Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Complete samenvatting Cell biology 1 op basis van alle theorielessen gebaseerd op het boek Molecular Biology of the Cell (H3, 11, 12, 13, 15, 16, 17 en 20)

Rating
4.4
(5)
Sold
50
Pages
34
Uploaded on
29-01-2021
Written in
2020/2021

Complete samenvatting van het vak cell biology 1. Samenvatting is gebaseerd op alle gegeven theorielessen en het boek, 6de editie (H3, 11, 12, 13, 15, 16, 17 en 20). Veel plaatjes om de tekst te verduidelijken. Daarnaast nog een stukje over eukaryote celkweek (was in mijn jaar geen onderdeel van het tentamen). Ik heb zelf met het leren van deze samenvatting een 8,8 gehaald op het tentamen

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Cell biology 1

Chapter 3: Proteins and posttranslational modifications
→ niet alle eiwitten staan continu aan, hiervoor zijn er verschillende mechanismen

Hoe is een eiwit opgebouwd?
→ de bouwsteen van eiwitten zijn aminozuren (20 verschillende)
- NH​2​ - C (+ restgroep) - COOH
- Aminozuren krijgen bepaalde eigenschappen door de zijgroep aan het C
atoom
- Aminozuren zijn met elkaar verbonden door een peptidebinding
- Bij het vormen van zo’n peptidebinding komt een H​2​O molecuul vrij (H van de
aminogroep en OH van een carboxylgroep
- Aminozuurketens = primaire structuur van eiwitten

Eiwitvouwing
→ vouwing door drie verschillende niet covalente bindingen
1. Elektrostatische interactie tussen ketens met een
tegenovergestelde lading
2. Van der Waals interacties tussen apolaire of
ongeladen aminozuren
3. Waterstofbruggen tussen polaire zijketen
→ op zichzelf alle drie zwakke bindingen maar vele
bindingen samen vormen een sterke vouwing
- Apolaire zijketens vouwen zich hierbij naar
binnen en polaire zijketens vouwen naar buiten
- Chaperones versnellen de (correcte) vouwing van een eiwit
- Detergenten zorgen juist voor het verbreken van deze non covalente
verbindingen
- Door het verwijderen van het detergent zal het eiwit naar verloop van
tijd opnieuw vouwen

Er zijn twee vouwpatronen van de backbone = secundaire structuur van eiwitten
1. Alfa helix → circulaire structuur waarbij ​de carboxylgroep een waterstofbrug vormt
met een aminogroep van 4 aminozuren verder in de keten
2. Beta sheet ​→ waterstofbruggen worden gevormd tussen de
carboxylgroep en aminogroep (loodrecht)
a. Parallel (→ →) of antiparallel (→ ←)

Tertiaire structuur = de manier waarop alle atomen in het eiwit in de ruimtelijke structuur zijn
geordend, deze bevat cofactoren
Quaternaire structuur = de ruimtelijke structuur van alle subunits/domeinen* van het
biologische, actieve eiwit (meerdere polypeptideketens bij elkaar)

*Domeinen → kunnen gelijk zijn tussen verschillende organismen
- Overeenkomst tussen eiwitten komt door overeenkomst in domeinen
- Domeinen hoeven hiervoor niet gelijke aminozuren te bevatten maar aminozuren met
eenzelfde eigenschap in de zijgroep (bijvoorbeeld beide positief geladen)


1

, - Door domeinen aan verschillende kanten van een eiwit te zetten kan het
verschillende functies hebben → domein shuffling

Type eiwitten
→ er zijn twee type eiwitten:
1. Fibrous (collageen) → strakke structuur door de triple helix van collageen
2. Disordered → minder vaste/rekbare structuur door elastine
a. Binding van een substraat (waarbij het eiwit dus kan vervormen)
i. De interacties tussen eiwit en substraat/ligand zijn non covalent zodat
het ligand los kan laten zonder dat hier energie voor nodig is
b. Signalering waarbij er bepaalde groepen aan het eiwit worden geplakt →
zorgt voor vervorming van het eiwit
c. Tethering → zorgt voor het het transport van een eiwit naar een specifieke
plek/organel
d. Diffusion barriers → openingen waardoor bepaalde stoffen zich makkelijk
tussen het cytoplasma en kern kunnen verplaatsen

Positieve en negatieve regulatie van eiwitten
- Positieve regulatie → door binding van een molecuul verandert de conformatie tot
een actieve vorm
- Negatieve regulatie → door binding van een molecuul verandert de conformatie tot
een inactieve vorm (vaak aan het einde van een cascade voor negatieve feedback)




vs




Signaaltransductie routes
→ een signaal vanuit binnen of buiten cel zorgt hierbij voor 3 effecten:
1. Proliferatie (deling)
2. Differentiatie
3. Gereguleerde celdood
→ hierbij speelt genregulatie een belangrijke rol. ‘→‘ stata voor activatie en ‘--|’ staat
voor remming

Posttranslationele modificaties
→ hierbij kan de activiteit van eiwitten gereguleerd worden of
kan een eiwit getarget worden (zodat hij naar een bepaalde
plek word getransporteerd)
1. Kinases → zorgen voor fosforylatie
a. Hierbij wordt een fosfaatgroep van ATP af gehaald
b. Fosforylatie van eiwitten juist aan of uit zetten, afhankelijk van het eiwit
c. De fosfaatgroep kan binden aan de OH groep in de restgroep van de
aminozuren serine, threonine en tyrosine
2. Phosphatases → zorgen voor het verwijderen van fosfaatgroep


