H2. Een sociaal – psychologisch kader
1. Mensen worden beïnvloed door de loutere aanwezigheid van
anderen
- Sociale faciliteit
Wanneer mensen in de aanwezigheid van anderen beter presteren
- Sociale inhibitie
Wanneer mensen eerder geremd worden in de aanwezigheid van
anderen
- Evaluatievrees
De vrees dat anderen ons kunnen beoordelen, waardoor onze
prestaties beter/slechter worden in aanwezigheid van anderen
- Arousal
Opwinding
2. Mensen worden beïnvloed door een groep anderen
- Conformiteit
Ons gedrag, onze gevoelens, onze gedachten en onze interacties
aanpassen aan die van de andere groepsleden
2.1. Het basisexperiment van Asch
Mensen kregen een kaart te zien met 1 standaard lijn en 3
vergelijkingslijnen, 1 van de 3 lijnen was even lang.
De proefpersonen moesten zeggen welke van deze lijnen er even lang
was.
In de controleconditie moesten de proefpersonen dit 12X doen zonder
dat er andere personen bij waren.
Dan liet Asch deze opdracht opnieuw uitvoeren maar nu in het bijzijn van
psuedoproefpersonen.
Daarna ging Asch na hoe de proefpersonen zich lieten beïnvloeden door
het unanieme oordeel van de psuedoproefpersonen.
,2.2. Factoren die de invloed van een groep bepalen
2.2.1. Grootte van de groep
Vanaf een groep van 3 personen zie je al beïnvloeding
2.2.2. Unanimiteit binnen de groep
Wanneer de proefpersoon niet alleen stond tegenover een unanieme
meerderheid omdat een van de pseudoproefpersonen, met name die op
de vierde stoel, consequent het juiste antwoord gaf, dan is de macht van
een groep gebroken.
2.2.3. Aard van de groep
Wanneer de proefpersoon zich sterk verbonden voelt met het groepsdoel,
is de macht van de groep veel groter.
Ook in situaties waarin de groepsleden zich erg met elkaar verbonden
voelen en de cohesie erg groot is, neemt de groepsdruk toe.
Tegenstrijdig genoeg lijkt het er ook op dat mensen zich nog meer
conformeren aan een groep waarin ze niemand kennen.
Ten slotte zullen proefpersonen in een groep met een hogere status zich
meer laten beïnvloeden door het verkeerde oordeel van de
pseudoproefpersonen dan wanneer die pseudoproefpersonen een laag
aanzien hebben.
2.2.4. Zichtbaarheid van de afwijking
Als de proefpersonen niet luidop moesten zeggen welk lijnstuk een gelijke
lengte had, maar in plaats daarvan hun antwoord op een papiertje
mochten neerschrijven, lieten ze zich ook in veel minder situaties
beïnvloeden.
,2.2.5. Moeilijkheid van de taak
Wanneer de vergelijking tussen de lijnen moeilijker was omdat de lijnen
een meer vergelijkbare lengte hadden, waren de proefpersoon ook meer
geneigd om zich te laten leiden door het verkeerde oordeel van de
pseudoproefpersonen.
2.2.6. Samenvattend
3. Mensen worden beïnvloed door leidersfiguren
/
3.1. Basisexperiment van Milgram
ASCH MILGRAM
De groep oefent niet echt De leidersfiguur doelbewust enige
doelbewust enige druk uit druk uitoefent
Er was enkel sprake van een De leidersfiguur dringt er op aan
“impliciete” druk dat de proefpersoon doet wat werd
afgesproken
De groepsleden verschilden niet in De leidersfiguur een (hoge) positie
positie en status van de en status heeft
proefpersoon De leidersfiguur ziet er uiterlijk uit
Het waren medestudenten als een prof, een man met een
witte stofjas..
, MILGRAM stelt zijn experiment voor als een experiment dat onderzoek wil
doen naar het effect van straffen op het leren
- Geeft de leerling de goede combinatie dan is er niets aan de hand.
- Geeft de leerling echter een fout antwoord dan krijgt hij een
stroomstoot. Het voltage hiervan wordt bij elk fout antwoord
verhoogd met 15 Volt
- 2 % van de proefpersonen gaven shocks tot de maximale shock van
450 Volt
In de experimentele conditie krijgt de leerling natuurlijk niet echt de
schokken. Hij zet, zodra de leerling en leraar gescheiden worden een
bandrecorder aan. Vanaf de 135 Volt hoort de leraar de
leerling/pseudoproefpersoon schreeuwen van de pijn en smeken om te
stoppen. Vanaf 300 Volt bonst de leerling/pseudoproefpersoon ook op
de muur. Vanaf 330 Volt krijgt de leraar geen reacties meer van de
leerling/pseudoproefpersoon
De meeste deelnemers wilden stoppen bij 135 Volt, op het moment dat
de pseudoproefpersoon begint te roepen
65% van de deelnemers gaat door tot de maximum shock van 450 Volt
3.2. Factoren die de invloed van de leider bepalen
3.2.1. Plaats waar het experiment plaats vindt
Er bleek een groot verschil te zijn toen het experiment verplaatst werd
van Yale University naar een vervallen kantoorgebouw aan de rand van de
stad. De gehoorzaamheid aan de proefleider in dat vervallen gebouw aan
de rand van de stad was veel minder groot.
3.2.2. De proefleider van het experiment
Wanneer men de proefleider verving door een gewone burger, daalde de
conformiteit gevoelig
3.2.3. Het slachtoffer
Hoe persoonlijker het contact met het slachtoffer is, hoe moeilijker het
blijkt te zijn om door te gaan. Wanneer de ander een gezicht krijgt, wordt
die plots veel reëler.
