek is nodig (de cyclus dus)
De 5 stappen van empirische cyclus sluiten af met open vragen, zodat de cylus
opnieuw kan doorlopen worden zo krijgen ze een verfijnder beeld
1.3 Statistiek binnen de empirische cyclus
Statistiek is de wetenschap van het leren uit data en van het meten, controleren en
communiceren van onzekerheid
- Wetenschappelijke disclipine
- Als we binnen de empirische cyclus nieuw feitenmateriaal gaan verzamelen, gaan we
nooit iets met 100% zekerheid kunnen bewijzen
- We kunnen wel zo zeker mogelijk zijn bij die 100%
- Betrouwbaarheidsinterval
- Statistiek laat toe de onzerheid de meten, controleren en communiceren
- Komt aan bod in Toetsen maar ook bij Inductie, Deductie en Evaluatie statistiek zit
verweven tussen de stappen van de empirische cyclus
Voorbeeld: mentaal welzijn van scholieren die:
- Geen smartphone gebruiken (180 scholieren)
- Dagelijks ongeveer 5 uur op de smartphone zitten (634 scholieren)
- Voor wie het mentaal welzijn het hoogst? getallen verschillen van elkaar
- Inzicht krijgen door:
o Gemiddelde kan zo gemakkelijk cijfers gaan vergelijken
o Standaardafwijking maat voor variabliliteit, wijzigt
Twee groepen gaan vergelijken
Getallen = mentaal welzijn = gemeten via
vragenlijsten
Hoe hoger de score, hoe meer tekenen van
een hoog mentaal welzijn
Scores zijn ongeveer hetzelfde
Statistische geletterdheid is het vermogen om te redeneren door middel van statistiek en
data
Belangrijk voor:
1) De gedragswetenschapper
2) Maar ook daarbuiten: sleutelvaardigheid in een wereld waar kennis wordt aangedreven
door data
- Enorme toename in het verzamelen, communiceren van data als je daar je
weg in wil vinden moet je weten hoe dat statistiek in elkaar zit
Valstrik vorig voorbeeld:
- Stel dat je enkel op basis van die twee getallen niet bewijzen dat mentaal welzijn zal
stijgen, veel meer factoren
- De 0 uur vooral jongens
- De 5 uur vooral meisjes
- Meisjes rapporteren doorgaans een lager mentaal welzijn
- Er speelt een derde variabele
- Heel makkelijk om in de val te trappen van causaliteit
Statistische kennis is relevant voor:
1) Het formuleren van de onderzoeksvraag die kan beantwoord worden door middel van
data (is al belangrijk vanaf het hele begin)
2) Het ontwerpen van de studie en het verzamelen van de data
3) Het verkennen van de verzamelde data via beschrijvende analyses
4) Het formuleren van conclusies die verder reiken dan de geobserveerde data via
inductieve analyses (kan ook iets zeggen over zaken die je niet hebt geobserveerd)
, Deel 1: Een beschrijvende analyse
2. Een onderzoek naar smartphonegebruik en mentaal welzijn
2.1 Inleiding: waarom dit onderzoek?
- Introductie: waarom dit onderzoek?
- Methode: hoe werd de studie uitgevoerd?
- Resultaten: statistische analyses - Leerpad 2
- Discussie: conclusies en open vragen - Leerpad 2
Waarom dit onderzoek:
- Adolescenten spenderen steeds meer tijd online Gebruik beperken?
- Wat is de wetenschappelijke evidentie voor de vervangingshypothese (displacement
hypothesis)?
- Er lijkt ook evidentie te zijn van een Goudlokje-principe
- We zetten een onderzoek op om hier meer inzicht in te krijgen
Vervangingshypothese Goudlokje-principe
- Welke elementen van de empirische grondcyclus kun je terugvinden in de inleiding =
Observatie en inductie
- Wat is de onderzoeksvraag = Wat is de relatie tussen mentaal welzijn en
smartphonegebruik?
2.2 Methode: hoe werd de studie
uitgevoerd?
1) Over wie hebben we gegevens verzameld?
2) Hoe werden die gegevens verkregen?
3) Wat werd er gemeten?
Wie:
- De doelgroep van interesse = de populatie = hele grote
verzameling mensen
- Hier: scholieren in Engeland die 15 jaar werden in 2013-2014
- Scholieren = observationele eenheden = voor bepaalde
personen iets gaan observeren/waarnemen
- Probleem: 650 000 scholieren
- Oplossing = steekproef = deelverzameling van de populatie
- Hoe bekomen we de steekproef = via een steekproefkader =
bevat informatie over populatie, essentieel voor goede steekproef
- In het ideale geval is je steekproef representatief = goede afspiegeling van populatie