2

,3. ATP binding → binding van een heel ATP molecuul
a. Voorbeeld: motoreiwit
i. Binding van een ATP molecuul zorgt ervoor dat het ‘voetje’ van het
motoreiwit wordt neergezet
ii. Hydrolyse van dit ATP molecuul zorgt voor het aansluiten van het
achterste voetje
iii. Verwijderen van ADP + P zorgt ervoor het dat voorste voetje weer
opgetild wordt
b. Voorbeeld: ABC transporter
i. Moleculen kunnen binden aan de ABC transporter
ii. Door binding van ATP ondergaat de transporter en
conformatieverandering waardoor het molecuul wordt losgelaten
iii. Hydrolyse van ATP zorgt weer voor de oude conformatie

4. Protein ligases → toevoegen van een klein eiwit aan een aminogroep van lysine
a. Voorbeeld: Ubiquitine → eiwit met op plek 48 of 63 een lysine aminozuur
i. Ubiquitine lys 48 herkent en bindt een eiwit met uitstekend lysine
1. Op lysine 48 kan nog een ubiquitine binden en zo vormt zich
een polyubiquitine
2. Proteasoom herkent dit complex en breekt het eiwit af
ii. Ubiquitine lys 63 herkent en bindt een eiwit met uitstekend lysine
1. Op lysine 63 kan nog een ubiquitine binden en zo vormt zich
een polyubiquitine
2. Het complex wordt herkent en naar de kern getransporteerd
voor DNA reparatie
→ het binden van ubiquitine kost energie, hierbij zijn enzymen betrokken:
- E1 activeert ubiquitine met behulp van ATP en bindt ubiquitine aan
een ubiquitine conjugerend enzym E2
- E3 herkent een degradatie signaal en
bindt dit eiwit
- E2 bindt het E3 eiwit gebonden aan het
eiwit
- E2 zorgt voor het ontstaan van een
isopeptide binding tussen lysine van het
eiwit en ubiquitine

5. GTPases → binding van GTP zorgt altijd voor een actieve conformatie
a. Binding van GTP aan een eiwit zorgt voor een actieve conformatie
b. GAP kan GTP hydrolyseren waarbij GDP ontstaat
i. Binding van GDP geeft een inactieve conformatie
c. GEF kan vervolgens GDP loskoppelen waarbij opnieuw GTP kan binden
i. Voorbeeld: RAS pathway (darmkanker)
1. RAS is een GTP bindend eiwit en is na binding van GTP actief
2. RAS + GTP zorgt voor activatie van de MAPK pathway →
activeren van celdeling
→ door mutaties bij kanker is alleen het RAS + GTP aanwezig
en zal de RAS-GDP conformatie nauwelijks voorkomen


3

, Chapter 11: Gates, channels and the nervous system

Membraantransport
→ membranen zijn selectief permeabel = sommige stoffen wel door de membraan worden
doorgelaten en andere stoffen weer niet
- Dubbele lipide laag met polaire delen naar buiten en apolaire (hydrofobe) delen naar
binnen
- Hierdoor kunnen hydrofobe stoffen makkelijk passeren
- Ongeladen polaire deeltjes kunnen soms passeren, soms niet
- Ionen worden door hun lading afgestoten en kunne niet passeren
- Ion compositie buiten en binnen de cel is erg verschillend
- Binnen in de cel is weinig natrium en veel kalium → negatief geladen
- Buiten de cel is veel natrium weinig kalium → positief geladen

Transporters en kanalen verhogen de snelheid van transmembraan diffusie van opgeloste
stoffen die niet vrij over het membraan kunnen bewegen
- Transporters zijn passief of actief
- Passief → zonder ATP
- Werkt met de concentratie- of elektrochemische gradiënt mee
- Ondergaan random conformatieveranderingen waardoor stoffen over
het membraan getransporteerd kunnen worden
- Actief → met ATP (of andere energiebron zoals fosforylering of licht)
- Werkt tegen de concentratiegradiënt in
- Coupled transport → een stof wordt gebruikt om een andere stof
tegen de gradiënt in te krijgen
- Symport → beide stoffen bewegen dezelfde kant op
- Antiport → beide stoffen bewegen tegenovergestelde kant op




→ er zijn verschillende type ATP pompen
- P-type pump → fosforylering (P afkomstig van ATP) zorgt voor een
conformatieverandering
- ATPase (linksonder) → ATP binding zorgt voor een
conformatieverandering waarbij stoffen kunnen binden.
Autofosforylatie van het enzym waarbij ADP los laat en ATP
bindt (gevolgd door conformatieverandering). De gebonden
stoffen worden losgelaten en de fosfaatgroep laat los → cyclus
begint opnieuw
- Natrium/Kalium pomp (rechtsonder)




4

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H3, 11, 12, 13, 15, 16, 17, 20
Uploaded on
January 29, 2021
Number of pages
34
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$7.62
Get access to the full document:
Purchased by 50 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 5 reviews
1 year ago

2 year ago

2 year ago

4 year ago

4 year ago

Clear and informative

4.4

5 reviews

5
2
4
3
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sannewitziers Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
505
Member since
8 year
Number of followers
152
Documents
28
Last sold
1 month ago

Eerste studie: Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (BML) aan de Hanze in Groningen. Cum laude afgestudeerd met een gemiddelde van een 8.5. Pre-master Biomedical sciences (tweedejaars Biology) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Cum laude afgerond.

4.4

88 reviews

5
48
4
32
3
6
2
0
1
2

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions