HANDBOEK PRAKTISCH VENNOOTSCHAPSRECHT – DOCENT MARTINE KNOPS [ACADEMIEJAAR
2025-2026]
Inleiding Bronnen en structuur
1. DE BRONNEN VAN HET VENNOOTSCHAPSRECHT
WETGEVING:
- Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV): Inwerkingtreding 1
mei 2019
o Stabiel, eenvoudig en mogelijk suppletief
o Verschillende wijzigingen doorgevoerd
o Vroeger: Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.)
o Veel vroeger: diverse wetboeken: BW en W.Kh.)
- Hervorming economische recht 1/11/2018:
o Afschaffing begrip ‘handelaar’ ondernemer, ondernemingen
RECHTSPRAAK: invloed
RECHTSLEER: kan gezaghebbend zijn
GEWOONTE:
- Gebaseerd op gevestigde gebruiken die als algemeen verbindende
rechtsregels worden aanvaard.
- Vb.: vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen ondernemers t.a.v. hun
SE’s.
2. DE STRUCTUUR VAN HET WVV
Verdwijnen winstoogmerk als onderscheidingscriterium tussen vennootschappen
en verenigingen mogelijk alles in één wetboek te steken
Eigenheid voor elke vennootschaps- en verenigingsvorm.
Deel 1 ‘Algemene bepalingen’:
o Boek 1: inleidende bepalingen, diverse definities
o Boek 2: bepalingen voor rechtspersonen (NIET de maatschap)
o Boek 3: jaarrekening en diverse personen
Deel 2 ‘De vennootschappen’:
o Boek 4: maatschap, vof en commv
o Boek 5, 6, 7: specifieke (kapitaal)vennootschappen: cv, coöperatie,
nv en bv
o Boek 8: regels voor erkenning
Deel 3 ‘De verenigingen en de vzw’:
o Boek 9, 10 en 11: regels inzake vzw, ivzw en stichtingen
1
, Deel 4 ‘Herstructureringen en omzetting’:
o Boek 12: regels herstructurering vennootschappen + bijzondere
regels inzake grensoverschrijdende splitsing en gelijkgestelde
verrichtingen (hier niet behandeld)
o Boek 13: inbreng om niet van een algemeenheid of een bedrijfstak
door vereniging of stichting
o Boek 14: regels omzetting vennootschappen
Deel 5 ‘Europese rechtsvormen’:
o Boek 15: Europese vennootschap
o Boek 16: Europese coöperatieve vennootschap
o Boek 17: Europese politieke partij en Europese politieke stichting
(hier niet behandeld)
o Boek 18: Europees economisch samenwerkingsverband
‘Diverse bepalingen’
o Wijzigingen WVV aan andere diverse wetboeken
3. DE OVERGANGSBEPALINGEN
WVV, ‘Opheffingsbepalingen, overgangsregeling, inwerkingtreding,
bevoegdheidstoewijzing’
Art. 34 t.e.m. 45 (Niet in VRG Codex)
Nieuwe vennootschappen: inwerkingtreding 1 mei 2019
o Ook bestaande vennootschappen omgezet naar andere
vennootschap
Bestaande vennootschappen: inwerkingtreding 1 januari 2020
o Opt-in = mogelijk om vroeger onder nieuwe wet te vallen (vanaf
publicatie wet via statutenwijziging met ingang van publicatie
wijziging)
o 1/1/2020 – 1/1/2024: bij eerste statutenwijziging volledig
conformeren aan WVV.
Uitzondering: statutenwijziging wegens toegestaan kapitaal of
uitoefening warrants of conversie van converteerbare
obligaties.
Heden: slechts 50% aangepast door actieve aanpassingen.
Wat nog in statuten staat dat niet verenigbaar is met
nieuwe WVV wordt voor niet-geschreven gehouden.
o Omzetting van rechtswege vanaf 1/1/2024
Commva nv met enige bestuurder
Landbouwvennootschap zonder stille vennoten vof
Landbouwvennootschap mét stille vennoten commv
Economisch samenwerkingsverband vof
Cvoa vof
Cvba zonder coöperatieve gedachte: bv
Beroepsvereniging: vzw
o Omzetting van rechtswege vanaf 1/1/2029: verenigingen
Dwingende bepalingen: vanaf 1/1/2020 (vb. alarmbelprocedure,
winstuitkering, …)
2
, Nieuwe regels geschillenregeling vanaf 1/05/2019
Nieuwe regels bestuursaansprakelijkheid voor feiten na
inwerkingtreding WVV
3
, DEEL I algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN
1. HET BEGRIP VENNOOTSCHAP, VERENIGING EN STICHTING
Art. 1:1, 1:2 en 1:3 WVV
Belangrijke begrippen uit artikels materiële geldigheidsvereisten
inzake vennootschapscontracten:
- Een rechtshandeling – meerhoofdigheid – eenhoofdigheid
- Inbreng
- Voorwerp – nauwkeurig omschreven activiteiten (vroegere term =
doel)
- Rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel
Meerhoofdigheid: vennootschap heeft meerdere aandeelhouders of
vennoten
Eénhoofdigheid: vennootschap heeft maar één aandeelhouder of vennoot
Rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel: krijgt financieel
voordeel uit vennootschap, rechtstreeks (loon dividend, vergoeding) of via
omweg (tussenpersoon of constructie)
Inbreng: door vennoten door geld, natura of nijverheid in ruil voor
aandelen of deelbewijzen
1.1. EEN CONTRACT – MEERHOOFDIGHEID – EENHOOFDIGHEID
Contract: schriftelijke of mondelinge overeenkomst (rechtshandeling)
tussen twee of meer personen
o Doet vennootschap, vereniging of stichting ontstaan
o Algemene geldigheidsvereisten art. 5.27 nieuw BW
Geldige toestemming, bekwaamheid, voorwerp en oorzaak
Overeenstemming over essentiële elementen m.n. de naam, het voorwerp
(doel), de rechtsvorm, de aansprakelijkheid of de inbreng van de vennoten
en het kapitaal/vermogen.
Contractuele wanprestatie bij niet nakoming schadevergoeding
Soms slechts rechtshandeling door één persoon, soms meerdere oprichters
vereist.
1.2. INBRENG
Art. 1:8 t.e.m. 1:10 WVV
Iets in gemeenschap brengen met het oogmerk vennoot te worden of aandeel in
vennootschap te vergroten (dus deel van winst te nemen)
Inbreng in geld
Inbreng in natura: lichamelijk of onlichamelijk goed
4