1. Mensen worden beïnvloed door de loutere aanwezigheid van
anderen
- Sociale faciliteit
Wanneer mensen in de aanwezigheid van anderen beter presteren
- Sociale inhibitie
Wanneer mensen eerder geremd worden in de aanwezigheid van
anderen
- Evaluatievrees
De vrees dat anderen ons kunnen beoordelen, waardoor onze
prestaties beter/slechter worden in aanwezigheid van anderen
- Arousal
Opwinding
2. Mensen worden beïnvloed door een groep anderen
- Conformiteit
Ons gedrag, onze gevoelens, onze gedachten en onze interacties
aanpassen aan die van de andere groepsleden
2.1. Het basisexperiment van Asch
Mensen kregen een kaart te zien met 1 standaard lijn en 3
vergelijkingslijnen, 1 van de 3 lijnen was even lang.
De proefpersonen moesten zeggen welke van deze lijnen er even lang
was.
In de controleconditie moesten de proefpersonen dit 12X doen zonder
dat er andere personen bij waren.
Dan liet Asch deze opdracht opnieuw uitvoeren maar nu in het bijzijn van
psuedoproefpersonen.
Daarna ging Asch na hoe de proefpersonen zich lieten beïnvloeden door
het unanieme oordeel van de psuedoproefpersonen.
,2.2. Factoren die de invloed van een groep bepalen
2.2.1. Grootte van de groep
Vanaf een groep van 3 personen zie je al beïnvloeding
2.2.2. Unanimiteit binnen de groep
Wanneer de proefpersoon niet alleen stond tegenover een unanieme
meerderheid omdat een van de pseudoproefpersonen, met name die op
de vierde stoel, consequent het juiste antwoord gaf, dan is de macht van
een groep gebroken.
2.2.3. Aard van de groep
Wanneer de proefpersoon zich sterk verbonden voelt met het groepsdoel,
is de macht van de groep veel groter.
Ook in situaties waarin de groepsleden zich erg met elkaar verbonden
voelen en de cohesie erg groot is, neemt de groepsdruk toe.
Tegenstrijdig genoeg lijkt het er ook op dat mensen zich nog meer
conformeren aan een groep waarin ze niemand kennen.
Ten slotte zullen proefpersonen in een groep met een hogere status zich
meer laten beïnvloeden door het verkeerde oordeel van de
pseudoproefpersonen dan wanneer die pseudoproefpersonen een laag
aanzien hebben.
2.2.4. Zichtbaarheid van de afwijking
Als de proefpersonen niet luidop moesten zeggen welk lijnstuk een gelijke
lengte had, maar in plaats daarvan hun antwoord op een papiertje
mochten neerschrijven, lieten ze zich ook in veel minder situaties
beïnvloeden.
,2.2.5. Moeilijkheid van de taak
Wanneer de vergelijking tussen de lijnen moeilijker was omdat de lijnen
een meer vergelijkbare lengte hadden, waren de proefpersoon ook meer
geneigd om zich te laten leiden door het verkeerde oordeel van de
pseudoproefpersonen.
2.2.6. Samenvattend
3. Mensen worden beïnvloed door leidersfiguren
/
3.1. Basisexperiment van Milgram
ASCH MILGRAM
De groep oefent niet echt De leidersfiguur doelbewust enige
doelbewust enige druk uit druk uitoefent
Er was enkel sprake van een De leidersfiguur dringt er op aan
“impliciete” druk dat de proefpersoon doet wat werd
afgesproken
De groepsleden verschilden niet in De leidersfiguur een (hoge) positie
positie en status van de en status heeft
proefpersoon De leidersfiguur ziet er uiterlijk uit
Het waren medestudenten als een prof, een man met een
witte stofjas..
, MILGRAM stelt zijn experiment voor als een experiment dat onderzoek wil
doen naar het effect van straffen op het leren
- Geeft de leerling de goede combinatie dan is er niets aan de hand.
- Geeft de leerling echter een fout antwoord dan krijgt hij een
stroomstoot. Het voltage hiervan wordt bij elk fout antwoord
verhoogd met 15 Volt
- 2 % van de proefpersonen gaven shocks tot de maximale shock van
450 Volt
In de experimentele conditie krijgt de leerling natuurlijk niet echt de
schokken. Hij zet, zodra de leerling en leraar gescheiden worden een
bandrecorder aan. Vanaf de 135 Volt hoort de leraar de
leerling/pseudoproefpersoon schreeuwen van de pijn en smeken om te
stoppen. Vanaf 300 Volt bonst de leerling/pseudoproefpersoon ook op
de muur. Vanaf 330 Volt krijgt de leraar geen reacties meer van de
leerling/pseudoproefpersoon
De meeste deelnemers wilden stoppen bij 135 Volt, op het moment dat
de pseudoproefpersoon begint te roepen
65% van de deelnemers gaat door tot de maximum shock van 450 Volt
3.2. Factoren die de invloed van de leider bepalen
3.2.1. Plaats waar het experiment plaats vindt
Er bleek een groot verschil te zijn toen het experiment verplaatst werd
van Yale University naar een vervallen kantoorgebouw aan de rand van de
stad. De gehoorzaamheid aan de proefleider in dat vervallen gebouw aan
de rand van de stad was veel minder groot.
3.2.2. De proefleider van het experiment
Wanneer men de proefleider verving door een gewone burger, daalde de
conformiteit gevoelig
3.2.3. Het slachtoffer
Hoe persoonlijker het contact met het slachtoffer is, hoe moeilijker het
blijkt te zijn om door te gaan. Wanneer de ander een gezicht krijgt, wordt
die plots veel reëler.