Les 2A
Richtlijnen gezonde voeding:
1. Meer plantaardig, minder dierlijk.
2. Eet dagelijks minimaal 200g groente en 200g fruit.
3. Eet dagelijks minimaal 90g bruin brood, volkorenbrood of
andere volkorenproducten.
4. Eet wekelijks peulvruchten
Zie de schijf van vijf
Meest voorkomende soa’s:
5. Chlamydia → onbeschermd seksueel contact of tijdens
bevalling (moeder op kind) → bacterie → geeft in
meerderheid geen klachten → behandeling = antibiotica.
6. Genitale wratten → onbeschermd seksueel contact → hpv
virus → wratten rond geslachtsdeel → geen behandeling
maar lichaam moet het zelf opruimen.
7. Herpes genitalis → direct contact met een geïnfecteerde
of slijmvliezen → virus → koortslip, pijnlijke blaasjes →
geen genezing maar kunnen overdracht van virus wel
beperken.
8. Gonorroe → seksueel contact → bacterie → branderig
gevoel, pijnlijke zaadballen → behandeling is
antibiotica.
9. Aids/hiv → seksueel contact → virus → koorts, vergrote
lymfeklieren → geen behandeling.
Bron: site van rivm en boek pathologie
Verpleegkundig proces op volgorde:
Anamnese - Diagnose - Resultaten - Interventies - Evaluatie
Les 2C
Zie het samenwerkingsdocument met alle trimesters van de
zwangerschap en aanvullingen van die les.
,Les 3A
Casus De kinderen van mevrouw Bierings
Het is dinsdagmorgen en ik ga samen met wijkverpleegkundige
Bram naar mevrouw Bierings.
Er heerst een drukte van jewelste. Zowel Christopher (2,5
jaar) als Floor (6 jaar) zijn thuis: het is net lunchtijd.
Floor is druk aan het praten over school en ook Christopher
probeert steeds aandacht te vragen van zijn moeder. Het valt
me op hoe verschillend de twee kinderen zijn.
Floor is al een echt dametje: ze smeert zelf haar brood met
een mes en probeert haar moeder te helpen. Christopher moet
nog met alles geholpen worden en is nog niet zindelijk. Hij
beweegt ook nog niet zo soepel en handig als Floor.
Dit vind ik logisch, omdat Christopher 3 jaar jonger is dan
Floor. Ik verbaas me over de snelheid van de ontwikkeling bij
kinderen. Daar weet ik nog erg weinig van, merk ik. Wat is
eigenlijk een normale ontwikkeling voor een kind van die
leeftijd en wat verandert er allemaal in de eerste zes
levensjaren?
Gelukkig heb ik even tijd en kan ik de ruimte nemen om met
mevrouw Bierings te praten over haar opgroeiende kinderen.
Mevrouw Bierings vertelt enthousiast over Floor en
Christopher. Ze vertelt dat ze het bij Floor nog wel erg
spannend vond allemaal. Ze heeft in die tijd veel naar
adviezen gezocht in boeken en op internet om Floors
lichamelijke ontwikkeling zo gezond mogelijk te laten verlopen
tijdens het opgroeien. Daarbij noemde ze onder andere het
geven van borstvoeding, het belang van een vast slaappatroon,
en het terughoudend zijn in het geven van suiker. Op het
consultatiebureau waren ze gelukkig altijd heel positief over
de ontwikkelingen op lichamelijk, motorisch en cognitief
gebied van Floor.
Bij Christopher lijkt de algehele ontwikkeling wat trager te
verlopen en daar maakt mevrouw zich echt zorgen over. Er is
een groot verschil met Floor in diezelfde leeftijdsfase.
Christopher praat nog niet zo goed als Floor op die leeftijd
deed en beweegt zich ook ‘houterig’, zo vertelt mevrouw.
Daarnaast ervaart zij met Christopher ook meer strijd over het
eten en op tijd slapen gaan. Terwijl Floor heel meegaand was,
toont Christopher echt een duidelijke eigen wil. “Wel leuk
hoor zo`n pittig manneke, maar ook een hele uitdaging”, zo
zegt mevrouw Bierings.
,Bijzonder vind ik het, hoe twee kinderen van dezelfde ouders,
zo erg van karakter verschillen. Hoe zou dit komen? Is dit
aangeboren of zouden het geslacht van het kind of onbewust
anders toegepaste opvoedingsstrategieën hier ook een rol in
spelen?
