Bronfenbrenner ecologisch model
Microsysteem: staat het dichtst bij het kind. Het kind
heeft hier elke dag mee te maken. Gezin, school,
kinderopvang
Mesosysteem: omgeving iets verder van het kind. Gehele familie, de wijk, het dorp, de
geloofsgemeenschap en de
vriendenkring. Ook contacten
tussen personen uit het
microsysteem zoals ouder met
leerkracht.
Exosysteem: indirect invloed
op het kind. Media,
gezondheidszorg en de
werksituatie van ouders.
Macrosysteem: staat het verst
van het kind. Culturele, politieke
en economische invloeden op de
ontwikkeling van het kind. Bv. Wet- en
regelgeving van een land.
Chronosysteem: de invloed van de tijd waarin het
kind opgroeit en de levensfase waarin het kind zit.
Leef- en belevingswereld van kinderen:
Leefwereld en belevingswereld zijn 2 verschillende begrippen: Leefwereld is de etnische, sociale en
culturele achtergrond van kinderen. Belevingswereld is de manier waarop een kind de wereld beleeft
en is afhankelijk van zijn ontwikkelingsleeftijd, persoon en leefwereld.
Fasen in groepsvorming Tuckman
,Balansmodel van Bakker
Stadia cognitieve ontwikkeling Piaget
, Sensomotorische fase, 0-24 maanden
Ontwikkeling van de zintuigen, tasten, voelen, proeven.
Ontwikkelen van de motoriek
Ontwikkelen van het geheugen
Objectpermanentie is in eerste instantie nog niet ontwikkeld. Voor het kind bestaan objecten
niet die zich niet in zijn gezichtsveld bevinden. Aan het einde van deze periode zijn de
kinderen wel instaat tot objectpermanentie, mentaal representeren of symbolisch denken.
Pre operationele fase, 2-7 jaar
Ontwikkeling van het taalgebruik
Ontwikkeling van de motoriek, vooral de fijne motoriek wordt steeds verder ontwikkeld.
Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een eigen persoon is, een eigen
ik heeft
Animisme. Levenloze dingen worden als kind als levend gezien.
Het denken is in het begin van deze periode nog gekenmerkt door egocentrisme en centratie,
het zich slechts op een ding tegelijk kunnen richten.
Concreet operationele fase, 7-12 jaar
Ontwikkeling van reversibiliteit. Het begrip dat je een proces in gedachten kunt omdraaien.
Ontwikkeling van decentratie. Het feit dat je, je op meerdere aspecten tegelijk kunt richten.
Ontwikkeling van de logica. De relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid.
Formeel operationele fase, vanaf 12 jaar
Het denken kom los van het concrete.
Leren logisch te denken, het leren verbanden te maken en hieruit conclusies te trekken
Assimilatie en accommodatie:
Assimilatie en accommodatie zijn twee fundamentele processen in de cognitieve
ontwikkelingstheorie van Jean Piaget.
Assimilatie is het proces waarbij nieuwe informatie wordt geïntegreerd in bestaande cognitieve
schema’s. Als we bijvoorbeeld een nieuwe ervaring hebben die past binnen ons huidige begrip van de
wereld, dan nemen we deze informatie op en passen we het toe op onze bestaande ideeën. Dit
betekent dat we de nieuwe informatie “assimileren” in ons bestaande begrip van de wereld.
Accommodatie daarentegen is het proces waarbij we onze bestaande cognitieve schema’s aanpassen
of veranderen om nieuwe informatie op te nemen. Dit betekent dat als we een nieuwe ervaring
hebben die niet past binnen ons huidige begrip van de wereld, we ons bestaande schema aanpassen
om de nieuwe informatie op te nemen. Dit proces van aanpassing van onze schema’s wordt
“accommodatie” genoemd.
Kortom, assimilatie en accommodatie zijn twee aanvullende processen die kinderen gebruiken om
hun begrip van de wereld te ontwikkelen. Assimilatie is het proces waarbij nieuwe informatie wordt
geïntegreerd in bestaande schema’s, terwijl accommodatie het proces is waarbij bestaande schema’s
worden aangepast of veranderd om nieuwe informatie op te nemen. Samen helpen deze processen
kinderen om nieuwe informatie te integreren in hun bestaande kennis en begrip van de wereld.
Emotionele ontwikkeling: fasen Goleman