Opdrachten bij deze casus:
1. Wat is het hoofdonderwerp van deze casus denk jij?
Ontwikkeling van het kind
2. Welke vragen roept de casus bij je op?
Loopt Floor heel erg voor qua ontwikkeling? Is er een
vaderfiguur die Christopher mist? Was er veel verschil in de
opvoeding?
3. De zorgverlener vraagt zich af hoe de ontwikkeling van
Christopher en Floor zou moeten verlopen.
Zoek per leeftijdscategorie globaal de lichamelijke-/
cognitieve en de psychosociale ontwikkeling van een kind van
nul tot en met vijf jaar uit en plaats dit in een schema.
Gebruik hiervoor het Van Wiechenschema en raadpleeg via
Springerlink het boek Kleine Ontwikkelingspsychologie 1, Het
Jonge Kind (Kohnstamm, 2011) en verdiep je in de
ontwikkelingsstadia van Erikson (Psychosociale ontwikkeling)
en Piaget (cognitieve ontwikkeling)
De fysieke groei speelt vooral in de eerste vier jaar een
enorme rol. De groei hangt sterk af van aanleg, maar ook de
omgeving heeft invloed. Kinderen ontwikkelen hun motoriek
vooral tijdens het spontane activiteiten, zoals het spelen.
0-2 jaar: kind handelt op basis van zintuiglijke indrukken.
2-7 jaar: kind is intensief bezig met taalverwerving.
Psychosociale ontwikkeling: ontwikkeling van kinderen in
relatie tot hun sociale omgeving, de omgang met anderen.
4. Mevrouw Bierings is zich kennelijk heel bewust geweest van
de invloed van voeding op de ontwikkeling. Zou dit echt zoveel
invloed hebben? Welke risico’s kunnen opspelen wanneer hier
geen rekening mee wordt gehouden? (raadpleeg eventueel opnieuw
Het Voedingscentrum)
Te weinig vitamine D kan rachitis (botaandoening)
veroorzaken.
Kind moet genoeg vet binnenkrijgen.
Kind moet genoeg ijzer binnenkrijgen door middel van
vlees.
, Bron:
https://www.voedingscentrum.nl/nl/zwanger-en-kind/dreumes-en-
peuter.aspx
5. Er wordt gesproken over het consultatiebureau. Welke
functie heeft een consultatiebureau JGZ, welke taken en voor
welke leeftijdsgroep liggen bij het consultatiebureau?
Een consultatiebureau houdt de gezondheid en ontwikkeling van
een kind van 0-4 jaar in de gaten. Het is geheel gratis. Het
consultatiebureau zorgt ook voor vaccinaties die het kind van
0-4 jaar nodig heeft.
Bron: https://babyopkomst.nl/het-consultatiebureau/
6. Wat is de hielprik en wat is het doel ervan?
Bij de hielprik wordt in de eerste week na de geboorte van de
baby wat bloed afgenomen uit de hiel van de baby. Dit wordt in
de hiel gedaan, omdat andere delen van het lichaam nog erg
kwetsbaar zijn voor de baby. In een laboratorium wordt het
bloed onderzocht op een aantal zeldzame ziektes, zoals
sikkelcelziekte, stofwisselingsziekten.
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zwangerschap-
en-geboorte/vraag-en-antwoord/wat-is-de-hielprik
7. Verdiep je in opvoedingstijlen of strategieën. Welke kun je
onderscheiden?
Autoritair
Deze opvoedstijl wordt gekenmerkt door veel controle en weinig
betrokkenheid. Er zijn veel regels, jij als ouder bent de
baas, je kind moet gehoorzamen en je kind krijgt straf als hij
niet gehoorzaamt. Orde, rust en regelmaat staan voorop.
Voordeel: Je kind heeft veel duidelijkheid. Hij weet waar hij
aan toe is.
Nadeel: Je kind ontwikkelt weinig zelfvertrouwen en
zelfstandigheid. Je kind kan bang worden om fouten te maken.
Autoratief of gezaghebbend
Deze opvoedstijl wordt gekenmerkt door veel controle en veel
betrokkenheid. Jij als ouder bent de baas, je toont veel
liefde, houdt rekening met de behoeften van je kind en er is
ruimte om te overleggen. Je wil al je regels en beslissingen
uitleggen en probeert je kind zoveel mogelijk te steunen en
Richtlijnen gezonde voeding:
1. Meer plantaardig, minder dierlijk.
2. Eet dagelijks minimaal 200g groente en 200g fruit.
3. Eet dagelijks minimaal 90g bruin brood, volkorenbrood of
andere volkorenproducten.
4. Eet wekelijks peulvruchten
Zie de schijf van vijf
Meest voorkomende soa’s:
5. Chlamydia → onbeschermd seksueel contact of tijdens
bevalling (moeder op kind) → bacterie → geeft in
meerderheid geen klachten → behandeling = antibiotica.
6. Genitale wratten → onbeschermd seksueel contact → hpv
virus → wratten rond geslachtsdeel → geen behandeling
maar lichaam moet het zelf opruimen.
7. Herpes genitalis → direct contact met een geïnfecteerde
of slijmvliezen → virus → koortslip, pijnlijke blaasjes →
geen genezing maar kunnen overdracht van virus wel
beperken.
8. Gonorroe → seksueel contact → bacterie → branderig
gevoel, pijnlijke zaadballen → behandeling is
antibiotica.
9. Aids/hiv → seksueel contact → virus → koorts, vergrote
lymfeklieren → geen behandeling.
Bron: site van rivm en boek pathologie
Verpleegkundig proces op volgorde:
Anamnese - Diagnose - Resultaten - Interventies - Evaluatie
Les 2C
Zie het samenwerkingsdocument met alle trimesters van de
zwangerschap en aanvullingen van die les.
,Les 3A
Casus De kinderen van mevrouw Bierings
Het is dinsdagmorgen en ik ga samen met wijkverpleegkundige
Bram naar mevrouw Bierings.
Er heerst een drukte van jewelste. Zowel Christopher (2,5
jaar) als Floor (6 jaar) zijn thuis: het is net lunchtijd.
Floor is druk aan het praten over school en ook Christopher
probeert steeds aandacht te vragen van zijn moeder. Het valt
me op hoe verschillend de twee kinderen zijn.
Floor is al een echt dametje: ze smeert zelf haar brood met
een mes en probeert haar moeder te helpen. Christopher moet
nog met alles geholpen worden en is nog niet zindelijk. Hij
beweegt ook nog niet zo soepel en handig als Floor.
Dit vind ik logisch, omdat Christopher 3 jaar jonger is dan
Floor. Ik verbaas me over de snelheid van de ontwikkeling bij
kinderen. Daar weet ik nog erg weinig van, merk ik. Wat is
eigenlijk een normale ontwikkeling voor een kind van die
leeftijd en wat verandert er allemaal in de eerste zes
levensjaren?
Gelukkig heb ik even tijd en kan ik de ruimte nemen om met
mevrouw Bierings te praten over haar opgroeiende kinderen.
Mevrouw Bierings vertelt enthousiast over Floor en
Christopher. Ze vertelt dat ze het bij Floor nog wel erg
spannend vond allemaal. Ze heeft in die tijd veel naar
adviezen gezocht in boeken en op internet om Floors
lichamelijke ontwikkeling zo gezond mogelijk te laten verlopen
tijdens het opgroeien. Daarbij noemde ze onder andere het
geven van borstvoeding, het belang van een vast slaappatroon,
en het terughoudend zijn in het geven van suiker. Op het
consultatiebureau waren ze gelukkig altijd heel positief over
de ontwikkelingen op lichamelijk, motorisch en cognitief
gebied van Floor.
Bij Christopher lijkt de algehele ontwikkeling wat trager te
verlopen en daar maakt mevrouw zich echt zorgen over. Er is
een groot verschil met Floor in diezelfde leeftijdsfase.
Christopher praat nog niet zo goed als Floor op die leeftijd
deed en beweegt zich ook ‘houterig’, zo vertelt mevrouw.
Daarnaast ervaart zij met Christopher ook meer strijd over het
eten en op tijd slapen gaan. Terwijl Floor heel meegaand was,
toont Christopher echt een duidelijke eigen wil. “Wel leuk
hoor zo`n pittig manneke, maar ook een hele uitdaging”, zo
zegt mevrouw Bierings.
,Bijzonder vind ik het, hoe twee kinderen van dezelfde ouders,
zo erg van karakter verschillen. Hoe zou dit komen? Is dit
aangeboren of zouden het geslacht van het kind of onbewust
anders toegepaste opvoedingsstrategieën hier ook een rol in
spelen?
Opdrachten bij deze casus:
1. Wat is het hoofdonderwerp van deze casus denk jij?
Ontwikkeling van het kind
2. Welke vragen roept de casus bij je op?
Loopt Floor heel erg voor qua ontwikkeling? Is er een
vaderfiguur die Christopher mist? Was er veel verschil in de
opvoeding?
3. De zorgverlener vraagt zich af hoe de ontwikkeling van
Christopher en Floor zou moeten verlopen.
Zoek per leeftijdscategorie globaal de lichamelijke-/
cognitieve en de psychosociale ontwikkeling van een kind van
nul tot en met vijf jaar uit en plaats dit in een schema.
Gebruik hiervoor het Van Wiechenschema en raadpleeg via
Springerlink het boek Kleine Ontwikkelingspsychologie 1, Het
Jonge Kind (Kohnstamm, 2011) en verdiep je in de
ontwikkelingsstadia van Erikson (Psychosociale ontwikkeling)
en Piaget (cognitieve ontwikkeling)
De fysieke groei speelt vooral in de eerste vier jaar een
enorme rol. De groei hangt sterk af van aanleg, maar ook de
omgeving heeft invloed. Kinderen ontwikkelen hun motoriek
vooral tijdens het spontane activiteiten, zoals het spelen.
0-2 jaar: kind handelt op basis van zintuiglijke indrukken.
2-7 jaar: kind is intensief bezig met taalverwerving.
Psychosociale ontwikkeling: ontwikkeling van kinderen in
relatie tot hun sociale omgeving, de omgang met anderen.
4. Mevrouw Bierings is zich kennelijk heel bewust geweest van
de invloed van voeding op de ontwikkeling. Zou dit echt zoveel
invloed hebben? Welke risico’s kunnen opspelen wanneer hier
geen rekening mee wordt gehouden? (raadpleeg eventueel opnieuw
Het Voedingscentrum)
Te weinig vitamine D kan rachitis (botaandoening)
veroorzaken.
Kind moet genoeg vet binnenkrijgen.
Kind moet genoeg ijzer binnenkrijgen door middel van
vlees.
, Bron:
https://www.voedingscentrum.nl/nl/zwanger-en-kind/dreumes-en-
peuter.aspx
5. Er wordt gesproken over het consultatiebureau. Welke
functie heeft een consultatiebureau JGZ, welke taken en voor
welke leeftijdsgroep liggen bij het consultatiebureau?
Een consultatiebureau houdt de gezondheid en ontwikkeling van
een kind van 0-4 jaar in de gaten. Het is geheel gratis. Het
consultatiebureau zorgt ook voor vaccinaties die het kind van
0-4 jaar nodig heeft.
Bron: https://babyopkomst.nl/het-consultatiebureau/
6. Wat is de hielprik en wat is het doel ervan?
Bij de hielprik wordt in de eerste week na de geboorte van de
baby wat bloed afgenomen uit de hiel van de baby. Dit wordt in
de hiel gedaan, omdat andere delen van het lichaam nog erg
kwetsbaar zijn voor de baby. In een laboratorium wordt het
bloed onderzocht op een aantal zeldzame ziektes, zoals
sikkelcelziekte, stofwisselingsziekten.
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zwangerschap-
en-geboorte/vraag-en-antwoord/wat-is-de-hielprik
7. Verdiep je in opvoedingstijlen of strategieën. Welke kun je
onderscheiden?
Autoritair
Deze opvoedstijl wordt gekenmerkt door veel controle en weinig
betrokkenheid. Er zijn veel regels, jij als ouder bent de
baas, je kind moet gehoorzamen en je kind krijgt straf als hij
niet gehoorzaamt. Orde, rust en regelmaat staan voorop.
Voordeel: Je kind heeft veel duidelijkheid. Hij weet waar hij
aan toe is.
Nadeel: Je kind ontwikkelt weinig zelfvertrouwen en
zelfstandigheid. Je kind kan bang worden om fouten te maken.
Autoratief of gezaghebbend
Deze opvoedstijl wordt gekenmerkt door veel controle en veel
betrokkenheid. Jij als ouder bent de baas, je toont veel
liefde, houdt rekening met de behoeften van je kind en er is
ruimte om te overleggen. Je wil al je regels en beslissingen
uitleggen en probeert je kind zoveel mogelijk te steunen en